Print

Société des Missions Africaines –Province de Hollande

KOOLEN Kees né le 25 juin 1902 à Goirle
dans le diocèse de 's-Hertogenbosch, Hollande
membre de la SMA le 30 juillet 1922
prêtre le 19 mars 1926
décédé le 21 novembre 1968

1926-1935 Nieuw-Herlear, professeur
1936-1937 Hastings, directeur spirituel
1937-1955 Nieuw-Herlear, professeur de grec et d’histoire
1955-1958 Cadier en Keer, administrateur
1959-1968 Oosterbeek, vice économe provincial
depuis 1963 vice supérieur

décédé à Arnhem, Hollande, le 21 novembre 1968,
à l'âge de 66 ans

 


Pater Kees KOOLEN (1902 - 1968)

Afkomst.

Cornelius Wilhelmus Koolen, zoon van Wilhelmus Koolen en Cornelia Mallens, werd geboren te Goirle op 25 juni 1902.
Dit arbeidersgezin woonde in de Fabriekstraat te Goirle bij Tilburg. Wij kenden hem als "Keeske", omdat hij zichzelf zo noemde en daarom werd hij gewoonlijk ook als zodanig door zijn collega's aange¬sproken. Hij had meerdere broers en zusters.

Opleiding.

Als twaalfjarig jongetje vertrok hij naar het missieseminarie te Cadier en Keer. Jaarlijks zou hij later als leraar zijn studentjes het verhaal vertellen van zijn verschrikkelijke heimwee. Toch heeft hij, ook ondanks de oorlog, zijn studies kunnen voltooien (1914 - 1920) en ging daarna naar Chanly in België voor zijn noviciaat en philosophie (1920- 1922). Op 30 juli 1922 werd hij door eedaflegging formeel lid van de Socië¬teit. Na de zomervakantie ging Kees naar Lyon voor de theolo¬gie. Een jaar later, na de oprichting van de nederlandse S.M.A.- provincie, werd de studie van de theologie voortgezet in het aangekochte klooster van de franse zusters van de Visitatie te Bemelen. Nadat hij reeds in Lyon de kruinschering ontvangen had van Mgr. Hummel (Cape Coast), ontving hij ach-tereenvolgens de volgende wijdingen:
- op 6.01.1924 te Cadier en Keer:
ostiarius en lector door Mgr. Buckx s.c.j., (Finland);
- op 30.09.1924 te Wittem:
exorcist en acoliet door Mgr. Schrijnen (Roermond);
- op 28 juni 1925 te Bemelen:
subdiaken door Mgr. Herman s.m.a. (Keta);
- op 4 oktober 1925 te Bemelen:
diaken door Mgr. Herman s.m.a. (Keta);
- op 19 maart 1926 te Bemelen:
priester door Mgr. Cessou s.m.a. (Lomé / Togo).
Ditzelfde stramien zal zich herhalen: wijdingen door eigen s.m.a. bisschoppen, indien mogelijk, of anders door plaatse¬lijke bisschoppen of wijbisschoppen of beschikbare buurt- of missie¬bisschoppen. Sommigen insisteerden om de wijdingen, in elk geval de priesterwijdingen, zelf toe te dienen; b.v. Mgr. Peter Amigo van Southwark, waaronder het seminarie te Ore Place, Hastings, ressorteerde.

Missionaris.

Het missionarisleven van pater Kees Koolen zou zich groten¬deels in Nederland afspelen. Na zijn wijding in 1926 werd hij benoemd voor het pas gehuurde huis Nieuw Herlaer te St. Mi¬chielsgestel, waar de Sociëteit een seminarie opende voor de laagste klassen, die daarna doorgingen naar het missie-college te Cadier en Keer. Hier heeft pater 'Keeske' les gegeven tot eind 1935. De philosophie, tevens novici¬aat, werd overge¬plaatst van Bemelen naar Hastings. Pater Koolen werd daar benoemd tot geestelijk leider (van jan. 1936 tot juli 1937).

Toen in 1937 pater Jacques ten Have, overste van Nieuw Her¬laer, gekozen werd tot provinciaal overste, benoemde hij pater Koolen opnieuw voor Nieuw Herlaer. Daar is hij gebleven tot de sluiting van dit huis als S.M.A.- priesteropleiding. Jarenlang heeft hij grieks gedoceerd en getracht de jongens het juiste gebruik van de aoristus duidelijk te maken. Ook geschiedenis gaf hij met overtuiging en, bijna struikelend over zijn eigen woorden, liet hij als het ware de romeinse keizer Caesar de klas binnenrijden.

'Keeske' Koolen was een type, die op eigen wijze, zonder pretenties, en met zijn eigen specifieke gezegden en brabants taalgebruik kleur gaf aan zijn lessen: hij was nadrukkelijk aanwezig. De jongens, door hem steeds aange¬spro¬ken als 'jungs¬kes', waren gewend aan zijn repeterende: "hè ...hè .... niet¬waar .... hè ... hè .." voordat hij aan een volgende medede¬ling begon. Ook werd nog jaren door studenten verhaald dat hij eens, bij geklop op de deur, riep: "Binnen, as ge goed volk zijt", waarop de nieuwe provinciaal Mondé zijn kamer binnen¬stapte: "Zeit gij d'r ok ene van ons?". In zijn vrije tijd kon je hem dikwijls op zijn 'stekkie' aan de Dommel aantreffen met de vishengel.

Onder de zomervakantie van 1944 begon de militaire operatie "Market Garden" en daarmee de geallieerde opmars. Overste Monkel was op vakantie in Friesland, zodat pater Koolen voor bijna tien maanden als waarnemend overste de verantwoordelijk¬heid droeg totdat, na de bevrijding van het noorden van Neder¬land, overste Monkel per fiets terug-keerde naar huize Nieuw-Her¬laer. Het waren spannen¬de en ang¬stige maanden rond septem¬ber 1944. Bijna alle ruiten van het gebouw waren gesneuveld door beschie¬tingen en granaatinslagen.

In 1954 werd het studiehuis gesloten. Op 27 augustus 1954 ontving pater Koolen het volgend schrijven van de provinciaal overste:
"In verband met het opheffen van "Nieuw-Herlaer" als studiehuis, heeft de Provinciale Raad besloten een 4-tal paters in Herlaer te handhaven voor het waarnemen van de assistenties. U wordt derhalve vriendelijk verzocht de leiding van deze kleine communiteit op u te nemen".
Een jaar later schreef hij naar de provinciaal in verband met de aanstaande opheffing van Herlaer als S.M.A.- huis. Hij voegde hieraan toe:
"In verband met de waarschijnlijke opheffing van Steen¬wijk, waar ik ruim 20 jaar als waarnemend Rector gewerkt heb, kom ik mij weer geheel ten uwen dienst stellen. Non recuso laborem, maar wat betreft leraren, daar zie ik na 29 dienstjaren wel erg tegenop. Gaarne zag ik mij een werkje toegewezen met zielzorg eraan verbonden".

Hij bleef pastoraal en missionair bewogen. Voor de studentjes had hij een boekje geschreven, getiteld 'Het Missieveld', waarin hij een overzicht gaf van het S.M.A.- missiegebied in West Afrika. Ook pastoraal was hij steeds actief geweest: van 1926 tot 1929 conrector van huize 'Voorburg' te Vught; van 1929 tot 1930 assistent in de parochie te Vught; van 1930 tot 1935 rector bij de Fraters van huize 'Steenwijk' te Vught en opnieuw na terugkeer uit Hastings van 1937 tot 1955.

In 1955 werd hij benoemd voor administratiewerk te Cadier en Keer en tevens assistentie bij de Zusters van huize "Blanken¬berg". In 1958 werd hij benoemd tot assistent provinciaal econoom en dit betekende verhuizing naar huize Tafelberg te Oosterbeek. Hij werd de rechterhand van pater Louis Moonen en had zich in korte tijd een geheel eigen plaats in het 'kan¬toor' verworven, vooral ten dienste van de missionarissen. Hij regelde keuringen, boekingen, verschepingen en stuurde afreke¬ningen. Wat ook je zaken of problemen mochten zijn, van 'Kees¬ke' kreeg je steevast het geijkte antwoord: "komt gelijk
voor mekaar". Zijn inzet werd gewaardeerd: bij zijn 40-jarig priesterfeest werd gedacht hem een reis naar Ghana aan te bieden, doch gezien zijn gezondheidstoestand werd het een reis naar het H. Land.
Sinds mei 1963 was hij tevens de onder-overste van de communi¬teit in "Huize Tafelberg" te Oosterbeek.

Gestorven.

Met zijn gezondheid ging het inderdaad niet goed. Hij begon te sukkelen: hartproblemen en suiker¬ziekte. Het nieuwe provinci¬aal bestuur in 1968 consta¬teerde dat de provinciaal econoom 64 jaar was en zijn assis¬tent 66, boven¬dien met zwakke gezond¬heid. Pater van Brakel werd terug¬geroe¬pen uit Ghana om zich, door studie van boekhouding en admini-stratie, voor te bereiden om, na een paar jaar, van Kees Koolen te kunnen overnemen. Doch het liep heel anders!

Midden november 1968 kwam Johan van Brakel naar Oosterbeek. Louis Moonen was voor enkele maanden naar Ghana op uitnodiging van de door hem een kwart eeuw tevoren opgerichte 'Society of Catholic Mothers', zodat Kees Koolen druk doende was om zijn oud-leerling een eerste indruk van de werkzaamheden en verant¬woordelijkheden te geven. Op woensdag 20 november ging van Brakel in de namiddag op familiebezoek. Kees heeft toen zijn hele familie uitgebreid gebeld en hen verhaald over zijn activiteiten met zijn nieuwe assistent. Was het tevens om afscheid te nemen? Was het een voor¬ge¬voel of intuïtie? De volgende morgen, 21 no¬vember 1968, las hij nog de H. Mis, doch op de terugweg naar zijn kamer werd hij door een hartinfarct getroffen. Per ambu¬lance werd hij snel naar het St. Elisabeth ziekenhuis te Arnhem gebracht, waar hij een paar uur later overleed. Hij werd 66 jaar. Op 25 november werd hij, na een plechtige uitvaartdienst in de kapel van het missiehuis te Cadier en Keer, op het kerk¬hof naast zijn collega's begra¬ven.

Mr. J.J.A.M. van Gennip, directeur van het Centraal Missie Commissariaat (C.M.C.) in Den Haag, schreef aan de provinci¬aal:
"Ik moge u mijn deelneming betuigen bij de dood van Father Koolen. Pater Koolen is bij leven altijd een van de beste vrienden van het Centraal Missie Commissariaat geweest en ook in een vroeg stadium een van de weinigen, die de belangen van een centrale organisatie liet preva¬leren boven particuliere belangen".

In zijn testament vermeldt hij 'enkele voorwer¬pen ter hand te stellen aan broers en zusters, opdat ieder van hen een gedach¬tenis houdt'. Hij vermeldt 5 dingen en verder een klein le-gaatje voor zijn zusters Tonia en Jana, de kelk voor zijn heer¬neef Fr. Odulf, Trap¬pist te Tilburg, en een bedragje voor een aantal H.H. Missen, te lezen voor overleden ouders en familie¬leden.
"Al het overige vervalt aan de Sociëteit uit dank voor alles wat zij voor mij gedaan heeft".

Bronnen:
- Archief Nederl. Provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- J. ter Linden in 'Onze Krant' dec. 1968.

Vrij plotseling is pater Kees Koolen van ons heengegaan. 's Morgens had hij nog de H. Mis gelezen en is onderweg van de kapel naar zijn kamer door een zeer zware hartaan¬val getroffen. In het ziekenhuis, waarheen hij onmiddellijk werd vervoerd, heeft hij nog enige uren met de dood gestre¬den. In hem missen we een zeer toegewijde confrater.

Zelf heeft hij nooit het geluk mogen smaken om in de missie te mogen werken. Maar zijn hele leven is er één geweest in dienst van de missie. Verschillende jaren heeft hij voor de opleiding van de priesterstudenten zijn krachten ingezet te Nieuw Herlaer. De laatste tien jaar was hij de grote hulp van de missionarissen die nooit tevergeefs een beroep deden op ons 'Keeske', die als assistent van de Provinciaal Econoom er wel voor zorgde dat ze alles kregen wat ze nodig hadden. Bij zijn veertigjarig priesterjubileum hebben ze dat dan ook laten blijken door hem een reis naar het H. Land aan te bieden.

De laatste jaren heeft onze Kees het niet gemakkelijk gehad. Suikerziekte en een zwak hart speelden hem geregeld parten. Gelukkig kwam hij er steeds weer spoedig bovenop om zijn plaats in het 'kantoor' weer in te nemen. De laatste aanval heeft zijn zwakke lichaam niet meer kunnen verwerken en nu is ons 'Keeske' niet meer.

In onze herinnering zal hij echter blijven leven en wij hopen en bidden dat God hem rijkelijk mag belonen voor alles wat deze missionaris van het thuisfront voor de missie en de missionarissen heeft gedaan.

Moge Kees rusten in vrede!
(Rev. J. ter Linden s.m.a.)