Imprimer

Société des Missions Africaines –Province de Hollande

juyn adriaan

né le 7 avril 1913 à Rotterdam
dans le diocèse de Rotterdam, Hollande

membre de la SMA le 15 juillet 1934
prêtre le 18 décembre 1937
décédé le 5 janvier 1987 

1978-1987 Oosterbeek, retiré1938-1963 missionnaire en Gold Coast

Berekum, Kumasi, Obuasi, Konongo
Donyina, 
longtemps responsable des écoles
1964-1967 Cadier en Keer, aide à Africa Centrum
1968-1969 Oosterbeek, secrétariat
1969-1973 Oosterbeek, archiviste
1973-1978 Oosterbeek, administratio

décédé à Arnhem, Hollande, le 5 janvier 1987,
à l'âge de 74 ans


Adriaan Johannes Juyn, zoon van Leendert Johannes Juyn en Maria Petronella van der Sluis, werd geboren te Rotterdam op 7 april 1913 en gedoopt in de parochie van O.L.Vr. Onbevlekte Ontvangenis (Wijnhaven) op 15 mei 1913. Vader werkte in de expeditie. Daar hij niet katholiek was, waren de ouders van Adri getrouwd met dispensatie. Adri had één broer, die later onder¬wijzer werd, en drie zussen.

Opleiding.

Na de lagere school ging Adri in 1926 naar het seminarie Nieuw Herlaer van de Sociëteit voor Afrikaanse Missiën te St. Mi¬chielsgestel. Na twee jaar vervolgde hij zijn middelbare opleiding te Cadier en Keer van 1928 tot 1932. Zijn philosop¬hie en noviciaat deed hij te Bemelen van 1932 tot 1934. Daar werd hij, door eedaflegging, lid van de S.M.A. op 15 juli 1934. Vervolgens ging hij naar Has¬tings in Engeland voor de studie van de theologie. Op 18 december 1937 werden hij en zijn klasgeno¬ten door Mgr. P. Amigo in de kapel van het semi¬narie Ore Place te Hastings priester gewijd.

Missionaris.

Pater Adri Juyn, intussen kortweg Ad genoemd, werd benoemd voor de Goudkust-missie. Hij ver¬trok op 1 november 1938 naar het bisdom Kumasi van Mgr. Pau¬lissen. Hij en zijn klasgenoot Jac¬ques Visser gingen eerst naar Berekum, waar Hein Mondé overste was, om daar de taal te leren en om ingeleid te worden in het werk. In april 1939 werd Ad benoemd voor de buitensta¬ties van Kumasi, doch reeds in febru¬ari 1940 volgde over¬plaat¬sing naar Obuasi met zijn vele buitenstaties in het grote Adansi-district. Jan van den Hout was in Obuasi zijn pastoor. In juni 1942 werd pater Juyn benoemd voor het district van Konongo. Een jaar later kwam ook Jan van den Hout hier om Gerrit v.d. Leeuw te ver¬vangen als overste. Door personeelsge¬brek vanwege de oorlog werd Jan v.d. Hout in november 1945 overgeplaatst en werd Ad de overste van deze statie. Hij bleef alleen op de statie, tevens verantwoor¬delijk voor de buiten¬staties, totdat in juni 1946 nieuwe missionarissen uit Neder¬land arriveerden. Leo Bekema werd zijn assistent te Konongo.

In augustus 1947 ging hij, na bijna negen jaar gewerkt te hebben in Afrika, op vakantie naar Nederland. Na terugkeer in 1948 werd hij benoemd voor Kumasi als 'assistant general manager of the Catholic Educational Unit in Ashanti'. Harrie Smets was de 'general manager'. Sindsdien heeft hij gewerkt in dit kantoor van de schooladministratie, met uitzondering van de periode: maart - december, 1951, toen hij vervan¬gend pas¬toor van Donyi¬na was.


Van januari 1952 tot april 1960 was hij 'bursar of the Catho¬lic Educational Unit in Ashanti' en sinds 1958 ook opnieuw 'assis¬tant general manager'. In april 1960 nam hij over van Harrie Smets als 'General Manager'. Al die jaren was Ad dus officieel ambtenaar in overheidsdienst met de daaraan verbon¬den honorering en privileges. Na achttien maanden kon hij, op kosten van de regering, op vakantie naar Europa met behoud van salaris.

Ad was echt een ambtenaar: leefde rustig en onopvallend. Hij was nuchter, dikwijls met een innemende glimlach op zijn gezicht, zonder echter zijn gevoelens prijs te geven. Hij trad niet op de voorgrond, hield van rust en kalmte, koos voor zekerheid en vermeed de risico's. Maar hij maakte wel de roeri¬ge en angstig spannende tijd mee in Kumasi toen Mgr. van de Bronk benoemd werd tot bis¬schop. En tien jaar later kon hij, met enig sarcasme, schrij¬ven:
"In Kumasi is de benoeming van Mgr. Essuah niet al te goed ontvangen; we kunnen dus wel weer enige troubles verwachten. Ik zal het genoegen hebben ook dat weer mee te maken; het is niet de eerste keer, dus beschouw ik het meer als herhalingsoefeningen".
Op 19 december 1963 ging pater Juyn, volgens de woorden van het ministerie van onderwijs: "on leave, prior to retirement".
In het kader van de afrikanisering werd zijn functie door een Ghanees overgenomen. Voor Ad betekende dit tevens het defini¬tieve vertrek uit Ghana.

Na zijn vakantie werd Ad benoemd voor Cadier en Keer als medewerker van het Afrika Centrum. Hier ontmoette hij weer zijn oude vrienden: zijn overste van weleer in Obuasi en Konongo, pater Jan van den Hout, nu bibliothecaris in Keer, en in het Afrika Centrum Jan Gooren, waarmee hij die angstige jaren in Kumasi had doorgebracht. In 1968 besloot de provinci¬ale vergadering tot de oprichting van een secretariaat. Hier¬voor werden Juyn en Rijpkema benoemd. Doch reeds in begin februari werd Ad benoemd tot provinciaal-archivaris 'wegens de zwakke gezondheid van pater Rothoff'. Inderdaad overleed deze een maand later. Voor Ad betekende dit een verhuizing van Cadier en Keer naar Oosterbeek.

Voor de rest veranderde er weinig. Zoals in Kumasi en in Cadier en Keer ging hij ook hier in Oosterbeek regelmatig en getrouw op de vaste tijden naar zijn kantoor. Van het hoofdge¬bouw 'de Tafelberg' ging hij naar de dependan¬ce, waar het archief zich bevond, las daar eerst de krant, en deed daarna, rustig en zonder drukte, het geplande werk. Spoedig hierna begon hij met zijn gezondheid te sukkelen.

In 1973 werd besloten het archief te verhuizen naar Cadier en Keer. Voor Ad was dit de gelegenheid om zijn ontslag als archivaris in te dienen. Dit werd door het bestuur aanvaard:
"vanwege uw gezondheid, mede i.v.m. de komende verhuizing van het archief naar Cadier en Keer".
Ad wilde liever in Oosterbeek blijven. Hij werd medewerker van de administratie.

Overleden.

In 1978 ging hij volledig rusten. Zijn krachten namen af. Rustig regelde hij zijn zaken, maakte zijn testament en wacht¬te het einde af. Het jaar 1986 werd een lijdensjaar. Meerdere malen moest hij naar het zieken¬huis vanwege onvoldoende func¬tioneren van de inwendige orga¬nen. Op 19 november moest hij opnieuw opgenomen worden in het St. Elisabeth Gasthuis te Arnhem, waar hem 4 liter vocht werd afgetapt. Ook nadien bleef het sukkelen. Hij ging steeds meer achteruit. Je zag het einde komen, maar wanneer? Op 5 januari 1987 is hij 's avonds rustig en kalm over¬leden, 73 jaar oud. Zijn zus zat bij hem aan het sterfbed. Nog geen vijf minuten na overlijden arriveerde een bestuurslid van de S.M.A. uit Nijmegen, om hem te komen bezoe¬ken.

Reeds op 15 januari 1980 had Ad zijn privé testament geschre¬ven:
"Na mijn overlijden wens ik gecremeerd te worden in het dichtsbijzijnd crematorium.
In aula zingen: - Ave verum (Mozart)
- In Paradiso
Gedachtenisprentje:
alleen photo en data
(geen persoonsbeschrijving of gebedjes)
geen bloemen.
Executeurs testamentaires:
P.P. J. Gooren en/of W. Huisman, in samenwer¬king met Jo Juyn en/of Ruud v. Lies¬hout".

Op vrijdag 9 januari 1987 werd de gezongen H. Mis van Requiem voor hem opgedragen in de kapel van Huize Tafelberg te Ooster¬beek. Daarna vond de crematie plaats in het crematorium 'Mos¬co¬wa' te Arnhem.

Bronnen:
- Archief Nederl. Provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- 'Onze Krant', nr. 71. maart 1987.
- Nijmegen KDC: missieverhalen.