Imprimer

Société des Missions Africaines –Province de Hollande

ROOIJ Wim né le 13 février 1911 à Haarlem
dans le diocèse de Haarlem, Hollande
membre de la SMA le 30 juillet 1932
prêtre le 21 décembre 1935
décédé le 5 novembre 1986

1937-1970 missionnaire dans le vicariat de la Basse Volta
Ho, Liati, Keta, Kpandu, Jasikan
Likpe Mate, Dzelukope, Hohoe, Dzodze
1970-1986 Oosterbeek, aide procureur et
vice supérieur

décédé à Utrecht, Hollande, le 5 novembre 1986,
à l'âge de 75 ans


Pater Wim de ROOIJ (1911 - 1986)

Afkomst.

Wilhelmus Joannes Leonardus de Rooij, zoon van Wilhelmus Leonardus de Rooij en Joanna van Leeuwen, werd geboren te Haarlem op 13 februari 1911 en is daags erna gedoopt in de kathedrale kerk St. Bavo. De vader van Wim werkte bij de drukkerij/uit-geverij 'de Spaarnestad' als grafisch bankwer¬ker. Moeder was een zus van pater Bernard van Leeuwen S.M.A. Uit deze familie met tien kinderen, zes jongens en vier meisjes, trad de oudste doch¬ter als Zr. Electa in bij de Ursu¬linen en drie jongens volgden hun heeroom en zijn als priester-missio¬naris gewijd in de Sociëteit voor Afrikaanse Missiën evenals hun neef Cor Schel¬tinga.

Opleiding.

Ook op Wim maakte heeroom Bernard een grote indruk en, na de lagere school in Haarlem van 1917 tot 1924, besloot hij even¬eens missionaris te worden bij de paters van Cadier en Keer, waar zijn oudste broer Jan toen studeerde.
Van 1924 tot 1930 genoot hij zijn middelbare opleiding in het missiehuis te Cadier en Keer. Te Chanly in België maakte hij zijn noviciaat en studeerde tevens philosophie. Op 30 juli 1932 werd hij door eedaflegging lid van de Sociëteit voor Afrikaanse Missiën. Wim studeerde theologie te Has¬tings in Engeland. Tijdens zijn laatste stu¬diejaar werden hij en zijn klasgenoten op 21 december 1935 door Mgr. Amigo tot priester gewijd.

Missionaris.

Pater Wim de Rooij werd in mei 1936 benoemd voor de missie. Hij vertrok op 2 februari 1937 naar het vicariaat van de Beneden Volta in de Goud¬kust, waar de Elzasser Mgr. Herman bisschop was.

De eerste drie jaar van zijn missionarisleven bracht Wim door te Ho, waar hij assistent werd van pater Wim Bond en daarna van René van Goethem. In 1940 werd hij assistent te Liati, eveneens voor drie jaar. Daarna heeft hij nog gewerkt als assistent te Keta, Kpandu en Jasikan, alvorens hij in juni 1946 voor de eerste keer op vakantie ging naar Europa.

Na terugkeer was Wim vijf jaar pastoor te Likpe Mate van 1947 tot 1952. Na terugkeer van vakantie in het begin van 1953, werd hij achter¬eenvolgens enkele maanden waarnemend pastoor te Dzelukope en daarna waarnemend 'headmaster' van het recent geopende 'Bishop Herman College' te Kpandu. In september 1953 werd hij benoemd tot 'chaplain' van het 'St. Francis Training College' te Hohoe. In 1955 werd hij benoemd tot pastoor van Ho. Na terugkeer van vakantie, in mei 1958, verving hij eerst de pastoor van Dzodze tijdens diens vakantie en werd daarna benoemd tot pastoor van Dzelukope, waar hij tevens de zorg had voor het 'preparatory seminary'. Hier heeft hij gewerkt tot zijn definitieve terugkeer naar Nederland in mei 1970.
Wim heeft 33 jaar in de missie gewerkt. Hij was de middelste van de drie gebroeders de Rooij in Ghana en de minst opvallen¬de: op het eerste gezicht was hij een kleine, stille, bijna onopvallende, doch beminnelijke verschijning. Hij was een gevoelsmens en kon wat zwaarmoedig en 'down' zijn, doch hij kon ook uitbundig en geestig zijn en, met zijn aanstekelijke humor, de gangmaker van een gezellige bijeenkomst.

Tijdens zijn vakantie in 1970 begon hij te dubben. Wim was altijd zeer consciëntieus. Hij voelde, dat hij het werk in Dzelukope niet meer aankon.
"Ik heb daar in Dzelukope 11 jaar zeer graag gezeten. Maar het werd me toch wel een beetje te zwaar. Dat geloop door het zand werd me te vermoeiend en toch moest het werk gedaan worden.
Tijdens de vakantie heb ik heel wat moeten wikken en wegen of ik nog terug zou gaan naar Ghana".

Mgr. Konings bood hem aan om weer pastor ("chaplain') te worden op één van de colleges te Kpandu of Hohoe.
"Daar voelde ik niet veel voor. Ik ben dit al een keer geweest in St. Francis College, doch zat toch liever in een parochie. Holland is echter ook niet alles meer, zoals men dat vroeger gewend was".

In oktober 1970 kwam hij naar Oosterbeek als assistent-provin¬ciaal econoom. Dit was niet zijn eerste keus, doch vanwege de noodzaak aanvaardde hij het uit plichtsbesef. Zijn sterkste punt in die jaren werd zijn correspondentie met de leden van de provincie. Bij elke afrekening of zakelijke correspondentie naar hen, was een persoonlijk woordje van Willem ingesloten, een belangstellende vraag, een laatste nieuwtje, een geestige bemerking. Hij groeide in zijn werk en werd voor velen een contactpersoon op de prokuur.

Ook was hij een aanwinst voor de communiteit. Dit resulteerde in zijn benoeming, een half jaar later op 14 april 1971, tot onderoverste van de communiteit. Zes jaar heeft hij de commu¬niteit plichtsgetrouw in deze functie gediend tot hij, in 1977, op eigen verzoek hiervan ontheven werd.
Jarenlang kwam hij 's morgens, onder het zingen of neuriën van populaire deuntjes, het kantoor op de prokuur binnen, waarvan "Willem met de waterpomptang" no. 1 op zijn toplijst was, doch afhankelijk van zijn gemoedsstemming kon het ook het refrein van de populaire TV-serie 'Farce majeure' zijn:
"ik zie het niet meet zitten, ik kan er niet meer bij;
ziet gij het nog wel zitten, dan kunt gij méér als wij".

Enkele moeilijke jaren lagen nog voor hem. Zijn broers Jan en Dirk waren intussen ook woonachtig op de Tafelberg. Met Jan ging het niet goed en deskundige verzorging werd noodzakelijk. Wegens plaatsingsmoeilijkheid werd Jan uiteindelijk opgeno¬men in het nabij-ge¬legen protestant-christelijk verpleeghuis 'De Meent' te Veen¬endaal. Dit was zeer tegen de wens van de fami¬lie, waarvan broer Wim de vertolker werd.
In het algemeen had Wim trouwens moeite met de ontwikkelingen in kerk en maatschappij. Ook physiek kwamen er problemen. Hij kreeg een hartinfarct en moest het rustig aan gaan doen.
In december 1985 vierde hij zijn gouden priesterjubileum. In een felicitatiebrief schreef de algemeen overste Patrick Harrington:
"Your contribution to the present-day diocese of Keta-Ho and its people, has been enormous. You watched over the beginnings of Bishop Herman College in Kpandu, for exam¬ple, served as chaplain at Saint Francis College, Hohoe, and built up faith communities in many other areas. What made you especiallly loved and respected was your simpli¬city of life-style. You always lived "close to the peop¬le" and gave a clear witness of what being a disciple of Christ means. Then, after being more than thirty years in Ghana, you accepted to serve our confreres with your customary willingness and availability as Vice-Superior of Oosterbeek".

Gestorven.

Op 28 juli 1986 werd Wim wegens hartklachten opgenomen in het ziekenhuis te Arnhem. Op 14 augustus werd hem de ziekenzalving toegediend en werd hij met spoed overgebracht naar Utrecht, waar hij nog dezelfde nacht in het Antoniusziekenhuis te Nieuwegein werd geopereerd en vijf bye-passes kreeg. Echt herstel trad niet in. Op 1 september kwam hierbij nog nier dialyse. Het was een meewarig gezicht hem te zien liggen, met allerlei slangetjes verbonden aan apparatuur. In comateuze toestand heeft hij daar weken gelegen en, naar het scheen, niet meer aanspreek¬baar. Op 5 november 1986 is hij overleden, 75 jaar oud. Het was de verjaardag van het overlijden van zijn geliefde heeroom Bernard van Leeuwen S.M.A.(1934).

Na een avonddienst in huize Tafelberg te Oosterbeek, vond op de dag erna, 10 november 1986, de plechtige uitvaart¬dienst plaats. Met 3 auto's gingen veel collega's uit Oosterbeek mee om hun geliefde confrater uitgeleide te doen. Bestuurslid van Brakel, met wie hij op de prokuur samengewerkt had, ging voor in de eucharistieviering in de kapel van het missiehuis te Cadier en Keer. Pater van Baar, een goede bekende van de familie de Rooij in Haarlem, hield de homilie. Mgr. Konings verrichtte de absoute.

Bronnen:
- Archief Nederl. provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- J. v.d. Kooij in 'Afrika Ontwaakt', jrg.1961, pg. 45.
- A. van Baar in 'Onze Krant', nr. 70, dec. 1986.