Imprimer

Société des Missions Africaines - Province de Hollande

van-den BRONK Andre né le 24 décembre 1907 à Velsen
dans le diocèse de Haarlem, Hollande
membre de la SMA le 29 juillet 1928
prêtre le 19 décembre 1931
évêque le 29 décembre 1946
décédé le 13 mai 1997

1932-1938 Ghana, Cape Coast et Accra
1938-1940 Rome, études de droit canonique
1940-1942 Cape Coast, secrétaire de l'évêque
1942-1946 Accra-Achimota
1946 nommé coadjuteur de Mgr Girard
au delta du Nil, le 30 juillet
1946 sacré évêque à Cape Coast le 29 décembre
1950-1952 vicaire apostolique du delta du Nil
1952-1962 évêque de Kumasi, Ghana
1962-1964 consulteur à Rome
1964-1976 évêque de Parakou, Bénin
1976-1991 Parakou, retiré comme "frère André"
1991-1993 Oosterbeek, retiré
1993-1997 Cadier en Keer, retiré

décédé à Cadier en Keer, Hollande, le 13 mai 1997
à l’âge de 89 ans


Bishop André van den BRONK (1907 - 1997)

Geboren.
Andreas Nicolaus Antonius, zoon van Andreas Nicolaus van den Bronk en Maria Wilhelmina Oudhaarlem, werd geboren te Sant¬poort-Zuid in de gemeente Velsen op 24 december 1907 als oudste in een tuindersgezin van 12 kinderen, waarvan 7 jongens en 5 meisjes. André's jongere broer Jacques volgde hem later naar Cadier en Keer, doch werd eerst onderwijzer, voordat hij in Kumasi door zijn broer priester gewijd werd. Zijn zus Kitty, ongetrouwd, verzorgde jarenlang de huishouding van haar broer.

Opleiding.

Tijdens de lagere school noemde zijn tante, onderwijzeres, André de lastigste jongen van de klas. Hoofdonderwijzer Com¬mandeur heeft hem eens met een zg.landkaartstok van onder het ijs uit getrokken. In 1921 kwam André naar het missiehuis te Cadier en Keer, waar hij in vijf jaar zijn middelbare oplei¬ding deed. Philosophie studeerde hij te Chanly, waar hij op 29 juli 1928 door eedaflegging lid werd van de Sociëteit voor Afrikaanse Missiën. Het oordeel van de staf over de toen twintigjarige jongeman was:
"Aspirant pieux - d'une piété dont les manifestations extérieures sont parfois exagérées -; ponctuel; intelli¬gent et travailleur dévoué, mais paradoxal, excentrique, cherchant á se distinguer partout mais surtout dans le domaine des idées".
Hierin herkennen we hem, zijn leven lang!

Hierna begon hij zijn theologie te Bemelen in 1928 en ging in 1929, na de overname van het Jezuïetenseminarie "Ore Place' te Hastings door de S.M.A., naar Engeland om daar zijn theologie verder af te maken. Tijdens het vierde jaar werden hij en het merendeel van deze klas van veertien nederlandse S.M.A.-leden op 19 december 1931 priester gewijd in de kapel van het semi¬narie te Hastings door Mgr. Peter Amigo, bisschop van South¬wark.

Missionaris.

Op 29 september 1932 vertrok pater André van den Bronk naar Afrika. Hij was bestemd voor het vicariaat van de Goudkust. Na een paar maanden inleiding te Elmina, werd hij benoemd voor het seminarie te Amisano. Na een jaar werd hij benoemd voor de buitenstaties van Elmina, doch drie maanden later moest hij plotseling naar Tarkwa, waar de pastoor ziek geworden was.
In februari 1935 werd hij benoemd tot pastoor van de H. Hart parochie, toentertijd de enigste, in de hoofdstad Accra. Hieronder viel ook de zorg voor Achimota, het prestigieuze onder¬wijsinstituut. Reeds toen was pater van den Bronk bekend om zijn kennis van het Fanti, een inlandse taal, beho¬rend tot de Akangroep. Spoedig gaf hij dan ook les hierin aan het Achimota College en werkte mee aan publicaties en verta¬lingen ten behoeve van de kerk (bijbel, catechismus etc.)

In 1938 zond zijn bisschop hem naar Rome om er kerkelijk recht te studeren. Kort voor de oorlogsverklaring van Italië aan Frankrijk heeft hij nog kans gezien Italië te verlaten. Hij onderbrak zijn studies en slaagde erin, met durf en vinding¬rijkheid, te vertrekken vanuit Marseille op 3 mei 1940 en bereikte pas Accra in augustus. Een jaar later gaf hij een lezing aan de Achimota St. Thomas Aquinas Club: '100 days journey from Rome to Accra'.
Pater van den Bronk werd benoemd voor Cape Coast als assistent van de kathedrale parochie en tevens als secretaris van de bisschop, die toen nog op dezelfde missieheuvel resideerde. In augustus 1941 werd André overste van de missie in Cape Coast. In 1942 werd hij officieel aangesteld als staflid van het univer¬siteitscollege van Achimota. Hij werd leraar in een aantal profane vakken, waaronder inlandse taal, en moderator van de katholieke studenten. Ook was hij een vaak gevraagde 'inval¬ler' bij vacatures wegens ziekte of vakantie.

In 1946 werd hij benoemd tot titulair-bisschop van Tentiri en co-adjutor van Mgr. Girard, apostolisch vicaris van de Nijl-Delta in Egypte, met als speciale taak het apostolaat onder de geünieerde Kopten. Het schijnt dat de invloedrijke kardinaal Tisserant nogal invloed heeft gehad op deze benoeming. Of¬schoon zelf fransman, wilde deze graag wat minder aandacht voor de opmars van de franse cultuur door de (franse) missio¬naire staf en meer aandacht voor de koptische ritus.

Op 29 december 1946 werd André van den Bronk in de kathedraal te Cape Coast door zijn engelse bisschop Mgr. W.Th. Porter S.M.A. tot bisschop gewijd, geassisteerd door de canadese Mgr. Oscar Morin W.P. van Tamale en de elzasser Mgr. Jos. Strebler S.M.A. van Lomé. Als wapen koos de bisschop een schild met kruis en 12 kwartels, symbool van geestelijk voedsel "AD SANITATEM GENTIUM" ('tot heil van de volkeren'. Acht klasgeno¬ten van André van den Bronk, werkzaam in Ghana, waren bij de wijding aanwezig. Minder prettig was de daarop volgende nacht. De meesten, die hadden aangezeten aan het diner, leden aan buikkrampen en maagklachten: diarree vanwege voedselvergifti¬ging (voedsel uit blik?).

Na afscheid van de Goudkust en een bezoek aan Nederland, vertrok de Mgr. van den Bronk naar zijn nieuw werkterrein in Egypte. Hij verdiepte zich in de Koptische ritus en heeft hierover later ook een aantal artikelen gepubliceerd o.a. in Afrika Ontwaakt. Ruim 3 jaar later, op 25 april 1950, werd hij benoemd tot aposto¬lisch vicaris van de Nijl-Delta, met resi¬dentie in Heliopolis.

Geheel onverwachts kwam zijn benoeming, op 15 mei 1952, tot bisschop van Kumasi in de Goudkust, dat op weg was naar de onafhankelijkheid. Na het Eucharistisch Congres te Kumasi in 1951 nam Mgr. Paulis¬sen, mede onder kerkelijke druk, ontslag om ge-zondheidsredenen. Er was een strijdbare nationa¬listi¬sche groep in Ashanti, die ook graag voor de kerk een afrikaan aan het hoofd wilde zien, zoals Kwame Nkrumah nu de regeringslei¬der was. Kumasi had echter nog nauwe¬lijks inlandse pries¬ters. Dan maar een engel¬se bisschop, was hun mening. Het engelse systeem bevorderde sneller het hoger onderwijs, ter¬wijl het franse systeem, waaronder de S.M.A. bisschoppen Hauger, Herman en ook Mgr. Paulissen, de nadruk legden op lager en technisch onderwijs voor iedereen en in alle plaatsen.

Reeds op 10 maart 1947 schreef de apostolisch dele¬gaat Mgr. David Mathew aan provinciaal Hein Mondé:
"As you can well image, the Ashantehene and some Kumasi Catholics as I met, pressed strongly that Mgr. Paulissen should eventually be succeeded by an English Bishop. This is a suggestion which I am disposed to resist. At the same time, I feel that the next Bishop should be a man of unusual adaptability, experience and culture, in order to deal successfully with a rather difficult situation. It is the post which, from all accounts of him, would seem to be best fitted for Mgr. van den Bronk. He has a posi¬tion as a scholar which no other missionary in the Gold Coast approaches'.
Vier jaar later, vrij kort na de ontslagaanvrage van Mgr. Paulissen, werd Mgr. van den Bronk overgeplaatst van Heliopo¬lis in Egypte naar Kumasi in de Goudkust.

Het broeide in Kumasi. Het land was hevig in beweging. Natio¬nalisme vierde hoogtij en het koloniale systeem liep op zijn laatste dagen. De Goudkust, op weg naar het onafhankelijk Ghana, kreeg reeds een eigen regering. Waarom de kerk niet? Door een kleine doch actieve groep werd hiervoor actie ge¬voerd, dat na het vertrek van Mgr. Paulissen steeds intensie¬ver werd. Mede door paniekerig en ontactisch optreden van de vica¬ris werd het er niet beter op. De benoeming van Mgr. van den Bronk bracht in Kumasi veel beroering teweeg. De benoemde bisschop was zich hiervan bewust en wist dat hem een 'warm' onthaal te wachten stond. Hij reisde zo snel mogelijk naar Afrika af en ging daarna via Cape Coast met aartsbisschop W.Th. Porter en diens vicaris-generaal Toon van Hout naar Kumasi, waar ze enige tijd eerder arriveerden dan gepland was zodat ze rustig het bisschopshuis bereikten, voordat de ge¬plande weg¬versperringen waren aangebracht. Onmiddellijk werd de Ashanti¬hene ingelicht, die met zijn gevolg kwam om de nieuwe bisschop te begroeten. Hij trad ook met gezag op toen de toestro¬mende joelende menigte met stenen begonnen te gooi¬en. Mgr. van den Bronk bleef rustig en kalm: toen, en ook in de daarop volgende angstige en spannende tijd.

Bisschop van den Bronk bleef zijn eigen koers volgen, soms tegen het advies van de aartsbisschop en anderen in. Door geduld en argumenta¬tie dacht hij de zaak te kunnen oplossen. Het bleef onrustig, zowel politiek als kerke¬lijk. De 'anti-Bronk' groep werd een begrip. Er ontston¬den agita¬tie en relle¬tjes. De staf van de bis¬schop werd tij¬dens een dienst door het openstaand raam wegge¬pikt en in gedeelten, in gereedstaande auto's, in verschillen¬de richtin¬gen weggere¬den.
Geregeld werden bommetjes geplaatst en tot ontploffing ge¬bracht. Dit alles leidde tot poli-tie-inter¬ven¬tie. Op advies van velen trad de bis¬schop einde¬lijk, in het begin van mei 1954, op en excom¬mu¬ni¬ceerde een aantal rel¬schop¬pers, elf in to¬taal. Daarna ging hij op vakantie naar Neder¬land.

In juli 1954 werd een aanslag gepleegd op het leven van pater Henk Smeele, pastoor van de kathedrale parochie. In de kranten stond op de voorpagina: "Roman Catholic Priest butche¬red". Henk zelf schreef later hierover:
"Ongelooflijk, hoeveel mensen me in het ziekenhuis zijn komen bezoeken en de brieven en telegrammen, die ik ontvan¬gen heb".
De schrik zat er wel goed in. Iedereen trouwens leefde in spanning. 's Avonds liep niemand meer alleen buiten en ieder¬een had een zaklan¬taarn bij zich. Voordat ze naar buiten gingen, keken ze eerst voorzichtig links en rechts of het wel veilig was. Henk Smeele schreef later over de situa¬tie naar de provin¬ci¬aal (in het neder¬lands, met hier en daar een engelse uitdrukking):
"We hebben een zeer moeilijke tijd gehad. Het gevaar was dat we zelf de moed zouden gaan verliezen. We leefden in voortdurende angst. En toch was het absoluut noodzakelijk dat we gewoon doorgingen met ons werk. Doen alsof er niets aan de hand was. Dat hebben we gedaan.....

Er is intussen een nieuwe politieke partij gevormd: de N.L.M. ('National Liberation Move¬ment', voor¬stan¬der van een federa¬tie), pal tegen de C.P.P., die tot nu toe nog nooit tegenstand ondervonden heeft. Een geweldige con¬sternatie, want de partij die gevormd is in Kumasi, wordt geleid door de "Anti-Bronks". De originators van de nieuwe partij zijn juist de lui die de actie tegen de Dutch Bishop and fathers hebben begonnen. Gevolg is: verdeeldheid. De anti-Bronks en anti-Dutch zijn nu ver¬deeld onder de C.P.P. en de N.L.M. Ze verwijten elkander. Gevechten vinden plaats. Het wordt een ernstige zaak."

Terwijl de politieke strijd ontvlamde, werd het rustiger op kerkelijk gebied. Men had daar minder tijd en aandacht voor.
Intussen was hieraan wel heel wat voorafgegaan. De bisschop was zelf, vermoeid na een paar jaar van grote spanning, eind mei 1954 vertrokken naar Nederland voor een welverdiende vakantie. Het werk ging door!

Maar de strijd ging ook door! Op 9 oktober werd een N.L.M.- propa¬gandaman doodgestoken en kort erna werd getracht 's nachts drie huizen van C.P.P.-leden met dynamiet de lucht in te laten vliegen. Henk Smeele kondigde in de kathedraal aan dat de bisschop op de boot zat en weer spoedig aanwezig zou zijn. Van Accra ging de bisschop eerst naar Cape Coast en zou op 20 november in Kumasi aankomen. Doch de oppositie zwoer dat ze dit zouden verhinderen. Brieven en telegrammen gingen naar Cape Coast en naar de pauselijk dele¬gaat Mgr. Knox te Mombasa.


Henk schreef hierover in zijn brief van 23 november aan pro¬vinciaal Mondé:
"Mgr. was zenuwachtig, maar niet bang. Op woensdag 17 november kreeg ik een inlichting dat er plan¬nen werden gemaakt om het bisschopshuis op te blazen. Ik heb de namen van degenen, die het besproken hebben, de plaats waar en de tijd waarop het besproken is. Het is top-secret en ik moet er niet over spreken. Ook wil ik geen paniek veroorzaken. Maar ik ga naar het hoofd van de politie, de engelse superinten¬dent. Ik vertel hem alles nauwkeurig en hij luistert, maakt wat aantekeningen, maar verder zegt hij me met een welwillende glimlach: 'Intimi¬dation, father'.

Zaterdag, de dag van de Bisschop's aankomst, breekt aan. Pater Pas gaat naar de Bisschop's kapel, waar we altijd samen komen voor morgengebed en geestelijke oefeningen. Het is kwart voor zes en, terwijl hij op zijn bidstoel zit, ziet hij iets vreemds op de grond liggen tegen de muur in de kapel. Hij ziet het lont eraan dat bijna was opgebrand en begreep dat er iets niet in de haak was. Hij naar de politie, die aanstonds kwam. Het was inderdaad een bom, 8 ons dyna¬miet, de politie noemde het 'gelegni¬te'. Hoe vroeg het ook was, de europese superintendent was binnen een paar minuten erbij, ongeschoren en ...... hij stond verbaasd over het gebeurde. Onverklaarbaar, hoe het lont gebrand had, dat was duidelijk tegen de muur te zien, en juist op ongeveer 8 inches vanzelf was uitge¬gaan. Nog twee seconden en het gevalletje zou ontploft zijn met alle daaraan verbonden gevolgen. Nyame wo ho!"

Jaren later, onder Mgr. v.d.Bronk's opvolger, werd de zetel wel verbrand! Nu vervolgde Henk Smeele zijn brief aldus:
"We laten ons niet afschrikken en de komst van de Bis¬schop moest doorgaan. Om drie uur 's middags was de missie vol met volk...
Om half vijf kwam de Bisschop in een mooie slee (die ik voor de gelegenheid van iemand geleend had) de missie opgereden....
Op zondag Pontificale Hoogmis. De Bisschop ging in vol ornaat van het Bisschopshuis naar de kerk. Toen hij naar buiten kwam met zijn prachtige nieuwe staf met dat Ashan¬ti zwaard eraan, ging er een oorverdovend hoera op...
Natuurlijk zullen die lui zich zo maar niet erbij neer¬leggen, maar er is schot ingekomen en we zijn nu op de goede weg....
Verder geloof ik niet, dat Mgr. nog van plan is om veel te praten, hij gaat nu aanpakken. Dat is toch wel de beste methode, vooral bij de Ashantis.
Gistermorgen (maandag) hebben we al meteen raad gehad met de Bisschop, zodoende het een en ander besproken".

De rust keerde terug en het normale werk kon door gaan. Toch bleef een groep dissidenten mokkend achter. Mgr. van den Bronk begon met de sanering van de financiën in het bisdom en voerde een uniform en intern controleerbaar boekhoudsysteem in. Hij heeft veel gedaan voor de gezondheidszorg, reeds begonnen door zijn voorganger, in het binnenland van Ashanti en Brong-Ahafo. Ook werd hard gewerkt aan het openen van middelbare scholen en kweekscholen voor jongens en meisjes.

De politiek van Ghana baarde de Kerk steeds meer zorgen. Osagyefo Dr. Kwame Nkrumah werd afschilderd als de Verlosser. Vrije meningsuiting werd problematisch. Jeugd- en vakbewegin¬gen kwamen onder staatscontrole. De bisschoppen schreven een gematigd waarschuwend herderlijk schrijven. Alleen in Kumasi veroorzaakte dit een rel en werd bisschop van den Bronk be¬schuldigd van kolonialisme en politieke inmenging. Nergens ook in het land was de tegenstelling tussen regering en oppositie zo groot, waaraan con¬troverse tussen de stammen (Ashanti - Fanti en Ewe) ten grondslag lag.

Enige tijd hierna liet Mgr. van den Bronk aan Rome weten, dat hij bereid was plaats te maken voor een andere als ze dat beter vonden, maar hij heeft niet gecapituleerd: hij heeft geen ontslag aange¬vraagd!

Op 13 februari 1962 kreeg Mgr. van den Bronk eervol ontslag als bisschop van Kumasi en werd Joseph Amihere Essuah benoemd tot zijn opvolger. Hij was ook geen Ashan¬ti, doch behoorde tot een kleine stam aan de kust, waar¬toe ook het staatshoofd Kwame Nkrumah behoorde. De C.P.P. partijpers juichte deze benoeming toe en schimpte nog na, richting Mgr. van den Bronk. De 'anti-Bron¬ks' in Kumasi knarsten hun tanden, doch konden nu politiek nauwelijks ageren, omdat de nieuwe bisschop de steun van de regering had en stamgenoot was van de President. Toch moest ook hij later ervaren, dat zijn bisschops¬zetel in de kathedra¬le kerk in brand gestoken werd!

Mgr. van den Bronk ging naar Rome, waar hij werd benoemd tot 'consultor' bij de Congregatie van 'Propaganda Fide'. Ook tijdens het vaticaans concilie was hij daar nadrukkelijk aanwezig. Hij had uitgesproken ideeën over de rechtsgeldigheid van het 'native marriage', wat echter niet algemeen geaccep¬teerd werd vanwege practische (hoofdzakelijk administratieve) noeilijkheden.
Een kantoorfunctie in Rome lag deze kerkelijke leider niet. Hij slaagde erin benoemd te worden tot bisschop van het tot bisdom verheven prefectuur van Parakou in het noorden van de republiek Benin. Dit was een arm gebied in ontwikke¬ling, waar de franse S.M.A.- paters werkzaam waren. Zoals in Kumasi, ging ook hier zijn zus Kitty mee voor de huishouding.
Op 25.04 1968 werd aan Mgr. van den Bronk, op zijn verzoek, de nationaliteit van Benin verleend. Evenals in Ghana, heeft hij ook hier veel voor de medische zorg gedaan. Hij stichtte o.a. het 'Hôpital Saint Martin' te Papané, juist op de grens van zijn bisdom, zonder zich met de zaken van zijn collega-bis¬schop uit het zuiden te bemoeien, die - naar zijn mening -hier¬aan te weinig aan¬dacht had geschonken.

In 1975 werden alle zes bisschoppen van Benin bij de minister van Binnenlandse Zaken en Veiligheid geroepen. Mgr. van den Bronk schreef naar zijn klasgenoot:
"We werden ernstig gewaarschuwd, dat als de missionaris¬sen niet ophielden het beleid van de regering te bekriti¬seren wij er allemaal zouden worden uitgetrapt, zoals in Guinee was gebeurd. Het zou kunnen gebeuren, dat ik er ook uit moest. Dat zou de H. Stoel in verlegenheid hebben ge¬bracht, want als de bisschop niet uit eigen beweging was vertrokken, doch door de burgerlijke overheid was uitge¬wezen, zou Rome moeilijk een nieuwe bisschop kunnen benoe¬men. Op 11 juli, dus 29 jaar na mijn benoeming, schreef ik via de Pro-nuncio naar Rome".
In deze brief gebruikte hij dezelfde argumentatie. Ook voegde hij hieraan toe:
"Je me reconnais incapable d'effectuer l'incarnation (de la Parole de Dieu) dans cette Société, que réclament les évêques d'Afrique".
Rome aanvaardde het ontslag en benoemde een afrikaanse opvol¬ger.

Mgr. van den Bronk bleef echter in Benin. Hij bouwde een kluizenaarshut op een afstand van een halve kilometer van het Trappistinnenklooster 'Monastère de l'Étoile' nabij Boko.
"Ik was 43 jaar en 3 dagen in Afrika werkzaam geweest, toen ik het 'évêché' verliet....
De koers van mijn leven wil ik niet omgooien. Omschakelen van uiterlijke bezigheid naar inwendige werkzaamheid, goed ... maar de hoofdrichting blijft: het evangelie brengen naar de volkeren en in het bijzonder naar de mensen van deze streek, door een leven van gebed. "Ad sanitatem gentium": evangelisatie. God zoeken en hem zo dienen is van wezenlijke waarde voor het leven van de kerk hier. Gouden ringen, staven en kruisen, mijters en paars omhulsel: 't is allemaal weg en nu wil ik nog van m'n titel afkomen ook. Maar het schild van ingelegd hout heb ik hier in de kluis, bewaard om me tot volharding te manen als er, zoals bij iedere bekering, een zwarte nacht mocht volgen.."
Hij heette in het vervolg 'frère André' en liep in een grijs habijt. Hij ging om 4 uur in de morgen naar het klooster voor de getijden en daarna nog twee maal daags voor getijden en maaltijd. Verder 'ora et labora' (bid en werk).
"De rust en vrede is onbeschrijfbaar. Alle herrietjes van het verleden, de bommetjes van Kumasi en het ge-ouwe-bet van enkele buitenlanders, dat allemaal verdwijnt in een zee van vreugde en ook vrede".

In 1990 begon het bestuur van de franse S.M.A. zich steeds meer zorgen te maken over Mgr. van den Bronk en zijn situatie in Benin. Hij werd ouder en slechter ter been en de zusters konden geen adequate opvang en verzorging bieden, indien dit nodig zou zijn. Na overleg met de betrokken partijen besloot frère André toch maar naar Nederland te komen. Een moeilijk¬heid was, dat hij, hoewel boven de 80 jaar, slechts 32 % van de AOW-uitkering kreeg, omdat hij maar 16 jaar premie betaald had (vanaf de invoering in 1952 totdat hij in 1968 Beninees werd). Hij vestigde zich op 28.01.1991 te Oosterbeek.
Hij kreeg, bij Koninklijk Besluit van 27 augustus 1991, na 23 jaar opnieuw de nederlandse nationali¬teit. Kardi¬naal Simonis kwam hem feliciteren bij gelegenheid van zijn zestigjarig priester¬jubileum. In 1993 werd het kloos¬terbejaar¬denoord van huize Tafelberg te Oosterbeek opgeheven en verhuisden de bewo¬ners naar Cadier en Keer. Dit zinde frère André niet: hij vond de be¬jaardenhuis¬vesting daar te luxueus en dacht erover terug te gaan naar Kumasi in Ghana. Uiteindelijk is hij toch met de anderen op 1 oktober 1993 verhuisd naar Cadier en Keer.

Gestorven.

Nog enkele jaren heeft hij daar doorgebracht. In 1994 gaf hij nog een, volgens sommigen controversieel, interview aan Gerard van Westerloo in 'Vrij Nederland'. Deze schreef:
"Het verhaal van een middeleeuwer, verdwaald in 1994: 'Al die luxe! Al die rijkdom! Ik heb er de grootste hekel aan!'."
Hij bleef vroom, intellectueel, punctueel, paradoxaal en controversieel, zoals zijn staf dit in zijn missionarisoplei¬ding had voorzien. Wel zullen we dit lang missionarisleven wel steeds in de juiste tijdgeest moeten plaatsen en niet alleen moeten beoordelen naar hedendaagse opvattingen.

De krachten van deze principiële, misschien ietwat eigenzinni¬ge strijder, namen echter af. Hij kreeg een pacemaker en, op 7 juli 1996 was hij voor de laatste keer in de kapel aanwezig bij de H. Eucharistieviering. Hij werd, tenslotte, volledig bedlegerig en ontving zo het gelukstelegram, dat het Vaticaan stuurde op 30 juli 1996 bij gelegenheid van het gouden jubi¬leum van zijn bis¬schopsbenoeming.

Op 12 mei 1997 verhuisde broer Jacques van Oosterbeek naar Cadier en Keer. De volgende morgen, rond 7.00 a.m. overleed zijn broer Mgr. André van den Bronk, frère André, op 89-jarige leeftijd. Op 17 mei vond de plechtige uitvaartdienst plaats in de kapel van het missie¬huis te Cadier en Keer. Overste Wim van Frankenhuijsen ging voor in de concelebratie. Broer Jacques was één van de concelebranten. Namens het bisdom had vicaris-generaal Huub Schnackers op het priesterkoor plaats genomen. Na de absoute werd het lichaam van de overledene bijge¬zet in het grafkeldertje op het kerkhof naast het missiehuis, waar ook de twee andere nederlandse S.M.A.-bisschoppen zijn begra¬ven.

Op dezelfde dag vond in de kathedraal van Kumasi een herden¬kingsdienst plaats met Mgr. Sarpong, bisschop van Kumasi en Mgr. Turkson, aartsbisschop van Cape Coast. Provinciaal Ton Storcken hield daar de homilie. Het bisdom had ook een persbe¬richt ('press release') laten uitgaan.

Bronnen:
- Archief nederl. provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- J. van Brakel in S.M.A. Missionary presence, vol IV, pg. 144, 217,
- J. ter Linden in Afrikaansche Missiën, jrg.17, nov. 1946;
jrg. 18, blz. 43;
- J. v.d. Kooij in Afrika Ontwaakt, jrg. 25, pg. 88; jrg. 35, pg 76;
- Daily Graphic (Accra) en The Ghanaian Times (Accra), dd. 6 april 1962.
- Catholic Herald (London), 27 april 1962.
- KMM - KDC Missieverhalen (Afrika) pg. 76.
- J. van Brakel: 100 jaar S.M.A. in Nederland, pg. 85.
- Gerard van Westerloo in 'Vrij Nederland' 24.12.1994.
- Onze Krant nr. 92, juni 1992 en O.K. 112, juli 1997.