Imprimer

Société des Missions Africaines –Province de Hollande

ROTHOFF Jan né le 5 septembre 1896 à Philippine (Zeela)
dans le diocèse de Breda, Hollande
membre de la SMA le 20 juillet 1918
prêtre le 11 juillet 1920
décédé le 8 mars 1969

1920-1959 missionnaire au Ghana dans plusieurs diocèses 

Cape Coast, Accra, Kumasi ; 
souvent responsables des écoles
1959-1961 Oosterbeek, archiviste

décédé à Oosterbeek, Hollande, le 8 mars 1969,
à l'âge de 72 ans


Pater Jan ROTHOFF (1896 - 1969)

Afkomst.

Johannes Albertus Franciscus Rothoff, zoon van Henricus Rot¬hoff en Hendrika Cornelia Bergmans, werd geboren te Philippine in de provin¬cie Zeeland op 7 september 1896. Wegens het beroep van vader (Koninklijke Mare¬chaussee) is de familie nogal eens verhuisd. Johan, zoals hij thuis genoemd werd, is e¬venals zijn broer Frans (van 1900) en halfbroer Harrie (van 1903), die hem naar het S.M.A.- seminarie gevolgd zijn, en zijn zussen Anna (mevr. van Steen) en Cor (mevr. Goeijers), nogal eens van adres veranderd. De kinderen Rothoff hebben in ver¬schil¬lende plaatsen scholen bezocht: Sluis, Asten, Budel, Gef¬fen, Beek en Donk. Later ves¬tigde de familie zich in Ginneken.
De hoogbejaarde zus Anna (mevr. van Steen) was nog, in 1993, te Cadier en Keer bij het eeuwfeest van het huis aanwezig.

Opleiding.

Na de lagere school ging Johan in 1909 naar Cadier en Keer. In het hoofdkwartier van de Sociëteit, Cours Gambetta 150 te Lyon, deed hij zijn studie van de philosophie en theologie. Jean werd hij daar genoemd en in het nederlands werd het Jan en zó is hij in sociëteitsverband blijven heten tot aan zijn dood. Tijdens zijn studie was Jan tevens zeer actief in de drukkerij en tevens een bezielende kracht in de uitgave van "Frères d'armes", een contactblad voor de S.M.A.- leden onder de wapens tijdens de wereldoorlog. In Frankrijk bestond name¬lijk geen vrijstelling van de militaire dienstplicht voor geeste¬lijken.

Op 20 juli 1918 nam de algemeen overste, Mgr. Duret, hem te Lyon de eed af als lid van de Sociëteit. Op 11 juli 1920 werd hij daar door Mgr. Moury S.M.A. tot priester gewijd.

Missionaris.

Na de wijding volgde zijn benoeming voor de Goudkust. Jan is nog met een takelmand in een 'surfboat' gehesen, om daarmee door de branding heen, in Cape Coast aan land te komen.
Van de bisschop kreeg hij de benoeming als assistent voor de parochie Cape Coast. Op de missieheuvel was toentertijd ook de missiedrukkery, de C.M.P., gevestigd. Mgr. Hummel hield zelf hierover het toezicht. De ervaring, die Jan in Lyon opgedaan had, kwam nu goed van pas. Naast het leren van de taal en de praktijk in de parochie werd hij ook assistent in de drukke¬rij.

Na een jaar, in december 1921, werd hij benoemd voor de missie van Kumasi bij de Elzasser paters Victor Burg en Philip Munt¬zinger. Tot aan zijn eerste overzeese vakantie in mei 1927 heeft hij daar gewerkt. Kumasi was de enigste hoofdstatie in heel Ashanti. Als een echte pionier heeft pater Rothoff het hele district doorkruist, tot in Berekum toe, en veel buiten¬posten geopend. Bijna alles moest te voet afgelegd worden.

In 1926 werd door Philip Muntzinger een tweede hoofdstatie geopend ten zuiden van Kumasi in het mijnstadje Obuasi. Helaas stierf hij een goed jaar later. Na terugkeer van zijn vakan¬tie in 1928, werd pater Rothoff benoemd tot pastoor van Obua¬si. Spoe¬dig hierna kreeg hij Bernard Dodenbier als assistent. Vanuit Obuasi opende deze, in 1930, Bekwai als een hoofdsta¬tie. Pater Rothoff bouwde, met assistentie van de 'Ashanti Gold Mines Corporation', een nieuw missie¬huis op de missieheu¬vel te Obuasi.

In januari 1931 werd hij overgeplaatst naar Accra, om daar in Derby Avenue over te nemen van pater Schoonen. Een half jaar later, in juni 1931 werd hij tevens benoemd tot 'General Manager of the Catholic Schools'. De eerste paar jaar was dit nog in combinatie met zijn werk als overste van de missie in Accra. In 1933 werd hij door de regering benoemd tot "Supervi¬sor" van de katholieke scholen. Doch naar gelang het onderwijs en het aantal scholen uitbreid¬de, ver¬meerderde het werk, zodat zijn functies als 'General Manager' en 'Supervisor' nogal eens bijgesteld werden. Jan werd spoedig volledig vrijgesteld voor de scholen en heeft vanuit Accra, en later Elmina en Cape Coast, zijn werk gedaan. Hij werd gerespecteerd, bewonderd en gevreesd. Hij was rechtlijnig en recht-door-zee, eerlijk en een man van weinig woorden maar duidelijke taal. Je wist wat hij wilde en wat je aan hem had. Hij behoorde tot de raad van de bisschop en de visitator.

Zoals iedere regeringsambtenaar ging ook hij om het andere jaar (met de boot) op vakantie. Bij zijn afscheid, in 1959, werd zijn werk voor het onderwijs uitvoerig vermeld en gepre¬zen: zijn werk¬lust, zijn efficiëntie, zijn gezag (zoals zijn vader!), zijn eer¬lijkheid, zijn stiptheid, kortom zijn totale inzet en toewijding. Ook het katholieke weekblad 'The Stand-ard' heeft dit gerapporteerd (hier bijge¬voegd).

Op 16 maart 1959 schreef pater Rothoff naar zijn provinciaal:
"Het Ministerie van Onderwijs van Ghana heeft me te kennen gegeven dat na dit jaar me geen verder uitstel van ontslag zal worden verleend als Algemeen Directeur van de Scholen van het Aartsbisdom van Cape Coast wegens verge¬vorderde leeftijd.
De wettige normale leeftijd voor ontslag uit regerings¬dienst is 55 en tot acht maal toe heeft het Ministerie me een jaar uitstel gegeven. Nu schijnen ze te vinden dat het welletjes is geweest en beleefd verzoeken ze me ontslag te nemen.
Einde Mei of begin Juni ga ik dan ook nog eens met verlof voor de laatste maal "prior to retirement" zoals men dat noemt".
In deze brief filosofeert hij nog even na en constateert met zijn kennis, nuchtere kijk op zaken en eerlijke uitgesproken¬heid:
"Nu beschouw ik mijn ontslag als een enige en providen¬tiële gelegenheid om me voor goed en met goed fatsoen uit Ghana en de Missie terug te trekken na er 39 jaren, waarvan 28 als Schooldirecteur, te hebben gewerkt.
Ik zou het dan ook zeer op prijs stellen, indien u zich met mijn voorstel zou kunnen verenigen. Eerlijk gezegd, gebeuren er dingen en zijn er veranderingen op komst (ook binnen de grenzen van de Missie) die oudgedienden zoals ik niet kunnen slikken of verkroppen".
Hij voegt hier nog aan toe:
"Trouwens, ik geloof ook dat ik mijn tijd zowat uitge¬diend heb en dat het me gegund mag worden om de enkele jaartjes, die me misschien nog resten, in kalmte en rust te slijten (b.v. als rector van de eene of andere kleine communiteit ergens in een afgelegen rustig dorp of verlo¬ren gehucht!)".

Tijdens het visitatie-bezoek van provinciaal Florack in het voorjaar van 1959, bood deze aan Jan Rothoff de functie van provinciaal archivaris aan. Dat sprak hem zeer aan. Systemen opzetten en volgens systemen werken lag hem. En al jarenlang waren statistieken en grafieken, keurig op kaart weergegeven, zijn hobby. Hij zag weer duidelijk perspectief.

In november 1959 begon hij zijn werk als archivaris in huize Tafelberg te Oosterbeek. Pater Jan Verhagen was zijn enigste voorganger in deze geweest. Deze was begonnen met wat gegevens bij elkaar te brengen. Doch Jan Rothoff bestudeerde de zaak (ook bij enkele andere religieuze instellingen als bv. bisdom Den Bosch) en zette toen een systeem op dat, in hoofdlijnen, nu nog gehanteerd wordt.

Gestorven.

In 1960 vierde hij zijn 40-jarig priesterfeest. Eind 1961 ging hij nog eenmaal, op bezoek, terug naar Ghana: voor de 12de keer, zoals deze punctuele statisticus zelf noteert.
Nog enkele jaren heeft hij met bezieling en toewijding gewerkt in het archief. Toen begon hij te sukkelen met een hartzwakte.

Op 9 maart 1969 kwam pater Jan Rothoff, in alles zo punctueel, 's morgens niet aan tafel. Men vond hem op zijn kamer, voor¬over gebogen zittend in zijn stoel en met een puzzelboekje in zijn hand. Zo moet daar, op 8 maart 1969 in de avond, zijn hart het begeven hebben. Hij werd 72 jaar.

Op woensdag 12 maart 1969 was er voor zijn zielerust een plechtige Eucharistieviering in de kapel van het missiecolle¬ge te Cadier en Keer, waarna hij daar op het kerkhof begraven werd.

Bronnen:
- Archief S.M.A. Nederl. Provincie, Cadier en Keer.
- J. v. Brakel: the S.M.A. Missionary Presence in the Gold Coast. vol. II, pg. 336ff.; vol. III, pg. 119 en pg. 150.
- M. van Velzen in 'the Standard', May 24 and 31, 1959.
- J. ter Linden in 'Onze Krant' juni 1969;