Imprimer

Société des Missions Africaines –Province de Hollande

  né le 25 avril 1905 à Helmond
dans le diocèse de 's-Hertogenbosch, Hollande
membre de la SMA le 6 octobre 1928
prêtre le 30 mai 1931
décédé le 10 février 1980

1931-1932 Cadier en Keer, professeur

1932-1935 Nieuw Herlear, professeur
1935-1936 Blitterswijck, administration
1936-1938 Bemelen
1938-1948 Cadier en Keer, professeur de latin
1948-1962 Oosterbeek, administration
1963-1970 Helmond, prêtre assistant
1970-1980 Helmond, aumônier

décédé à Helmond, Hollande, le 10 février 1980,
à l'âge de 75 ans


Pater Adriaan KEIJSERS (1905 - 1980)

Afkomst.

Adrianus Franciscus Antonius Keijsers, zoon van Nicolaas Keij¬sers en Theresia van Beeck, werd geboren te Helmond op 25 april 1905. Daar hadden zijn ouders in de Paterslaan een winkeltje, waar moeder (en later dochter) o.a. sigaren en sigaret¬ten verkochten, terwijl vader op de markt lappen stof verhandelde. Het gezin had nog drie kinderen: één jongen die later, getrouwd, te Leidschendam woonde, en twee zusjes: één ervan werd mevrouw van Tongerloo te Heeze en de ander Zr. Laurence Keijsers te Til-burg.

Opleiding.

Na de St. Lambertus lagere school te Helmond en één jaar college te Uden (1918-1919), kwam Janus, zoals hij genoemd werd, in 1919 naar het missiehuis te Cadier en Keer, waar hij zijn middelbare studies deed. Zijn noviciaat, gecombineerd met de philosophie, deed hij te Chanly in België. Hij begon zijn theologie te Bemelen in 1927. Na twee jaar ging hij, in 1929, naar het pas geopende S.M.A.- theologicum 'Ore Place' te Has¬tings in Enge¬land. In die tijd kreeg hij reeds problemen met zijn gezondheid. Na een maand ziekenhuis, in mei 1930, met zelfs opera¬tief ingrijpen in de voorhoofdsholte, waarvan de lidtekenen later nog duidelijk zichtbaar waren, volgde een ver¬plichte rustkuur. Daarom kon Janus niet met zijn klas¬geno¬ten, in december 1930, gewijd worden. Mogelijk heeft deze opera¬tie zijn levens¬stijl meer beïnvloed dan wij be¬vroed¬den en ook grotere invloed gehad op zijn latere leefpatroon.
Op 30 mei 1931 ontving hij de priesterwijding, toegediend door Mgr. P. Amigo, in de kapel van het seminarie te Wonersh in Engeland.

Missionaris.

Vanwege zijn labiele gezondheid kon pater Keijsers niet be¬noemd worden voor de missie. Daarom volgde in 1931 zijn benoe¬ming tot leraar in het seminarie te Cadier en Keer, doch na een jaar werd hij overgeplaatst naar Nieuw Herlaer, waar hij les gaf van 1932 tot 1935. Toen volgde zijn overplaatsing naar Blit¬terswijck voor de administratie en verzending van de tijd¬schriften 'Afrikaansch Missieklokje' en 'Stemmen uit Lourdes'.
Spoedig hierna, op 1 november 1935, werd door het provinciaal bestuur besloten, voor meer dan één reden, Blitterswijck te sluiten en de bewoners met hun activiteiten te verhuizen naar Bemelen. Naast de financiële situatie, speelde ook de persoon van Harrie Rothoff, overste van Blitterswijck en redacteur van de tijdschriften, en zijn protest tegen bepaalde aspecten van het bestuursbeleid, hierin een rol.

In Bemelen was Jan Sevriens overste en hoofd¬administra¬teur. Dat gaf al snel ergernis en conflicten over zijn manier van optreden, vooral over zijn omgang met de broeders, zijn groot¬doe¬nerij en zijn ondeskundige bemoeienis met de administratie. Daarom stuurde Harry Rothoff met Harry Vugts, verantwoordelij¬ke voor de broeders, en Janus Keijsers van de administratie, een protest¬brief over pater Sevriens naar het bestuur. Dit moet echter gezien worden in het geheel van de reeds bestaande conflictsituatie tussen Harry Rothoff en het provinciaal bestuur, met name provinciaal Joseph Mouren (zie Harry Rot-hoff + 11.11.1942).

Janus Keij¬sers raakte er nu ook bij betrokken, want deze protestac¬tie tegen Sevriens werd inderdaad door het bestuur gezien in dit bredere verband als een complot tegen het gezag. Discipli¬naire maatregelen volgden en alle drie moesten ze Bemelen verlaten. Janus Keijsers werd in mei 1936 naar Ave in België ge¬stuurd. In december 1936 kwam hij terug naar Bemelen. In 1937 werd zijn overste te Herlaer, pater Jacques ten Have, gekozen tot provinciaal overste. In september 1938 benoemde hij Janus Keijsers opnieuw als leraar. Hij werd leraar latijn aan het kleinseminarie te Cadier en Keer. Tien jaar lang heeft hij daar met bezieling en overtuiging les gegeven. Methodisch hamerde hij grammair en syntaxis in de hoofden van zijn pupil¬len, met soms zeer originele en pakkende uitdrukkingen, zoals b.v. de werk¬woorden van 'hiep, hiep, hoera!' waarop steeds de derde naam¬val volgde, en dergelijke benaderingen. Naast het lesgeven had Janus nog veel nevenactivi¬teiten. Hij was belast met de tuin en leerde, drilde als het ware, de jonge student¬jes in het misdienen. Janus was een harde werker en eiste dit ook van de studenten. Hij was echter geen peda¬goog. Zijn taalgebruik was ruw, recht voor de raap en dikwijls ontactisch en soms zelfs krenkend. Het gevolg was, dat ver¬schillende studenten bang voor hem waren, wat zich soms ver¬taalde in slechte studieresultaten. ¬Via ouders kwamen klachten over deze leraar binnen bij de overste. De onlangs benoemde nieuwe over¬ste, Louis Moonen, consulteerde zijn voorganger en liet daarna de leerlin¬gen van de hoogste drie klassen één voor één bij zich komen en vroeg hen, hoe zij over pater Keijsers dachten. Mede hierdoor kwam in 1948 een einde aan het leraar¬schap van pater Keijsers.

In juni 1948 begon pater Keijsers zijn nieuwe taak in huize Tafel¬berg te Oosterbeek. Daar werd hij hoofd van de admi¬ni¬stratie, afdeling fondswerving. Hij had de coördinatie van de administratie van de tijdschriften, almanakken en kalen¬ders, verkoop boek¬jes, kerstkaarten en (Miva)loten, missiebus¬jes. De paters en broeders propagandisten, die dagelijks in Nederland op weg waren om de S.M.A. hier draaiende te houden, konden niet om pater Keijsers heen. Bij hem moesten ze maande¬lijks rekenschap geven van hun werk en opbrengst. Door zijn ontzet¬tende inzet en werklust en zijn dominante aanwezigheid was de administratie afdeling in de loop der jaren helemaal naar zijn hand gezet.

Begin zestiger jaren werden zijn gezondheidsproblemen zodanig, dat hij opnieuw de dokter moest raadplegen. Op 17 januari 1962 werd hij opgenomen in het ziekenhuis te Zevenaar waar hij een longoperatie moest ondergaan. Tijdens zijn ziekte moesten anderen overnemen. Er werd ge¬sproken over een andere benade¬ring en aanpak. Ook hier werden de tekenen van een andere tijd zichtbaar en hoorbaar: democratie en inspraak, werkoverleg, een vernieuwde opzet en aanpak. Op 8 juni 1962 kwam pater Keijsers terug uit het ziekenhuis, doch moest het voorlopig rustig aan doen. Hij paste echter niet in de planning van het administratiewerk. De provinciaal stelde, mede gezien zijn gezondheid, licht pastoraal werk voor. Janus voelde zich echter opnieuw opzij gezet. Hij nam zijn ontslag in septem¬ber 1962, teleur¬ge¬steld! Hij verliet Oosterbeek en vertrok naar Helmond. Daar trok hij zich terug en distantieerde zich van de Soci¬teit. Hij werd assistent aan de St. Bernadette paro¬chie en ging, in 1970, als rector naar het bejaardenhuis "Rozen¬hof". Opnieuw zette hij zich volledig in. Janus was en bleef een keihar¬de werker, vol ijver en enthousiasme. Het deed hem pijn dat dit niet, zij het om andere redenen, gewaardeerd bleek te wor¬den.

Gestorven.

Op 10 februari 1980 is pater Keijsers vrij plotseling te Helmond, ten gevolge van een hartinfarct, overleden. Hij werd 74 jaar oud. De plechtige uitvaartdienst vond plaats op don¬derdag 14 febru¬ari 1980 in de parochiekerk van de H. Berna¬dette aan de Azalealaan in Helmond-Oost, waarin de deken voorging. Ook van de SMA-huizen te Cadier en Keer en Ooster¬beek was een delegatie aanwezig. Op eigen verzoek van de overledene vond hierna de crematie plaats te Heeze. Hij was het eerste S.M.A.-lid in Nederland, dat zich liet cremeren.

Bronnen:
- Archief S.M.A. Nederl. Provincie, Cadier en Keer.
- Afrika Ontwaakt, juli 1956, blz.109
- 'Onze Krant' nr. 43, maart 1980.