Imprimer

Société des Missions Africaines –Province de Hollande
Le Père Hubert van GASTEL

né le 23 novembre 1906 à Heer
dans le diocèse de Roermond, Hollande
membre de la SMA le 30 juillet 1931
prêtre le 22 décembre 1934
décédé le 30 novembre 1983

1935-1969 missionnaire en Basse Volta
Liati, Ho, Amisano, Kpandu
Dzelukope, Jasikan, Papase
Lipke Mate, Kete Krachi, Teteman, Denu
beaucoup de construction + travail pastoral
1970-1981 Heer, prêtre assistant
1981-1983 Cadier en Keer, retiré

décédé à Cadier en Keer, Hollande, le 30 novembre 1983,
à l'âge de 77 ans

Pater Huub van GASTEL (1906 - 1983)

Afkomst.

Hubertus Antonius Hendrikus van Gastel, zoon van Marinus Gerardus van Gastel (1875 - 1944) uit Roosendaal en Maria Elisabeth Daemen (1879 - ?) uit Elsloo, werd geboren te Heer op 23 november 1906. Huub had één broer en vier zusjes, terwijl bovendien vier kinderen tussen de jaren 1914 - 1920 gestorven zijn. Vader was beambte bij de Nederlandse Spoorwegen.

Opleiding.

Na de lagere school te Heer (1912-1918) en Maastricht (1919-1921), ging Huub naar het kleinseminarie van de priesters van het H. Hart te Bergen op Zoom. Na het derde schooljaar, in juli 1925, kreeg hij de boodschap mee om thuis te blijven. De studieresultaten in het algemeen, doch met name de klassieke talen latijn en grieks, waren ondermaats. Wiskunde daarentegen was zeer goed.

Huub kwam toen naar het missiehuis te Cadier en Keer, waar hij studeerde van 1925 tot 1929. Hij ging naar Chanly in België voor zijn noviciaat en philosophie en werd daar, door eedaflegging op 30 juli 1931, lid van de Sociëteit. Hij ging daarna naar Hastings in Engeland, waar hij gedurende vier jaar theologie studeerde. Tijdens het vierde jaar werd hij op 22 december 1934 in de kapel van het seminarie 'Ore Place' te Hastings door Mgr. P. Amigo priester gewijd.

Missionaris.

Pater Huub van Gastel werd benoemd voor de missie van de Goudkust in het vicariaat van de Beneden Volta, waar Mgr. Herman de bisschop was. Met andere woorden: een nederlandse missionaris naar een vroegere duitse kolonie, dat brits mandaatgebied was en waar nu engels de officiële taal was en de missie onder leiding stond van een elzasser bisschop.
Huub van Gastel vertrok op 30 oktober 1935 en werd na aankomst benoemd voor de missiepost van Liati bij pater Theo Puijk, om zich daar in te werken en de taal te studeren. Na 3 maanden volgde overplaatsing voor een jaar naar Ho bij pater Wim Bond, waarna hij terugkeerde naar Liati, waar hij nu belast werd met het district.

In april 1938 werd hij benoemd als leraar aan het seminarie te Amisano. De bisschoppenconferentie had besloten dat ook Ashanti en de Volta moesten bijdragen aan de stafbezetting van het seminarie. Wiskunde werd de opdracht voor pater van Gastel. Jaren nadien werd nog verteld hoe hij tijdens de beginperiode grote moeilijkheden ondervond met de engelse benaming van de vaktermen ('threehook' was niet het engelse equivalent voor 'driehoek'!).

In december 1939 mocht pater van Gastel Amisano weer verlaten. Na eerst een paar maanden gewerkt te hebben als assistent te Kpandu, werd hij in augustus 1940 benoemd tot overste van Ho.
Daar heeft hij de hele oorlog gewerkt totdat hij in 1946, na bijna elf jaar, zijn familie in Heer weer kon bezoeken. Zijn vader zou hij niet terugzien, want die was 2 jaar eerder overleden.

Na terugkeer op de westkust in 1947, maakte hij een normale tour van vijf jaar, waarin hij achtereenvolgens overste was van de missies te Kpandu, Dzelukope en Jasikan. Na zijn overzeese vakantie in 1952 is hij nog even belast geweest met de missies van Papase en Likpe Mate.

In januari 1955 werd hij definitief bouwmeester en is dat gebleven voor de rest van zijn verblijf in Ghana. Dit was een bewust beleid van het bisdom onder leiding van Mgr. Antoon Konings. Voor de overdracht aan de inlandse geestelijkheid, die gewoonlijk over minder financiële middelen en technische assistentie kon beschikken dan haar europese collega's, moesten zoveel mogelijk parochies voorzien zijn van goede behuizing voor de priesters en waardige kerkgebouwen. Ook het bisdom moest voorzien zijn van de nodige faciliteiten voor middelbaar- en beroepsonderwijs en voor de medische verzorging. Meerdere paters en broeders zijn dan ook door Mgr. Konings benoemd om zich met dit aspect van de ontwikkeling van het missiegebied bezig te houden. Het aspect van de eigen bijdrage van de plaatselijke bevolking werd niet vergeten. Als de parochianen een bepaald gedeelte van de onkosten voor hun rekening namen, zorgde het bisdom voor een ander gedeelte, b_v. het dak.

Vanaf 1955 tot zijn definitieve terugkeer naar Nederland in 1969 is 'Ties', zoals hij gewoonlijk door zijn collega's genoemd werd, 'full-time' bouwmeester geweest, al werd er van tijd tot tijd ook nog wat pastorale activiteiten verwacht, als b.v. de pastoor van die plaats net op vakantie moest.
We zien pater van Gastel achtereenvolgens bezig te Hohoe, Kete Krachi en Ho. Dan volgde de tijd van de colleges: eerst in 1956 - 1957 bijna twee jaar in het Bishop Herman College te Kpandu en dan, na zijn vakantie, van 1958 - 1962 in het college te Ho. Daarna bouwde hij nog te Teteman en Denu, om, tenslotte zijn bouwactiviteiten te beëindigen in zijn geliefde missiepost van Ho. Deze opsomming pretendeert niet alllesomvattend te zijn. Er zullen nog wel van die tussendoor klusjes geweest zijn, die niet in de boeken zijn opgeschreven.
Bouwmeester zijn in tropisch Afrika was geen gemakkelijke opdracht: klimaat en mensen daar volgen andere spelregels, dan westeuropeanen gewend zijn. Ook Ties van Gastel heeft dat menigmaal ondervonden. Terugblikkend op zijn leven schreef hij in september 1980 in zijn (geestelijk) testament:
"Ik vraag vergeving ..... aan de Heer, ..... aan mijn confraters .....
Mijn vroegere parochianen in de missie vraag ik vergiffenis voor de hardheid, waarmee ik somtijds gehandeld heb, ofschoon dat bedoeld was voor hun eigen geestelijk welzijn.
Al mijn werklui, die me de laatste 14 jaren in de missie geholpen hebben in de bouwprojecten van het diocees Ho-Keta, voor de harde woorden soms gebruikt, mogen zij mij vergeven.
Ik offer mijn leven voor alle christenen en niet-christenen in het Ho-Keta diocees, dat zij allen de genaden mogen ontvangen om een zaligen dood te sterven.
In het bijzonder beveel ik de eerste inlandse priester van HO aan GOD aan ......
Al degenen, die dit lezen of horen lezen, vraag ik voor mij te bidden".

Op 14 september 1969 kwam hij definitief terug naar Nederland. Eerst heeft hij enige tijd bij zijn zus ingewoond.
"Ik had me graag nog wel willen inzetten voor één of ander pastoraal werk hier in Limburg, maar toen ik de instanties van het bisdom Roermond hieromtrent benaderde, werd ik vanwege mijn leeftijd niet geaccepteerd.
Het werk wat ik nu doe is geheel op vrijwillige basis zonder definitieve aanstelling door het Bisdom of de Hoofdaalmoezenier van het woonwagenwerk.
Ik doe het op geheel vrijwillige basis, hiervoor benaderd door mijn pastoor, die ik hierdoor een dienst bewees. Ik doe het uit vrije wil en met plezier. Ik help ook in de parochiekerk als vrijwilliger en mijn honorarium is H. Mis en assistentie stipendia".
Hij deed dit vanuit een éénsgezin woning, dicht bij de kerk. Zes jaar is hij als pastor werkzaam geweest in het woonwagenkamp te Maastricht. Toen hij niet meer kon autorijden was hij genoodzaakt ook deze werkzaamheden te beëindigen. Sindsdien las hij nog af en toe een mis in de parochie Heer. Zijn gezichtsvermogen werd steeds minder. Hij leidde een sober leven en dreigde in een isolement te raken.

Overleden.

Begin 1981 werd hij geïndiceerd voor een bejaardenoord en kwam op 21 februari 1981 naar het missiehuis te Cadier en Keer.
Eenvoudig en bescheiden was zijn 11-jarig verblijf in Heer; vriendelijk, tevreden en dankbaar verbleef hij in het missiehuis: een positieve bijdrage aan de communiteit.
Onopvallend en niemand tot last, is hij ook heengegaan.
Op 30 november 1983 trof bejaardenverzorgster José Schoenmakers, tot haar grote ontsteltenis, hem 's morgens dood aan in zijn kamer, volgens de dokter reeds overleden op 29 november 1983 tussen 10 en 12 uur, doch op het gemeentehuis ingeschreven als overleden op 30 november (vandaar ook verschillende data op bidprentje en rouwadvertenties). Hij stierf een week na zijn 77ste verjaardag.

De plechtige uitvaartdienst vond plaats in de kapel van het missiehuis te Cadier en Keer op zaterdag 3 december 1983. Provinciaal van Hoof ging voor in concelebratie. Zijn missiebisschop, Mgr. Konings verrichtte de absoute. Daarna vond de begrafenis plaats op het kerkhof van het missiehuis.

Bronnen:
- Archief Nederl. provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- J. v.d. Kooij in 'Afrika Ontwaakt' 1960, pg. 26.
- Onze Krant, nr. 59, maart 1984.