Imprimer

Société des Missions Africaines –Province de Hollande

KOOY Jan van der né le 24 janvier 1907 à Den Haag
dans le diocèse de Rotterdam, Hollande
membre de la SMA le 29 juillet 1928
prêtre le 19 décembre 1931
décédé le 23 avril 1980

1933-1945 Gold Coast, Amisano séminaire
professeur de philosophie et d’histoire de l’Eglise
1946-1947 Bemelen, supérieur
1946-1968 éditeur de la revue missionnaire
1968-1973 Rome, secrétaire général
1973-1974 Cadier en Keer, archiviste
1974-1976 Laag Soeren, aumônier
1976-1980 Oosterbeek, retiré

décédé à Oosterbeek, Hollande, le 23 avril 1980,
à l'âge de 73 ans


Pater Jan van der KOOIJ (1907 - 1980)

Geboren.

Joannes van der Kooij, zoon van Leonardus Wilhelmus van der Kooij (sept. 1870 - nov. 1945) en Christina van Grieken (aug. 1874 - juni 1¬949), werd geboren te 's Gravenhage op 24 janua¬ri 1907, als zesde in een gezin van tien kinderen, en werd daar de¬zelfde dag gedoopt in de St. Theresia paro¬chie.
Zijn acht jaar jongere zus trouwde later met een broer van pater Theo Veldboer. Een zoon van zijn broer was bij de eerste groep van studenten, die vanuit het missiehuis te Cadier en Keer in 1947 opging voor staatsexamen, doch na de philosophie heeft deze Bert van der Kooij het seminarie verla¬ten.

Opleiding.

Na de lagere school kwam Jan van der Kooij, in 1920, naar Cadier en Keer naar het missie-college van de Sociëteit voor Afri¬kaanse Missiën. Hij volgde daar met succes zijn middelbare studies en ging in 1926 naar het noviciaat, tevens philosop¬hie, te Chanly in België. Op 29 juli 1928 werd Jan daar, door eedaflegging, lid van de Sociëteit en begon, na de zomervakan¬tie, met zijn theologische studies te Bemelen. Een jaar later werd deze opleiding overgeplaatst naar Hastings in Engeland. Tijdens hun vierde jaar werden Jan en zijn klasgenoten op 21 december 1931 priester gewijd in de kapel van het grootsemina¬rie te Hastings door Mgr. P. Amigo.

Missionaris.

Na beëindiging van het studiejaar kreeg pater Jan van der Kooij opdracht voor een jaar verdere studie in Engeland, waar hij in 'St. Mary's College, Strawberry Hill, Middlesex' in 1932-33 zijn 'Teachers Certificate' haalde.

Hierna vertrok hij op 29 september 1933 naar Afrika, waar hij werd benoemd tot leraar aan het seminarie te Amisano. In 1924/25 begon pater de Jong, in opdracht van pro-vicaris Stauffer, een priesteropleiding in het missiehuis van Elmina, die in 1930 werd verplaatst naar het nieuw gebouwde seminarie te Amisano. Jan van der Kooij werd nu professor in de dogma¬tiek, kerkgeschiedenis en philosophie. De eerste twee Ghanese priesters werden gewijd in december 1935.

In april 1938 ging pater van der Kooij voor de eerste maal op vakantie naar Nederland. Tijdens deze vakantie heeft hij van 5 september tot 15 oktober 1938 de '13den Medisch-hygiënischen Missiecursus' van het 'Ned. Medisch Missie Comité' te Rotter¬dam gevolgd en is hem ook het diploma van het Nederlandse Rode Kruis uitge¬reikt. In januari 1939 was Jan terug in Amisa¬no.

Gedurende de week-ends ging hij regelmatig, voor de zondags¬dienst en pastorale zorg, te voet over een land¬weggetje door de bossen naar het dorp Esiam, dat enkele mijlen van Amisano verwijderd lag. In latere jaren heeft Mgr. Porter deze pasto¬rale nevenactiviteiten van seminarie-stafleden gestopt omdat dit bij sommigen ten koste van lesvoorbereiding ging. Voor Jan van der Kooij was het steeds een welkome afleiding geweest in het regelmatig en geprogrammeerd seminarieleven in het toch wel geïsoleerd liggend Amisano. Verheugende momenten waren ook de priesterwijdingen in 1942 en 1943 van sommi¬gen van zijn oud-studenten.

Na beëindiging van de oorlog in 1945 was het grote probleem voor de sociëteit en de missie: transport! Hoe krijgen we de missionarissen van en naar Afrika? Op 20 december 1945 schreef Mgr. Porter naar provinciaal ten Have:
"We managed to get two passages on board the 'Niger¬stroom' which sails probably on Xmas Eve. Fr. v.d. Kooij from Amisano and Fr. Maessen from Kumasi will leave".

Doch spoedig wachtte Mgr. Porter een grote teleurstelling. Hij kreeg bericht dat pater van der Kooij niet zou terugkeren. Dit plaatste hem voor een nieuw probleem: de ervaren missionaris¬sen moesten allen op vakantie en hij wilde de nieuw aangeko¬menen niet zomaar, zonder begeleiding, laten beginnen.
"This places an unexpected burden on the new men and, I am sure, you will understand how unwise and unfair on them it would be to saddle them with the responsibility until they have acquired some knowledge of the language and country.
Sekondi is one of our most important Missions, and we had hoped that Fr. v.d. Kooij would have been back soon to replace Fr. Moonen who goes home by the next boat".

Jan van der Kooij werd in 1946 benoemd tot overste van Bemelen en na de provinciale vergadering in 1946 tot redacteur van de tijdschriften 'Afrikaanse Missiën' (later 'Afrika Ontwaakt') en 'Stemmen uit Lourdes'. Tot september 1968 heeft hij dat gedaan, eerst vanuit Bemelen en vanaf maart 1948 tot september 1959 vanuit het nieuw aangekocht huis 'de Tafelberg' te Oos¬terbeek. Daarna verhuisde de redacteur naar het missiehuis te Cadier en Keer, waar hij tot mei 1963 deze functie vervulde, en hierbij tevens gastcolleges gaf in het seminarie te Aal¬beek. In mei 1963 keerde hij terug naar Oosterbeek.

Vakkundig heeft hij geprobeerd het 'ontwakend Afrika' gestalte te geven in zijn gedegen artikelen. Met toewijding probeerde hij ook te getuigen van zijn Maria-devotie en ging regelmatig met een bedevaart mee naar Lourdes om op deze wijze zo'n getrouw mogelijke stem uit Lourdes te zijn. Met speciale dubbelnummers van het tijdschrift probeerde hij belangrijke zaken grondiger uit te diepen of beter te belichten. Hij schreef een dubbelnummer over de stichter, Mgr. Melchior de Marion-Brésillac en zijn Sociëteit, bij haar honderdjarig bestaan. Hij ging, in september 1963, als secretaris van zijn klasge¬noot Mgr. André van den Bronk, mee naar het Vaticaans Concilie te Rome. Daar bezocht hij, met de bisschop, bijeen¬komsten en lezingen van Suenens, Schillebeeckx, Molinari e.a. Pater van der Kooij schreef over dit Concilie zeer gedegen artikelen in een paar dubbel-num¬mers van 'Afrika Ontwaakt' en kreeg daarover lovende kri¬tiek van de bekende pater Henri de Greeve in het weekblad 'De Nieuwe Linie' van 11 juni 1966.

In 1968 werd het tijdschrift 'Afrika Ontwaakt' met een twin¬tigtal soortgelijke missie-publicaties ondergebracht in de 'Stichting gezamenlijke missie-publiciteit', waaruit uit¬einde-lijk het maandblad 'BijEEN' is ont¬staan. Jarenlang had Jan op de barricade gestaan voor 'zijn' tijdschrift, dat niet winst¬gevend was en daarom door zijn eigen S.M.A.- bestuur be-dreigd werd met beknottende maatregelen. Nu het einde van deze eigen uitgave gekomen was, keek Jan uit naar een nieuwe uitda¬ging: stilzitten en nietsdoen lag niet in zijn lijn. In 1963 ging hij met een paar collega's in de vakantiemaanden naar New York om een pastoor-op-vakantie te vervangen. Daar¬over schreef hij:
"Nee, helemaal meegevallen is het niet. De moeilijkheid was, dat je tegelijkertijd gebonden was en eigenlijk niet veel te doen had. Je krijgt dan zo 't idee van je tijd te verprutsen en dat is nooit goed om je goede humeur hier¬bij te bewaren. Intussen hebben we zowat heel New York gezien en een stukje van Connecticut. Maar dat is dan ook alles. Van de rest van Amerika weten we dus net zoveel als voordat we gingen."

Jan's nieuwe uitdaging was Rome. Zijn goede vriend Hein Mondé was na 10 jaar algemeen overste, nogmaals herkozen voor 5 jaar. Hij vroeg Jan om mee te komen naar Rome als secretaris van het algemeen bestuur. Voor Mondé was hij tevens een gezel¬lig 'aanspreekpunt' of 'praatpaal'. Na deze bestuursperiode verliet Mondé het generalaat en ook Jan van der Kooij vertrok uit Rome en kwam terug naar Nederland. In oktober 1973 begon hij als archivaris te Cadier en Keer, maar dat lag hem niet.
Op 28 oktober 1974 werd hij rector van de R.K. bejaarden¬stichting de Leeuwerik te Laag Soeren.

Overleden.

In 1976 kwam Jan terug naar Ooster¬beek, waar hij zijn laatste jaren doorbracht. Daar is hij op 23 april 1980, 's morgens om half zes, gestorven, 73 jaar oud. Men zag het aankomen. Zijn 'zwager' Theo Veldboer kwam reeds de dag ervoor, om bij Jan aanwezig te zijn in diens laatste uren.

Op zaterdag 26 april 1980 werd de plechtige uitvaartdienst gehouden in de kapel van het missiehuis te Cadier en Keer, waarbij een van zijn oud-leerlingen, Mgr. John Kodwo Amissah, aarts¬bisschop van Cape Coast, Ghana, een afscheidspreekje hield en sprak van 'my professor'. Jan werd begraven naast zijn colle¬ga's op het kerkhof nabij het missiehuis.

Bronnen:
- Archief Nederl. Provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- H. de Greeve pr. in 'de Nieuwe Linie' dd. 11 juni 1966.
- 'Onze Krant' nr. 44, juni 1980.
- 'Stemmen uit Lourdes' nr.3, 1980 pg. 47.