Imprimer

Société des Missions Africaines –Province de Hollande

 eerden  Le Père Bernard EERDEN
né le 9 janvier 1906 à Milligen
dans le diocèse d'Utrecht, Hollande
membre de la SMA le 27 juillet 1927
prêtre le 20 décembre 1930
décédé le 10 décembre 1986

1931-1935 Blitterswijck, 
maître des novices, puis supérieur
1936-1946 Cadier en Keer
aide procureur, vins, directeur spirituel
1946-1948 Bemelen, propagandiste
1948-1962 Oosterbeek, propagandiste
1963-1965 administration
1966-1968 Rome, conseiller général
1965-1971 Rome archiviste général
1972-1976 Milligne, aumônier
1976-1986 Oosterbeek, retiré

décédé à Arnhem, Hollande, le 10 décembre 1986,
à l'âge de 80 ans

 

Pater Bernard EERDEN (1906 - 1986)

Afkomst.

Bernardus Jacobus Eerden, zoon van Jacobus Eerden (+ maart 1949) en Hermina Weyers (+ juli 1934) werd geboren te Millin¬gen op 9 januari 1906. Later verhuisde de familie naar Huis¬sen.

Opleiding.

Na de lagere school kwam Bernard als twaalfjarig jongetje naar het missiehuis te Cadier en Keer. Na de middelbare opleiding van 1918 tot 1924, ging hij naar Chanly in België voor de twee-jarige cursus philosophie. Wegens ziekte heeft hij de studie een jaar moeten onderbreken, zodat hij pas op 27 juli 1927 lid werd van de Sociëteit voor Afrikaanse Missiën. Hierna begon hij aan zijn theologische opleiding. In het vierde jaar, op 20 december 1930, werd hij in de kapel van het S.M.A.-seminarie 'Ore Place', te Has¬tings door Mgr. Amigo tot pries¬ter gewijd.

Missionaris.

Na beëindiging van zijn studies, ontving hij in juli 1931 een schrijven van de provinciaal met de mededeling dat hij benoemd was tot geestelijke leider van de broederopleiding te Blit¬ters¬wijck en 'socius' van overste Harrie Rothoff. Tevens moest hij enkele lessen geven aan de broeders in opleiding.

In 1934 werd hij overste van Blitterswijck, doch eind 1935 werd dit huis gesloten en de activiteiten overgebracht naar Bemelen. Pater Eerden werd vanaf januari 1936 benoemd tot assistent-provinciaal-procurator en geestelijke leider van de studenten in het missiehuis te Cadier en Keer. Daarbij hielp hij mee in de wijnkelder. Tijdens de provinciale vergadering van 1937 werd hij geko¬zen als raadslid van provinciaal ten Have.

Onder de oorlog werd, t.b.v. het missiehuis, een schuilkelder gegraven, waarbij ook pater Eerden actief betrokken was. Op 8 juni 1943 werd hiermee begon¬nen. De plaats van de onder¬grondse berging van wijnen werd vergroot en met hulp van mannen van de lucht-be¬scherming te Maastricht, met technische assistentie van des¬kun¬digen en het werk van de eigen studenten werd een onder¬aardse trap¬pen¬gang gebouwd naar het missiehuis, welke arbeid nogal vertragin¬gen ondervond door instortin¬gen. Op 19 december 1943 vond de inzegening van de schuilkel¬der plaats, in tegen¬woordigheid van staf en studenten van het missiehuis.

Aan het einde van het schooljaar 1944, ging Bernard in juli vanuit Keer op vakantie naar zijn familie te Huissen. Daar raakte hij bij het oorlogsgeweld betrokken. In september 1944 vond 'ope¬ration Market Garden' plaats, de slag om de Rijnbrug bij Arnhem. Die werd voorafgegaan door hevige bombardementen. Ook Huissen werd getroffen. Een voltreffer kwam neer op de schuil¬plaats van de familie Eerden, waarbij 15 familieleden om het leven kwamen, onder wie een 54-jarige broer van Bernard met zes van zijn kinderen. Zijn vrouw en zoontje Jackie waren juist even afwezig en overleefden hierdoor de ramp. Pater Eerden heeft dit trauma nooit helemaal verwerkt. Door zijn leven lang hard te werken, probeerde hij deze herinnering te verdringen, doch naar gelang hij ouder werd, kwamen de beelden steeds vaker naar boven en hadden invloed op zijn zenuwgestel.
Het leven ging verder. Nederland werd bevrijd en pater Eerden ging terug naar Cadier en Keer. Ook kon er weer, na negen jaar, een provinciale vergadering gehouden worden. Deze vond plaats te Aalbeek in augus¬tus 1946. Hein Mondé werd de nieuwe provinciaal en Bernard Eerden werd herkozen als een van zijn raadsleden. Later werd duidelijk, dat pater Eerden in eerste instantie gekozen was als provinci¬aal. Vanwege zijn zwaar beproefde zenuwen en traumatische ervaringen tijdens het laatste oorlogsjaar, durfde hij deze zware functie niet te aan¬vaar¬den. Enkele jaren later, toen vice-provinciaal Theo Veldboer in 1951 vroegtijdig het be¬stuur verliet om terug te keren naar Afrika, werd Bernard benoemd om tijdelijk diens plaats als vice-provinciaal in te nemen. De provinciale verga¬dering van 1952 her¬koos pater Mondé als provinciaal met pater Bernard Eerden als vice-provinciaal.

Pater Eerden was een stoere en sterke man, wars van kleinzie¬ligheid, gekonkel en oneerlijkheid. Soms was hij wat stil, wat naar binnen gekeerd en ietwat stug en hoekig, ook in zijn bewegingen. Had hij hierom de bijnaam 'de bok', die hijzelf ook regelmatig bezigde in zijn vriendenkring? Toch was pater Eerden populair: door zijn eenvoud, zijn minzaamheid en zijn begrip voor andermans moeilijkheden. Op hem kon je ver¬trouwen, op hem kon je bouwen.

Als provinciaal bestuurslid verhuisde pater Eerden in 1946 van Cadier en Keer naar Bemelen. Daar werd hij hoofd van de propa¬ganda en de fondswerving. Spoedig ontwikkelde hij al ideeën over een andere aanpak, een nieuwe opzet. Met de paters Goot-zen en van Trigt werkte hij een idee uit over de opzet van een museum, een ethnographische collectie van West-Afrika. Dit was één van de redenen waarom hij in 1947 een langdurige reis door West Afrika maakte. Van maart tot november reisde hij rond door de Goudkust en de Ivoorkust, verzamelde gegevens, indruk¬ken, voorwerpen voor de museumcollectie, en probeerde terzelf¬dertijd het oorlogsverleden te vergeten.

Na terugkeer kwam de verhuizing van Bemelen naar Oosterbeek. Van hieruit werd de propaganda, administratie en fondswerving georgani¬seerd. De propagandisten hadden officieel hier hun thuiskomen: hier hadden ze hun maandelijkse bijeenkomsten, hun recollec¬ties; hier ontvingen ze hun werkopdrachten en moesten ze maandelijks afrekenen. Hier ook werden de geschillen uitge¬praat tussen propaganda/recrutering/fondswerving en de admini¬stratie, tussen de 'buitendienst' en het 'kantoor'. Aan het hoofd van dit alles stond "Heeroom Bernard", zoals hij zich naar buiten presenteerde. Hij bleef organiseren, inspireren, animeren en pacificeren.

Pater Eerden had schrijverstalent en zijn bezoek aan Afrika was ook niet voor niets geweest. Zijn boekjes, bestemd voor schooljongens van 10 tot 15 jaar, werden gelezen door een veel wijder lezerspubliek. In 1952 kwam de eerste van de driedelige 'Kobina' serie van de pers. Daarna volgden boekjes over 'Kod¬jo', 'Komla' en 'San de herdersjongen'. Tussendoor verschenen nog enkele beeldverhalen.

De provinciale vergadering van 1958 bracht nogal wat verande¬ringen voor hem mee. Hein Mondé, met wie hij twaalf jaar lang intens samengewerkt had, werd gekozen als algemeen overste en vertrok naar Rome. Ben Gootzen werd de nieuwe vice-provinciaal en overste van de Tafelberg te Ooster¬beek. Samen hebben deze twee de zorg op zich genomen voor de bouw van een lift in het huis.

Geleidelijk werd de druk van het werk en de verantwoor¬de¬lijk¬heid te zwaar. Hij begon overspannen te raken, had nauwelijks fut en inspiratie om te schrijven of om initiatie¬ven te onder¬nemen. Op 1 september 1965 diende hij zijn ontslag in als provinci¬aal raadslid. In deze functie had hij 28 jaar lang de nederlandse S.M.A.-provincie gediend. Algemeen overste Mondé had hem gevraagd, of aangeboden, naar Rome te komen als alge¬meen archi¬varis. Ook voor pater Mondé was het prettig pater Eerden weer bij zich te hebben, zodat ze 's avonds nog eens gezellig 'over van alles en niets' konden napraten. Toen in 1966 in het algemeen bestuur een vacature ontstond, werd pater Eerden gevraagd voor deze functie voor de resterende twee jaar van deze bestuursperiode. In 1968 werd Mondé herkozen als algemeen overste en bleef Eerden als archivaris in Rome. Ook Jan v.d. Kooij, die wegens het opgaan van 'Afrika Ontwaakt' in 'BijEEN' zonder functie was, kwam naar Rome als secretaris van bestuur. Pater Eerden bleef in Rome tot eind 1971.

Hij had intussen contact gehad met het bestuur van de stich¬ting Gast¬huis 'St. Jan de Deo' te Millingen aan de Rijn, zijn geboorte¬plaats. St. Jan de Deo bood huisves¬ting aan ongeveer 100 bejaarden en daar zou hij ook graag gaan wonen:
"Niet als Rector (want dan zou de bisschop eraan tepas komen) maar als bejaarde tussen de bejaarden met de op mezelf genomen plicht om te zorgen voor de liturgische diensten en om de nodige interesse te tonen voor de mensen in het Gasthuis".
Er zijn wat financiële afspraken gemaakt en huisvesting was mogelijk vanwege de uitkering van de Alge¬mene OuderdomsWet (AOW). Enkele jaren heeft hij in Millingen gewerkt en met plezier. Hij vond het pastoraal werk prettig en de bewoners zagen hem graag. Hij had echter weinig contact met collega-priesters in de buurt, ofschoon hij daar echt behoefte aan had. Hij miste het contact met confraters, zoals hij dat in Rome had.

Helaas werd pater Eerden steeds meer gespannen, kreeg last van depressies en nachtmerries; afschuwelijke herinne¬ringen aan het verleden kwamen weer terug. In 1976 heeft het bestuur meerdere malen contact met hem gehad en hem voorgesteld naar Oosterbeek te komen. Na zoveel jaren van zware verantwoorde¬lijkheid had hij nu recht op volledige rust. Het werd een moeilijke beslissing voor pater Eerden. Hij voelde en besefte dat hij het niet meer aan kon in Millingen, dat hij de verant¬woordelijkheid niet meer kon dragen, doch hij hield van de mensen van Millingen. In samenspraak met bestuur en directie van het Gasthuis is uiteindelijk besloten dat hij in februari 1976 naar het S.M.A.-huis in Oosterbeek zou gaan. Veel steun heeft hij in deze jaren gehad van Jackie, die als enigst kind van zijn broer de oorlog overleefde. Het huis van Jackie en diens familie in de Noord¬oostpolder werd heeroom Bernards thuis.

Gestorven.

Eerst woonde pater Eerden een paar jaar in de zogenaamde 'villa', het herenhuis op de Pietersbergseweg nr. 38. Hij was vooral actief buiten rondom het huis en in de tuin, vierde zijn gouden priesterjubileum en verhuisde, na enkele jaren, als geïndiceerde bejaarde naar het hoofdgebouw. Hij bleef nerveus en ook zijn depres¬sies raakte hij niet kwijt. Geleide¬lijk begonnen ook zijn physieke krachten af te nemen. Op 8 december 1986 werd hij opgenomen in het St. Elisa¬bethzieken¬huis te Arnhem en is hem uit voor¬zorg het ziekensa¬crament toegediend. Zijn toestand ging snel achteruit. De laatste nacht is er bij hem gewaakt door Kees Priems, de overste van Oosterbeek, in de voornacht en door een paar neven in de tweede helft van de nacht. Op 10 december 1986 is hij rond het middaguur overle¬den. Pater Bernard Eerden werd bijna 81 jaar oud.

Op 13 december was voor hem een plechtige uitvaartdienst in de kapel van het missiehuis te Cadier en Keer, waarin provinciaal van Hoof voorging, en waarbij een vijftigtal neven, nichten en bekenden uit Huissen en omgeving aanwezig waren. Hierna werd hij begraven bij zijn collega's op het kerkhof van het missie¬huis.

Bronnen:
- Archief S.M.A., Nederl. provincie, Cadier en Keer.
- J. v.d. Kooij in 'Afrika Ontwaakt' febr. 1956, pg. 23
- G. Bles in 'Onze Krant' nr. 71, maart 1987.