Print

Société des Missions Africaines –Province de Hollande

tilleman julien né le 20 novembre 1889 à Aardenburg
dans le diocèse d'Utrecht, Hollande
membre de la SMA le 2 juillet 1924
serment perpétuel le 2 juillet 1930
décédé le 27 janvier 1961

1924-1928 missionnaire au Togo

1928-1930 Nieuw-Herlear, surveillant
1930-1946 missionnaire en Egypte
1947-1956 missionnaire au Ghana
1956-1958 Oosterbeek
1958-1961 Apeldoorn

décédé à Apeldoorn, Hollande, le 27 janvier 1961,
à l'âge de 71 ans



(biographie en hollandais à la suite)

Le frère Julien TILLEMAN frère Ignace (1889 - 1961)

A l'asile Saint-Joseph, à Apeldoorn (Hollande), le 27 janvier 1961, retour à Dieu du cher frère Ignace Tilleman, à l'âge de 71 ans.

Ignace Tilleman naquit à Aardenburg, dans le diocèse d'Utrecht, en 1889. Il reçut une bonne instruction, obtint le diplôme de mécanicien dans la navigation hauturière. Intelligent, homme d'étude, il avait des connaissances sérieuses d'ingénieur.

A 32 ans, en 1921, Ignace Tilleman entrait aux Missions Africaines. A Lyon, il s'initia au travail de l'imprimerie. Il fit le serment en 1924 et partit pour le vicariat du Togo. Employé à l'école professionnelle, il dirigea l'imprimerie, puis les ateliers de forge et de mécanique. En 1928, le frère Ignace rentrait en Hollande. Pendant deux ans, il fit la classe à l'école apostolique Saint-Michel, à Gestel Hearler. En 1930, il partait pour l'Egypte où, au collège de Tanta, il fut chargé des classes de mathématiques et de dessin industriel. Il passa 16 ans au vicariat du Delta du Nil. En 1947, le frère Ignace prenait le chemin du vicariat de Kumasi. Il y fut chargé de l'administration du "dépôt central des livres". En 1956, il revenait définitivement en Hollande, miné par l'artériosclérose. Après deux ans passés à Oosterbeek, son état s'aggravant, il dût être hospitalisé à Apeldoorn.

Le frère Ignace, homme au caractère entier et très personnel, fut toujours appliqué à son devoir d'état. Il consacra toute sa vie à la formation de la jeunesse.


Broeder Ignatius TILLEMAN (1889 - 1961)

Afkomst.

Julien Tilleman werd geboren te Aardenburg op 20 november 1889. Dit is zo ongeveer alles wat we over zijn afkomst en jeugd weten. Vóór zijn vertrek naar de missie in 1924 bracht hij een bezoek aan zijn ouders in Utrecht. Hij had zeker enige broers en een zus, mevr. Huls uit Bilthoven, waar haar man hoofd van de R.K. School was en waar Julien later zijn 'thuis-adres' had.

Opleiding.

Ook hiervan weten we zeer weinig. Hij schijnt enkele jaren bij de paters Jezuïeten geweest te zijn. Hij heeft als mecanicien gewerkt op de boterfabriek te Best.

In het dagboek van het S.M.A. broedershuis te Blitterswijck lezen we op 13 november 1921:
"Visite d'un postulant in spé, Jul. Tilleman de Utrecht; impression bonne, excell. même; donne bon espoir".
Op 28 december 1921 is deze Julien Tilleman ingetreden bij de S.M.A. te Blitterswijck, waar hij op 2 februari 1922 zijn noviciaat begon, en waar hij als broeder Ignatius op 4 april 1922 de toog aan kreeg:
"Quatre postulants ont pris la soutane".
In augustus 1922 vertrok broeder Ignace Tilleman naar Lyon om daar het drukkersvak te leren. De 2de juli 1924 werd hij lid van de Sociëteit door het afleggen van de eed. Daarna zou hij naar de missie van Lomé in Togo vertrekken.

Missionaris.

Steeds werd het vertrek vanwege een of andere reden uitge¬steld, totdat broeder Ignace de werkelijke reden van dit uitstel vernam: men kon hem in Lyon op de zetterij niet missen omdat men nog geen vervanger had kunnen krijgen in de stad. Broeder Ignatius was intelligent; hij had ook een goede pen, kon mooi schrijven en scherp formu¬leren. Zoals bij menige andere gelegen¬heid, maakte hij ook hier van zijn hart geen moordkuil en sprak in een brief aan de provinci¬aal zijn te¬leurstelling uit.

Op 9 december 1924 is hij toch naar Afrika vertrokken. Hij was benoemd voor de 'Ecôle professionelle', de vakoplei¬ding te Lomé, waaraan ook een drukkerij met opleiding verbonden was.
Vier jaar heeft hij daar gewerkt. Begin mei 1928 ging hij op vakantie naar Nederland. Hij verbleef bij zijn zus in Biltho¬ven en sukkelde nogal met zijn gezondheid.

In oktober ontving hij een brief van provinciaal Paulissen met de mededeling dat hij niet zou terugkeren naar Afrika. Op zijn werk viel niets aan te merken, doch hij was te kritisch in geschrift en woord. Hij werd benoemd voor Huize Nieuw-Herlaer te St. Michielsgestel, waar hij van oktober 1928 tot januari 1930 surveillant was. Daar schreef hij in december 1928 aan de overste over zijn vertrek uit Lomé:
"Wat plichtsbetrachting aangaat, hoop ik dat hetzelfde van mij moge getuigd worden, als wat Mgr. Cessou aan R.P. Paulissen heeft geschreven, dat dit niets te wenschen heeft overgelaten. (Tussen haakjes zij er bijgevoegd, dat ik alleen op mijn baadje heb gehad voor te groote vrij¬postigheid in het zeggen van minder aangename dingen aan het adres van 'la belle France')."
Ook aan het adres van anderen zal hem deze vrijpostigheid in (goed geformuleerd) schrift en woord in de toekomst nog wel eens parten spelen.

In januari 1930 vertrok broeder Ignatius naar Egypte, waar hij benoemd werd voor het college van Tantah. In juni 1946 kwam hij definitief terug uit Egypte. Hij schreef daarover aan de provinciaal het volgende:
"De laatste dag voor het vertrek uit Tantah is mij te kennen gegeven dat ik niet meer op 't College zou terug¬keeren. Dit spijt me geweldig; ik was er graag en was door een 17-jarig verblijf zeer aan 't College en aan mijn werk gehecht. Er is een teveel aan personeel. Onte¬genzeggelijk! Nu het Arabisch verplichtend is geworden, kunnen alleen nog de Fransche en Engelsche klassen door eigen personeel gegeven worden. Daarenboven is het aantal leerlingen voortdurend ingekrompen, zoodat zelfs aan sluiting moest worden gedacht....

Ik ben vanzelfsprekend erg nieuwsgierig wat en waar mijn nieuwe werkkring zal zijn en heb als mijn wensch te kennen gegeven in een van onze Fransche huizen te worden opgenomen, waar ik, als voorheen, enkele math. klassen zou kunnen nemen. Ik heb op 't College dit vak onderwezen zoowel in de lagere als hoogere klassen, alsmede op 't seminarie, thans opgeheven bij gebrek aan studenten.
Daar ik sinds mijn intrede in de Sociëteit steeds voor de Fransche provincie heb gewerkt, lijkt het me redelijk, nu ik wat ouder begin te worden (57), daarmee door te gaan".

Zijn wens ging niet in vervulling. Na zijn vakantie ging hij in februari 1947 naar het Engels sprekende missiegebied van de Goudkust (Ghana). In Kumasi werd hij belast met de 'bookstore' van het vicariaat. Negen jaar heeft hij dat gedaan. De laatste paar jaar, nadat Mgr. van den Bronk overgenomen had van Mgr. Paulissen, waren zeker niet zijn plezierigste: Mgr. van den Bronk bemoeide zich persoonlijk met alles wat met financiën te maken had. Dit leidde onherroepelijk tot de nodige fricties.
Ook dienden zich bij broeder Tilleman de eerste tekenen van aderverkalking aan. In 1956 kwam hij definitief terug uit Afrika. Na een kort verblijf in Huize Tafelberg te Oosterbeek, vertrok hij naar het S.M.A. rust¬huis te La Croix-Valmer aan de Middellandse Zee. In 1957 heeft hij in Lyon nog een prostaat operatie moeten ondergaan en kwam in september naar Nederland terug.


Gestorven.

De toestand van broeder Tilleman verslechterde, zodat hij in 1958 opgenomen moest worden in de psychiatrische inrichting St. Joseph te Apeldoorn. Daar is hij op 27 januari 1961 ge¬storven op 71-jarige leeftijd. Daar is hij ook op het kerkhof van de Broeders van Huize Padua op 31 januari 1961 begraven.

Bronnen:
- Archief Nederlandse Provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- N. Douau: Biographies Missions Africaines 27.01.1961.
- J. v.d. Kooij in 'Afrika Ontwaakt' 1931, pg. 38.
- J. ter Linden in 'Onze Krant' jgr. 1961.