Imprimer


Société des Missions Africaines - Province de Hollande

ROOIJ Theo de né le 19 septembre 1914 à Haarlem
dans le diocèse de Haarlem, Hollande
membre de la SMA le 15 juillet 1935
prêtre le 17 décembre 1938
décédé le 24 juillet 1991

1939-1949 Ghana
Cape Coast, Half Assini
1950-1951 Herlaer, professeur au petit séminaire
1951-1953 Angleterre, études
1953-1957 Cape Coast, Ghana, professeur
1958-1962 Amisano, Ghana, professeur au petit séminaire
1962-1964 Columbia, USA, études à l'université
1964-1972 Amisano, Ghana,professeur au petit séminaire
1972-1973 Oosterbeek, administration
1973-1976 Louisiane, USA, curé
1977-1991 Oosterbeek, retiré

décédé à Arnhem, Hollande, le 24 juillet 1991
à l’âge de 76 ans


Pater Dirk de ROOIJ (1914 - 1991)

Afkomst.

Theodorus Wilhelmus de Rooij, zoon van Wilhelmus Leonardus de Rooij en Joanna van Leeuwen, werd geboren te Haarlem op 19 september 1914 en ge¬doopt in de kathedrale kerk St. Bavo. Vader werkte bij de drukke¬rij/uit¬geverij 'de Spaarne¬stad' als grafisch bankwer¬ker; moeder was een zus van pater Bernard van Leeuwen S.M.A. Uit deze familie met tien kinderen, zes jongens en vier meisjes, trad de oudste doch¬ter als Zr. Electa in bij de Ursu¬linen en drie jongens volgden hun heeroom en zijn als priester-missio¬naris gewijd in de Sociëteit voor Afrikaanse Missiën evenals hun neef Cor Schel¬tinga.

Opleiding.

Na de lagere school volgde Dirk, zoals hij gewoonlijk genoemd werd, zijn broers naar de Afrikaanse Missiën, waar hij de middelbare opleiding volgde in 'Nieuw Herlaer' te St. Mi-chielsgestel (1927 - 1929) en het missiehuis te Cadier en Keer (1929 - 1933). Hierna ging hij naar Bemelen voor de philosop¬hie en werd daar, door eedaflegging op 15 juli 1935, lid van de Sociëteit. Daarna ging hij naar het seminarie 'Ore Place' in Hastings voor de studie van de theologie. Hij en zijn klas waren de eersten, die niet meteen de eeuwige eed aflegden, doch zich eerst drie keer tijdelijk voor één jaar aan de Sociëteit verbonden, voordat ze zich, op 28 juni 1938, levens¬lang aan de S.M.A. verbonden door de zogenaamde 'eeuwige eed'.

Dirk was een goed student, volgens het rapport in het frans aan de ierse algemeen overste:
"Mr. de Rooij est un homme avec de belles qualités intel¬lectuelles, en plus il a la parole facile, la voix sono¬re".
Wel vond de staf hem wat eigenzinnig en was er twijfel met betrekking tot zijn geest van volgzaamheid.
Op 17 december 1938 werden Dirk en zijn klasgenoten, als laatsten van de S.M.A.- kandidaten, door Mgr. P. Amigo pries¬ter gewijd in de kapel van het seminarie te Has¬tings. De oorlog brak uit en de S.M.A.-theologische opleiding werd verplaatst naar Nederland.

Missionaris.

Aan het einde van zijn studies kon pater Dirk de Rooij zich voorbereiden op zijn vertrek naar Afrika, waar hij benoemd was voor het vicariaat van Cape Coast. Hij vertrok op 31 december 1939 en kwam na een zeereis van 4 weken in de haven van Tako¬radi aan. Evenals zijn klasgenoten P. Giebels en J. Heem¬skerk bleef hij eerst, om te acclimatiseren, een paar maanden op de missie in Cape Coast en vertrok op 1 maart 1940 naar Half Assini. Een maand later kwam er onverwacht een vacature te Eikwe, waarheen Dirk toen overge¬plaatst werd. Pater Adolf Setz werd zijn nieuwe overste. Gedu¬rende de hele oorlog is hij in Eikwe geweest, belast met de zorg voor de buitenstaties. Hij heeft zich serieus toegelegd op de taal en sprak het Nzema als één van de beteren onder de europese missionarissen. Met pater Setz, en in samenwerking met de zusters cate¬chisten van het H. Hart (Menton), heeft hij veel kunnen doen voor de 'bulu' en 'emu' kinderen. Dit waren kinde¬ren, geboren als het tiende kind (bulu) of als een baby, waarvan de conceptie plaats gevonden had vóór de derde men¬struatie na een vorige beval¬ling (emu). Deze kinderen moesten toentertijd volgens traditie geofferd worden, doch met tact en initiatief kon soms wel een uitweg gevon¬den worden. Verschil¬lende missionarissen, die in de koloniale tijd in de Nzema werkzaam waren, hebben hierin een belang¬rijke rol ge¬speeld. De britse regering had dit gebruik verbo¬den en daarom ging het om het vertrouwen van de mensen.

In maart 1946 ging Dirk als een van de eersten op vakantie, waar hij hoognodig aan toe was. Na een extra lange verlofperi¬ode in Nederland, was hij in september 1947 terug in de Nzema en werd benoemd tot pastoor te Half Assini. Doch twee jaar later moest hij terugkeren naar Nederland vanwege 'n mogelijke longtuber¬culose. Na behandeling in het St. Franciscus Gast¬huis te Rotterdam en een rustkuur, werd hij benoemd tot leraar in het seminarie Nieuw Herlaer te St. Michielsgestel. In 1951 dacht Dirk terug te kunnen gaan naar Afrika. Dr. ten Berg van de Memisa schreef aan provinciaal Mondé:
"Kort geleden berichtte pater de Rooy mij, dat Dr. van Rees, woonachtig te 's Hertogenbosch, geen bezwaren had, dat hij heruitgezonden zou worden naar de Goudkust. Uit inlichtingen, ingewonnen bij Dr. van Rees, blijkt dat deze alleen toestemming gegeven heeft op grond van het grote verlangen van de Pater om naar zijn missiegebied terug te mogen, hoewel Dr. van Rees het met mij eens is, dat het veiliger zou zijn, dat hij niet terugkeert".

Hierop ging pater Dirk de Rooij naar Engeland naar 'The Wil¬derness' in Hastings en verhuisde mee naar Fitzjohn's Avenue in Londen. Reeds in december 1951 schreef hij dat hij daar niet voldoende werk had en vroeg aan de provinciaal of hij daarbij wat zou gaan studeren of parochiewerk zou aannemen. Het werd studeren. Reeds in januari 1953 wist hij van de doctor in de Hampstead Chest Clinic een bewijs te krijgen dat hij weer gezond was:
"I am glad to say that I can find no evidence of tubercu¬losis. His sputum tests are negative and I would pass his X-Ray as perfectly clear. I consider him to be fit for work abroad".
We mogen aannemen dat deze laatste zin op uitdrukkelijk ver¬zoek van Dirk er aan toegevoegd is.

In mei 1953 was hij terug in Afrika, waar hij benoemd werd tot leraar aan het recent geopend St. John's college te Sekondi. Enkele jaren heeft hij daar, onder Fr. Francis Buah als head¬master, les gegeven. Na de vakantie van 1958 werd Dirk benoemd tot leraar aan het kleinseminarie te Amisano. In maart 1962 ontving hij een brief van provinciaal Florack om aan de Colum¬bia universiteit te New York een 'master of Arts' (M.A.) graad te gaan halen in klassieke talen, of eventueel frans. Voor accommodatie in New York was reeds ge¬zorgd. In een record-tijd haalde Dirk zijn M.A. zodat hij in 1964 kon terugkeren naar Amisano. Daar heeft hij opnieuw met enthousiasme latijn gege¬ven tot 1970. Toen begon de twijfel te komen. De stemming onder de priesters in het aartsbisdom kwam onder druk te staan vanwege de verhouding met de aartsbisschop naar aanleiding ven het contract en de drie-jarige tour. Ook een minder geslaagde bijeenkomst van de aartsbisschop met de staf van het seminarie in mei 1970 bracht Dirk in een mineur stemming en hij dacht er serieus over om zich terug te trekken. Vooral de houding van de aartsbisschop tegenover Amisano beviel hem niet en dat zat zeer diep bij hem. De stafleden van het seminarie kwamen, in die jaren, om de twee jaar in de zomer¬maanden drie maan¬den op vakan¬tie. Ook Dirk kwam op vakan¬tie in 1970 en besloot terug te gaan. Het S.M.A.-bestuur wist hem hiertoe over te halen: hij voldeed als leraar en de staf van Amisano wilde hem daar graag houden. Toch kwam Dirk terug op zijn voornemen Amisano te verlaten. In het voorjaar van 1972 had hij zijn besluit genomen en schreef naar het bestuur om naar iets anders voor hem uit te zien. Er zouden meerdere veranderingen komen in de staf van het seminarie. Overste Gabriel Mensah zou overhandi¬gen aan een amerikaanse 'Brother of the Holy Cross'. In juni 1972 schreef Kees van de Plas aan een collega in Oosterbeek:
"In Amisano was er een afscheidsparty voor Gabriël Mensah (overste) en Dirk de Rooij ('super-Caesar' vanwege zijn latijn). De aartsbisschop sprak heel waarderend over Dirk en stelde hem als voorbeeld. Eerst als jonge pater nam hij overplaatsingen gelaten aan, moest op latere leeftijd studeren en deed dat ook, en gaf zich geheel als leraar voor de studenten. Wanneer Dirk vertrekt, zei de aartsbisschop, weet niemand, want hij vertrekt met de Black Star Line (algemene hilariteit onder de toehoor¬ders)".

Op 16 juli 1972 heeft pater Dirk de Rooij Ghana definitief verlaten. In Nederland heeft hij met het S.M.A.-bestuur meer¬dere mogelijkheden besproken. Uiteindelijk besloot hij naar Amerika te gaan, naar New Iberia in de staat Louisiana, waar een goede bekende van Dirk, en ex-S.M.A.-lid, Herman van Baar¬sen, thans Mgr. Barsen, pastoor was. Drie jaar lang is Dirk daar plichts¬getrouw assistent geweest, doch voelde zich toch in een isole¬ment. De parochianen en de geestelijkheid waren vriendelijk en voorkomend, doch Dirk miste het gezelschap van de oude beken¬den, van het communiteitsleven, zoals hij dat al jarenlang in Sekondi, Nieuw-Herlaer en Amisano ervaren had. Dirk had be¬hoefte aan mensen om zich heen, waar hij zich docerend pratend mee onderhield. Philosofisch nadenkend lag hij in groepsver¬band in een discussie wel eens twee onderwer¬pen achter, maar zou met zijn doordringende stem zijn punten wel scherp en gedetailleerd naar voren brengen.

Toen hij, na drie jaar zoals in Ghana, in augustus 1976 op vakantie kwam, besloot hij in Nederland te blijven. Hij zou graag wat pastoraal werk onder de bejaarden in het bisdom Haarlem verrichten, doch het bisdom had geen aanbod. Daarop
opteerde hij maar voor huize Tafelberg, waar ook broer Wim werkzaam was. Op de afdeling fondswerving en administratie was altijd wel werk voor¬handen. Nog menig jaar heeft Dirk daar, op vrijwillige basis, zeer nauwgezet meegewerkt.

Dirk was, op veel punten, zeer nauwgezet, haast té nauwgezet, op het scru¬puleuze af: in het religieuze, in het financiële.
Hij was een vroom, diep religieus priester, wel een beetje behoudend van aard zoals hij dat zelf uitdrukte.
Pater Dirk de Rooij had interes¬ses, volgde de ontwikkelingen in kerk, sociëteit en samenle¬ving, hoewel hij het lang niet overal mee eens was en hij kon daarover dan urenlang discus¬siëren. Hij kon ook met overtuiging mee¬kaarten met zijn colle¬ga's en dan hierover nakaarten, en onderhield getrouw de familie¬ban¬den. Hij paste wel in het gezelschap op de Tafel¬berg, waar hij op 17 december 1988 met drie klasgenoten zijn gouden priesterfeest vierde.

Overleden.

In 1990 werd hij als geïndiceerde ingeschreven in het kloos¬terbejaardenoord, wat voor het huis financiële voordelen meebracht. Dirk was zich hiervan bewust. Hij was weetgierig en ploos alles uit. Bovendien was hij zeer zuinig, maar ook zeer rechtvaardig. Al snel kon dan de vraag opkomen of indicatie in zijn geval wel gerechtvaardigd was? Hij voelde zich nog rede¬lijk goed en had niet zoveel verzorging nodig.

Op 23 juli 1991 ging hij 's avonds op bezoek bij een bevriende familie in Arnhem en zou rond half elf weer thuis zijn. In de nacht, om half twee, werd overste Rijpkema gebeld vanuit het ziekenhuis in Arnhem. Dirk was daar opgenomen. Die avond had een buschauf-feur hem, in elkaar gezakt, bij de bushalte aange¬troffen. De chauffeur had onmiddellijk alarm geslagen. Het duurde bovendien even voordat ze hem geïdentificeerd hadden. Arjen Rijpkema is er meteen naar toe gegaan, doch bij zijn aankomst was Dirk reeds overleden. Hij werd bijna 77 jaar.

Op zaterdag 27 juli 1991 vond de plechtige uitvaartdienst plaats in de kapel van het missiehuis te Cadier en Keer. Arjen Rijpkema ging voor in de concelebratie. Wegens vakantie waren verschillenden, die anders graag afscheid van Dirk hadden willen nemen, afwezig. Provinciaal Ton Storc¬ken verrichtte de absoute. Hierna werd pater Dirk de Rooij te ruste gelegd op het kerkhof, waar ook zijn broers Jan en Wim reeds begraven waren.

Bronnen:
- Archief nederl. provincie S.M.A., Cadier en Keer.