Imprimer

Société des Missions Africaines –Province de Hollande

PASCH Gerard van de né le 26 février 1920 à Uttecht
dans le diocèse d'Utrecht, Hollande
membre de la SMA le 15 juillet 1946
serment perpétuel le15 juillet 1953 
décédé le 15 avril 1980

1947-1948 Bemelen, imprimerie, cuisinier
1948-1960 peinture des maisons sma : Cadier en Keer,
Aalbeek, Londres, Oosterbeek
1960-1966 Oosterbeek, propagandiste
1966-1968 Hohoe (Ghana), constructions
1968-1971 Cadier en Keer, aide économe
1971-1976 Winneba, construction, puis hôtelier
1977-1980 Heerlen, centre missionnaire
il meurt subitement

décédé à Heerlen, Hollande, le 15 avril 1980,
à l'âge de 60 ans


Pater Gerard van de PASCH (1920 - 1980)

Geboren.

Gerardus Antonius Theodorus van de Pasch, zoon van Christiaan van de Pasch en Antonia Johanna Neerings, werd, als jongste kind van dit gezin, geboren te Utrecht op 26 februari 1920 en daags erna gedoopt in de paro¬chiekerk van de H. Martinus. Vader van de Pasch was (kunst)smid. Na overlijden van zijn vrouw, en moeder van Gerard, in maart 1932, hertrouwde hij later met Elisabeth Swagers. Zij zijn toen in Doorn gaan wonen.

Opleiding.

Na de lagere school en 1 jaar MULO werd Gerard, in januari 1935, als leerling-bakker aangenomen bij een broodbakkerij te Utrec¬ht. Later heeft hij ook gewerkt in banketbakkerijen te Utrecht en Harmelen. In december 1938 ging hij als postulant naar de broeders Maristen te Glanerbrug. Daar begon hij, in mei 1939, zijn noviciaat en zette dit voort te Ahmzen in Duits¬land. Doch in augustus 1939 verliet hij Duitsland en het klooster en trad in dienst als controleur bij gloei¬lampenfa¬briek 'Hollan¬dia' te Utrecht. Begin 1940 werd hij opgeroepen voor zijn militaire dienst¬plicht en moest zich op 5 februari voor de eerste oefening melden te Alkmaar. Doch spoedig hierna raakte ook Nederland direct betrokken bij de wereldoorlog: het land werd, in een paar dagen tijd, bezet door de duitsers. Na de capitulatie werd, op 29 juni 1940, aan Gerard van de Pasch groot verlof verleend. Hij trad opnieuw in dienst bij de vermelde gloei¬lampen¬fabriek en volgde vanuit Doorn, waar hij nu woonde, een sch¬rif¬telijke cursus boekhouden voor de prak¬tijk bij A.S.S.O. (Arnhemse School voor Schriftelijk Onder¬wijs). Hij nam ontslag in september 1943 en trad op 5 januari 1944 als broeder-postu¬lant in bij de Afrikaanse Missiën te Aalbeek. Hier maakte hij zijn twee-jarig noviciaat onder leiding van pater A. Roelofs en werd op 15 juli 1946 door eedaf¬legging lid van de Soci¬teit.

Missionaris.

In 1947 werd broeder Gerard van de Pasch benoemd voor het missiehuis te Bemelen waar hij kok werd en assisteerde in de drukkerij. Bemelen was echter een aflopende zaak. De drukkerij werd gesloten en alle activi¬teiten werden in 1948 overge¬plaatst naar het nieuw aangekochte huis 'de Tafelberg' te Oosterbeek. Gerard werd toen schilder. In 1950 verhuisde hij naar Oosterbeek en is, tot 1960, roulerend schilderend bezig geweest, samen met broeder Huub Verreussel, te Cadier en Keer, Aalbeek, Londen en Oosterbeek. Bij de brand van het missiehuis te Keer op 15 maart 1954, woonde hij met Huub Verreussel in het poortgebouw van de wijnkelder. Na de huur van Lilbosch zijn Jan Coolen, Kees Ligtvoet, Leo Op 't Hoog, Klaas Rubie, Huub Verreussel en Gerard van de Pasch daarheen gestuurd om alles voor te bereiden. Gerard van de Pasch was tevens de kok welke functie hij tot ieders grote tevredenheid vervulde.

In 1948 hernieuwde hij zijn eed. Er waren, volgens sommigen, wat bedenkingen bij zijn karakter: wispelturig, vrijpostig en opvliegend, bemoeizuchtig en ach¬terdochtig en zich steeds ten achter gesteld voelend bij, en dikwijls ook door, de paters, die zich dan beriepen op de verhevenheid van het priesterschap (doch er, helaas, niet altijd naar handelden). Doch zijn positieve eigenschappen, zijn bereidheid en oprechte wil, en zijn vaardigheden leidden, tenslotte, tot een positieve beoor¬deling en in 1953 werd hij blijvend lid van de Sociëteit door het afleggen van de eeuwige eed.
In december 1960 kreeg hij, na overleg, totaal ander werk. Hij werd benoemd voor propagandist en ging rond bij mensen, die een missiebusje hadden, om hun jaarlijkse missie¬bijdrage in ontvangst te nemen. Ruim vijf jaar lang heeft hij dat gedaan.

Begin 1966 ontving hij zijn benoeming voor de missie. Hij vertrok in april 1966 naar Ghana, naar het bisdom Keta-Ho. Vanuit Hohoe assisteerde hij Piet de Vries bij zijn bouwacti-viteiten. Hij had een moeilijke beginperiode. Hij raakte betrokken bij een auto-ongeluk, kreeg malaria, had aanpas¬singsmoeilijk¬heden en de samenwerking liet te wensen over: hij raakte zijn houvast kwijt. In het begin was het vooral schil¬derwerk. Lovend commentaar over zijn schilderen van de St. Franciskapel van Hohoe deed hem goed, doch de bedoeling, dat hij in de toekomst zelf¬stan¬dig bouwprojec¬ten zou begeleiden en supervi¬seren, schrok hem af. Dit leek voor Gerard te hoog gegrepen. Hij schrok terug voor deze verantwoordelijk¬heid. Hij correspondeerde hierover met provinciaal Florack, deed nog karweitjes voor de missie te Kpandu en St. Paul's college te Denu. Uiteindelijk is hij op 27 februari 1968 vertrok¬ken, terug naar Nederland.

Hier werd hij benoemd voor het missiehuis te Cadier en Keer om overste Ben Gootzen, die tevens econoom van het huis was, te assisteren. Dit heeft hij een paar jaar gedaan. Op eigen verzoek werd, na overleg, broeder van de Pasch op¬nieuw voor Ghana benoemd, doch in Sociëteits¬verband. In okto¬ber 1971 vertrok hij naar Winneba, waar regio¬naal Harrie van Hoof een nieuw gasten¬ver¬blijf ging bouwen. Gerard zou hem hierbij assisteren. Na voltooiing van de bouw kreeg hij de dagelijkse leiding van deze nieuwbouw met de titel 'manager of the guest¬house'. Opvang van de gas¬ten, supervisie over onder¬houd en keuken, inkoop van levens¬middelen en de hierbij horen¬de finan¬ciële administratie, werden zijn werk¬zaamheden.

Op 8 mei 1976 kwam Gerard definitief terug naar Nederland. Na vakantie ging hij eerst naar huize Tafelberg te Oosterbeek.
Vanaf 15.01.1977 werkte en woonde hij in Heerlen in het Missi¬onair Centrum, dat gevestigd was in een groot gebouw aan de Gasthuisstraat, toebehorend aan de zusters Franciscanessen. Officieel kreeg hij een dienstverleningscontract als onder¬houdsmonteur. In feite was hij de permanente vaste bewoner, die inderdaad verantwoordelijk was voor het toezicht op het gebouw, doch ook de staf assisteerde met allerlei taken en klusjes. Gerard deed dat met toewijding. Hij was zich bewust van zijn sleutelpositie en zijn sleutels, in letter-lijke zin. Hij scheen 'bezeten' door sleutels, ook in Ghana en daarvóór al, in niet geringe mate, in Keer. In Heerlen namen ze in zijn leven ook een steeds belang¬rijker plaats in.

In korte tijd had Gerard een geheel eigen positie verwor¬ven in het Missionair Centrum, die doolhof van activiteiten, van komende en gaande mensen en .... van kinde¬ren. Want Gerard was een kindervriend en de kinderen hielden van hem.

Gestorven.

Plotseling kwam zijn einde. Hij was bezig in de stencilkamer op 15 april 1980. Plotseling zakte hij in elkaar ... en was overleden. Hij werd 60 jaar.
Onder enorme belangstelling is hij op zaterdag 19 april 1980 te Cadier en Keer begraven. Pater Harrie Hoeben, oud-direc¬teur van het Missionair Centrum, ging voor in de concele-bratie in de kapel van het missiehuis, geassisteerd door leden van het SMA-provinciaal be-stuur en stafleden van het Missio¬nair Cen¬trum.

Toen het Missionair Centrum zijn activiteiten voor vluchtelin¬gen en asielzoekers in een stichting wilde onderbrengen, heeft het deze, in dankbare herinnering, de "Gerrit Pasch stichting" genoemd, naar deze bezielde werker, die hier zijn plaats gevon¬den scheen te hebben en op geheel eigen wijze een plaats innam in het Cen¬trum tussen stafleden, medewerkers, vrijwilli¬gers en bezoe¬kers.

Bronnen:
- Archief Nederl. Provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- 'Onze Krant' nr. 44, juni 1980.
- Meindert Muller in 'Missie in Aktie' 1997/4.