Imprimer

Société des Missions Africaines –Province de Hollande

LINDEN Jan né le 1er octobre 1907 à Vught
dans le diocèse de 's-Hertogenbosch, Hollande
membre de la SMA le 28 juillet 1929
prêtre le 21 mai 1932
décédé le 28 octobre 1976

1933-1953 missionnaire en Gold Coast
Amisano, Sekondi, Axim, Tarkwa
Bibiani, Akim Swedru, Winneba , Agona
1954-1958 Tanta, Egypte, vice directeur, économe
1960-1971 Fussenich, Allemagne, curé
1971-1976 Oosterbeek, retiré

décédé à Oosterbeek, Hollande, le 28 octobre 1976,
à l'âge de 69 ans


Pater Jan ter LINDEN (1907 - 1976)

Afkomst.

Johannes Hermanus Ferdinandus ter Linden, zoon van Johannes ter Linden en Maria van Rooij (+ 10.10.1959), werd geboren te Vught op 1 oktober 1907.

Opleiding.

Na de lagere school te Vught van 1913 tot 1919, kwam Jan in 1920 naar Cadier en Keer, en deed daar zijn gymnasiale stu¬dies. Te Chanly in België maakte hij zijn noviciaat tijdens de studie van de philosophie, doch moest deze wegens ziekte onderbreken van maart tot oktober 1928. In februari 1929 ging hij naar Bemelen voor de studie van de theologie, doch moest terug naar Chanly voor de retraite en eedaflegging op 28 juli 1929. Hierna ging hij naar Hastings in Engeland om zijn studie van de theo¬logie te vervolgen, doch vanwege zijn ziekte te Chanly lag hij wel een half jaar achter bij zijn klas en werd hij ook een half jaar later, op 21 mei 1932, door Mgr. Amigo priester gewijd in de kapel van het seminarie te Wo¬nersh.

Missionaris.

Na beëindiging van zijn studies werd hij eerst enkele maanden, van september tot en met november 1932, 'Chaplain of Grove Ferry College, Canterbury' van de broeders Maristen.

Op 8 februari 1933 vertrok hij per boot naar Afrika en werd na aankomst benoemd voor het seminarie te Amisano, waar hij leraar was van 14 maart tot 9 mei 1933. Toen volgde zijn benoeming tot assistent te Sekondi bij de jonge overste Kees Bouchier. In april 1934 werd hij naar Axim gestuurd om daar tijdelijk, van april 1934 tot februari 1935, over te nemen tijdens de vakantie van pater Stauf¬fer.

Het is vermoedelijk in deze plaats dat hij Kwame Nkrumah, de toekomstige president van Ghana, heeft leren kennen. Deze had in 1930 de vierjarige onderwijzersop¬lei¬ding te Achim-ota beëin¬digd en was daarna onderwijzer in de 'Catholic Education Unit', eerst als onder-wijzer van de laagste klas te Elmina en daarna hoofdonder¬wijzer van de katholieke lagere school te Axim. Jan heeft zijn hele leven contact met hem onderhou¬den, ook toen hij eerste minister en president van Ghana was. Jaarlijks wisselden ze nieuwjaarswensen.

Na Axim werd Jan pastoor te Tarkwa. In september 1937 ging hij op vakantie naar Nederland. Na terugkeer in mei 1938 kreeg hij de opdracht een nieuwe statie te openen in Bibiani, doch na drie maanden werd hem gevraagd van plaats te wisselen met Jacques van Leuven, die zich niet op zijn plaats voelde te Sekondi. In 1940 trok pater van Leuven verder het Sehwi dis¬trict in en werd Jan ter Linden opnieuw overste van Bibiani met Jan van den Broek als zijn assistent.


Na zijn overlijden lezen we op zijn gedachtenisprentje:
"Stoer en fors gebouwd, was Jan een persoonlijkheid, die door het leven ging met de tred van iemand, die wist waarvoor hij leefde en wat hij wilde".
Hij was inderdaad een beer van een kerel en werd daarom door collega's vaak als 'de Beer' aangesproken. Zelf ondertekende hij een schrijven naar vrienden ook wel eens als zodanig. Doch soms was het uiterlijke schijn. In september 1943 werd Jan ziek en moest een operatie ondergaan. Vanwege de oorlog was repatriëring niet mogelijk. In november 1943 ging hij voor rust naar Akim Swedru onder de goede zorgen van pater Pot. Hij nam het beheer van de scholen op zich en werd in april 1945, toen pater Pot op vakantie ging naar Zuid-Afrika, waarnemend overste van deze statie.

In januari 1946 werd pater ter Linden benoemd tot pastoor te Winneba. Als goede organisator en in overeenstemming met zijn karakter, nam hij meteen het voortouw, toen klasgenoot André van den Bronk tot bisschop benoemd werd. Hij stond vooraan bij de wijding te Cape Coast, organiseerde een klas-reünie van de 9 aanwezigen bij klasgenoot Harrie Sevriens te Tarkwa en nodigde Mgr. v.d. Bronk uit voor de zegening bij de eerste steenlegging voor het nieuwe schoolge¬bouw op de Berakuweg in zijn eigen parochie Winneba door de Omanhene van het Efutu dis¬trict.

De Sociëteit en het aartsbisdom Cape Coast kwamen overeen dat de parochie Winneba gesplitst zou worden. De S.M.A. nam de parochie Winneba over met enkele buitenstaties. In ruil voor het missiehuis liet de S.M.A. een nieuw missiehuis bouwen te Agona Swedru. Op 20 januari 1951 vertrokken pastoor Jan ter Linden en zijn assistent Jef Lennertz van Winneba naar de nieuwe parochie van Agona Swedru. Na de instelling van de hiërarchie werd Jan, die reeds 'district-superior' was van Winneba en de omliggende parochies, de eerste deken van het dekenaat Agona Swedru. In juni 1953 ging hij op vakantie naar Nederland. Hiermee kwam een eind aan zijn Ghana-periode.

Na de vakantie vertrok hij op 23 febr 1954 naar Egypte waar hij 'bursar' werd, en tevens onder-directeur, van het St. Louis' college te Tantah, waar meerdere S.M.A. leden werkzaam waren. Ook werd hij daar leraar engelse letteren.
Daar ook, in Tantah, vierde hij in mei 1957 op grootse wijze zijn 25-jarig priesterfeest. In november van datzelfde jaar begon hij pijn te voelen in keel en hals. Er werd aan griep gedacht, doch het ging niet over. In januari 1958 kreeg Jan in het ziekenhuis te Cairo te horen dat het kanker was.

Jan kwam terug naar Nederland en werd op 25 januari 1958 in Rotterdam opgenomen wegens een larynxgezwel. De uitslag van nader onderzoek was: uitgebreid carcinoom met uitzaaiïng in de halsklieren. Jan vond onderdak bij de zusters van J.M.J. te Berkel, van waaruit hij dagelijks naar Rotterdam ging voor bestraling.

Van het franse consulaat te Rotterdam kreeg hij, vanwege zijn verdiensten voor de franse cultuur, op 20 juni 1958:
'Le Diplôme de Chevalier dans l'Ordre des Palmes Académi¬ques dont vous êtes titulaire.'

Een jaar lang is hij te Rotterdam in behandeling geweest. Begin 1959 ging hij naar zijn bejaarde moeder te Vught. Van daaruit is hij meerdere keren opgenomen in het ziekenhuis te Vught. We lezen in de plaatselijke krant:
"Mevrouw ter Linden (77) uit de parochie van het H. Hart, moeder van pater ter Linden, die in het ziekenhuis alhier verpleegd wordt, is zaterdagmiddag (10 oktober 1959) nabij het Versterplein door een hartaanval getroffen en vrijwel onmiddellijk overleden. Een kapelaan uit de H. Hartparochie diende haar nog het H. Oliesel toe.
Zoals iedere middag was zij op weg naar het ziekenhuis, om haar zoon te bezoeken."

In februari 1960 is Jan in Den Bosch geopereerd. Daarna kwam hij naar Oosterbeek voor verder herstel.
Zoals altijd en overal was Jan meteen weer actief, zelfs domine¬rend aanwezig. Hij bleef erop toezien dat hij aan zijn trekken kwam. Luiheid kan hem niet verwe¬ten worden. Met vast¬beradenheid en doorzettingsvermogen ging hij voort. Naast de normale pastorale taken in Ghana was hij aalmoezenier van de 'Knights of Marshall' en van 1949 - 1953 redacteur van de 'Catholic Voice'. In Egypte was hij aalmoeze¬nier van de oud-studenten-vereniging van Tantah. Herstellend van twee jaar lang zware medische ingrepen en behandeling, ging hij niet bij de pakken neerzitten. In mei 1960 werd hij redacteur van 'Onze Kran¬t'. In septem¬ber werd hij rector van St. Nikolaus-Stift te Füssenich bij Düren in Duitsland, waar zusters een huishoud¬school met inter¬naat hadden. Zijn inzet was bewonderenswaar¬dig. Maar zijn oude 'kwaal' bleef: veelei¬sendheid, in velerlei opzichten. Dit bracht hem overal in moeilijkheden.

Meer dan tien jaar heeft hij vanuit Füssenich de redactie gevoerd over het kwartaal-contactblad van de nederlandse S.M.A., simpelweg genoemd 'Onze Krant'. Hij onderhield regel¬matige briefwisseling met zijn plaatselijke correspondenten en schroomde niet de overheden om informatie te vragen en soms, naar zijn aard, bijna te eisen.

Gestorven.

Zijn slopende ziekte zette zich voort en zijn functioneren te Füsse¬nich werd steeds problematischer. In april 1971 kwam hij definitief naar de Tafelberg te Oos¬terbeek. Het werd een lijdensweg, maar hij bleef optimistisch en actief. In 1973 werd hij in het O.L. Vrouw Gasthuis te Amsterdam geopereerd (uretra). Hij bleef schrijven en 'Onze Krant' verzorgen. Hij hield het dagboek van het huis bij. Hij bleef alles volgen en maakte zich zorgen over Kerk en samenleving, had moeite met allerlei veranderin¬gen en sommige bestuursbeslissingen.

Vanaf oktober 1975 werd zijn schrift onregelma¬tig en weken de zinnen van de lijn af. Zijn laatste aanteke¬ningen waren van 1 april 1976, waarin hij meldde dat de pro¬vinciaal op bezoek kwam om de overdracht van 'Onze Krant' te regelen. Langzaam ging hij achteruit: eerst kamergebonden, daarna bedlegerig. Bewust ging hij naar zijn eind. Hij vierde zijn verjaardag, ontving de ziekenzalving, regelde zijn zaken en stierf vredig thuis in huize Tafelberg te Oosterbeek op don¬derdag 28 oktober 1976. Hij werd 69 jaar oud. Op maandag 1 november is hij, na een plechtige Eucha¬ris¬tievie¬ring, begraven op het kerkhof van het missiehuis te Cadier en Keer.

Bronnen:
- Archief Nederl. Provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- J. van Brakel: S.M.A. Missionary Presence in the Gold Coast (Ghana) vol. IV, pg. 200, 205, 228.
- A. Rijpkema in 'Onze Krant', dec. 1976.