Print

Société des Missions Africaines –Province de Hollande
Le Père Jac Visser

 visser  né le 18 marsd 1913 à Haarlem
dans le diocèse de Haarlem, Hollande
membre de la SMA le 15 juillet 1934
prêtre le 18 décembre 1937
décédé le 2 décembre 1988
1938-1973 missionnaire en Gold Coast

Berekum, Bekwai, Kwesibuokrom
Maase, Kokofu, Teppa, Duayaw-Nkwanta
1973-1978 Pijnacker, prêtre assistant
1978-1988 Oosterbeek, retiré et malade

décédé à Oosterbeek, Hollande, le 2 décembre 1988,
à l'âge de 75 ans

Pater Jacques VISSER (1913 - 1988)

Afkomst.

Jacobus Cornelius Bernardus Visser, zoon van Bernardus Wille¬brordus Visser en Cornelia Nederpelt, werd geboren te Haarlem op 18 maart 1913. Hij heeft dezelfde dag in de St. Bavo het sacrament van het doopsel ontvangen. Vader werkte in een bakkersbedrijf. In zijn gezin werden tien kinderen geboren, vijf jongens en vijf meisjes. Drie jongens en een meisje zijn in hun kinderjaren gestorven.
Reeds in 1921 woonde de familie in Den Haag, toen Jacques daar door Mgr. Callier gevormd werd.

Opleiding.

Na de lagere school bij de Broeders, Westeinde, Den Haag, ging Jacques, in 1926, naar het onlangs geopend opleidingshuis van de Afrikaanse Missiën te Nieuw Herlaer in St. Michielsgestel. Twee jaar later ver¬trok hij naar Cadier en Keer. In 1932 begon hij zijn philosophie te Bemelen, waar hij op 15 juli 1934 lid werd van de S.M.A. Hierna ging hij voor zijn studie van de theologie naar het seminarie Ore Place te Hastings in Enge¬land. Op 18 december 1937 werd hij door Mgr. Peter Amigo tot pries¬ter gewijd.

Missionaris.

Pater Jacques Visser werd benoemd voor de Goudkustmissie, voor het recent opgerichte vicariaat van Kumasi. Hij vertrok op 1 november 1938 en ging, met zijn klasgenoot Ad Juyn, eerst naar Berekum, om daar de taal te leren en onder leiding van overste Hein Mondé ingewerkt te worden in het missiewerk.
In april 1939 volgde zijn benoeming voor de buitenstaties van Bekwai, waar hij achtereenvolgens gewerkt heeft onder de oversten Smets, Meeuwsen en Maessen. Na bijna negen jaar van reizen en trekken door de buitenstaties ging hij, vanwege de oorlog, pas in augus¬tus 1947 op vakantie naar Nederland.

Na terugkeer werd Jacques opnieuw benoemd voor Bekwai, doch nu zelf als overste. De paters Obdam, Beurskens en Bekema waren achtereenvolgens zijn assistenten. Na ruim vijf jaar ging hij opnieuw op vakantie naar Nederland en werd, na terugkeer in juni 1954 benoemd tot pastoor van Kwesibuokrom, een één-man's parochie. Ook hier is hij bijna vijf jaar lang geweest. Tij¬dens zijn volgende tour was hij pastoor van Berekum, waar een nieuwe kerk gebouwd moest worden. Hij heeft hier geen gemakke¬lijke tijd gehad. In juli 1963 ging hij op vakantie.

Eén van zijn problemen thuis was, zoals trouwens voor veel missiona¬rissen, de onzekerheid over zijn toekomst. Op 28 januari 1964 schreef hij aan provinciaal Florack:
"Morgen vertrek ik weer naar Ghana. Waar ik terecht zal komen in het Kumasi diocees, weet ik nog niet! Anders niet erg leuk, als je 25 jaar erop hebt zitten en dan niet weet, wat je te doen krijgt, als je van vakantie terug komt."
Dit was een veelgehoorde klacht van missionarissen. Mogelijk had Jacques ook een zeker voorgevoel. Hij verwachtte niet terug te keren naar Berekum, dat hij met de nodige problemen had verlaten, doch waar dan wel? Mgr. van de Bronk had plaats gemaakt voor een in¬landse bisschop, Mgr. Joseph Essuah, een serieus man, vroom en plich-tsgetrouw priester, doch nogal rechtlijnig in denken en hande¬len. Jacques was een heel ander type, blij en levenslustig met soms een schijnbare op¬pervlakkigheid. Hij genoot ervan anderen door zijn moppen aan het lachen te brengen. Het liet zich denken, dat deze twee niet direct accordeerden. Jacques was wel eenvoudig en be¬scheiden van aard, maar toch niet direct op zijn mond geval¬len en zeker niet altijd kies, tactisch en diplomatisch in taalge¬bruik.

Jacques werd benoemd voor Maase-Offinso als opvolger van pater Mouren, die als tachtigjarige Ghana nu definitief verliet. De zus¬ters van St. Louis hadden enkele jaren tevoren in deze plaats een ziekenhuisje geopend. Hij was vervolgens nog rector van het ziekenhuis te Hwidiem en het leprosarium te Kokofu.
Na nog even pastoor te zijn geweest in Teppa en Duayaw Nkwan¬ta, kwam hij in september 1973, na de splitsing van Ashanti en Brong-Ahafo in de bisdommen Kumasi en Sunyani met Mgr. Owusu als eerste bisschop, definitief terug naar Neder¬land.

Na een goede vakantie en een periode van rust, kreeg hij in mei 1974 een aanstelling in het bisdom Rotterdam als pastor in de parochie van de H. Johannes de Doper te Pijnacker. Eerst volgde hij nog de cursus 'basis-pastoraat voor oud-missiona¬rissen' in het Kontakt der Kontinenten te Soesterberg.
In Pijnacker vierde hij op 18 december 1977 ook zijn veertig-jarig priesterjubileum. Maar hij begon wel te sukkelen met zijn gezondheid. Bij zijn 65-jarige leeftijd schreef Mgr. Simonis:
"Van de heer S. van der Meer, benoemingsadviseur, heb ik gehoord, dat er alle reden voor is dat u uw werk inkrimpt en het wat kalmer aan gaat doen. Op mijn verzoek zal in de komende weken bezien worden hoe dit kan worden gerea-liseerd."
Jacques wilde wel graag een andere pastorale functie in het bisdom, doch daar werd niet positief op gereageerd. De benoe¬mingsadviseur schreef:
"Een nieuwe functie kan de bisschop u niet terstond aanbieden. Het is bijzonder moeilijk voor priesters van uw leeftijd en uw conditie een goede functie te vinden, ofschoon ik weet dat u die graag zou accepteren en daar¬toe in menig opzicht in staat zou zijn."
Op 2 november 1978 ontving hij de officiële ontslagbrief van bis¬schop A. Simonis.

Het was, in die jaren, zeer moeilijk om mensen van boven de 65 jaar geplaatst te krijgen in de zielzorg in Nederland. Er was nog een overschot aan priesters, met name ook vanwege oudere terugkerende missionarissen.
Velen van hen, zoals ook Jacques Visser, hebben in vier totaal verschillende werelden geleefd:
- de nederlandse voor-oorlogse periode met een stabiel traditioneel kerkbeeld;
- de koloniale tijd in Afrika;
- het 'Afrika ontwaakt', met opkomend nationalisme, onaf¬hankelijkheid en africanisatie;
- de post-vatikaanse kerk in een geseculariseerd Neder¬land.
Begrijpelijk, dat niet iedereen overal even gemakkelijk zijn weg hierin kon vinden.
Eveneens begrijpelijk dat de gezagsdragers in de kerk in Nederland dikwijls wat huiverig en terughoudend tegenover terugkerende missionarissen stonden.

Pater Jacques Visser kwam nu, op zijn 65ste, naar huize Tafel¬berg te Ooster¬beek. Voor deze communiteit van merendeels bejaarde missiona¬rissen was zijn komst een aanwinst. Jacques was opgeruimd, vriendelijk en hij liet anderen graag delen in zijn eigen opgeruimdheid, blijheid en geestigheid. Hij nam de zorg op zich voor de zondagsdienst in de kapel van de Tafel¬berg voor de mensen 'van buiten'. Bij de zusters Oblaten gaf hij een maandelijkse conferentie.

Gestorven.

Tien jaar heeft hij nog in deze communi¬teit mogen doorbren¬gen, al namen zijn krachten de laatste jaren zichtbaar af en begon¬nen zich allerlei physieke ongemakken te manifesteren. Ette¬lijke malen werd hij opgenomen in het ziekenhuis te Arnhem. Op 2 december 1988 is hij stilletjes heengegaan. De laatste tijd maakte hij het, naar omstandigheden, redelijk. Omdat hij zich daags ervoor niet zo goed voelde, ging overste Priems op deze tweede december 's morgens nog even kijken. Jacques voelde zich stukken beter. Rond 10 uur a.m. trof één van de dienst¬meisjes hem aan, zittend in een stoel op zijn kamer, doch overleden. Hij werd 75 jaar oud.

Op woensdag 7 december vond de plechtige uitvaartdienst plaats in de kapel van het missiehuis te Cadier en Keer. Provinciaal van Hoof ging voor in de concelebratie en klasgenoot Antoon van Hout hield de homilie. Hierna werd pater Jacques Visser be-graven op het nabijgelegen kerkhof van de Sociëteit.

Bronnen:
- Archief nederl. provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- A. van Hout sma in 'Onze Krant', nr. 79, maart 1989.