Imprimer

Société des Missions Africaines –Province de Hollande

BEKEMA Leo né le 28 mars 1918 à Hieslum
dans le diocèse de Groningen, Hollande
membre de la SMA le 15 juillet 1940
prêtre le 12 mars 1944
décédé le 11 mai 1987

1946-1987 missionnaire en Gold Coast
Konongo, Berekum, Bekwai
Agroyesum
Suntreso, curé de 1967 à 1987

décédé à Kumasi Ghana, le 11 mai 1987,
à l'âge de 69 ans


Pater Leo BEKEMA (1918 - 1987)

Afkomst.

Leo Bekema, zoon van Ruurd Bekema (1893 - 1980) en Anna Teern-
s¬tra, werd geboren te Hieslum, gemeente Wymbritseradeel, op 28 maart 1918. Daags erna werd hij gedoopt in de parochiekerk van Blauwhuis en ontving de naam Lieuwe. Hij was de oudste in dit landbouwersgezin met zes kinderen, drie jongens en drie meis¬jes. De na hem komende broer emigreerde naar Australië en veranderde zijn familienaam in Barkwith. De familie verhuisde later naar de drooggelegde Wieringermeerpolder, waar ze een bedrijf begonnen te Wieringerwerf. Hier zou de jongste zoon zich ook definitief vestigen.

Opleiding.

Na de lagere school te Bolsward van 1924 tot 1931, ging Lieuwe voor zijn missionarisopleiding naar Nieuw Herlaer te St. Michielsgestel (1931 - 1935) en vervolgens naar het missiehuis te Cadier en Keer (1935 - 1938). Voor zijn hogere studies van philosophie en theologie ging hij, in september 1938, naar Ore Place te Hastings, Engeland. Een jaar later werd terugkeer naar Engeland na de zomervakantie onmogelijk vanwege de oorlog en de inbeslagname van het seminarie 'Ore Place', dat strate¬gisch aan de kust van Zuid-Engeland lag.

De studies werden voortge¬zet te Aalbeek in Zuid-limburg. Daar werd Leo, zoals hij gewoonlijk door zijn collega's werd ge¬noemd, door eedaflegging lid van de Sociëteit op 15 juli 1940. Op 12 maart 1944 werd hij in de parochiekerk van Hulsberg door Mgr. van Roosmalen, CssR, tot priester gewijd. Op het feest van St. Joseph droeg hij een plechtige H. Mis op in het mis¬siehuis Nieuw Herlaer te St. Michielsgestel. Daarna bleef hij in Aalbeek tot april 1946.

Missionaris.

In november 1945 ontving Leo zijn benoeming voor de missie. Hij vertrok met anderen per boot op 13 mei 1946. Zijn eerste benoeming was Konongo in het vicariaat van Kumasi, waar hij werd belast met de buitenstaties. Achtereenvolgens had hij daar als overste: Ad Juijn, Ruud van Ooijen en Antoon Meeuw¬sen. In februari 1949 werd hij overgeplaatst naar Berekum, waar hij Piet Maessen, en een jaar later Frans Pas, als pas¬toor kreeg.

Na zijn eerste vakantie in 1951 werd hij benoemd tot assistent bij Jacques Visser te Bekwai. In augustus 1953 werd hij be¬noemd tot eerste pastoor van Agroyesum, een kleine plaats met een zeer groot district in die dagen. Hier moest van alles gedaan worden en hadden ze echt een pionier nodig: iemand die van aanpakken wist en ook doorzette. Tijdens zijn verblijf te Agroyesum werden het 'St. Martin Hospital', het missiehuis en een 'middle school' gebouwd.
Regelmatig was Leo op trek naar de buitenstaties, waarvan sommige zeer moeilijk te bereiken waren. Hij begon echter last te krijgen van zijn knie en is daar meerdere keren voor behan¬deld, zowel in Ghana als in Nederland. Na een toer van meer dan vijf jaar ging Leo in oktober 1962 op vakan¬tie.
"Het is ongeveer 25 jaar geleden sinds ik in Friesland gewoond heb, maar het zal wel weer wennen".
Voorheen bracht hij altijd de vakanties door bij zijn vader en jongste broer in de Wieringermeerpolder, doch zijn vader was hertrouwd met B. Leenstra en woonde nu in Bols¬ward.

In 1965 werd Leo benoemd tot opvolger van de overleden Gerrit van der Leeuw te Kumasi-Suntreso. Tijdens zijn pastoraat werd de kerk gebouwd, het missiehuisje uitgebreid, de 'Girls Voca¬tional School' begonnen, het verenigingsleven georganiseerd en de financiën gesaneerd.

'Beek', zoals zijn collega's in de missie hem gewoonlijk noemden, was een man van weinig woorden doch met veel uitge¬sproken en bepalende eigen¬schappen. Bij zijn begrafenis en uitvaartdienst werden ze uitvoerig vermeld. Hij was een man van contras¬ten. Hij was erg gehecht aan zijn familie, maar Afrika trok: daar voelde hij zich thuis, daar waren zijn mensen. Hij was hardwerkend en organi¬serend, eigenwijs, eer¬lijk, trouw, eenvoudig, oprecht en begaan met de mensen. Hij was een bouwer van kerken en christelijke gemeenschappen.
Vicaris-Generaal Joe Amoako-Adusei beschreef hem als volgt:
"Bekema knew joy, anger, genuine pleasure and friend-ship. His life tells me personally that we are prie¬sts second, and human beings first. His anger was almost convulsive but it soon thawed in apology, a word that is very expensive in Ghana.
The balance between his humanity and spirituality reveals the stature of this unobtrusive man".

De deur van zijn pastorie stond altijd open, ook in letterlij¬ke zin, en voor iedereen. Daar zat hij dan, in toog, op zijn vaste plekje. Hij werd steeds meer een vertrouwensman van veel missionarissen en voor de nederlandse S.M.A.-leden behoorde, bij een bezoek aan Kumasi, ook een bezoekje aan 'Beek' te Sun¬treso. Ook zijn familie was steeds welkom. Velen herinneren zich enkele kinderen van zijn zusters, waarvan er één (Berna¬dette) als stewardess van de KLM veel missionarissen geassis¬teerd heeft, terwijl een neef in Ghana missionarissen behulp¬zaam was in de beginjaren van de computer-techniek.

Geleidelijk aan begonnen de jaren voor Leo te tellen. Hij had vrees voor zijn oude dag in Nederland. Tijdens zijn vakantie in 1986 brak hij, ongelukkigerwijze, nog een been. Nauwelijks hersteld ging hij terug naar Ghana. Hij wilde graag in Ghana blijven en daar sterven.

Gestorven.

In 1987 begon hij echt te sukke¬len. Zijn benen konden moeilijk zijn zwaar lichaam dragen en later bleek dat hij grote moeite had met urineren. Hij kon maar niet van zijn verkoudheid en malaria afko¬men.
'Hij zat als een zieke mus in zijn hoekje op zijn kamer',
schreef Piet Neefjes naar de regionaal overste te Winne¬ba.
Leo voelde zich helemaal niet lekker en had daarom met Piet Neefjes afgesproken, dat deze op zondag 10 mei 1987 de hoogmis van hem zou overne¬men. Piet waarschuwde die zondag tevens de dokter, die Leo liet opnemen in de 'Bonso clinic' bij Dr. Appiah. In het begin leek het alle¬maal niet zo alarmerend. De volgende namid¬dag begon hij weg te zakken en leek in een soort coma te raken. Father Yeboah heeft hem de ziekenzalving gege¬ven. Rond 6 p.m. op 11 mei 1987 is Leo op 69-jarige leeftijd overleden.

Op maandag 18 mei 1987 is Leo, na een gezongen uitvaartdienst, te Kumasi bij zijn collega-missionarissen begraven. Vier fami¬lieleden waren uit Holland overgekomen voor de begrafenis. Na hun terugkeer werd, te Wieringerwerf op zondagmiddag 25 mei, een eucharistie¬viering ter gedachtenis aan Leo gehouden. Hoofdce¬lebrant was de enige overlevende klasgenoot van Leo, pater Jan Meulepas. Twaalf SMA-priesters, waarvan het meren¬deel (ex)-Ashanti missionarissen, waren hierbij aanwezig, wat door de familie zeer gewaardeerd werd. De familie begreep ook dat het zó goed was: Leo hoorde in Afrika thuis en zou zich in Nederland als bejaarde nooit echt gelukkig gevoeld hebben.

Bronnen:
- Archief Nederl. Provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- Wim Habits in 'Onze Krant' nr. 72, jan. 1987.