Imprimer

Société des Missions Africaines –Province de Hollande

OERS Cor van né le 11 juin 1913 à Vught
dans le diocèse de 's-Hertogenbosch, Hollande
membre de la SMA le 15 juillet 1935
prêtre le 17 décembre 1938
décédé le 2 mars 1993

1939-1946 Nieuw Herlear, recrutement et recherche de fonds

1946-1961 missionnaire en Gold Coast
Jasikan, Keta, Ho, Likpe-Mate, Hohoe
1961--1964 Oosterbeek, propagandiste
1964-1966 Cadier en Keer, aumônier à la paroisse
1966-1967 Keta (Ghana)
1967-1969 Oosterbeek, propagandiste
1979-1980 Ho (Ghana), en paroisse
1980-1991 Oosterbeek, retiré
1991-1993 Arnhem, retiré

décédé à Arhnem, Hollande, le 2 mars 1993,
à l'âge de 79 ans


Pater Cor van OERS (1913 - 1993)

Afkomst.

Cornelius Adrianus Everardus van Oers, zoon van Petrus Huber¬tus van Oers (1867 - ) en Maria van Driel (1878 - ) werd gebo¬ren te Vught op 11 juni 1913. Cor, zoals hij thuis genoemd werd, had een half-broer uit het eerste huwelijk van zijn va¬der. Na Cor werden Sjaan en Marietje geboren. Pleeg¬kind Diny van Drunen-Vermulst werd ook als zus beschouwd. Vader was timmer¬man. Moeder stierf op jonge leeftijd aan longontsteking

Opleiding.

Na de lagere school in Vught, ging Cor in 1927 naar het semi¬narie in het nabijgelegen Nieuw Herlaer te St. Michielsgestel en vandaar, in 1929, naar het missiehuis te Cadier en Keer.
Hij begon zijn philosophie te Bemelen in 1933 en werd daar op 15 juli 1935 lid van de Sociëteit. Theologie studeerde hij te Hastings in Engeland, waar hij op 28 juni 1938 de eeuwige eed als sociëteitslid aflegde en daags erna door Mgr. Thompson subdiaken gewijd werd. Op 17 december 1938 werd hij door Mgr. P. Amigo in Hastings tot priester gewijd.

Missionaris.

Pater van Oers werd benoemd tot propagandist voor Brabant en Zee¬land. Vanuit Nieuw Herlaer doorkruiste h_ deze provincies. Door het uitbreken van de oorlog was spoedig vertrek naar Afrika uitgesloten, doch na de bevrijding kon Cor zich gaan voorbereiden op het eerst mogelijke vertrek. Dat was in die tijd geen gemakkelijke zaak. Op 30 december 1945 stond hij kant en klaar om met een auto naar Amsterdam te worden ge¬bracht op weg naar Afrika, doch een telegram vermeldde, dat de reis niet doorging. In de komende 2½ maand heeft Cor geas¬sis¬teerd in het Laurentiusziekenhuis te Roer¬mond, waar zijn zus Marietje werkte en de rector ziek was. Terug in Herlaer kwam, op Paasdag in de voormiddag, 'ons Jeanne' een telegram brengen van de H.W.A.L.: de boot zou de volgende dag ver¬trekken. Op tweede paasdag, 22 april 1946, werd Cor op het station uitge¬leide gedaan door de hele fami¬lie: Jeanne en Marietje, Piet, Riek en Diny. Daarna ging het met de trein naar Antwerpen.
De boot vertrok woensdagmorgen richting Southamp¬ton en bij het passe¬ren van Hastings werd een telegram ge¬stuurd naar 'Ore Place', zoals dat in de loop der jaren steeds gedaan werd. Op 6 mei 1946 kwam de 'Oranje¬fon¬tein' te Takoradi aan.

Met mede¬pas¬sa¬gier Ben Gootzen ging Cor die avond door naar de missie van Sekondi, waar hij de volgende morgen in de kerk van Louis Moonen het eerste zwarte kindje doopte. Dinsdagmorgen 7 mei zijn ze in Sekondi op een lorrie gestapt en, na overnach¬tin-gen in Saltpond en Nsawam, kwamen ze don¬derdag aan in Dzeluko¬pe. In de week hierna ontving Kees, zoals hij hier door zijn collega's genoemd werd, zijn benoeming voor Jasikan bij pater Jef Giesen. Hier heeft hij zijn eerste toer doorge¬bracht. In 1947 had hij al, gedurende de vakantie van Jef Giesen, tijdelijk overgenomen, doch in januari 1949 werd hij officieel benoemd tot overste van Jasikan. In 1950 ging hij op vakan¬tie naar Nederland en opnieuw in 1955. Achtereenvolgens was hij pastoor Keta, Ho, Likpe Mate en Hohoe, waar tijdens zijn pastoraat een nieuwe kerk gebouwd werd. Doch zijn hele leven lang leed Kees aan twee kwalen: heimwee en familie-ziek! Overal, waar hij werkte, zowel in Afrika als in Nederland, was hij geliefd bij de mensen. Kees hield van mensen en de mensen van hem. Hij had mensen nodig om zich heen.

Eind december 1961 werd hij benoemd tot propagandist in Oos¬terbeek. Toen hij in 1964 opnieuw terug zou gaan naar Afrika, werd hij in eerste instantie niet goedgekeurd door de Memisa vanwege zijn nieren en doorverwezen naar de uroloog. In de zomer van 1964 ging hij voor enkele maanden zomer-assis¬tentie naar New York. In september 1964 werd hij benoemd tot kapelaan in de parochie Cadier en Keer, doch na een paar jaar begon het weer te kriebe¬len en begon Afrika weer te lonken. Begin 1966 werd hij goed¬gekeurd voor de mis¬sie. Hij diende zijn ontslag in als kape¬laan van Cadier en Keer tot grote teleur-stelling van de mensen in deze paro¬chie:
"Nu hadden we eens een keer een goede, en nu gaat hij weer weg!"
Eerst ging Kees nog een keer op zomerassistentie in New York, was aanwezig bij het uitreiken van het missiekruis door Mgr. Bluijssen in de kathedraal van Den Bosch en vertrok daarna, in oktober 1966, naar Afrika. Hij werd daar benoemd tot waarne¬mend pastoor van zijn vroegere missie te Keta, waar pater Giesen pastoor was, doch binnenkort op vakantie zou gaan. Toen deze in 1967 terug kwam naar Ghana, had Kees het intussen wel weer gezien. De plotselinge dood van Piet van Strien, die hij goed kende evenals zijn familie, maakte een diepe indruk op hem. Kees was een gevoelsmens. Piet van Strien was ook aan een nierkwaal gestorven, waar hij ook mee tobde. In oktober 1967 keerde Kees terug naar Nederland. Opnieuw werd hij propagan¬dist en ging, meer dan een jaar lang, op stap naar de vaste adressen met een missiebusje in het Brabantse land.

In februari 1969 werd hij benoemd tot conrector in het groot¬ziekengasthuis te Den Bosch bij een ziekelijke rector. Hij heeft daar met liefde en plezier gewerkt. Zijn oersterk geheu-gen voor namen en gezich¬ten kwam hem daarbij fantastisch te pas en hij veroverde de harten van de moeders, door de kinde¬ren bij een volgend be¬zoek, bij hun naam aan te spreken. Zijn gulle lach, en trou¬wens zijn hele toenaderende houding, werkte aanstekelijk voor een goede communicatie. Ook heeft Kees zijn hele leven lang een uitgebreide corresponden¬tie gevoerd en hield hij in paro¬chie, propaganda of zieken¬huis, doch ook binnen eigen Soci¬teit alle verjaarda¬gen, jubilea en belang¬rijke gebeurtenissen bij. Dit werd door velen zeer gewaar¬deerd! Generaal-overste Harrington schreef dan ook bij gele-genheid van het gouden priesterjubileum van pater van Oers:
"Your availability and attention to the individual person was characteristic of your life's work".

Wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd moest hij, met ingang van 1 augustus 1978, ontslag nemen als conrec¬tor in het ziekenhuis. Rector de Kock schreef over zijn con¬rector:
"Cor van Oers heeft door zijn geweldige inzet en zijn manier van werken veel opgevangen en heeft voor veel mensen in hun laatste levensdagen veel betekend".

Opnieuw kwam Kees naar de Tafelberg in Oosterbeek en ook deze keer was hij weer beschik¬baar voor werk in de propaganda. Doch ook Ghana trok nog steeds, of, zoals één van zijn collega's eens op¬merk¬te: 'Kees is steeds het gelukkigst in zijn voor¬laatste plaa¬ts'. In elk geval vertrok hij nogmaals naar het bisdom Keta-Ho op 12 november 1979. Hij vond een gastvrij thuis bij Jos Pijpers in de nieuwe parochie van Ho. Vol en¬thousiasme schreef hij naar een collega in Oosterbeek:
"Ik hoop dat alle Confraters en Confraterinnen te Ooster¬beek het goed maken. Ze zullen wel veel rust beleven, omdat dieën Brabantse Kwekker weg is. Al hou ik dan van Brabant en van Oosterbeek, hier maak ik het ook heel goed".
Doch toen zijn lievelingszus 'ons Marietje' in april 1980 ziek werd, was Kees ook snel weer terug in Nederland. Hij ging zich nu definitief vestigen in Oosterbeek. Van tijd tot tijd ging hij nog op assistentie naar het St. Liduinaziekenhuis te Boxtel om daar rector Frits van Veijfeijken te vervangen.

Overleden.

Ook zijn gezondheid begon geleidelijk aan achteruit te gaan en de eerste symphtonen van de ziekte van Alzheimer begonnen zich te openbaren. In 1988 werd hij geïndiceerd voor officiële opname in KBO 'de Tafelberg'. Hij begon een overbelasting te worden voor de communiteit en het verzorgend personeel, vanwe¬ge zijn zwerfneigingen, zijn geagiteerd en agressief gedrag en zijn geheugenverlies. Op 1 augustus 1991 werd hij opgenomen in het psycho-geriatrisch verpleeghuis 'Regina Pacis' te Arnhem. Daar is hij op 26 februari 1993 gevallen en brak zijn heup. Doch spoedig bleek dat er veel meer aan de hand was. Zijn longen functioneerden niet goed. Na enkele dagen raakte hij in een semi-comateuse toestand en op 2 maart 1993 is hij om 11.25 uur gestorven, 79 jaar oud.

Na een avonddienst in huize Tafelberg te Oosterbeek, vond de plechtige uitvaartdienst plaats in de kapel van het missiehuis te Cadier en Keer op 6 maart 1993. Arjen Rijpkema, die als overste van de Tafelberg, altijd veel contact met Kees had gehad, ging voor in de dienst. Ondanks zijn kleine familie vergezelden vrij veel mensen deze blijde, eenvoudige, gelovige en charmante priester-missionaris naar zijn laatste rustplaats met een gebedje voor hem tot de 'Zoete Lieve Moeder van Den Bosch'.

Bronnen:
- Archief nederl. provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- Onze Krant nr. 95, maart 1993.