Imprimer

Société des Missions Africaines – Province de Hollande

MUIJSER Jacob Mgr né le 9 mai 1896 à Den Haag
dans le diocèse de Haarlem (Hollande)
membre de la SMA le 18 octobre 1920
prêtre le 20 février 1921
décédé le 16 avril 1956

1921-1955 Faquous, curé
1945 ordonné higoumène
1955-1956 Rome, généralat

décédé à Rome, Italie, le 16 avril 1956,
à l’âge de 59 ans


(biographie en hollandais à la suite)

Monseigneur Jacob MUIJSER (1896 - 1956)

A Rome, le 16 avril 1956, retour à Dieu de Monseigneur Jacob Muijser, hygoumène de la Sainte Eglise et Apôtre de l'unité, à l'âge de 59 ans.

Né dans le diocèse de Rotterdam, en Hollande, le 9 mai 1896, Jacob Muijser était étudiant à l'Université de Fribourg en Suisse quand il résolut de consacrer sa vie à l'union des chrétiens. Déjà très versé en arabe et diplômé des Sciences Orientales, Jacob Muijser arrivait en Egypte en 1920. Il avait demandé à être admis aux Missions Africaines et à partir pour l'Egypte. Il fut ordonné prêtre en février 1921, à Alexandrie.

Le père Muijser, qui sera bientôt aidé par les pères Kengen et Scandar, se mit à parcourir la province de Charkia, fixant d'abord deux centres, Zagazig et Facous, qui sera bientôt sa résidence définitive. Dès le début, il se lança dans son œuvre d'unité, s'efforçant de nouer d'excellentes relations avec tous les chrétiens et même avec les musulmans. Tout en évangélisant, il continuait à s'instruire en arabe. Son confrère d'alors, actuellement Mgr Scandar, évêque d'Assiout, nous le décrit: "Sa valise à la main, un livre de l'autre, il arpentait les routes. Il voulait tout savoir, ne perdait jamais un instant, s'instruisait, approfondissait. Fort tard dans la nuit, il continuait ses études. Enfin, il se jetait sur son lit jamais défait, roulé dans son manteau, au milieu des paquets et des livres. Vie d'ascète: minimum de confort dans l'habillement, l'ameublement, la nourriture. Pris par ses études, il en oubliait de manger. Un bout de pain, du fromage ou un oignon, et voilà..."

Son but, sa seule préoccupation était de gagner les Coptes à l'unité. Il est devenu plus copte que les Coptes, si bien que c'est chez lui que beaucoup d'entre eux et même les membres du patriarcat orthodoxe venaient finalement s'instruire de leurs propres traditions. Son idéal était de vivre tout à fait à la copte: vie, usages, coutumes et même la nourriture. Ce ne sont pas les riches qu'il a voulu imiter, mais les pauvres. Que de fois, pour plaisanter, ses confrères l'appelaient "le père Job" ou "Benoît Labre". Il en riait de bon cœur.

En février 1954, le père Muijser était élevé à la dignité d'hygoumène par sa Béatitude le patriarche Marcos Khouzam. L'hygouménat est dans l'église copte un ordre intermédiaire entre l'épiscopat et le sacerdoce. C'était la consécration de 25 ans de renoncement, de zèle, d'études, d'amour du père au service de l'Eglise copte et de la cause de l'unité.

A Facous, le père Muijser construisit une église qui est non seulement du goût copte le plus pur, mais qui constitue comme une synthèse de la spiritualité copte à travers les âges. Nombreux sont les articles que le père Muijser a fait paraître dans les revues les plus savantes. Il a publié en Hollande un ouvrage de plusieurs tomes sur la piété des Coptes envers la Sainte Vierge. On lui doit un catalogue des manuscrits coptes. Il a laissé en mourant de nombreuses notes et une importante bibliothèque. En septembre 1955, Mgr Muijser venait à Vienne, en Autriche, pour un congrès de papyrologues. Au retour, il poursuivit ses recherches à la Bibliothèque vaticane. Le Saint-Siège lui avait demandé la révision du missel copte. Mais le grand missionnaire est miné par un terrible cancer. Il mourut à la maison généralice, à cette époque-là via dei Gracchi.


Monseigneur Jacob MUIJSER (1896 - 1956)

Afkomst.

Jacob Louis Lambert Muijser, zoon van Jacob John Marcus Egber¬tus Muijser en Henriëtte Antonis Maria Beernink, werd geboren in Den Haag op 9 mei 1896. Jacques, zoals hij als kind thuis genoemd werd, was het derde kind en de oudste zoon. Vader had een hoge functie als Rijksambtenaar. Op 15 oktober 1901 ver¬loor hij zijn moeder.

Opleiding.

Na de lagere school volgde hij het gymnasium bij de paters Jezuïeten te Katwijk van 1908 tot 1914, waar ook zijn vader de middelbare opleiding had gehad. Na een jaar bij de Norbertij¬nen in Heeswijk, trad Jacques in bij de Witte Paters in Boxtel in 1916 voor zijn noviciaat en philosophie. Toen in 1918 bleek dat hij vanwege medische redenen niet naar Afrika zou kunnen, verliet hij de Congregatie van Kardinaal Lavigerie en ging naar de universiteit van Freiburg in Zwitserland (1918-1919). Hij was bij de Witte Paters reeds begonnen met de studie van de arabische taal en deze stond naast philosophie en theologie ook op zijn lesrooster in Freibourg; evenals archeo¬logie, hebreeuws en sanskriet.

Op 18 oktober 1919 trad hij in bij de Afrikaanse Missiën in Lyon. Daar werd hij bijna meteen, met vele anderen, getroffen door een epidemie van dysenterie en kwam daardoor in contact met Alexandre Scandar, een Egyptenaar, de ziekenverzorger van de seminaris-ten.

Père Chabert, pas gekozen als Algemeen Overste, had als missi¬onaris gewerkt in Egypte. Hij kwam bij Jacques Muyser om wat informatie in te winnen over de universiteit van Freiburg. Hij zag op tafel een arabische grammaire en dictionaire en vroeg meteen of Jacques arabisch kende. Hij verliet de kamer met de belofte: 'Ik ga jou naar Egypte sturen!'.

Op 6 juli 1920 schreef père Chabert naar père Pagès, de S.M.A. overste in Egypte:
"Monsieur Muyser est un sujet de très grande valeur. Il est Hollandais. Je voudrais que vous le mettiez de suite à l'arabe; il est destiné à la mission des Coptes".
Op 20 augustus schreef Algemeen Overste Chabert aan Mgr. Girard S.M.A., de Apostolisch Vicaris van het Boven-Nijl gebied:
"Nous allons vous charger d'une mission pour la conversi¬on des Coptes de votre vicariat... J'envoie un Hollan¬dais, le père Muyser, un excellent sujet, très doué pour les langues... On lui donnera un professeur d'arabe".

Op 28 augustus 1920 scheepte Jacques Muyser als seminarist in voor Egypte waar hij op 5 september in Alexandrië aankwam. Vandaar ging hij naar Zagazig om zijn studies voort te zet¬ten. Op 10 oktober 1920 werd hij aangenomen als lid van de Soci¬teit voor Afrikaanse Missiën. Op 20 februari 1921 werd hij door Mgr. Brianti, bis¬schop van Alexandrië en tevens Aposto¬lisch Delegaat, priester gewijd. Vanaf dat moment was het "Abouna Yacoub".

Missionaris.

Kort samengevat kunnen we zeggen dat pater Jacob Muyser 34 jaar lang, voornamelijk vanuit Facous, hoofdplaats in het land van Gessen, "een apostolisch leven heeft geleid van gebed, studie en onderzoek" (G. Viaud). Hij leidde een ascetisch leven, was tevreden met een minimum aan behuizing en meubi¬lair en hij was zeer sober in kleding en eten.

Abouna Yacoub Muyser werd 'Kopt met de Kopten' en in 1945 door de Koptisch-katholieke Patriarch Marcos Khouzam verheven tot de waardigheid van Hygomeen.
"De naam higoemeen (of Hygomeen JvB) duidt in de kopti¬sche ritus niet slechts op een titel of op een ambt, maar veeleer op een deelname aan de volheid van het priester¬schap in het episcopaat. De higoemeen ontvangt namelijk een wijding, die hem door de bis¬schop wordt toege¬diend onder een pontificale H. Mis, waar¬door hij in de kerke¬lij¬ke hiërarchie een plaats krijgt tussen de bis¬schop en de gewone priester, en een zeker gezag over een groep priesters van het diocees" (zie Dr. Vitus van Bussum O.F.M. Cap. in Tijdschrift 'Het Christelijk Oosten en Hereniging', Jrg. 10, afl. 1, pg. 42.

Talrijk zijn de publicaties van de hand van pater Jacob Muij¬ser, waarvan het meest bekend: "Les gloires de Marie dans l'Eglise d'Alexandrie", ver¬taald in het nederlands: "Maria's Heerlijkheid in Egypte".
Een lijst van zijn publicaties, samengesteld door pater A.J.J. Schoonen S.M.A., wordt hierbij gevoegd.

Gestorven.

In september 1955 nam pater Muyser deel aan een internatio¬naal congres van Papyrologen te Wenen in Oostenrijk. Op de terugweg verbleef hij voor enige tijd in het moederhuis van de Socië¬teit in Rome om nog wat verder onderzoek te doen in de Vati-caanse bibliotheek. Tijdens zijn verblijf daar werd hij ziek en de dokter constateerde kanker. Na een langdurige en pijn¬lijke ziekte is pater Jacob Muyser daar toch nog plotseling gestor¬ven. Pater Spampinati trof hem, licht voorovergebogen, dood in zijn stoel aan op 16 april 1956. Hij was 60 jaar oud. Hij is in Rome begraven in het S.M.A. graf op de Campo Verano, dicht bij de basiliek van St. Laurentius.

Bronnen:
- Archief Nederl. Provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- N. Douau: Biographies Missions Africaines 16.04.1956.
- Zacharias Remiro s.m.a. in 'Afrika Ontwaakt' juni 1956 pg. 103 - 105.
- Dr. Vitus a Bussum OFM Cap. in "Het Christelijk Oosten en Hereniging", jrg. 10 afl. 1.
- Gérard Viaud SMA: Le qommos Jacob Muyser, apôtre de l'unité en terre de Gessen (1997) 32 pg.
- J. ter Linden in 'Onze Krant' juni 1966.