Imprimer

Société des Missions Africaines - Province de Hollande

né le 12 octobre 1906 à Hengelo
dans le diocèse de Utrecht, Hollande
membre de la SMA le 2 février 1931
serment perpétuel le 16 avril 1937
décédé le 4 novembre 1955

1931-1933 Hastings, Hollande

1933-1935 Ave, Belgique
1936-1946 Côte-d'Ivoire 
1947-1950 Basse Volta
1951-1955 Oosterbeek
décédé à la suite d’un tragique accident

décédé à Verden, Hollande, le 4 novembre 1955
à l’âge de 49 ans


Le frère Piet COMINO (1906 - 1955)

A Verden (Hollande), le 4 novembre 1955, retour à Dieu du cher frère Piet Comino, à l'âge de 49 ans.

Pierre Comino, né dans le diocèse d'Utrecht en 1906, entra aux Missions Africaines en 1927. Il fit son serment en 1931 et fut nommé au grand séminaire à Hastings, en Grande Bretagne. En 1933, le frère Pierre Comino était nommé au noviciat des frères à Blitterswijk, en Hollande, et, en 1935, à Ave.

En 1936, le frère Pierre partait pour la Côte-d'Ivoire, où il resta 10 ans. En 1947, il repartait pour les missions, mais cette fois pour le vicariat de la Basse Volta (aujourd'hui diocèse de Keta, au Ghana). De retour en Europe en 1951, il fut nommé comme propagandiste à la maison provinciale d'Oosterbeek.

C'est au cours d'une tournée de propagande que le cher frère Pierre fut victime d'une accident à Verden.


Broeder Piet COMINO (1906 - 1955)

Afkomst.

Petrus Comino, zoon van Franciscus J. Comino en Ulkje Kroon, werd geboren te Hengelo (Ov.) op 12 oktober 1906. Piet kwam uit een groot gezin; hij had vijf zusjes en 3 broers in leven. Twee meisjes waren als kind gestorven. Zijn vader was metaal¬bewer¬ker en woonde met zijn gezin op de Javastraat 18.

Opleiding.

Na de lagere school koos Piet al spoedig de richting van zijn vader. Bij de machinefabriek van de Fa. Stork kreeg hij een interne opleiding als smid - bankwerker. Vanwege broederdienst werd hij vrijgesteld van militaire dienst.

Op 21-jarige leeftijd in hij op 14 november 1927 ingetreden in het St. Gerardus-Missiehuis voor Broeders bij de Afrikaanse Missies te Blitterswijck. Op 16 oktober 1928 begon Piet daar zijn noviciaat onder leiding van pater Ruud van Ooijen. Op
2 februari 1931 heeft hij zijn eerste eed voor twee jaar afge¬legd.

Missionaris.

Hierna volgde zijn benoeming als tuinman voor het seminarie Ore Place te Hastings in Engeland. De grote tuinen daar droe¬gen aanzienlijk bij in het levensonderhoud van staf en studen¬ten. Ook werden groentes en bloemen verkocht op de plaatselij¬ke markt om op deze manier inkomsten te verwerven voor de exploi¬tatie van het seminarie.

In februari 1933 was Piet terug in Blitterswijck voor de hernieuwing van de eed voor 4 jaar. In 1934 werd hij be¬noemd voor de missie: de technische opleidingsschool in Lomé. Vanwe-ge de cri¬sisjaren liepen bepaalde afdelingen niet zoals men gehoopt had en vanwege financiële redenen moest de missie de staf van de school inkrimpen en de activiteiten beperken. Broeder Comino zou in september vertrekken, doch kreeg een paar weken tevoren te horen, dat zijn vertrek naar de missie niet doorging.

Het bestuur had contact met de franse Provincie, waar Piet mogelijk de dure ingehuurde chauffeur zou kunnen vervangen, toen het algemeen bestuur vroeg om een broeder-tuinman voor Ave in België. Na een jaar volgde toch zijn benoeming voor de missie: de "Briqueterie - tuilerie de la Mission Catholique de Moossou, Côte d'Ivoire". Op 31 oktober 1936 is hij vertrokken naar deze steen - en pannenbakkerij in de Ivoorkust. Daar heeft hij op 16 april 1937 zijn eeuwige eed afgelegd. Geduren¬de de hele oorlog heeft hij daar gewerkt. In het tiende jaar van zijn missiearbeid, in mei 1946, ging hij op vakantie naar Nederland.


Intussen was men in de Goudkust ook met een steen- en pannen¬bakkerij begonnen te Gbefi bij Kpandu. Piet werd hiervoor benoemd en vertrok naar de Beneden Volta 22 februari 1947. In juli 1947 schreef hij naar de missieprokuur in Nederland:
"Het bevalt me hier uitstekend in de Goudkust. Ik ben in Kpandu en heb prachtig werk in de steen- en pannenfa¬briek. Het is nog een betrekkelijk klein bedrijf. We werken er met 25 man, doch er zit wel toekomst in dat zaakje en zelfs nu al wordt er elke maand minstens £ 20 voor het vicariaat verdiend. Het enigste bezwaar is dat de pannenfabriek niet in Kpandu ligt, doch 9 kilometer de 'bush' in. Iedere morgen ga ik er met een lorrie heen en 's avonds terug. Doch nogmaals: het bevalt me hier best".

Toch ging het allemaal niet zo best: niet met de fabriek noch met zijn eigen gezondheid. In februari 1950 moest broeder Piet naar Nederland terugkeren.

Na zijn vakantie en de nodige rust werd hij benoemd voor de Tafelberg in Oosterbeek, waar hij in 1951 begon bij de afde¬ling fondswerving. Op zijn brommertje reisde hij door het oosten van het land met de kwitanties voor de tijdschriften van de S.M.A. en ledigde hij op zijn route de missiebusjes van de vrienden en donateurs van de Sociëteit.

Gestorven.

Plotseling is hij van ons heengegaan. Pater J. v.d. Kooij schreef hierover:
"Op die bewuste namiddag van vrijdag 4 november 1955 was hij op weg van Vorden naar Oosterbeek toen de dood hem plotseling overviel. Men vond hem liggende langs de weg toen alle levensgeesten reeds geweken waren. Hij moet met zijn bromfiets op onverklaarbare wijze tegen een boom zijn opgereden. Vanuit het ziekenhuis te Zutphen werden we van het tragische ongeval op de hoogte gesteld".

Broeder Piet Comino werd 49 jaar oud. Op 8 november werd hij begraven op het Bernulphuskerkhof in Oosterbeek, naast zijn medebroeder Martin Kuijpers, die daar een jaar eerder als eerste S.M.A.er begra¬ven was.

Achteraf bleek, dat broeder Comino in ernstiger mate aan suikerziekte leed, dan men algemeen vermoedde. Dit kan moge¬lijkwijze het, anders onbegrijpelijke, ongeluk verklaren.

Bronnen:
- Archief Nederl. Provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- N. Douau: Biographies Missions Africaines 04.11.1955
- J. van der Kooij in 'Afrika Ontwaakt' 1955, pg. 215.