Imprimer

Société des Missions Africaines –Province de Hollande

DIJK van Gerrit né le 16 avril 1897 à Nimègue
dans le diocèse de 's-Hertogenbosch, Hollande
membre de la SMA le 24 mai 1919
prêtre le 10 juillet 1921
décédé le 25 juillet 1969

1921-1946 missionnaire en Côte-d’Ivoire
Dabou, Grand-Lahou, Korhogo
1950 Haastings, assistant
1951-1968 Oosterbeek, aide dans les paroisses 
de Lobith et Oosterbeek
retiré à Oosterbeek

décédé à Oosterbeek, Hollande, le 25 juillet 1969,
à l'âge de 72 ans


Pater van DIJK (1897 - 1969)

Afkomst.

Gerardus Hendrikus van Dijk werd geboren te Nijmegen op 16 april 1897. In ons archief ontbreken verdere familiegege¬vens.

Opleiding.

Als twaalfjarige jongen kwam Gerrit in 1910 te Cadier en Keer aan, waar hij bij de Afrikaanse Missiën het kleinseminarie maakte. Dat was nog in de 'franse tijd'. Bij de eindbeoorde¬ling in de hoogste klas werd voor hem genoteerd:
"pieux, intelligent, travailleur".
Ook observeerde men dat hij nerveus was en moeite had met spreken. Hiermee heeft hij heel zijn leven lang moeite gehad.

In 1916 ging hij naar Lyon. Daar deed hij zijn hogere studies: twee jaar philosophie en drie jaar theologie. Op 24 mei 1919 werd hij, door eedaflegging, lid van de Soci¬teit. Op 10 juli 1921 werd Gerrit te Lyon door Mgr. Moury in de seminarie-kapel van de Sociëteit priester gewijd en op 24 juli heeft hij in zijn parochiekerk St. Franciscus te Nijmegen zijn eerste plech¬tige Heilige Mis opgedragen.

Missionaris.

De nederlandse provincie was nog niet opgericht en een eigen missiegebied voor de nederlandse S.M.A.- missionarissen be¬stond niet. Iedere wijdeling kon voor elk van de S.M.A.- mis¬siegebie¬den benoemd worden. Voor pater van Dijk werd dit de Ivoorkust. Omdat toentertijd de hele opleiding in het frans was, zowel in klein- als in groot-seminarie, was dit voor Gerrit een voor¬deel dat hij zich hierin gemakkelijker kon uitdrukken als in het engels, de officiële taal van de Goud¬kust en Nigeria.

Hij vertrok in november 1921 naar de Ivoorkust en werd benoemd voor de missie van Dabou. Als assistent heeft hij daar gewerkt van december 1921 tot maart 1927. Toen werd hij in diezelfde parochie waarnemend pastoor tot januari 1928. In mei van dat jaar ging hij voor de eerste keer op vakantie naar Nederland.

Na zijn terugkeer in juni 1929 werd hij benoemd voor Grand Lahou, eerst waarnemend doch vanaf september 1930 tot juni 1943 als pastoor van deze parochie. In 1936 was hij voor de tweede keer op vakantie in Nederland. Ook over zijn werk is hier weinig bekend. Intussen was de nederlandse provincie opgericht met haar eigen missiegebied in de Goudkust, terwijl Gerrit van Dijk bleef werken in het missiegebied van de franse Lyon-provincie.

Vijf en twintig jaar heeft hij in de missie van de Ivoorkust gewerkt. Dit ging niet helemaal zonder moeilijkheden. Verschil van culturen, met zowel zijn parochianen als zijn franse colle¬ga's en regeringsfunctionarissen, een tropisch klimaat met alle daarbij behorende problemen voor eigen gezondheid, en diverse andere factoren, waren daaraan debet, zoals de meeste missionarissen dat van tijd tot tijd wel eens meemaakten. Ook Gerrit kwam in moeilijkheden met zijn overhe¬den. In juni 1943 werd hij naar het noorden van de Ivoorkust ge¬stuurd, naar de prefectuur van Korhogo.

In 1947 kwam hij terug naar Nederland. Na zijn vakantie en het weer op verhaal komen in de westerse samenleving, ging hij naar Hastings, waar hij assistenties verleende. Daar sprak hij engels met een frans accent en met zeer veel franse woorden. Hij was een symphatieke, bescheiden, geinteresseeerde en luisterende pastor. Hij kon ook spreken met zijn hart en dát verstonden de mensen wél. Hij werd het slachtoffer van een ander probleem: het linkse engelse verkeer. Door op zijn fiets aan de verkeerde kant van de weg te rijden, werd hij aangere¬den met een beenbreuk als gevolg.

Voor herstel kwam hij op de de Tafel¬berg te Oos¬ter¬beek te¬recht, waar hij zich uiteindelijk definitief vestigde. Hij verleende assistenties in de parochies te Lobith en Ooster¬beek. Hoewel temperamentvol, bleef hij in zijn normale doen een stille, be¬scheiden man. Weinigen hebben weet van moeilijk¬heden die hij heeft moeten ervaren, in Afrika en hier. Gerrit klaag¬de niet en was met weinig tevreden. Jarenlang heeft hij in Oosterbeek op een klein zolderkamertje gewoond. Ook hier, onder zijn eigen mensen, was hij, buiten zijn ochtendhumeur, goedig en sympha¬tiek, soms ietwat naief, doch belangstellend en meelevend.

Overleden.

In zijn laatste levensjaar kon hij niet meer verbergen, dat zijn gezondheid al lang te wensen overliet. Zijn lichaam was opgeteerd en hij liep met de dood in zijn schoe¬nen. Hij wilde leven! Dagelijks at hij nog in de keuken, zelfs ei met spek, om toch maar kracht op te bouwen. Maar de krachten namen af. Zo trof ik hem eind 1968 op de Tafelberg aan. Hij liep rond en bleef op de been en maakte korte wandelingetjes. Gerrit maakte indruk op mij. Zelf uitgeleefd, informeerde hij stotterend, doch vriendelijk en belangstel¬lend, hoe de over-gang van Afrika naar de prokuur in Nederland was gegaan en hoe het ging met de samenwerking tussen mij en mijn baas. Hij maakte indruk op mij door zijn vriendelijk¬heid en belangstel¬ling.

Tot het laatst is hij op de been gebleven, ofschoon huisgeno¬ten ieder moment het einde ver¬wacht¬ten. Dat moment kwam toch nog onverwacht toen, op vrijdag 25 juli 1969, een huisgenoot hem in huis buiten zijn kamer dood aantrof. Hij werd 72 jaar. Op maandag 28 juli werd hij te Cadier en Keer, na de gezongen uitvaart¬dienst, bij zijn collega's op het missionarissenkerk¬hof daar begra¬ven.

Bronnen:
- Archief Nederl. Provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- J. ter Linden in 'Onze Krant' sept. 1969.
- G. van Dijk over Dabou in Afrikaansch Missieklokje 1928, pg. 244.