Imprimer

Société des Missions Africaines –Province de Hollande

MENSINK Johan né le 14 juin 1925 à Makkum
dans le diocèse de Groningen, Hollande
membre de la SMA le 15 février 1950
prêtre le 16 juillet 1953
décédé le 19 mai 1992

1953-1974 missionnaire en Gold Coast
Ho, Liati, Teteman, Keta
Anfoega, Kete-Krachi, Nkwanta
1974-1975 année sabbatique, universitgé de Nimègue
1975-1983 Ghana : Nkwanta et Shia
1986-1992 Irnsum, curé
1992 Amsterdam hôpital

décédé à Amsterdam, Hollande, le 19 mai 1992,
à l'âge de 66 ans


Pater Johan MENSINK (1925 - 1992)

Afkomst.

Johannes Petrus Mensink, zoon van Johannes Mensink (1891 - ?) en Tjitske de Vries (1895 - ?) werd geboren te Boarsterhim in de gemeente Wonseradeel op 14 juni 1925. Hij werd gedoopt in de parochiekerk van de H. Martinus te Makkum. Vijf jaar later verhuisde de familie naar Frane¬ker. Vader Mensink, van geboor¬te afkomstig uit Reutum in Twente, was bakker. Johan had nog vier broers en twee zusters. Een ervan trouwde later met een broer van Kees Konijn.

Opleiding.

Na de lagere school te Franeker werd Johan Mensink door pater Ruurd Zijlstra aangenomen als student, hoewel hij niet zo sterk in de studie was, volgens pater Zijlstra. Dit bleek inderdaad zo te zijn tijdens de eerste paar jaren in Herlaer te St. Michielsgestel, waar Johan in 1938 begon, doch daar twee keer een jaar moest doubleren. In 1943 ging hij naar Keer voor de laatste drie jaar van zijn middelbare opleiding. Hier ging de studie redelijk en was hij zelfs een uitblinker in wiskunde. Wel verloor hij het studiejaar 1944/45 vanwege de oorlog. Johan was in 1944 op vakan¬tie in Franeker, toen in het zuiden van het land de vrij¬heids¬strijd bezig was en kon pas in 1945 na de bevrijding van noord-nederland zijn studies hervat¬ten.

In september 1947 ging Johan naar Aalbeek voor de studie van de philosophie en theologie. Zowel in Keer als in Aalbeek was het oordeel van de staf steeds hetzelfde: een goede jongen, goed gezien bij medestudenten, openhartig, behulpzaam, doch wat onvolwassen, kinderachtig, oppervlakkig en eigenzinnig: hij meent het beter te weten. Ook het onderhouden van het reglement liet wel eens wat te wensen over. Daarom werd hij in eerste instantie ook een half jaar voor zijn eerste eed uitge¬steld tot 15 februari 1950. Met zijn klasgenoten heeft hij op 15 juli 1952 de eeuwige eed afgelegd. Het eindoordeel van de staf luidde:
"This seminarian improved greatly. Is inclined to be lighthearted, but will work hard if he gets a good Supe¬rior. Needs advice - takes advice. The staff is of opini¬on that he may be a good missionary".
Op 16 juli 1953 werden hij en zijn elf klasgenoten in de parochiekerk van Hulsberg door Mgr. Paulissen priester gewijd.

Missionaris.

Volgens verwachting werd pater Johan Mensink benoemd voor de missie. Op 2 november vertrokken de nieuwe missionarissen met de boot uit Amsterdam. In Ghana werden ze in alfabetische volgorde benoemd voor de bisdommen van Keta, Kumasi en Cape Coast. Johan Mensink ging naar het bisdom Keta, waar hij benoemd werd voor de parochie Ho. Bijna twee jaar was hij daar assistent, voornamelijk bij Cor van Oers als pastoor. Hier leerde hij de gewoonten en gebruiken. In zijn jeugdig enthou¬siasme en voortvarendheid kwam hij hier en daar wel eens in botsing met oudere en meer bezadigde collega's. Maar hij leerde snel, was steeds behulpzaam en bereid de handen uit de mouwen te steken. In dit bisdom van veel eenmansposten met redelijk korte afstanden tussen het merendeel van deze hoofd¬sta¬ties, werden missionarissen nogal veelvuldig verplaatst. Ook Johan was, na Ho, achtereenvolgens assistent te Liati, Teteman, Keta en Anfoega, voordat hij, na bijna vijf jaar, in oktober 1958 op vakantie ging naar Nederland.

Na terugkeer in het bisdom in mei 1959, werd hij eerst waarne¬mend pastoor, ter vervanging van op vakantie zijnde collega's, te Anfoega en Kete Krachi. In januari 1961 werd hij pastoor te Liati. Twee jaar later werd hij benoemd om pater Scheltinga in Kete Krachi te assisteren bij een bouwproject.

Na terugkeer van vakantie in januari 1964, kreeg Johan de opdracht om een nieuwe missiepost te openen te Nkwanta in het noordelijkst gedeelte van het bisdom, moeilijk bereikbaar en ver van de buurtparochies. Zoals dikwijls bij nieuw te openen staties, was er slechts een minimum aan voorzieningen. Dus moest er veel gebouwd worden: missiehuis, kerk en schoolloka¬len. Ook wilde de missie daar een kliniek openen. Enkele OLA-Zusters kwamen hiervoor beschikbaar. Tien jaar lang heeft Johan daar in Nkwanta gewerkt. Vanwege het zware werk van de bouwerij, de zorgen, en het voortdurend alleen zijn in tro-pisch Afrika meende het bestuur, dat wat rust en bijscholing goed zou zijn voor 'zijn lichamelijk en geestelijk welzijn'.
Hoewel oorspronkelijk niet enthousiast, stemde Johan uiteinde¬lijk toch toe om, hiertoe gestimuleerd door het provinciaal S.M.A.-bestuur, een 'sabbatical' te nemen. Hij liet zich in¬schrijven aan de uni¬versiteit van Nijmegen en begon daar, in september 1974, de missio-nariskursus in de afdeling missiolo¬gie.

Twee jaar hiervoor had de S.M.A. te Nijmegen een blokje van vier woningen aangekocht, die onderling verbonden waren. Hier werd het provincialaat ondergebracht, doch er was ook gelegen¬heid voor huisvesting van missio¬naris¬sen, die aan de universi¬teit studeerden, ook voor belanghebbenden van andere Con¬grega¬ties. Mede ook door het contact met de andere cursisten, begon Johan steeds meer geïnteresseerd te raken. Aan het eind van het studiejaar presenteerde hij een scriptie over polygamie in Ghana. Intussen was hij ook bezig met zijn toekomstplannen. Mgr. Konings schreef in febru¬ari 1975 naar de Nederlandse Missieraad:
"Pater J. Mensink SMA, een van mijn missionarissen die dit jaar een cursus doet in Nijmegen alvorens weer a.s. september terug te keren naar de missie, heeft mijn toestemming gevraagd om een pastoraal werker, in de persoon van J. van Oppen, uit te brengen naar Ghana.
Dit verzoek heb ik graag ingewilligd, daar pater Mensink al 20 jaar lang alleen in het verre binnenland van het bisdom werkt. Omdat het werk nu te uitgebreid is geworden voor één man en het onmogelijk is, vanwege het acute gebrek aan jonge missionarissen, hem een missionaris confrater te geven, lijkt mij de inzet van een leek als pastoraal werker de enige oplossing".
Met Jacques van Oppen ging Johan in juli 1975 terug naar Ghana. Drie jaar hebben ze in Nkwanta samengewerkt. Jacques werd hierna pastoraal werker in het dekenaat Asten.
Na zijn vakantie in december 1978, kreeg pater Mensink een overplaat¬sing. Meer dan veertien jaar had hij nu in Nkwanta gewerkt, waar hij als eerste pastoor van deze missie met practisch niets begonnen was. Een afrikaanse priester nam nu van hem over.

Zijn nieuwe post was de missie van Shia. Hier heeft hij nog enkele jaren gewerkt. Na zijn vakantie in 1981 bleek spoedig dat de 'swung' eruit was. Het jaar erna moest hij weer terug naar Europa op ziekteverlof. Na behandeling ging hij nog even terug, doch nam al snel het besluit om er in Ghana een punt achter te zetten. In januari 1983 kwam hij definitief terug naar Neder¬land.

In april 1983 ging hij naar Irnsum in Friesland, om daar stage te gaan lopen in de nederlandse pastorale praktijk. Hij had het snel bekeken. Op 24 september 1983 werd hij geïnstalleerd als pastoor van de H. Marcusparochie te Irnsum, waarbij in 1987 ook nog de parochie van de H. Wiro te Oosterwierum kwam.
Johan voelde zich thuis in zijn thuisland en ook de mensen mochten hem. Hij was joviaal, praatte graag en luidruchtig, doch zonder pretenties en hij was gemakkelijk te benaderen. Zijn parochianen kenden en begrepen hem en waardeerden zijn regel¬matig en gemoedelijk contact met de mensen in zijn paro¬chie.

Overleden.

In 1991 begon hij echt te sukkelen met zijn gezondheid. Op 31 januari 1992 kreeg Johan te horen dat hij leed aan keelkanker. Hij koos voor verdere behandeling in het VU-ziekenhuis te Amsterdam, niet zo ver van zijn zus in Purmerend en bovendien was een van haar kinderen werkzaam in dat ziekenhuis. Op 21 februari kreeg hij te horen, dat bestraling niet afdoende zou zijn en dat het 90% zeker was, dat het een operatie zou wor¬den, waardoor hij zijn stem kwijt zou raken. In maart werd hij aan slokdarmkan¬ker geopereerd, doch zonder blijvend succes. De wond wilde niet genezen. Begin mei moest hij opnieuw geope¬reerd worden omdat een darmkanaal volledig geblokkeerd was. Johan maakte een zeer moeilijke tijd door. Hij kon niet meer praten: alleen schriftelijke communicatie was mogelijk. Hij werd gauw moe en moest kunstmatig gevoed worden. Hij had spoedig 10 kilo ge¬wicht verloren.

Zijn zus Siep en haar man Piet Konijn uit Purmerend kwamen hem dagelijks bezoeken. Ook Wim Griffioen kwam geregeld vanuit Diemen op bezoek. Op 19 mei belde Wim Griffioen naar het provincialaat: Johan was half verlamd en nauwelijks aanspreek¬baar, mogelijk vanwege de pijnstillers. Volgens Wim zou hij het niet lang meer maken. Diezelfde avond van de 19de mei 1992 is pater Johan Mensink om 23.45 uur gestorven. Hij werd 66 jaar oud.

Op zaterdag 23 mei werd hij, op eigen verzoek, te Irnsum begraven. Vicaris-generaal Grasveld vertegenwoordigde de bisschop van Groningen, die in het ziekenhuis lag. Hij intro¬duceerde de celebranten. Hoofdcelebrant was Gait Lukassen, evenals Johan oud-Volta-missionaris en ook werkzaam in het bisdom Groningen. Hij werd geassisteerd door Wim Griffioen, die zijn zieke confrater regelmatig had bezocht, en Kees Ko¬nijn, de broer van zijn schoonzus, die met haar man Johan bijna dagelijks had be¬zocht in Amsterdam. Het was een zeer drukke en indrukwekkende begrafenis. De deken van Leeuwarden was aanwezig alsook meer¬dere buurtheren. Ook een behoorlijk aantal collega-missiona¬rissen waren naar Irnsum gekomen om afscheid te nemen. Provin¬ciaal Storckem moest verstek laten gaan, want die was bezig de begrafenis van zijn eigen moeder te regelen.
Johan werd op het parochiekerkhof van Irnsum begraven.

Bronnen:
- Archief nederl. provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- Onze Krant nr. 92, juni 1992.
- Leeuwarder Courant 8 juni 1974
- Franeker Courant 1 mei 1974