Imprimer

Société des Missions Africaines –Province de Hollande

OOIJEN Rudolf van né le 1er mai 1892 à s-Hertogenbosch
dans le diocèse de 's-Hertogenbosch, Hollande
membre de la SMA le 20 juillet 1918
prêtre le 11 juillet 1920
décédé le 28 avril 1975

1920-1922 Blitterswijck
1922-1925 missionnaire au Ghana
1926-1931 Blitterswijck, directeur spirituel puis supérieur
1931-1933 Bemelen, supérieur
1933-1968 missionnaire au Ghana, diocèse de Kumasi
1968-1975 Oosterbeek, retiré

décédé à Arnhem, Hollande, le 28 avril 1975,
à l'âge de 83 ans


Pater Rudolf VAN OOIJEN (1892 - 1975)

Afkomst.

Rudolphus Wilhelmus Josephus Maria van Ooijen, zoon van Huber¬tus van Ooijen en Johanna de Groot, werd geboren te 's Herto¬genbosch op 01.05.1892. Hij kwam uit een aannemersfamilie.
Over zijn jeugd zijn geen gegevens aanwezig in ons archief.

Opleiding.

Ruud van Ooijen was 21 jaar toen hij zich in 1913 te Cadier en Keer meldde en daar twee jaar gestudeerd heeft voor hij, in 1915, vertrok naar Lyon voor zijn hogere studies. Volgens gegevens moet hij de eerste jaren van zijn seminarietijd gestudeerd hebben bij de Montfor-ta¬nen te Schimmert.

Van 1915 tot 1920 studeerde hij, met een viertal nederlandse klasgenoten, philosophie en theologie te Lyon. Daar werd hij lid van de Sociëteit door eedaflegging op 20 juli 1918 en werd hij door Mgr. Moury S.M.A. op 11 juli 1920 priester gewijd. Hiervoor had hij, eveneens te Lyon, daags na de eedafleg¬ging de lagere wijdingen ontvangen van de algemeen overste Mgr. Duret, terwijl hij door Mgr. Steinmetz S.M.A. in januari en maart 1920 achtereenvol¬gens tot subdiaken en diaken gewijd was.

Missionaris.

De Sociëteit had juist een huis geopend te Blitterswijck om daar een broederopleiding te beginnen. Pater Ruud van Ooijen werd hiervoor benoemd tot staflid.

Na twee jaar mocht hij vertrekken naar Afrika en kwam op 5 december 1922 te Cape Coast aan. Daar vernam hij van Mgr. Hummel, dat hij benoemd was voor de missie van Axim, waar zijn landgenoten Molenaars en Dumoulin begraven lagen en de Elzas¬ser vete-raan-missionaris Joseph Stauffer, reeds sinds 1900 in de Goudkust, pastoor was.

In 1924 kwam er onverwachts een hele verandering in de situa¬tie, zoals dat zo dikwijls in de missiegebieden gebeurde. Mgr. Hummel van Cape Coast stierf plotseling op 13 maart 1924 en, omdat de overleden bisschop geen andere voorzieningen getrof¬fen had, werd volgens de geldende voorschriften pater Stauf¬fer, oudste priester van het vicariaat, als pro-vicaris belast met de leiding van het bisdom. Op 22 maart vertrok hij met het
jacht van de handelsfirma Swanzy naar Cape Coast. Het toeval wilde dat ook Ruud van Ooijen met hetzelfde jacht 'Sunbeam' naar Accra ging voor een blindedarmoperatie. In mei was hij terug in Axim, waar hij nu alleen was totdat in december 1924 pater Rudolf Hoeppner, die vroeger reeds in de Nzema gewerkt had doch sinds de oorlog grieks leraar was geweest te Cadier en Keer, arriveerde en overste van Axim benoemd werd. Doch reeds een half jaar later keerde deze ziek terug naar Europa en hervatte zijn griekse lessen te Cadier en Keer. Opnieuw was die andere Rudolf alleen te Axim. Helaas moest ook hij aan het eind van dat jaar 1925 ziek terugkeren naar Nederland.

Enkele maanden na aankomst werd hij benoemd tot geestelijke leider van de broedersopleiding te Blitterswijck en reeds in juni 1926 tot overste. Hij was handig en knutselde graag. In zo'n oud kasteeltje als Blitterswijck was altijd wel werk aan de (timmer)winkel. Na de provinciale vergadering van 1931, waar hij als overste van Blitterswijck 'ex officio' aan deel¬nam, werd hij benoemd tot overste van Bemelen, waar toen het provincialaat en de administratie gevestigd waren, en ook de philosophie.

Na de bisschopsbenoeming van provinciaal Paulissen waren die twee het spoedig eens en pater van Ooijen ontving zijn benoe¬ming voor het missiegebied van de nieuwe bisschop. Op 2 mei 1933 vertrok hij naar zijn nieuw missiegebied te Kumasi. Na bijna een jaar in de stad Kumasi om zich weer in te werken en de taal te leren, ging hij naar Berekum om George Fischer tijdens zijn vakantie te vervangen. Daarna ging hij, in maart 1935, als eerste residerende priester naar Techiman. Eind 1938 had hij, volgens de toenmalig geldende regels, op vakantie gekund, doch hij was nog zo druk doende met de organisatie van de Techiman parochie en andere belangrijke zaken, dat hij meende hiervoor toen nog geen tijd te hebben. Oud-provinciaal Mouren, waarvan hij enkele jaren tevoren toestemming kreeg terug te keren naar Afrika, was juist aangekomen. Omdat het bijna 30 jaar geleden was dat hij Nigeria ziek had verlaten, zou hij eerst enige tijd bij pater van Ooijen verblijven om zich in te werken en daarna van hem overnemen. Doch toen was het te laat voor pater van Ooijen om nog op vakantie te gaan: de oorlog was uitgebroken en dit maakte transport naar Neder¬land onmogelijk. Voor wat rust en verande¬ring van klimaat ging hij in november 1939 naar Sansan¬ne Mango in Togo, de parochie van zijn stadsgenoot Emmanuel Kennis, die alleen zat in dat deel van de missie omdat zijn Elzasser collega's waren opge¬roepen om in het leger het land te dienen. Daar bleef hij een half jaar. Na de onver¬wachte dood van pater Cup kwam hij snel terug om diens plaats te Kwesibuok¬rom in te nemen. Een ander sterfge¬val in 1942 bracht opnieuw ver¬schuivingen teweeg. Pater Mouren werd verplaatst baar Obuasi en pater van Ooijen ging terug naar Techiman.

Als een van de eersten ging hij in 1946, na dertien jaar Afrika, terug naar Nederland. Na terugkeer werd hij eerst benoemd voor Konongo en ontving, na anderhalf jaar, een benoe-ming voor Sampa, een vooruitgeschoven post aan de grens met de Ivoorkust. Het verhaal ging dat een afgodspriester gezworen had dat in die plaats geen blanke het een vol jaar zou overle¬ven. Pas na een jaar kreeg hij het 'welkom' van de bewoners.

In 1953 kwam hij terug naar Nederland op vakantie. Hij meende van de bisschop begrepen te hebben, dat het zo langzamerhand tijd werd voor 'die ouden' om op te stappen. En pater van Ooijen wilde niemand tot last zijn, of voor de voeten lopen. Thuis keek hij om zich heen en werd in november 1953 rector bij zusters te Zeddam. Doch na enkele jaren werd hij gevraagd om terug te gaan naar het Kumasi bisdom, waar in Duayaw Nkwan¬ta door de missie een ziekenhuis was geopend door een Ameri¬kaans artsenechtpaar en enkele nederlandse verpleegsters. Vijf jaar heeft hij daar gewerkt en was tevens een bindende factor tussen het ziekenhuispersoneel. Hier ook vierde hij zijn 40-jarig priesterjubileum. Daarna heeft hij nog gewerkt in Hwi¬diem, waar het bisdom eveneens een ziekenhuisje geopend had, en te Kokofu, waar de Medische Missiezusters een melaatsenkamp verzorgden.

In september 1968 nam pater van Ooijen definitief afscheid van Ghana. Overal had hij kerkjes en schooltjes gebouwd. Daarnaast was hij een klokken- en uurwerkenspecialist. Hij assisteerde, toen de klokken voor de kathedraal van Kumasi operationeel gemaakt moesten worden. In 1965 had Henk Soutberg, pastoor van Axim, bij gele¬genheid van zijn zilveren priesterjubileum, al zijn voorgangers te Axim uitgenodigd: ook pater Ruud van Ooijen. Bij de borrel na de Mis werd hij vermist en gevonden in de kerk: hij had gezien dat de godslamp, die hij in 1922 had meegebracht, scheef hing en dat moest eerst rechtgezet worden! Doch vooral door zijn opgeruimd karakter, zijn inne¬mende goedheid betekende hij veel voor de mensen, met name ook zijn collega-missionarissen in missie en ziekenhuis. Hij was een vriendelijke en gezellige confrater en had veel vrienden.

In huize Tafelberg te Oosterbeek kreeg hij een kamer aan de zuidzijde met een blinde muur aan de andere kant. Hierop had hij snel een grote zonnewijzer aangebracht. Weer- en sterre¬kun¬de was eveneens een hobby van hem.
Deze tachtigjarige maakte zich ook verdienstelijk door met de negentigjarige en half-blinde pater Mouren te gaan wandelen en hem te assisteren bij het lezen van de H. Mis. Opnieuw hadden ze elkaar ontmoet! Aan tafel zat hij naast pater Mouren en assisteerde hem bij het klaarmaken van zijn boterham, goedge¬luimd murmelend: "oude mensen hebben geen geduld", als Mouren al nijverig om zich heen voelde of bestek, kop en bord wel op hun plaats aanwezig waren.

Overleden.

Twee dagen voor zijn 83ste verjaardag is hij vrij plotseling overleden in het ziekenhuis te Arnhem op 28 april 1975, 's-avonds om half tien. Daags ervoor was hij nog op bezoek bij familie in Nijmegen. Daar kreeg hij het benauwd en liet zich terugbrengen naar Oosterbeek. De huisarts liet hem 's-avonds laat nog per ambulance naar het ziekenhuis brengen, doch het heeft niet meer mogen baten. Hij raakte snel in coma en is de volgende avond overleden, drie maanden na pater Mouren.
Het enigste waar hij de laat¬ste jaren wel eens over klaag¬de, was 'hooi¬koorts' wat hem benauwde momenten bezorgde. Achteraf bleek, dat hij het jaar ervoor, tijdens een vakantie in Frank¬rijk, ook al een lichte hartaan¬val gehad had.


Op vrijdag twee mei 1975 is hij, na een plechtige Eucharistie¬vie¬ring in de kapel van het missiehuis te Cadier en Keer, aldaar op het kerkhof begraven.

Hij hield niet van poespas. Daarom, volgens zijn laatste wilsbeschikking, een heel eenvoudig gedachtenisprentje:
"Laat alle gezwam weg .... op de voorkant een kruis .... slechts twee teksten ..... Deze twee teksten geven mijn opvatting van het missionaris-zijn weer, en beschrijven ook mijn gehele leven in Afrika".

Bronnen:
- Archief Nederl. Provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- J. van Brakel: SMA Missionary Presence in the Gold Coast, vol. II, pg. 290; vol. III, pg. 13.
- J. van der Kooij in 'Afrika Ontwaakt' 1961, pg. 23.
- J. ter Linden in 'Onze Krant' juni 1975.
- Denis Whelan S.M.A. in 'Terre d'Afrique - Messager' Mai - juin 1975.