Imprimer

Société des Missions Africaines –Province de Hollande

GIJSELAERS Hubert né le 17 mars 1917 à Amby
dans le diocèse de Roermond, Hollande
membre de la SMA le 15 juillet 1939
prêtre le 8 mars 1942
décédé le 10 octobre 1996

1943-1946 Bemelen, propagandiste
1946-1979 missionnaire en Gold Coast
Berekum, Konongo, Mbease, Bekwai
Dorma Ahenkro, Jamasi, Maase-Offinso
Winneba
1979-1981 Cadier en Keer
1981-1994 Mheer, curé
1994-1996 Cadier en Keer, retiré

décédé à Cadier en Keer, Hollande, le 10 octobre 1996,
à l'âge de 79 ans


Pater Huub GIJSELAERS (1917 - 1996)

Afkomst.

Hubertus Petrus Gijselaers, zoon van Johannes Gijselaers en Josephine Boesten, werd geboren te Amby op 17 mei 1917 en daags erna gedoopt in de parochiekerk van de H. Walburga.
Hij kwam uit een groot gezin met nogal wat gezondheidsproble¬men. Vader, bovengronds mijnwerker, had vroeger een zware longontsteking gehad en moeder was een nier ontnomen. Het gezin had 14 kinderen waarvan er 6 onder de drie jaar zijn overleden. De meeste kinderen hadden longontsteking gehad en dit was ook het geval met Huub op zijn 9-jarige leeftijd.

Opleiding.

Na de lagere school ging Huub, in 1930, naar het seminarie Nieuw Herlaer van de Afri-kaanse Missiën te St. Michiels¬gestel en daarna, in 1932, naar het mis¬siehuis te Cadier en Keer, waar hij zijn middelbare opleiding in 1936 voltooide.
De hogere studies, philosophie en theologie, maakte hij in Ore Place te Hastings, Engeland, van 1936 tot 1939 en daarna, vanwege de oorlog, te Aalbeek in Zuid-Limburg van 1939 tot 1942. Door eedaflegging op 15 juli 1939 werd hij lid van de Sociëteit en op 8 maart 1942 werden hij en zijn klasgenoten in de parochiekerk van de H. Clemens te Hulsberg priester gewijd.

Missionaris.

Vanwege de oorlog was vertrek naar de missie onmogelijk. Huub volgde eerst de missiekursus te Nijmegen en werd daarna propa¬gandist te Bemelen. Hij was bij de eerste groep vertrekkende missionarissen op 22 april 1946, en bestemd voor het vicariaat van Kumasi. Daar werd hij benoemd voor de missie van Berekum, waar Frans Pas juist had overgenomen van Hein Mondé, en na een jaar vervangen werd door Piet Maessen. Begin 1949 werd Huub overgeplaatst naar Konongo, waar hij, evenals in Berekum, belast was met de buitenstaties. In december 1949 moest de overste van de onlangs geopende statie van Maase-Offinso ziek terug naar Europa en werd Huub benoemd om hem te vervangen.

In 1951 ging hij op vakantie. In zijn tweede toer heeft hij vooral de buitenstaties gedaan van Bekwai en Kumasi. Na zijn vakantie in 1956 ging hij nog even terug naar Kumasi, tot hij, in augustus 1958, benoemd werd tot pastoor te Dormaa Ahenkro. Negen jaar is hij daar pastoor geweest. Naast het normale werk van elke missionaris is van hem bekend, dat hij begonnen is met het houden van de sacramentspro¬cessies, in Ghana bekend onder de naam 'Corpus Christi', in de vorm van een 'durbar'. i.e. de officiële bijeenkomst van het stamhoofd met alle dorpshoofden, die hun respect en onderdanigheid aan het opper¬hoofd betuigen. Dit is een plechtige gelegenheid, waarin alle chiefs, vooraf gegaan door de muziek, versc¬hij¬nen met hun hofhouding, iedereen in vol regalia. In grote getale trekken de mensen hierop af. Op soortgelijke wijze brachten ze nu eer aan het Allerheiligste, uitgestald op een koningsstoel. Spoe¬dig vond deze vorm van sacramentspro¬cessie dan ook navolging.

In Dorma Ahenkro was Huub voor het groot¬ste gedeelte alleen op die missiepost> Hij had daarbij nog een behoorlijk aantal buiten¬staties en bovendien lag deze missiepost nogal in een uithoek van het bisdom, waar je niet direct zoveel contact had met je colle¬ga's. En dat had Huub nodig. Hij hield van gezel¬ligheid, waar hij, in het middelpunt van de belangstelling, kon praten over zijn verrichtingen of over zijn problemen. Hij kon nogal eens wat zwaarmoedig op de hand zijn. Hij was te¬leurgesteld toen hij in 1966, terug van vakantie, opnieuw voor Dormaa benoemd werd en bovendien de missiestatie door zijn vervanger in een toestand achtergelaten werd, die hem geens¬zins zinde. Hij heeft eerst nog zijn zilve¬ren priesterjubileum gevierd en werd toen, op verzoek, overge¬plaatst: 45 buitensta¬ties met 20 schooltjes werden hem teveel en hij begon steeds meer tegen de overnachtingen in de buiten¬staties op te zien. Doch dit was niet het enigste. Huub zat zelf, wat men noemde, in een dip en zijn verhouding met de toenmalige bisschop was niet al te best. Dit gold trouwens niet alleen voor hem, maar voor meerderen van zijn confraters. Dat werkte door, en juist pater Gijselaers, wat zwaarmoedig op de hand, was gevoelig voor gemoeds¬stemmi¬ngen.

Hij werd in augustus 1967 overgeplaatst en benoemd tot pastoor van Jamasi en waarnemend pastoor van Mampong. De bisschop was tegen één-man-parochies. Daarom kreeg Mampong geen nieuwe pastoor, doch werd vanuit Jamasi bediend. Wel kreeg Huub een afri¬kaanse assis¬tent. Begin 1969 werd deze vervangen door Winand Ruijling, die zich al spoedig in Mampong vestigde. In 1970 kreeg trouwens ook de bisschop een overplaatsing naar het nieuw opgerichte bisdom van Sekondi-Takoradi.

Na zijn vakantie in 1971 werd Huub eerst benoemd om de pastoor van Konongo tijdens diens vakantie te vervangen. In november 1972 werd hij door de bisschop benoemd tot pastoor in diens eigen geboorteplaats Maase-Offinso.
Begin 1976 ontstond er een bestuursvacature in het regionale S.M.A. team te Winneba. Deze was tevens de pastoor van Winne¬ba. Vanwege de regionale balans werd gekeken naar het bisdom Kumasi voor de invulling ervan en een paar namen werden ge¬noemd. Huub Gijselaers was één van hen en, hierover benaderd, bereid deze functie te aanvaarden. Tevens was hij, zoals vroeger op het semi¬narie, ook hier weer beschikbaar als kapper voor zijn confraters.

Tijdens de provinciale vergadering 1978 werd besloten tot een nieuwe bestuursstructuur, waardoor in Winneba drie gekozen bestuursleden zouden komen, waarvan één tevens zou functio¬neren als pastoor van de parochie. Hans van de Ven werd hier¬voor gekozen. Na overleg met het bestuur werd besloten dat Huub terug zou komen naar Nederland. Zijn voorkeur ging uit naar assistent in zijn geboorteplaats Amby. Het bestuur heeft hem overgehaald naar Cadier en Keer te komen als teamlid van het bestuur in huis, doch tevens om te acclimatiseren in de nederlandse samenleving, waaruit hij meer dan 30 jaar weg was geweest.

In mei 1981 kreeg hij de gelegenheid om pastoor te worden in Mheer. Ze zochten daar naar een geestelijke met een AOW-uitke¬ring, omdat anders de parochie dit niet kon financie¬ren. Pater Gijselaers was hier nog een jaar vanaf, doch in overleg met de Sociëteit werd hier wel een oplossing voor gevonden.
Dertien jaar heeft hij met voldoening gewerkt als pastoor van de H. Lambertusparochie te Mheer. Het was een kleine, rustige parochiegemeenschap, waar de pastoor het nodige respect kreeg en Huub, op zijn beurt, gemoedelijk met de mensen kon omgaan.
Hij had bovendien voldoende tijd om de nodige contacten met zijn familie te onderhouden en kwam ook iedere week trouw naar het missiehuis te Cadier en Keer.

Gestorven.

Hij heeft in 1992 zijn gouden priesterjubileum gevierd. Doch sindsdien ging het gestaag achteruit met zijn gezondheid. Meerdere keren werd hij opgenomen in het ziekenhuis en het werd voor hem steeds moeilijker de afstand tussen pastorie en kerk te overbruggen. Maar het was ook moeilijk voor hem om de parochie te verlaten. Het ging echter echt niet langer. In oktober 1994 kwam hij, met pijn in het hart, naar het missie¬huis te Cadier en Keer. Nog twee jaar heeft hij zich daar slepend voortbewogen en met steeds grotere inspanning. Op eigen verzoek heeft hij op 18 september 1996 de ziekenzalving ontvangen. Op 10 oktober is hij 's avonds rond half elf vredig gestorven. Hij werd 79 jaar oud.

De plechtige uitvaartdienst vond plaats in de kapel van het missiehuis te Cadier en Keer. Pater Frans Spronck ging voor in de geconcelebreerde eucharistieviering. Hij was collega-missi¬onaris van Huub in Ashanti en Huub had hem tijdens zijn vakan¬tie in 1972 vervangen te Konongo.
Bij deze uitvaartdienst van Huub Gijselaers was de kapel overvol met collega's, familie en bekenden uit zijn nabijgele¬gen geboorte¬plaats Amby en zijn parochie te Mheer. Daarna werd Huub begra¬ven op het kerkhof van de missio¬naris¬sen nabij het missiehuis.

Bronnen:
- Archief nederl. provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- De Limburger 12 mei 1981 en 7 maart 1992.
- Onze Krant nr. 110, december 1996.