Imprimer

Société des Missions Africaines –Province de Hollande

SUIJKERBUIJK Adrie né le 25 janvier 1912 à Roosendaal
dans le diocèse de Breda, Hollande
membre de la SMA le 15 juillet 1934
prêtre le 18 décembre
décédé le 27 septembre 1974

1938-1963 missionnaire en Gold Coast
Amisano, Winneba, Saltpond
Sekondi, Tarkwa, Aboso
Axim, Cape Coast, Prestea, Elmina
1963-1974 prêtre assistant en Allemagne à
Eilendorf, puis Kirchhoven, puis Rheydt

décédé à Essen, Allemagne, le 27 septembre 1974,
à l'âge de 62 ans


Pater Adri SUIJKERBUIJK (1912 - 1974)

Afkomst.

Adrianus Cornelis Suijkerbuijk, zoon van Adrianus Suijkerbuijk (1886 - 1976) en Cornelia Suijkerbuijk, werd geboren te Roos¬endaal op 25 januari 1912. Zijn vader werkte bij de Nederland¬se Spoorwegen (halte-chef) en dat bracht wel eens verhuizingen mee. Als tienjarig jongetje is Adri in 1922 te Roermond ge¬vormd. Hij was de enigste jongen in het gezin: hij had drie zusjes.
Later is het gezin verhuisd naar Utrecht, waar zijn vader, op bijna 90-jarige leeftijd, na zijn priesterzoon, is overleden.

Opleiding.

Na de lagere school ging Adri naar het missie-seminarie te Cadier en Keer in september 1925. Na de paasvakantie 1926 ging hij naar Nieuw Herlaer te St. Michielsgestel, waar toen de opleiding begon voor de eerste twee klassen van de humanio¬ra. In september 1927 ging hij terug naar Cadier en Keer voor voort¬zetting van zijn middelbare schoolopleiding. Novici¬aat, gecom¬bineerd met de studie van de philos¬ophie, deed hij te Bemelen en legde daar op 15 juli 1934 de eed af als lid van de Sociëteit. Theologie studeerde hij te Hastings in Engeland van 1934 tot 1938, en werd daar in de kapel van het seminarie, tijdens het vierde jaar theolo¬gie op zaterdag 18 december 1937, door Mgr. Amigo priester gewijd. Op tweede kerst¬dag, zondag 26 december 1937, heeft hij in de St. Gertrudiskerk te Utrecht zijn eerste plechtige H. Mis gedaan.

Missionaris.

Na zijn priesterwijding ontving pater Adri zijn benoeming voor de missie van de Goudkust. Hij vertrok op 1.11.1938 en werd met meerdere klasgenoten benoemd voor het seminarie te Amisa¬no. Daar is hij echter niet lang geweest. Te Sekondi deed hij zijn eerste pastorale ervaringen op. In 1940 werd hij benoemd voor de parochie van Winneba waar Jan de Rooij pastoor was. Gedurende bijna de hele oorlogstijd is hij daar geweest. Physiek behoorde hij niet tot de sterksten, zodat het nogal eens gebeurde dat hij op de hoofdstatie bleef en pastoor Jan de Rooij de 'bush' introk om de buitenstaties te bezoeken. Zijn familienaam was in Afrika onuitspreekbaar, dus liet hij zich bij de voornaam noemen als 'Father Andrew', wat voor de afrikanen meer zin en betekenis heeft als 'Adri'.

In april 1944 werd pater Jan de Rooij overgeplaatst naar Saltpond en werd 'Father Andrew' de overste van Winneba. Zijn klasgenoot pater Gerard Elbers, zelf herstellende van ziekte, kwam bij hem als assistent. Doch in juli 1945 moest pater Suijkerbuijk zelf opgenomen worden in het ziekenhuis. Na ontslag werd hij, in september 1945, voor verder herstel benoemd voor de missie van Saltpond, omdat onmiddellijke repatriëring wegens gebrek aan vervoer nog onmogelijk was en pater Ramakers hier¬door de gelegenheid kreeg de buitenstaties te bezoeken.
In juni 1946 kon hij vertrekken voor zijn eerste vakantie in Europa. Na terugkeer van vakantie in 1947, is 'Father Andrew' eerst een jaartje in Sekondi geweest. In 1948 werd hij benoemd voor Tarkwa, om van daaruit een nieuwe statie te openen in het mijnstadje Aboso. Officieel is deze parochie 18 september 1948 opgericht met pater Suijkerbuijk als eerste pastoor. In deze plaats heeft hij gewerkt tot aan zijn vakantie in 1952.

Na deze vakantie kreeg hij eerst twee invalbeurten, i.e. een pastoor op vakantie vervangen. Volgens de regels van het bisdom betekende dit 'op de winkel passen': je mocht zelf geen wezenlijke veranderingen aanbrengen of initiatieven hiertoe nemen, hoewel niet iedereen zich hieraan hield, wat dan dik¬wijls weer moeilijkheden teweeg bracht.
Pater Suijkerbuijk ging in maart 1953 voor een half jaar naar Axim om pater Soutberg te vervangen en daarna naar Cape Coast, waar pater Jan de Rooij, zijn vroegere pastoor en nu plebaan van de kathedraal, op vakantie ging. Daarna volgde zijn eigen definitieve benoeming tot pastoor van Elmina, de oudste statie van de Goudkust missie.

Hij was zeer verheugd, toen in 1957 een Elminiaan benoemd werd als eerste autochtone bisschop van Ghana. Heel het land was blij, doch Elmina vooral voelde zich zeer trots en zo óók zijn pastoor! Opnieuw glorieerden zij toen in 1960 hun Elminiaan, Mgr. John Kodwo Amissah, werd benoemd tot aartsbisschop van Cape Coast. Opnieuw kwam hij, na de installatie, ook in zijn stad van afkomst plechtig pontificeren met daarna een uitge¬breide receptie. En weer glunderde de parochieherder!

Bijna 25 jaar heeft pater Suijkerbuijk in Afrika mogen werken.
Tijdens zijn vakantie in 1963 verwees zijn huisarts in Utrecht hem door naar een internist in het St. Antoniusziekenhuis. Deze liet hem opnemen en enkele weken is hij daar geweest voor onderzoek en behandeling. Op 13 augustus 1963 schreef deze internist K. Punt:
"Pater A.C. Suijkerbuijk is m.i. om medische redenen minder geschikt voor een verblijf in de tropen".

Na overleg met de provinciaal en Toon van Hout, die de belan¬gen van de S.M.A. in Duitsland behartigde, werd overleg ge¬pleegd met het bisdom Aken. Pater Suijkerbuijk kon eind decem¬ber 1963 beginnen in Duitsland in de parochie Eilendorf. Dat was een hele overschakeling, zoals trouwens ook voor de andere collega's die daar werkten. Een kwart eeuw had hij als 'Father Andrew' engels gesproken in preek, gebed en gesprek. Buiten de inlandse taal (Fanti) was engels de officiële voertaal; nu moest 'der Kaplan, pater Adrian' in het duits commu¬niceren met de mensen.

In mei 1965 werd hij benoemd als assis¬tent te Kirchho¬ven. In 1968 volgde zijn benoeming tot assis¬tent te Rheydt.
"Niettegenstaande een pijnlijk lijden, gaf hij zich onvermoeibaar aan de zielzorg voor bejaarden en zieken. In de gezinnen van de parochie zowel als in de bejaarden-club was hij een zeer welkome gast, vooral vanwege zijn verteltrant over zijn belevenissen in zijn missionair verleden".
Hij was lijdend aan een ernstige nierziekte. Verscheidene malen werd hij hiervoor behandeld in het (oude) St. Antonius¬ziekenhuis te Utre¬cht en de Stedelijke Kliniek van Essen. Ten leste moest hij enkele malen per week met nierdialyse geholpen worden. Zelf heeft hij niet geweten, dat de S.M.A. in Neder¬land, evenals verschillende andere Congregaties, bezig was met een reorganisatie van ziektekosten, wat overgang naar een andere verzekeringsmaatschappij betekende. Zij wilden nierdia¬lysepatiënten uitsluiten, doch de S.M.A.-econoom hield vast aan het principe: alles of niets!

Gestorven.

Begin september was pater Suijkerbuijk nog aanwezig bij het 'Konveniat', een periodieke bijeenkomst van de S.M.A. leden in Duitsland. Kort hierna werd hij weer opgenomen in het zieken¬huis te Essen. Daar heeft hij op 24 september een kleine operatie ondergaan als voorbereiding op een mogelijke nier¬transplantatie. Het heeft niet mogen baten: er traden acute bloedsomloopstoornissen op en spoedig verloor hij het bewust¬zijn. Hij raakte in diep coma en stierf daags erna, op vrij¬dag 27 september 1974, om 14.45 uur. Hij werd 62 jaar.

Op 2 oktober 1974 is hij begraven te Rheydt waar de mensen erop stonden dat hun 'Kaplan' vanuit hun parochie van de H. Josep¬h zou begraven worden. De pastoor werd geassisteerd door 14 priesters, waaronder vice-provinciaal Konijn en een aantal in Duitsland werkende nederlandse collega's. Ook de 88-jarige vader van de overledene was met zijn dochters en verde¬re familie voor deze uitvaartdienst naar Duitsland geko¬men.

Bronnen:
- Archief Nederl. Provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- J. ter Linden in 'Onze Krant' Dec. 1974