Imprimer

Société des Missions Africaines – Province de Hollande

SPRONCK Frans né le 8 février 1922 à Cadier en Keer
dans le diocèse de Roermond (Hollande)
membre de la SMA le 15 juillet 1943
prêtre le 16 juillet 1947
décédé le 14 juin 2006

1948-1987 missionnaire en Gold Coast
1948-1950, Jamasi
1950-1960, Konongo
1960-1963, Wenchi
1963-1970, Sunyani
1970-1987, Konongo
1987-1992 Cadier en Keer aide économe
puis archiviste
1992-2002 Hulsberg, aumônier d'une maison de retraite
2002-2006 Cadier en Keer, retiré

décédé à Cadier en Keer le 14 juin 2006
à l’âge de 84 ans


Pater FRANS SPRONCK (1922 - 2006)

Afkomst

Johannes Mattheus Franciscus Spronck, zoon van Petrus Spronck (+ 1965) en Maria Brouwers, werd geboren te Cadier en Keer op 8 februari 1922. Zijn ouders hadden een landbouwbedrijf. Zijn enigste broer Jo, geboren in 1925, werd later directeur van de Rabobank, en stierf in 1991 (Een dochter van hem, Karin geheten, huwde met René Dreessen, manager van de wijnzaak Caves Cadier).

Opleiding

Na de lagere school volgde Frans het voorbeeld van zijn dorpsgenoten Lemmerling, Oostenbach en Jacobs en ging naar het nabijgelegen missie-college in Cadier en Keer, waar hij zijn middelbare studies deed van 1935 tot 1941. Hij was een redelijk student, blijkbaar wat verlegen en bedeesd, onopvallend. Hij was ernstig en serieus, doch met wat gebrek aan zelfvertrouwen. Dit was het oordeel van de staf.
In 1941 ging Frans naar het seminarie te Aalbeek. Na twee jaar philosophie werd hij lid van de S.M.A. op 15 juli 1943. Naast het oordeel van Keer was men hier tevens van mening dat Frans tamelijk vasthoudend was aan eigen inzicht en oordeel en, hoewel blijkbaar wat verlegen en bedeesd, liet hij niet met zich sollen en kon zich vinnig verweren.
Hij werd subdiaken en diaken gewijd door Mgr. Paulissen. Op 16 juli 1947 werd hij in Aalbeek priester gewijd door Mgr. Stam (Mill Hill).

Missionaris.

Pater Frans Spronck ontving zijn benoeming voor de missie en vertrok met de boot op 27 maart 1948 naar het Vicariaat van Kumasi in de Goudkust, het huidige Ghana. Daar aangekomen ontving hij zijn benoeming voor de missiestatie van Jamasi. De overste pater Bastiaens was juist wegens ziekte vertrokken naar Nederland, zodat pater Willie Huisman, nauwelijks een jaar in Ghana, nu tijdelijk de verantwoordelijke was in deze statie.

In januari 1950 werd Frans overgeplaatst naar Konongo, waar pater A. Meeuwsen overste was. Deze oudere missionaris met een Franse opvoeding heeft blijkbaar nogal indruk op hem gemaakt. Jaren later, in het verzorgingshuis te Cadier en Keer, zou Frans hem regelmatig citeren, dikwijls letterlijk met zijn Franse citaten.

Konongo had in die jaren een groot district met veel buitenstaties. Dat was het werkterrein van Frans. Het Vicariaat was intussen verheven tot bisdom en Mgr. Paulissen was vervangen door Mgr. Van den Bronk. In april 1953 ging Frans voor de eerste keer op vakantie naar Nederland. Bij terugkeer in oktober 1953 trof hij in Konongo een nieuwe pastoor aan: pater Willem Meelberg, de vicaris-generaal van Mgr. Paulissen, was benoemd om pater Meeuwsen te vervangen. Toen `Ome Willem', zoals hij door zijn confraters genoemd werd, in oktober 1955 Afrika definitief verliet, werd Frans benoemd om van hem als pastoor over te nemen. Voorlopig zat Frans alleen in deze missiepost, tot dat hij in april 1957 Kees Konijn als assistent kreeg. Na zijn vakantie in 1958 ging hij nogmaals terug naar Konongo, totdat hij in juli 1960 gevraagd werd om de parochie Konongo te overhandigen aan een Ghanese priester en zelf een nieuwe statie te openen in Brong/Ahafo.

Deze nieuwe statie was Wenchi en dat werd afgescheiden van de parochie van Sunyam. Drie jaar heeft pater Spronek daar gewerkt, totdat in november 1963 pater Pierre Loozen, de pastoor van Sunyani, een fataal auto-ongeluk. Het gevolg was, dat pater Spronek werd benoemd tot pastoor van Sunyani. Het Wenchi district kwam voorlopig weer onder Sunyani. Wel kreeg hij assistentie van jonge Nederlandse missionarissen voor het werk in de buitenstaties. Voor een van hen, pater Herman Bommer, was dit zijn eerste benoeming. Hij zou jaren later, in 2006, mee-concelebreren bij de uitvaartdienst van zijn eerste pastoor. Ook werd Frans in deze periode sterk geconfronteerd met het veranderen van denken in kerk en samenleving. Een andere kapelaan van hem trad uit het ambt en trouwde. Frans had het moeilijk met al deze veranderingen en het maakte hem onzeker.
In 1970 werd Frans nogmaals gevraagd te overhandigen aan een Ghanese priester en werd hij opnieuw benoemd voor zijn geliefde Konongo. Daar was tien jaar een Afrikaanse pastoor geweest met andere gebruiken en gewoontes. Met name de inkleding van de pastorie viel hem tegen. Doch hij ging vol goede moed aan het werk. Hij kreeg de jonge neomist Toon te Molder als assistent en dat klikte goed. Ze waren een steun voor elkaar.

Deze keer was Frans pastoor van Konongo van april 1970 tot juli 1987. Wel werd het district aanzienlijk kleiner, omdat Toon te Molder Juaso opende als hoofdstatie en een groot deel van het district bij deze nieuwe parochie kwam. Toon bleef zijn goede naaste buur.

Het jaar 1973 werd een bijzonder jaar. Het bisdom Kumasi werd gesplitst en Brong-Ahafo werd het nieuwe bisdom Sunyani. De parochie, waar Frans zeven jaar pastoor was geweest, kreeg nu de bisschopszetel in de kathedrale kerk, waar hij 7 jaar lang de liturgische diensten verrichtte.

Ook vierde Frans op 6 maart 1973 zijn zilveren priesterfeest in het St. Louis Training College in Kumasi., samen met klasgenoot Thijs Westenbroek, pastoor van Agroyesum. Wegens de oorlog waren Thijs en de andere klasgenoten uit Noord Nederland een half jaar later gewijd. Tijdens deze viering werden ook twee andere klasgenoten herdacht, die eveneens in het bisdom Kumasi hadden gewerkt, doch reeds overleden waren: Pierre Loozen (+ 1963) en Piet van Strien (+ 1967).

In Konongo voelde Frans zich thuis. Daar kon hij zichzelf zijn en dicht bij de mensen. Hij was wat wantrouwig en ongemakkelijk in een bijeenkomst met Provinciaal Bles. Hij voelde wel, dat `updating' voor missionarissen noodzakelijk was, maar zag dit voor hemzelf nog niet zo zitten. Hij was bang voor het onzekere, bang om uit zijn evenwicht te raken. Hij wilde liever later, als hij Afrika voorgoed ging verlaten, een inleiding volgen in de Nederlandse pastoraal. Doch dat later werd steeds uitgesteld. Om de drie jaar ging hij voor vier maanden op vakantie en keerde terug naar zijn bekende plaats, zijn bekende mensen: Konongo.

Maar ook Ghana veranderde en bekenden om hem heen vertrokken. Uiteindelijk nam hij de beslissing en precies veertig jaar na zijn priesterwijding keerde Frans op 18 juli 1987 definitief terug naar Nederland. Na zijn vakantie nam hij zijn intrek in het Missiehuis te Cadier en Keer en ging van hier uit op assistentie in de buurt. Ook heeft hij nog anderhalf jaar de zorg van het archief op zich genomen, doch dit had niet direct zijn keuze en had ook niet zijn bijzondere aandacht. Toen er een vacature van Rector in het verzorgingshuis Panhuys te Hulsberg ontstond, meldde pater Spronck zich onmiddellijk. Hij werd benoemd met ingang van 1 juni 1992. Hier voelde hij zich op zijn plaats tussen de mensen uit zijn geboorte-regio: eenvoudige, gelovige mensen. Hij had aandacht voor de zorgen en probleempjes van elke dag van deze bejaarde mensen en zijn warme belangstelling werd door hen ook zeer gewaardeerd.

Overleden.

Maar Frans werd ook ouder en de gebreken van de oude dag begonnen zich na enkele jaren steeds nadrukkelijker te manifesteren. Hij begon te twijfelen en werd onzeker. Hij voelde dat het niet meer ging, doch wilde de mensen ook niet graag in de steek laten. Collega's hebben hem over de drempel heen geholpen. Na ruim tien jaar nam hij afscheid van het bejaardenhuis Panhuys te Hulsberg en het actieve pastorale werk. Hij vestigde zich opnieuw in het Missiehuis te Cadier en Keer, waar hij op 12.10.2002 als geïndiceerde werd opgenomen in de verzorgingsafdeling.

Hij voelde zich goed thuis in de communiteit. Maar de gebreken namen toe en hij werd steeds meer afhankelijk van anderen en had daar moeite mee. Het maakte hem wantrouwig en onzeker, want hij leek de controle over zijn eigen leven kwijt te raken. Veel steun ondervond hij vooral in zijn laatste levensjaren van zijn nicht Karin, dochter van zijn overleden broer, en haar man René Dreessen. Meerdere keren moest hij ook opgenomen worden in het ziekenhuis te Maastricht wegens vocht achter de longen.

Frans Spronck overleed, na voorzien te zijn van de ziekenzalving, in het missiehuis te Cadier en Keer op 14 juni 2006, 84 jaar oud.

Op zaterdag 17 juni 2006 vond de plechtige uitvaartdienst plaats in het Missiehuis te Cadier en Keer. Arlen Rijpkema ging voor in de Eucharistieviering met assistentie van de Ashanti missionarissen Frans Valentin en Herman Bommer, die zijn missionarisleven was begonnen met Frans als zijn eerste pastoor. Frans werd hierna begraven op het missionarissenkerkhof naast zijn collega-missionarissen.

Erfenis.

Op 25 februari 1981 overleed P.H. (Pierke) Bemelmans, een 76 jarige oom van Frans, weduwnaar zonder kinderen. Met uitzondering van enkele legaten en te lezen H. Missen benoemde hij het klooster (of ander rechtspersoon) waartoe Frans Spronck behoorde of behoort, tot enige en universele erfgenaam "voor het besteden van goede werken in het missiegebied waarin of ten behoeve waarvan genoemde Pater Spronck functioneert, dan wel een door deze aan te wijzen missiegebied". Hij liet een aanzienlijk bedrag na, dat is ondergebracht in een fonds. In overleg met Frans is besloten dat de projectenkommissie van de Brésillac Foundation jaarlijks besluit welke project-aanvragen in aanmerking komen voor de renteopbrengst van dit fonds.
Bronnen:
- Archief Nederlandse Provincie SMA te Cadier en Keer.