Print

Société des Missions Africaines –Province de Hollande

LUBBERS Hermann né le 15 juillet 1918 à Emmer Compas
dans le diocèse d'Utrecht, Hollande
membre de la SMA le 15 juillet 1939
prêtre le 28 mars 1943
décédé le 13 octobre 1995

1944-1946 Aalbeek
1946-1973 missionnaire en Gold Coast
Abor, Denu, Dzelukope
Keta, Kpandu, Ho
1974-1980 Oosterbeek, assistant à la procure
1980-1994 Coevorden, aumônier
1994-1995 Coevorden, retiré
1995 Cadier en Keer, retiré

décédé à Cadier en Keer, Hollande, le 13 octobre 1995,
à l'âge de 77 ans


 Pater Herman LUBBERS (1918 - 1995)

Afkomst.

Hermanus Lubbers, zoon van Lucas Lubbers (1888 - ?) en Maria
Elisabeth Dijck (1889 - 1973), werd geboren te Emmer Compas¬cuum op 15 juli 1918 en dezelfde dag gedoopt in de parochie¬kerk van de H. Willebrordus te Munsterscheveld. Vader was timmerman/aannemer en vestigde zich later met zijn gezin van negen kinderen (4 jongens en 5 meisjes) te Barger-Compascuum, waar Herman ook naar school ging en tijdens zijn zomervakantie van 1932 gevormd is in het paro¬chie¬kerkje van St. Joseph.

Opleiding.

In 1931 ging hij naar het opleidingshuis Nieuw Herlaer van de Sociëteit voor Afrikaanse Missiën te St. Michielsgestel. Na drie jaar, in 1934, ging hij naar het missiehuis te Cadier en Keer, waar hij zijn middelbare oplei¬ding voltooide in 1937. Zijn philosophie deed hij in het seminarie 'Ore Place' te Hastings in Engeland (1937 - 1939). Op 15 juli 1939 werd hij, door eedaflegging, lid van de S.M.A.

Wegens het uitbreken van de wereldoorlog kon hij niet terugke¬ren naar Engeland. In november 1939 begon hij zijn studie van de theologie in een gehuurd Jezuïetenklooster te Aalbeek in de gemeente Huls¬berg in zuid-Limburg. Op 15 juli 1942 legde hij zijn eeuwige eed af. Op 28 maart 1943 werd hij in de parochie¬kerk te Huls¬berg door Mgr. Lemmens tot priester ge¬wijd. Vier weken later, op eerste paasdag 25 april 1943, deed hij te Barger Compascuum zijn eerste plechtige H. Mis.

Missionaris.

Vanwege oorlogsomstandigheden kon hij, en vele anderen, niet meteen vertrekken naar de missie. Daarom ging Herman in 1943, na het beëindigen van zijn studie, voor een jaartje naar Nijmegen. Daar was een missiekursus georganiseerd voor missio¬narissen, die wegens de oorlog niet konden vertrekken. Daarna ging hij terug naar Aalbeek.

In april 1946 vertrok pater Herman Lubbers naar de Goudkust, waar hij benoemd was voor het vicariaat van de Beneden Volta.
Hij werd assistent te Abor bij pater Wim Bond, die intussen vanwege de oorlog al meer dan 7 jaar onafgebroken in Afrika gewerkt had. Het was nu zaak om Herman zo snel mogelijk inge¬leid werd in het werk, zodat hij tijdelijk kon overnemen tijdens de vakantie van pater Wim Bond.

In maart 1947 ging pater Bond op vakantie en nam pater Lub¬bers over als waarnemend overste. Drie maanden zat hij alleen op de missie, doch hij had in die statie wel de nabijheid van de zusters catechisten van het H. Hart (Menton), die in Abor een kliniek hadden. In juni 1947 kreeg Herman gezel¬schap van de juist gearri¬veerde neomist Leo Brouwer. Na terug¬keer van pater Bond kon hij zich weer volledig wijden aan de zorg voor de buitenstaties van het Abor district.

In februari 1949 vertrok Wim van Lieshout, overste van Denu, definitief naar Nederland. Pater Lubbers werd benoemd om van hem over te nemen. Ook na zijn vakantie in 1951 ging Herman terug naar Denu. Vanaf februari 1952 tot augustus 1954 was hij 'waarnemend' te Dzelukope en Keta, achtereenvolgens als econ¬oom en daarna als overste van Dzelukope en van Keta. Na nog een jaartje vanuit Kpandu de buitenstaties gedaan te hebben, ging hij in 1955 opnieuw op vakantie.

Pater Herman Lubbers was een kalme en rustige werker, serieus, maar nogal afstandelijk, koel en gesloten bij een eerste ontmoeting, en het vroeg wat tijd om daar doorheen te breken.
Na terugkeer van vakantie in 1956 werd pater Lubbers benoemd tot "chap¬lain of the O.L.A.- Second¬ary School at Ho".
Deze middelbare meisjesschool was onder directie van Ierse Zusters van de Congregatie van O.L. Vrouw van de Apostelen. Tot zijn definitief vertrek uit Ghana, in juni 1973, is Herman daar in Ho gebleven. Hij was geen man van veel woorden, maar rustig en zonder veel ophef deed hij zijn werk, consciëntieus doch onopvallend. In de loop van die jaren heeft hij daar zeer goede relaties opgebo¬uwd met de zusters, met name met Zr. Theodorus, het hoofd van de school, en Zr. Mary Pius.

In 1973 besloot pater Lubbers om definitief naar Nederland terug te keren. Kort ervoor was zijn moeder begraven. Hij schreef naar de Provinciaal, zonder veel omhaal van woorden:
"Wat ik je ook nog wilde schrijven is, dat ik er dit jaar definitief een punt achter zet. Het gaat niet meer en de gezondheid wordt er niet beter op".
Van de regionaal in Winneba kwam het bericht dat hij zich nogal zorgen maakte over de toestand van zijn hart. Op 26 juni 1973 vloog hij terug naar Nederland en ging naar Coevorden, waar nu bijna al zijn familieleden woonden. Hij onderhield altijd zeer nauwe banden met zijn familie.

Na overleg met het bestuur van de Sociëteit, is hij in 1974 benoemd voor de prokuur in huize Tafelberg te Oosterbeek, waar hij assisteerde bij de boekhouding. Toen spoedig na zijn komst in Oosterbeek, de Sociëteit het iets verder gelegen herenhuis aan de Pieters-bergseweg kocht, meldde hij zich als eerste bewoner. Via contacten met zijn zwager, die in Coevorden een manufacturen¬zaak had, kon hij een paar rollen vloerbe¬dekking recht-streeks van de groothandel betrekken. Deze waren, vanwege de gangbare mode, uit de roulatie genomen, doch van zeer goede kwaliteit en sterk gereduceerd in prijs.

In 1978 kreeg Herman een lichte hartaanval en is even opgeno¬men geweest in het ziekenhuis. Volgens sommigen voelde hij toch te veel druk en spanning in het werk op de prokuur.
In 1980 benaderde hij het bestuur met het verzoek rector te mogen worden van het katholiek bejaardencentrum "St. Francis¬cus" te Coevorden. Er werden afspraken gemaakt met het bestuur van de stichting over wonen, leven en werken met de bijbeho¬rende vergoedingen. Met ingang van 15 september 1980 werd Herman benoemd tot rector van dit bejaardencentrum. Hij kreeg de beschikking over een nabijgelegen bejaardenflat, doch later kwam hij, vanwege renovatie en verbouwingen, intern te wonen.
Hij raakte steeds meer betrokken bij het verzor¬gingshuis, waarvan hij zelfs bestuurslid werd.

Hij was honkvast en kwam nauwelijks uit Coevorden, maar hij hield de ontwikke¬lingen binnen de Sociëteit en de missie nauwlettend bij. Hij had regelmatig contact met de pastoor, zijn confraters Gerard Lukassen. Bij zijn gouden priester¬jubileum schreef de algemeen overste:
"You have also been described to me as 'a man with a heart of gold' and 'a great host to anyone passing by or for confreres coming to Ho on business'".
Ook in Coevorden waardeerde hij elk S.M.A. bezoek. Hij nam zijn bezoekers graag mee naar het Veenmuseum te Barger-Compas¬cuum en toonde hen vol trots het oude houten kerkje, waarin een groep¬s¬foto hing van de zes priesters uit de paroc¬hie, waaronder Herman zelf en oud-S.M.A.-student Jan Heine.

Overleden.

Zijn gezondheid begon steeds meer achteruit te gaan. Hij kreeg een pace-maker, wat hem enkele jaren vooruit hielp. Hij werd steeds meer hulpbehoevend en aan zijn kamer gekluisterd. Hij werd op de duur ook een steeds groter probleem voor zijn zusters, waarop hij regelmatig een urgent beroep deed voor assistentie of gezelsc¬hap.

Na herhaaldelijk overleg is hij uiteindelijk, na weer eens opgenomen te zijn geweest in het ziekenhuis te Hardenberg, op 13 september 1995 per ambulance overge¬bracht naar het missie¬huis te Cadier en Keer. Daar is hij, precies een maand later, op 13 oktober 1995 overleden. Je zag het einde naderen, doch Herman wilde niet dat er bij hem gewaakt werd. Om middernacht had een zuster van de verzorging nog even bij hem om de deur gekeken. Toen ze opnieuw langs kwam rond drie uur in de mor¬gen, was hij overle¬den. Hij werd 77 jaar oud. Drie klasgenot¬en, t.w. Th. Görtz, G. van Hout en H. v.d. Laar, gingen voor in de avonddienst voor zijn uitvaart. De plechtige uit¬vaart¬die¬nst vond plaats op 18 okto¬ber 1995 in de kapel van het missiehuis te Cadier en Keer. Op uitdrukkelijk verzoek van de familie ging pater Huisman voor in de concele¬bratie. Daarna is pater Herman Lubbers begraven bij zijn collega's op het pries¬terkerk¬hof van het missiehuis.

Bronnen:
- Archief nederl. provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- Onze Krant, nr. 106, december 1995.