Print

Société des Missions Africaines –Province de Hollande

vermulst laurens né le 13 octobre 1904 à Helmond
dans le diocèse de 's-Hertogenbosch (Hollande)
membre de la SMA le 30 octobre 1926
prêtre le 16 mars 1929
décédé le 27 janvier 1970

1929-1953 missionnaire en Gold Coast
Elmina, Amisano, Sekondi, Cape Coast
Assin-Fodo, Axim, Esikuma
1953-1967 Oosterbeek, administration
1967-1970 Oosterbeek, retiré

décédé à Arnhem, Hollande, le 27 janvier 1970,
à l'âge de 65 ans

Pater Laurens (Frans) VERMULST (1904 - 1970)

Afkomst.

Laurentius Vermulst, zoon van Laurentius Vermulst en Petronel¬la Mertens, werd geboren te Helmond op 13 oktober 1904 en daar op dezelfde dag gedoopt in de St. Lambertuskerk. Hij werd, om mij onbekende redenen, altijd aangesproken met Frans. Familie¬gegevens zijn me niet bekend. Het gedachtenisprentje "ter blijde herinnering aan mijne H. Priesterwijding en eerste plechtige H. Mis" (te Helmond op 31 maart 1929), vermeldt "moeder, broers, zusters" en gedenkt overleden "vader en broers". Volgens pater ter Linden in 'Onze Krant' was Laurens, alias Frans, een tien jaar jongere broer van de jong gestorven broeder Harrie Vermulst (+ 28.¬03.1924).

Is de in 1896 geboren Theo Vermulst, die in 1913 achter de grot begraven werd, ook een broer van Harrie en Laurens? Laurens en Theo ("décedé 25.05.1913 après une maladie du 48 jours") woonden beiden in de Wolfstraat te Helmond.

Opleiding.

Na de lagere school te Helmond, ging Laurens in 1916 naar het seminarie te Cadier en Keer. In het vierde jaar miste hij het derde trimester (wegens ziekte?) en hij heeft dat jaar gedou¬bleerd. Tijdens zijn laatste jaar in Keer, kwam de algemeen overste op bezoek in het seminarie te Cadier en Keer om aan te kondigen dat de S.M.A. in Neder¬land een zelfstandige provincie was geworden. In datzelfde jaar 1923 ging Frans naar Chanly voor de studie van de philosophie. In 1925 ging hij naar Bemelen voor de studie van de theologie. Op 30 oktober 1926 werd hij door eedaflegging lid van de Sociëteit. Mgr. Schrij-nen, de bisschop van Roermond, heeft hem op 16 maart 1929 priester gewijd in de kapel van het groot-seminarie te Roer¬mond.

Missionaris.

Op 14 oktober 1929 vertrok pater Frans Vermulst naar de Goud¬kust missie, waar hij benoemd was voor het vicariaat van Cape Coast. Het eerste half jaar ging hij naar Elmina om de taal te leren en zich in te werken. Pater John van Heesewijk was op vakantie en Harrie Smets was waarnemend. De laatste paar maanden werd Frans ook ingeschakeld om wat les te gaan geven op het seminarie te Amisano. In april 1930 werd hij benoemd tot assistent van de Sekondi missie. In januari 1931 volgde zijn benoe¬ming voor het uitgebreide Cape Coast district met zijn vele buitenstaties rondom Cape Coast en verder in het land van Abura, Asebu, Assin, Denkyera en Twifu. Naast de normale werkzaamheden, het bezoeken van de buitenstaties, dopen en eerste communies, scholen en onderwijzers, kreeg hij de op¬dracht de opening van het Assin district voor te berei¬den. Een keuze moest gemaakt worden uit drie nagenoeg gelijke en dicht bij elkaar gelegen plaatsen: Enyinabrim, Foso en Nsuta. De keuze werd Foso vanwege de ligging aan de spoorweg. Ook Twifu-Heman werd bij de Foso missie gevoegd, omdat dit dis¬trict in die jaren van Cape Coast uit moeilijk te bereiken was.

Op 13 oktober 1933 werden Frans Vermulst, en Piet Sanders als zijn assistent, officieel met muziek te Assin-Foso ingehaald. Zij waren de eerste residerende priesters in deze nieuw geo¬pende hoofdstatie.

In mei 1935 ging pater Vermulst op vakantie. Na terugkeer ging hij als waarnemend overste naar Sekondi, waar Kees Bouchier op vakantie ging. Na diens terugkeer werd Frans benoemd tot overste van de oudste missiestatie: Elmina. Hij kwam aan in maart 1937 en bijna tien jaar lang heeft hij daar ononder¬broken gewerkt totdat hij na de oorlog, in december 1946, een plaats kreeg op een boot om op vakantie naar Nederland te gaan. Hij was hier hard aan toe. Veel van zijn collega's maakten zich zorgen over zijn gezondheid. De fut was eruit!

Hij leek opgeknapt toen hij in februari 1948 in de missie terugkeerde. Hij werd benoemd voor Axim. Daar heeft hij ge¬werkt tot april 1951. Toen riep de bisschop hem terug en heeft hij enkele maanden gerust te Sekondi. Na enkele maanden werd hij benoemd tot pastoor te Asikuma. Doch het ging echt niet meer. Frans was zijn krachten kwijt en kon het werk niet meer aan. In mei 1952 vertrok hij definitief naar Nederland.

Na medische behandeling en een goede vakantie werd hij, met ingang van 1 januari 1953, benoemd als medewerker van de administratie in huize Tafelberg te Ooster¬beek. Rustig en onopvallend deed hij zijn werk, zoals hij dat in Afrika ook steeds gedaan had, in alle eenvoud en be¬schei¬denheid: geen drukte, geen preten¬ties. Naast het administratieve werk op het kantoor voor de fonds¬werving, ging hij op assistentie in omliggende parochies. Nog menig jaartje heeft hij dit kunnen doen.

Gestorven.

Maar zijn krachten bleven afnemen door zijn slepende en slo¬pende kwaal. Vanaf 1967 werkte hij officieel niet meer op de administratie. De laat¬ste paar jaren kwam hij nauwelijks meer van zijn kamer. Toch is hij, tot bijna zijn laatste week, nog blijven meewerken, voor zover dat voor hem moge¬lijk was: op zijn kamer zag je steeds de kaartenbakken van de administra¬tie op zijn tafel.

Geduldig heeft hij alles gedra¬gen, zoals hij dat trouwens steeds deed, ook bij moei¬lijkheden in de missie. Hij was een voorbeeld van geduld en klaagde nooit. Zijn longen en hart waren totaal ziek en hij had een zeer moeilijke ademhaling. Zaterdag 24 januari 1970 is hij in het ziekenhuis te Arnhem opgenomen. Zondagmiddag heeft hij daar de ziekenzalving ont-vangen. Dinsdagnacht 27 januari 1970, om half één, is pater Frans Vermulst overleden op 65-jarige leeftijd.

Op vrijdagmiddag 30 januari 1970 is hij, na een plechtige Eucharistieviering in de kapel van het missiehuis te Cadier en Keer, begraven bij zijn collega-missiona¬rissen op het nabijge-legen kerkhof.

Bronnen:
- Archief Nederl. Prov. S.M.A., Cadier en Keer.
- J. ter Linden in 'Onze Krant' maart 1970.
- J. van Brakel: the S.M.A. Missionary Presence in the Gold Coast, vol. IV, pg. 49.