Imprimer

Société des Missions Africaines – Province de Hollande

né le 1er septembre 1903 à Gennep
dans le diocèse de Roermond, Hollande
membre de la SMA le 29 juillet 1926
prêtre le 1er janvier 1930
décédé le 27 août 1958

1961-1935 missionnaire à Ho, Ghana
1935-1937 propagandiste
1937-1938 Kete-Krachi, rentre malade
1939-1946 Nieuw Herlear
1946-1955 Kerkrade, prêtre assistant
1955-1957 Spekholzerheide
1957-1958 Osterbeek

décédé à Oosterbeek, Hollande, le 27 août 1958,
à l’âge de 55 ans


 Le père Piet MAURIKS (1903 - 1958)

A Oosterbeek (Hollande), le 27 août 1958, retour à Dieu du père Piet Mauriks, à l'âge de 55 ans.

Piet Mauriks naquit à Gennep, dans le diocèse de Roermond, en 1903. Il fit ses études à Keer, Chanly, Bemelen et Hastings. Il fit le serment en 1926 et fut ordonné prêtre en 1930. La même année, le père Mauriks partait pour le vicariat de la Basse-Volta.

En 1932, il est vicaire à Ho. Il a bien appris la langue, mais semble ne s'être pas toujours bien entendu avec Mgr Herman. En 1935, il revenait en Hollande et était nommé propagandiste. En 1937, le père Mauriks retournait en Basse-Volta, mais devait revenir définitivement en Europe dès l'année suivante, pour raison de santé.

Le père avait toujours eu une santé plutôt faible. Il dut prendre une bonne année de repos. De 1939 à 1946, il est à Nieuw-Herlaer, attaché à la procure de la province. Alors, le père rentra dans le ministère paroissial, comme vicaire, d'abord à Kerkrade, puis, à partir de 1955, à Spekhozerheide.

En 1957, à la suite d'une grave maladie de cœur, le père Mauriks se retira à Oosterbeek.


Pater Piet MAURIKS (1903 - 1958)

Afkomst.

Petrus Joannes Arnoldus Mauriks, zoon van Arnoldus Gulielmus Mauriks en Wilhelmina Maria Hermens werd op 1 september 1903 te Gennep geboren. Als adres van Piet hadden we: Emmastraat 273. We hebben geen verdere familiegegevens.

Opleiding.

Na de lagere school ging Piet in 1917 naar het missie-college te Cadier en Keer. Hierna deed hij zijn philosophie te Chan¬ly, Belg¬ië. Hier no¬teerde men:
"Séminariste peu doué au point de vue intellectuel, nous espérons cependant qu'il pourra acquérir le suffisant. Il a assez de savoir-faire dans les choses matérielles."
Op 29 juli 1926 werd hij als lid van de Sociëteit van Afri¬kaanse Missiën aangenomen. De eerste drie jaar van zijn theo¬logie-studie deed hij te Bemelen. Voor het laatste jaar ging hij naar Hastings in Engeland, waar hij in het 4de jaar op 1 januari 1930 door Mgr. Amigo priester gewijd werd. Tijdens de paasvakantie deed hij in zijn geboorteplaats Gennep op 20 april 1930 zijn eerste plechtige H. Mis.

Missionaris.

Aan het eind van het jaar vertrok hij naar de missie. Op 10 december vertrok hij uit de haven van Marseille, op weg naar de Goudkust (Ghana), waar hij benoemd was voor het vicariaat van de Beneden Volta. Daar aangekomen volgde zijn benoeming voor de missie van Ho, waar hij assistent werd van pater Toon Domensino. Ruim vier jaar heeft hij daar goed gewerkt. Père Douau noteert:
"Il a bien appris la langue mais semble ne s'être pas toujours bien entendu avec Mgr. Herman".
In april 1935 keerde hij terug naar Europa. Na enkele maanden vakan¬tie, kreeg Piet op 27 juli 1935 be¬richt van de Provinci¬aal dat hij benoemd was tot propagandist in Limburg als opvol¬ger van pater Knops.

Reeds in januari 1936 herinnerde hij de Provinciaal eraan dat zijn benoeming maar tijdelijk was en zijn gezondheid weer uitstekend. Bovendien zag hij wel in dat hij toch niet de man was voor de propaganda. Je proeft uit zijn schrijven dat dit soort werk er toen anders uitzag dan wat hij zich ervan voor¬gesteld had, en dat viel hem erg tegen. Hij vroeg dus terug te mogen keren naar de missie. Inderdaad waren door interne moeilijkheden rond pater Harry Rothoff, verandering in perso¬neelsbezetting en verhuizing van Blitterswijck naar Bemelen, geheel nieuwe situaties ontstaan.

Pater Mouren antwoordde dat de condities onder welke de propa¬gandadienst nu georganiseerd was, toch geen bezwaar konden zijn.

Letterlijk schreef hij:
"dat er eenheid in leiding, administratie en toezicht komt is niet meer dan redelijk en werd sedert lang door iedereen als een noodzakelijke verbetering aangevoeld. Goeden moed! Wij rekenen op U en wenschen U van harte het beste succes toe."

Pater Mauriks raakte echter steeds meer gefrustreerd. Hij was speciaal bedoeld voor de film, doch pater Mouren zelf liep hem voor de voeten:
"Meermalen reeds heb ik moeten horen: 'Gaat jullie Pro¬vinciaal zelf met de film?' .... U is Provinciaal en ik ben propagandist".
Ook transport, en later het gebruik van een auto, leverde pro¬ble¬men. Kortom: pater Mauriks vroeg ontslag.

Blijkbaar bracht de bestuurswisseling in 1937 uitkomst voor hem want eind oktober 1937 was pater Mauriks weer op weg naar Afrika. Op 3 december 1937 kwam hij aan in de missie van Kete Krachi, waar pater Jan Doeswijk overste was. Pater Mauriks kon zich hier inwerken om in april 1938 deze post over te nemen tijdens de vakantie van pater Jan Doeswijk.

Maar al spoedig ging het niet goed met Piet. Pater Leendert de Kok werd benoemd om van hem over te nemen en Piet ging voor behandeling naar het zuiden. Sinds 22 augustus 1938 was hij onder behandeling van de dokter in Keta, die op 19 oktober rapporteerde, dat de klachten (zware malaria, slapeloosheid,
geen trek in eten, en andere symptomen) naar zijn mening meer psychisch dan physiek van aard waren. Hij voegde eraan toe:
"I consider it improbable that he will recover suffi¬ciently to be capable of full duty unless he returns to Europe (In the case of European officials suffering from such "Neurasthenic" conditions, it is our experience that they should proceed on leave as soon as possible). I would add that one of my colleagues who knows Father Mauriks well, has expressed to me the opinion that he is temperamentally unsuited for work in this country.
I therefore recommend that arrangements be made for him to proceed on leave at an early date".

Op 3 november 1938 vertrok pater Mauriks met de s.s. 'Amstel¬kerk' uit Accra op weg naar Nederland.

Na herstel en vakantie, werd Piet in 1939 benoemd voor Huize 'Nieuw-Herlaer' te St. Michielsgestel. Vanuit deze communiteit werd hij rector van "Overberg", een opvoedkundige instelling van broeders in de buurt. Ook in huis deed hij hand en span-diensten en ondervond hierbij flinke steun van zijn vriend pater Kees Koolen. In oktober 1946 werd Piet assistent in de St. Lambertus parochie te Kerkrade en vanaf 1955 in Spekhol¬zerheide. In 1957 kwam hij naar Huize Tafelberg te Oosterbeek, want hij was al weer een paar jaar aan het sukkelen met zijn gezondheid.

Gestorven.

Piet was lijdende aan een hartkwaal en is daarvoor in 1958 zelfs enige tijd opgenomen geweest in het ziekenhuis. Na ontslag leek het de goede kant uit te gaan tot, ongeveer twee maand later, een collega hem beneden aan de trap dood aantrof. Dat was in de vroege morgen van 27 augustus 1958. Over enige dagen zou hij 55 jaar geworden zijn.

Op 30 augustus 1958 is hij, naast collega's, begraven op het kerkhof van de St. Bernulphuskerk te Oosterbeek.

Bronnen:
- Archief Nederl. Provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- N. Douau: Biographies Missions Africaines 27.08.1955
- J. van der Kooij in Afrika Ontwaakt 1955, pg. 177.