Imprimer

Société des Missions Africaines - Province de Hollande

Kersten Stef né le 19 janvier 1921 à Huissen
dans le diocèse d’Utrecht, Hollande
membre de la SMA le 15 juillet 1944
prêtre le 16 juillet 1946
décédé le 24 février 2003

1946-1963 Ghana, archidiocèse de Cape-Coast

et diocèse de Sekondi
Amisano, Sefwi-Asafo, Asankrangwa
Tarkwa, Half-Assini, Cape Coast
1963-1967 Oosterbeck : promotion
1967-1969 Ghana
1969-1971 Oosterbeck : administration, recherche de fonds
1971-1988 Canada, diocèse de Neldson, curé
1989 Manille (Philippines), vicaire
1990-1998 Oosterbeck : vice supérieur
1998-2003 Cadier en Keer : retiré

décédé à Maastricht, Hollande, le 24 février 2003
à l’âge de 82 ans



Pater Stef KERSTEN (1821 - 2003)

Afkomst.

Stephanus Hendrikus Martinus Kersten, zoon van Hendrikus Kersten en Wilhelmina Maria Leenders, werd geboren te Huissen op 19 januari 1921. Reeds in 1923 stierf zijn moeder. Later is zijn vader hertrouwd, zodat hij meerdere half-broers en zussen heeft. Vader was timmerman, doch de familie maakte tijdens de crisisjaren voor de oorlog moeilijke tijden door, omdat vader in die tijd dikwijls werkeloos was.

Opleiding

Stef Kersten, of Steef, zoals hij thuis door zijn familie genoemd werd, ging in 1934, na de lagere school te Huissen, naar het seminarie van de Sociëteit voor Afrikaanse Missiën, eerst drie jaar in Nieuw Herlaer te St. Michielsgestel en daarna naar het missiehuis te Cadier en Keer. In 1940 werd hij toegelaten tot het grootseminarie in Aalbeek. Intussen was de familie verhuisd van Huissen naar de St. Joseph parochie in Arnhem-zuid.

Stef werd lid van de Sociëteit voor Afrikaanse Missiën na zijn studie van de filosofie op 15 juli 1942. Hij was een goede, hardwerkende student, godsdienstig en met een gezond oordeel. Wel had de staf vragen bij zijn karakter: hij was zo onafhankelijk en gesloten, zo op zichzelf. Toch gaf men hem het voordeel van de twijfel en legde hij de eeuwige eed af op 15 juli 1945. Tijdens de vakantie in 1944 was hij bij een bevriende familie in Driel en wist met de invasie van de Airborne operation en de slag om Arnhem, de rivieren over te komen en de weg naar het zuiden te nemen. Met een andere klasgenoot uit het zuiden werd hij op 16 juli 1946 in de kapel van het seminarie te Aalbeek door Mgr. Paulissen priester gewijd. De drie klasgenoten ‘van boven de rivieren’ werden in december 1946 gewijd, toen Stef al op de boot zat, op weg naar Afrika.

Missionaris.

Op 12 december 1946 is hij vertrokken naar de Goudkust, waar hij benoemd was voor het vicariaat van Cape Coast. Na aankomst ontving hij zijn benoeming als assistent in de parochie Sekondi, waar hij o.a. zijn overste van het seminarie in Aalbeek, pater Jan van Heesewijk, opnieuw als overste en pastoor kreeg. In april 1948 werd hij benoemd tot leraar aan het kleinseminarie te Amisano, omdat meerdere stafleden voor verdere studie naar Rome werden gestuurd o.a. Cor Hulsen die latijn gaf. In september 1949 ontving hij zijn benoeming voor Sefwi-Asafo, in plaats van pater Martin Keinhorst, die voor zijn vertrek naar Afrika al jaren leraar was geweest in Nieuw Herlaer en nu opnieuw benoemd werd tot leraar aan het seminarie te Amisano.

Na zijn eerste vakantie in 1952 werd Stef benoemd tot leraar aan het recent geopende St. John’s Secondary School te Sekondi, waar ook de onlangs in Cork gegradueerde Afrikaanse priesters Buah en Essuah aan verbonden waren als headmaster en staflid. Na een jaar nam Dirk de Rooij, terug van zijn studies in Amerika, de plaats van Stef in, die nu benoemd werd tot assistent in Asankrangwa bij pastoor Frans Ramakers. Bijna vier jaar heeft hij in dit uitgebreide district heeft gewerkt. Zijn derde vijfjaarse tour van 1958 tot 1963 bracht hem als assistent een half jaar te Tarkwa, twee jaar te Half Assini en twee jaar in het Cape Coast district, waar hij overnam van schrijver dezes, die op zijn eerste overzeese vakantie ging. Hiervoor was hij een half jaar waarnemend pastoor geweest te Asikuma. In augustus 1963 ging hij op vakantie en zou na terugkeer een benoeming als pastoor van een parochie kunnen verwachten. Doch tijdens zijn vakantie werd hij door het SMA bestuur benaderd om in Nederland te blijven als propagandist met officiële residentie in Oosterbeek. Zijn vakantie werd ingekort en in december 1963 was hij al aan het werk. Na drie en een half jaar kon hij opnieuw vertrekken naar Afrika. Hij vertrok in oktober 1967 en werd benoemd tot pastoor te Asankrangwa, waar hij eerder al als assistent geweest was.

Stef begon vol goede moed. Hij kende de plaats en het district, de nieuwgebouwde parochiekerk naderde zijn voltooiing en er was nu een ziekenhuis met een dokter en Zusters van St. Louis. Maar toch liep alles heel anders, dan hij verwacht had.. Het accordeerde niet tussen Stef en zijn assistent, de afrekeningen waren, naar zijn mening, niet correct en er was een behoorlijk kasverschil. Ook de registratie van de sacramenten geschiedde niet zorgvuldig en nauwkeurig genoeg en op een manier zoals Stef dat kende en wilde. Er waren andere zaken. Er was onrust onder de confraters over een benoeming van een Regionale Overste, over een driejarige toer, over het contract hierover met de bisschop, hele discussies over onderlinge solidariteit en over missionarissen, die niet mochten terugkeren. Ook het bisdom werd verdeeld en de nieuwe Bisschop van Sekondi-Takoradi was voor hem geen onbekende. Hij had er mee samengewerkt in Sekondi in St. John’s College.

Maanden liep hij te peinzen, wat hij moest doen. Hij voelde zich niet gelukkig, doch wilde de zaak ook niet in de steek laten. Hij schreef naar de provinciaal en regionaal, legde zijn probleem aan hen voor. Hij schreef op 2 april 1970:
“Ik heb altijd met plezier en enthousiasme in Ghana gewerkt. Plaats of taak maakte voor mij geen verschil. Maar begeleiding, leiding en steun is zoek. De mentaliteit en houding van de bisschoppen leveren ook geen hoop voor de toekomst. Een contract kan de menselijke verhoudingen tot op zekere hoogte regelen. Maar als de geest ontbreekt om te proberen dit contract van harte uit te voeren, wordt het een mislukking.
Mijn besluit of plan heb ik doorgepraat met verschillende van mijn confraters en ben overtuigd geraakt dat uiteindelijk de persoon zelf in deze kwestie zijn beslissing moet nemen”.
Hij stelde voor dat de Sociëteit hem zou terugroepen voor ander werk elders en met een redelijk opzegtermijn. Mocht de bisschop bezwaar maken.om zijn reis te betalen, dan wilde hij deze last ook niet de Sociëteit opleggen, maar zou zelf de onkosten dragen.
Het SMA bestuur voelde er niet voor om Stef voor een functie thuis terug te roepen. Het regionaal bestuur stelde aan Stef voor om open kaart te spelen en de bisschop te informeren dat hij al sinds enige tijd de teleurstellingen en spanningen niet meer kon verwerken. Stef ging hiermee akkoord. Mgr. Essuah maakte ook geen grote moeilijkheden: “If they are not happy here, they should leave”. Op 15 juni 1970 vertrok Stef uit Accra naar Nederland.

In augustus kwam hij naar Oosterbeek waar hij tijdelijk zijn diensten aanbod om mee te werken in de propaganda en fondswerving. Hij was bereid missiebusjes te lichten. Via Jan Koenders had hij intussen geïnformeerd naar mogelijkheden in het bisdom Nelson in British Colombia, Canada. In september 1970 schreef bisschop W. Boyle van Nelson naar provinciaal Bles en informeerde naar de persoon van pater Kersten en de mogelijkheid van zijn komst naar het bisdom Nelson..
In mei 1971 vertrok pater Stef Kersten naar Canada. Na een introductie in Trail en Kelowna, werd hij in september 1971 benoemd tot pastoor in Nakusp en twee jaar later overgeplaatst naar Keremeos. In februari 1975 werd hij benoemd tot pastoor te Golden en vijf en een half jaar later volgde zijn overplaatsing naar Fernie, waar hij bijna acht jaar pastoor was. Na 17 jaar in Canada gewerkt te hebben, kwam hij op 2 juli 1988 terug naar Nederland.

Hij nam zijn intrek in Huize Tafelberg te Oosterbeek, om te gaan rusten. Hij was wel bereid om in november 1988 voor vier maanden als waarnemend pastor naar het verzorgingshuis De Diem te Diemen te gaan. In 1989 was hij, op het eerste verzoek en meteen, bereid om voor een half jaar naar Manila op de Filippijnen te gaan als pastor van de ‘Good Shepherd Parish’. Van eind 1990 tot 1998 was hij onder-overste van Huize Tafelberg te Oosterbeek en het grootste deel van 1992 zelfs waarnemend overste. Op 6 mei 1998 ging hij naar het missiehuis te Cadier en Keer.

Ook hier handhaafde hij zijn eigen levensstijl, wat gesloten en afzijdig van de communiteit. Hij regelde zijn eigen zaakjes en zorgde dat hij gebruik maakte van alle wettelijke mogelijkheden. Jarenlang heeft hij vanuit Oosterbeek Nederland doorgereisd en wekelijks een museum bezocht. Hij kende de regels voor subsidie en hulp aan ouden en bejaarden en maakte daar graag gebruik van. Vol trots reeds hij rond in zijn scootmobiel. Zijn kamer was zijn privé terrein, waar hij zich graag terugtrok.

Dit alles werd kort samengevat na zijn onverwacht overlijden in het academisch ziekenhuis, waar hij was vanwege een beenwonde ten gevolge van een ongeval met zijn scootmobiel en de huidtransplantatie moeilijk wilde genezen vanwege zijn suikerziekte.

Op het prentje ter herinnering lezen we:
We kennen Stef als een veelzijdige persoon, een gedreven man, een goede confrater, doch vooral als een priester-missionaris, die zijn hele leven ten dienste heeft gesteld van de mensen. Iemand ook, die zijn eigen weg wel wist te gaan, en toch steeds, gedienstig en godsdienstig, ter beschikking stond van Kerk en Sociëteit.

Meer dan vijftig jaar heeft hij gewerkt: als missionaris in het onderwijs en parochiepastoraat in het aartsbisdom Cape Coast, Ghana, als propagandist van de S.M.A. in Nederland, als pastoor in meerdere parochies in het bisdom Nelson, B.C., Canada, als vervanger van een collega in het S.M.A. project in Manila, Filippijnen, en in het verzorgingshuis ‘De Diem’ te Diemen, en als vervanger van de overste in Huize Tafelberg te Oosterbeek.

De laatste jaren liet zijn physieke toestand hem een beetje in de steek. Klagen was echter niet zijn gewoonte en lichamelijk ongemak loste hij wel op zijn eigen manier op, soms met een verbaasde blik of een lach op zijn gezicht.

Toch kwam zijn heengaan nog onverwachts. Op 24 februari 2003 overleed hij in het Academisch Ziekenhuis te Maastricht. We zullen hem missen. Nu kan hij zich rustig en voor eeuwig terugtrekken op zijn eigen vertrouwde kamer in de woning van de Heer. Hier hebben we met zijn familie afscheid van hem genomen in een plechtige uitvaartdienst in de kapel van het missiehuis te Cadier en Keer, waarin provinciaal Jos Pijpers voorging. Daarna hebben we Stef te rusten gelegd bij zijn confraters op het missionarissenkerkhof bij het missiehuis.
“Zij die het goede deden, zullen uit de graven te voorschijn komen tot de opstanding ten leven” (Joh. 5,29).

Bronnen:
- Archief Nederlandse provincie van de S.M.A. te Cadier en Keer.
- Onze Krant, nr. 129, april 2003.