Imprimer

Société des Missions Africaines – Province de Hollande

LEMMENS Sjeng né le 25 juin 1898 à Gulpen
dans le diocèse de Roermond, Hollande
membre de la SMA le 18 mars 1920
prêtre le 9 juillet 1922
décédé le 27 juillet 1958

1922-1925 Cadier en Keer, professeur
1925-1929 missionnaire à la Côte de l’Or
1929-1931 rentre malade, soins
1931-1947 missionnaire à la Côte de l’Or
1948-1950 Bemelen, supérieur
1950-1956 Gulpen, aumônier de religieuses
1956-1958 Smeermass, aumônier de religieuses

décédé à Smeermaas, Belgique, le 27 juillet 1958,
à l’âge de 60 ans


Le père Sjeng LEMMENS (1898 - 1958)

A Smeermaas (Belgique), le 27 juillet 1958, retour à Dieu du père Sjeng Lemmens, à l'âge de 60 ans.

Sjeng Lemmens naquit à Gulpen (Hollande), dans le diocèse de Roermond, en 1898. Il fit ses études à Keer et à Lyon, fit le serment en 1920 et fut ordonné prêtre en 1922. Le père Lemmens fut nommé professeur à Keer, où il resta trois années scolaires. En 1925, le père Lemmens partait pour le vicariat de la Basse-Volta, où il fut bientôt chargé, à Kpando, de deux séminaristes et des stations secondaires. Le père Lemmens avait un caractère très personnel avec des goûts bien fixes. C'était un "intellectuel", mais qui aimait le travail des stations secondaires et s'y donnait beaucoup de peine, cela malgré une santé pas toujours florissante.

Revenu en congé en 1930, le père Lemmens partit pour le vicariat de la Côte-de-l'Or en 1931. Il devait y travailler 16 ans. Revenu bien malade en 1947, le père passa deux ans à se rétablir.

En 1949, le père occupait le poste de supérieur à Bemelen, mais dès 1950, il devenait aumônier de religieuses à Gulpen. En 1956, il allait à Smeermaas, en Belgique, toujours aumônier de religieuses. Il fut inhumé à Keer.


Pater Sjeng LEMMENS (1898 - 1958)

Afkomst.

Johannes, zoon van Servatius en Christina Lemmens, werd gebo¬ren te Gulpen op 25 juni 1898. Sjeng, zoals hij in Limburg werd genoemd, had als thuisadres: Euverem 4, Gulpen. Dit zijn de schaarse gegevens die we over zijn afkomst hebben.

Opleiding.

Na de lagere school ging hij naar het klein seminarie van de Afrikaanse Missiën te Cadier en Keer (1911 - 1917), deed zijn noviciaat/philosophie te Chanly in België (1917 - 1919) en zijn theologie te Lyon in Frankrijk (1919 - 1922). Op 18 maart 1920 werd hij, door eedaflegging, lid van de Soci¬teit. Op 9 juli 1922 werd hij te Lyon priester gewijd door Mgr. Bourcha¬ny.

Missionaris.

Als gevolg van de besluiten van de Algemene Vergadering van 1919, was te Cadier en Keer in 1920 het proces van het 'verne¬derland¬sen' van de franse opleiding begonnen. Dit had ook gevolgen voor het begin van het missionair leven van pater Sjeng. Hij mocht pater Jan van Heesewijk vervangen in het missie-college te Cadier en Keer, waar ze intussen ook, onder leiding van pater Mouren, overgeschakeld hadden van klas¬se- naar vak-leraren. Pater Sjeng Lemmens werd leraar latijn.

Dat Sjeng het, ook als leraar, niet al te nauw nam met de properheid, viel zelfs bij zijn leerlingen op. Het volgende raadseltje deed de ronde:
"Quelle est la différence entre la tour d'Eiffel et le père Lemmens?"
Het antwoord luidde:
"La tour d'Eiffel est colossale; le père Lemmens, au contraire, est sale au col".

Na drie jaar werd hij, op zijn beurt, vervangen en kreeg hij zijn benoeming voor Afrika. Op 24 november 1925 kwam hij aan in de Goudkust te Keta in het onlangs opgerichte vicariaat van de Beneden Volta. Na een paar maanden inleiding volgde zijn benoeming voor Hohoe, waar hij in januari 1926 assistent werd bij zijn klasgenoot pastoor Wim van Lies¬hout en, tijdens diens vakantie van mei 1928 tot februari 1929, van hem overnam als waar¬nemend pastoor. Tevens werd hij belast met de zorg voor de jongens, die priester wilden worden: het begin van een semina¬rie. Deze opleiding werd later overgeplaatst naar Dzelukope. In mei 1930 moest pater Lemmens wegens gezondheid terug naar Nederland.

Na zijn terugkeer in de missie, mei 1931, werd hij benoemd voor de 'Sacred Heart' parochie van Accra, waar ook pater Jan Rothoff, als 'General Manager of Schools', woonde. In 1933 werd hij overste van Koforidua en ook na zijn vakantie in 1936/37 ging hij terug naar deze statie.
Begin 1941 volgde zijn overplaatsing naar Assin Foso en in 1943, na enkele maanden vakantie in Afrika, werd hij pastoor in Shama. In april 1947 ging hij op vakantie naar Nederland.

Tijdens deze vakantie heeft hij een maand doorgebracht in het St. Franciscus Gasthuis te Rotterdam, waar bleek dat hij aan suikerziekte leed. Dr. J. ten Berg schreef:
"Bij ontslag was hij goed geregeld. In de toekomst zal het noodzakelijk blijven het dieet en de insuline injec¬ties te continueren.
Hij wil zelf graag terug naar Afrika, doch hiertoe zal alleen toestemming kunnen worden gegeven, wanneer er van een geregelde medische controle sprake kan zijn. Over het algemeen keuren wij personen met een suikerziekte niet goed voor de Tropen".

Volgens pater Lemmens zouden meer paters met suikerziekte zonder ernstige bezwaren heruitgezonden zijn. Dr. ten Berg stond bekend als iemand, bij wie de eigen wens van de patiënt zeer zwaar woog bij goed- of afkeuring voor de tropen. Doch in dit geval wilde hij toch wel graag eerst een gesprek met de overste.

Pater Lemmens ging niet meer terug naar Afrika: hij werd in februa¬ri 1949 benoemd tot laatste overste van het huis in Bemelen. Het provincialaat en de fondswerving waren reeds, rond Pasen 1948, overge¬plaatst naar Huize Tafel¬berg in Ooster¬beek. De opleiding van de Broeders en de drukkerij bleven nog in Bemelen.

Na sluiting van het huis in Bemelen, in maart 1950, ging pater Lemmens naar Gulpen als rector van zusters. In septem¬ber 1956 werd hij rector van de zusters van St. Joseph in Smeermaas als opvolger van pater Jacques Schreurs, die teruggeroepen werd in verband met het proces van de zaligver¬kla¬ring van Mgr. Savel¬berg, stichter van deze zustercongrega¬tie. Pater Lemmens schreef:
"Ik zou dezelfde kamers krijgen d.w.z. zit- en slaapka¬mer, vlak bij de kapel. Er is officieel niets te doen behalve H. Mis en Lof voor de Zusters. Dit is helemaal geen bezwaar voor mij want ik kan me goed bezighouden".

Gestorven.

Twee jaar later, op 27 juli 1958, is pater Sjeng Lemmens plotseling gestorven bij de zusters in Smeermaas, juist 60 jaar oud.

Op 30 juli 1958 is hij, na een plechtige Eucharistie¬viering in de kapel van het missiehuis te Cadier en Keer, gezongen door de juist gekozen nieuwe provinciaal M. Flo¬rack, en de absoute, verricht door plaatsgenoot Pierre Wouters, bijgezet in de grafkapel bij de grot.

"Onverstoorbaar" werd hij genoemd. Voor mensen die Sjeng gekend hebben, zijn er andere eigenschappen, die het noemen waard zijn. Père Douau schreef over hem:
"Le Père Lemmens avait un caractère très personnel avec des goûts bien fixes. C'était un "intellectuel, mais qui aimait le travail des stations secondaires".
Hij kon leven met een minimum aan levensbehoeften voor hem¬zelf. In Afrika stelde hij letterlijk zijn bed beschikbaar aan anderen en ging zelf op de vloer slapen. Zijn leven was sober¬heid en eenvoud .... op eigen authentieke wijze.

Bronnen:
- Archief Nederl. Provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- N. Douau; Biographies Missions Africaines 27.07.1958.
- J. van der Kooij in Afrika Ontwaakt, 1958, pg. 145.