Imprimer

Société des Missions Africaines –Province de Hollande

BOVENMARS Jan né le 14 août 1917 à Lemelerveld
dans le diocèse d'Utrecht, Hollande
membre de la SMA le 17 juillet 1949
serment perpétuel le 17 juillet 1955
décédé le 6 mars 1993

1949-1952 Oosterbeek, travail de maison et jardin

1952-1962 Cadier en Keer, hôtelier
1962-1973 Oosterbeekn hôtelier et portier
1973-1983 Cadier en Keer, documentaliste, photos
1983-1993 Oosterbeek, retiré

décédé à Oosterbeek, Hollande, le 6 mars 1993,
à l'âge de 75 ans


Pater Jan BOVENMARS (1917 - 1993)

Afkomst.

Johannes Martinus Bovenmars, zoon van Johannes Bovenmars (+ 1938) en Antonia Cornelia Hansman, werd geboren te Lemelerveld op 14 augustus 1917 als een van de jongsten in en gezin van negen kinderen, waarvan er vier stierven tussen 1913 en 1920 aan mazelen en diphterities. Jan, zoals hij genoemd werd, had nog twee oudere broers en twee zusters. Zijn oudste zus Bertha was ongetrouwd, werkte in de huishouding op de pastorie van Lemel¬erveld en Eibergen en ging vandaar uit mee met pater Louis Zuijdwijk als zijn huishoudster op de pastorie van Buur¬se. Vader had een klein boerderijtje en was daarbij huisslach¬ter, evenals zijn oudste broer Gerard.

Opleiding.

Na de lagere school heeft Jan op de boerderij gewerkt. Hij was bijna dertig jaar toen hij zich meldde bij pastoor Morselt van Lemelerveld met de wens om broeder te worden. Op 11 februari 1947 ging hij naar Aalbeek, waar hij in september 1947 onder leiding van pater Antoon Haring zijn noviciaat begon. Hij werd daar aangesteld voor het tuinwerk. Na de aankoop van huize Tafel¬berg te Oosterbeek en de overplaatsing van het S.M.A.-provincialaat en de fondswer¬ving van Bemelen naar deze nieuwe locatie, werd de broederopleiding, i.e. pater Haring en drie novicen, in juli 1948 overgeplaatst van Aalbeek naar Bemelen. Ook hier kwam Jan Bovenmars in de tuin te werken. Op 17 juli 1949 nam pater Veldboer als vice-provinciaal hem de eed af waardoor hij voor twee jaar lid werd van de Sociëteit.

Hierna werd hij overgeplaatst naar Oosterbeek, waar hij werd ingezet voor huis- en tuinwerk. Na twee jaar hernieuwde hij zijn eed voor vier jaar, eveneens voor pater Veldboer. In september 1952 werd hij overgeplaatst naar het missiehuis te Cadier en Keer, waar hij steward werd, i.e. op- en afdienen in de eetzaal, de tafels afruimen en weer opnieuw dekken. Tien jaar lang heeft hij dat gedaan. In die tijd heeft hij de brand meegemaakt in maart 1954. Daarna heeft hij, op 17 juli 1955 in het seminarie te Aalbeek voor pater Jan Vaes, zijn eeuwige eed afgelegd. In die jaren heeft hij ook, tijdens het meehelpen met de fruit¬oogst, een heup gebroken door een val uit een boom.

In maart 1962 werd hij overgeplaatst naar Oosterbeek, waar hij portier en telefonist werd en hierbij ook weer beschikbaar was voor hulp in eetzaal en keuken. Het telefoonkamertje werd tevens zijn woonkamertje. Jan was een rustig en stil type, en deed wat hem werd opgedragen. Hij was traag en langzaam in zijn handelen, maar wel een doorzet¬ter. Hij had ook begaafdhe¬den en interesses, waarvan misschien te weinig gebruik gemaakt werd.


In de zeventiger jaren begon hij problemen te krijgen met zijn gezondheid, reëel of inbeeldig, en kreeg last van zenuwen. Begin 1974 werd hem aangeboden om het foto- en diawerk in de bibliotheek van het Afrika Centrum te verzorgen. Jan was blij met dit aanbod en heeft het graag aangenomen. Keukenwerk, zo bleek nu, had hij nooit graag gedaan en momenteel, mede vanwe¬ge last van zijn voet en been, voelde hij ook niet veel meer voor het tuinwerk. Photographie was zijn hobby en hij kon het doen in zijn eigen tijd en tempo. Hij was een perfectionist en een zeer goede fotograaf. Toen op latere leeftijd zijn handen gedurig beefden en schudden (vanwege Parkinson?), lukte het hem onbegrijpelijkerwijze nog steeds perfect geslaagde foto's te maken. Bijna tien jaar heeft hij in het Afrika Centrum gewerkt.

Jan had meerdere interesses. Hij was een goede biljartspe¬ler. Hij fietste veel en graag en ging zelfs op oudere leef¬tijd op de fiets van Cadier en Keer naar Lemelerveld in Overijssel. Toen trouwens de strippenkaart voor busreizen werd ingevoerd, maakte Jan diezelfde tocht helemaal per bus om eens uit te proberen, hoeveel strippen je daarvoor nodig had en hoeveel zo'n reis dan kostte.

Hij was intussen 65 jaar geworden en kon opgenomen worden in het bejaardenoord. Hij koos voor de Tafelberg, omdat Ooster¬beek centraler in het land lag en hij hierdoor dichter bij zijn familie woonde. Daar vierde hij, in 1989, ook zijn veer¬tig-jarig klooster¬jubileum. Tijdens de feestmaaltijd zei overste Kees Priems dat de jubilaris zich onderschei¬dde als:
- een kampioen biljarter; - een formidabele fietser;
- hof fotograaf; - natuurliefhebber.
Jan was een kerel zonder pre¬tenties, eenvoudig, altijd klaar om zich dienstbaar te maken en plichtsgetrouw, kortom een fijne con¬frater.

Jan was inderdaad een natuurliefhebber en bekeek, ook met de ogen van een fotograaf, bloemen en planten, vogels en dieren, wolken en sterren. Hij mat de regenval en temperatuurhoogte en als eerste in de communiteit bezat hij een radiographisch bestuurde klok.

Overleden.

Met zijn gezondheid ging het echter niet zo goed. Het tijdperk van dokter en ziekenhuis was begonnen, doch ook de periode van hoop en twijfel. Op 5.12.1992 kreeg hij in het ziekenhuis te Arnhem te horen, wat hij reeds lange tijd vermoedde: kanker, prostaatkanker!

Op 26 februari 1993 brachten provinciaal Storcken met be¬stuurslid Chris Douma vanuit het provincialaat in Nijmegen een bezoek aan hem. Zij vertelden bij terugkeer met respect over de nuchtere houding van Jan Bovenmars, die zich volledig bewust was van zijn situatie. Op 6 maart 1993 is Jan overle¬den. Zijn nog levende broer en twee zusjes waren daags ervoor nog bij hem op bezoek geweest in huize Tafelberg. Zijn zussen bleven overnachten en werden in de vroege ochtend door de verzorging gewekt, dat het nu snel achteruit ging. Enkele minuten na hun komst aan het sterfbed, stierf hij rond 4.30 a.m. Hij werd 75 jaar.

Dinsdagavond 9 maart werd broeder Jan Bovenmars herdacht in een Eucharistieviering in Huize Tafelberg te Oosterbeek. Woensdagmiddag 10 maart vond de plechtige uitvaartdienst plaats in de kapel van het missiehuis te Cadier en Keer. Wim Reckmann, die voorging in de geconcelebreerde Eucharistievie¬ring, had en zeer goed preekje: direct, positief en persoon¬lijk. Bij de laatste van de voorbeden begon hij als volgt:
"En je zult het niet geloven, maar vannacht is in dit missiehuis een kindje geboren..."
Deze baby was Anne, dochter van het CMPA-lid Yvonne Bles, die als leke-missionaris werkzaam was in Tanzania en volgens een bemerking hierna aan de koffietafel, was dit de eerste beval¬ling in het honderdjarig bestaan van het Missiehuis.

Na de absoute werd Jan Bovenmars begraven op het kerkhof van de missionarissen bij het missiehuis. De volgende confrater, die zou komen te overlijden en naast Jan begraven werd, was pater ... Wim Reckmann.

Bronnen:
- Archief nederl. provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- Onze Krant, nr. 95, maart 1993.