Imprimer

Société des Missions Africaines - Province de Hollande

HEESEWIJK Jan van né le 4 août 1897 à Best
dans le diocèse de 's-Hertogenbosch, Hollande
membre de la SMA le 27 octobre 1917
prêtre le 11 juin 1920
décédé le 21 août 1982

1920-1922 Cadier en Keer, professeur
1922-1925 Cape Coast, Ghana, vicaire
1925-1932 Elmina (Cape Coast), curé
1932-1938 Amisano, petit séminaire, supérieur
1939-1940 Aalbeek, grand séminaire, directeur spirituel
1940-1946 Aalbeek, supérieur
1947-1967 archidiocèse de Cape Coast
(Secondi, Elmina, Amisano, Saltpond)
1967-1982 Best, Hollande, retiré

décédé à Eindhoven, Hollande, le 21 août 1982
à l’âge de 85 ans


ImagePater Jan HEESEWIJK (1897 - 1982)

Afkomst.

Johannes Cornelius van Heesewijk, zoon van Henricus van Heese­wijk (+ 1949) en Cornelia van der Linden (1869 - 1936), werd geboren te Best op 4 augustus 1897 als zesde in een gezin van tien kinderen. Hij werd gedoopt in de kerk van de St. Odulp­huspa­rochie, waar de familie van Heesewijk nogal banden mee had. Zijn vader was aannemer en de kinderen zetten later dit fami­liebedrijf voort onder de naam N.V. Internatio­nale Bouw Com­pagnie v/h Fa. H. van Heesewijk (IBC).

Opleiding.

Na de lagere school te Best, van 1903 tot 1909, kwam Jan naar het missiehuis te Cadier en Keer. Kort na aankomst werd hij daar door de algemene overste Mgr. Pellet in november 1909 gevormd. In 1915 ging hij naar Lyon voor zijn studie van de philosophie en theologie. Op 27 oktober 1917 werd hij door eedaflegging lid van de Sociëteit. Op 11 juli 1920 werd hij, op 22-jarige leeftijd, te Lyon door Mgr. Moury s.m.a. priester gewijd.

Missionaris.

Na zijn priesterwijding werd pater van Heesewijk benoemd tot leraar aan het missie-college te Cadier en Keer. De algemene vergadering in 1919 had besloten om dit missie-colle­ge meer nederlands te oriënteren. Paulissen werd overste, Mouren directeur en Jan van Heesewijk werd leraar voor de laagste klas.

In 1922 werd pater van Heesewijk benoemd voor Afrika. Hij vertrok begin okto­ber naar Lyon en vandaar naar Marseille. Wegens havensta­king daar moesten de vertrekkende paters van Heesewijk en van Ooijen terugkeren naar Nederland en vertrek­ken met de m.s. 'Jaarstroom' op haar eerste reis op 2 november 1922 naar Afrika. Pater Jan van Heesewijk werd, na aankomst op 6 december, benoemd voor de missiepost van Cape Coast waar de elzasser pater Antoine Acker pastoor was en pater Joseph Strebler, waarmee pater van Heese­wijk zijn hele leven lang bevriend zou blijven, reeds een jaar eerder aangekomen was. 'Father John' werd nu zijn naam. Hij werd belast met de bui­tenstaties en dat gebied ging tot aan de Prah-rivier: Twifu-Praso en Assin-Foso waren nog geen hoofd­staties en behoorden tot het Cape Coast district.

Veranderingen volgden elkaar in snel tempo op. In maart 1924 stierf bisschop Mgr. Hummel; pater Stauffer kwam van Axim naar Cape Coast om tijdelijk de leiding van het vicariaat over te nemen tot de komst van de nieuwe bisschop Mgr. Hauger, in november 1925.
In juni 1925 kwam een meer ingrijpende plotselinge en onvoor­ziene verandering voor hem persoonlijk. Henri de Jong te Elmina was plotseling ziek geworden en ge­storven. Hij was belast met de onlangs begonnen priesteroplei­ding voor afrika­nen te Elmina. Father John werd nu benoemd om dit van hem over te nemen. Père Joseph Vogel was overste van de Elmina-missie.
Op 3 juni 1926 lanceerde Mgr. Hauger een tijdschrift, instruc­tief van opzet en apologetisch van aard, genaamd "the Catholic Voice". De redacteur van dit katholiek maand­blad: Father John van Heesewijk.

Toen père Vogel in mei 1927 op vakantie ging, nam father John tevens over als overste van Elmina. Na 7 jaar, in het najaar van 1929, ging hij einde­lijk zelf voor de eerste keer op vakantie. Na terugkeer in 1930 hervatte hij zijn werk als overste van Elmina. Intus­sen was te Amisano de bouw van een seminarie, annex kweek­school, begon­nen. Na opening hiervan verhuisden de seminaristen van de Elmina-missie naar dit nieuwe gebouw. Op uitdrukkelijke wens van Mgr. Hauger bleef Fr. John in Elmina, al ging hij regelma­tig naar Amisano om les te geven, zowel in de kweekschool- als seminarieafdeling. Hij werd in april 1932 tevens benoemd tot SMA-visitator van de Goud­kust-missie.

Toen Mgr. Hauger eind 1932 onverwachts de Goudkust verliet, moest pater Stre­bler, overste van het semi­narie en tevens pro-vicaris, het bestuur van het bisdom overne­men. In februari 1933 werd pater van Heesewijk benoemd om van Joseph Strebler over te nemen als overste van Amisano. In latere jaren was het commentaar van pater Piet Sanders:
"Stel je voor: toen ik aankwam droegen de paters Strebler en van Heesewijk met z'n beiden het hele vicariaat in hun handen. Ze waren pas rond 12 jaar priester".
Pater van Heesewijk bouwde ook de kapel van het seminarie met aanzienlijke hulp van het familie-bouwbedrijf.

In 1933 kreeg pater van Heesewijk zijn derde bisschop: na de dood van Mgr. Hummel en het vertrek van Mgr. Hauger, beiden elzassers, werd nu de engels­man Mgr. W. Th. Porter benoemd. In mei 1935 ging father John, volkomen uitgeput, naar Nederland. Hij werd opgenomen in het St. Fran­ciscus Gasthuis te Rotter­dam. Het medisch rapport luidde:
"De pater verkeert in een zeer goede lichamelijke toe­stand, doordat geen enkel der organen ziek is. Daarente­gen verkeert hij in een toestand van een zekere lichame­lijke, maar meer nog van geestelijke uitputting. De man die, als ik het goed zie, het leven erg ernstig opvat en in de tropen een zeer verantwoordelijke post heeft be­kleed, is 'au bout de son latin'. Hij kan niet meer. Deze toestand, mede een gevolg van het tropisch klimaat (de Goudkust is lang geen Paradijs), kennen wij maar al te goed".
Het advies was dan ook om hem zeker een driekwart jaar in Europa te houden. Hij was geboekt om op 28 juli 1936 met de m.s.'Amstelkerk' te vertrekken. Dezelfde dag stierf zijn moeder. Niettemin vertrok hij met deze boot naar Afrika en miste hierdoor zijn moeder's begrafenis.

Terug in Amisano ging hij weer volop aan het werk. Vrij spoe­dig hierna begon Mgr. Porter zich opnieuw zorgen te maken over zijn gezondheid en informeerde hierover de SMA-provinciaal. In juni 1938 nam pater Matthieu Wouters van hem over als SMA-visi­tator en overste van het seminarie te Amisano, doch father John bleef op het seminarie als leraar. In juli 1939 ging hij eindelijk op vakantie. Later schreef hij over deze tijd­:
"Gedurende mijn laatste tour in de missie van 1936 - 1939 heb ik niet voor 100% kunnen werken".
En dit zou een 'understatement' kunnen zijn!

In oktober 1939 schreef provinciaal ten Have aan pater van Heese­wijk, dat ze erin geslaagd waren een geschikt alternatief te vinden voor het in beslag genomen seminarie te Hastings en dat hij daar, met ingang van 1 november 1939, benoemd was tot geestelijk leider. Een jaar later wisselde hij van functie met overste Jochem Boumans. We lezen in het dagboek van het semi­narie te Aalbeek, in het ty­pisch handschrift van pater J. van Heesewijk:
"24 Nov. At 9.50 V. R. Fr. Provincial calls the Seminary staff into the reception hall to communicate the changes of appoint­ment: Superior and Spiri­tual Di­rec­tor.:
'Op uitdrukkelijke wens van Pater J. Boumans is hij ontheven uit zijn functie van overste met dank voor zijn bewezen diensten; in zijn plaats is be­noemd Pater J. van Heesewijk dir. spir.; de post van gees­tel. leider zal waargenomen worden door Pater J. Boumans. Deze benoeming treedt op dit ogenblik in werking'."
Op eigen wijze en zeer minutieus heeft hij deze functie uitge­oefend, doch niet tot ieders voldoening: zijn tijdgebonden ascese en opvattingen over spiritualiteit en gehoorzaamheid werden niet door iedereen onderschreven. Dit leidde nogal eens tot botsingen met de studenten en zelfs uitstel van wijdingen.

Na de provinciale vergadering van 1946 kon pater van Heesewijk opnieuw vertrekken naar de missie. Mgr. Porter smeekte om missionarissen met ervaring om, als oversten van gevestigde staties, jonge missionarissen in te werken. Pater John werd, na aankomst in maart 1947, benoemd tot overste van Sekondi. In augustus werd hij naar Cape Coast geroepen om, tijdens de vakantieperiode van père James Fischer, over te nemen als pro-vicar en procurator. Van augustus 1947 tot eind 1949 is hij op bestuursniveau actief geweest te Cape Coast. Het waren bewogen tijden: politieke onrust, stakingen overal, ook in het St. Augustine's college, tegenoffensief van 'Catholic Action', organisatie van Scouting en Legion of Mary, rallies, politieke en binnenkerkelijke vraagstukken: 'the Watson report', 'the Coussey Committee', maar ook de 'Mboa Kuw' met de discussies over haar constituties en kerkelijke gebondenheid. Bij al deze zaken was 'father John' op één of andere manier betrokken. Intussen was Mgr. Porter wegens gezondheid naar Engeland vertrokken, zodat Fr. John tijdelijk de bestuurlijke verant­woordelijkheid droeg. In februari 1949 schreef Mgr. Porter naar pater van Heesewijk:
"I had a very pleasant fortnight in Holland where I saw all the S.M.A. Houses and many old missionaries. I had the pleasure of calling on your family and of seeing your father who, though in bed, is a wonderful old man for his age. He was very happy to have news of you and so were your sisters and brother whom we met during our visit".
Zijn zusters waren nogal bezorgd over de gezondheid van hun broer. Mgr. Porter beloofde hen, dat hij op vakantie zou komen, zodra hij weer terug was in de missie (hij moest eerst nog voor zaken naar Amerika). Op 5 november 1949 kwam pater van Heesewijk met de m.s. 'Maas­kerk' te Amsterdam aan. Op 27 december stierf zijn 90-jarige vader.

Tijdens zijn verblijf in Nederland was in de Goudkust de hiërarchie ingesteld. Na terugkeer werd pater van Heesewijk benoemd tot over­ste van de Elmina-missie. Daar werd hij op 1 juli 1951 offi­cieel door aartsbisschop W. Th. Porter geïnstal­leerd als pastoor van Elmina en deken van het dekenaat Salt­pond. Hij was geen onbekende in deze parochie, waar hij 25 jaar geleden ook al werkte. Hij werd dan ook vrij algemeen 'Father John of Elmina' genoemd. In 1954 volgde opnieuw zijn benoeming voor het seminarie te Amisano als geestelijk leider. In juli 1955 ging hij op vakantie en werd in januari 1956 benoemd tot pastoor/ deken van Saltpond.

In september 1958 werd hij benoemd tot waarnemend overste van Sekondi tijdens de vakantie van pastoor Huub Somers. Ook Sekondi was voor hem geen onbekende parochie. Na terugkeer van pater Somers bleef Fr. John te Sekondi als assistent met daarbij als specia­le op­dracht van aartsbisschop Porter: het schrijven van de ge­schiede­nis van de katho­lieke kerk in Ghana.
Father John bleef actief op allerlei gebied: hij was chaplain of the Knights of Marshall, een ijverig promotor van het katholieke weekblad 'the Standard', zeer actief in de 'Legion of Mary'. Vooral de jeugd en met name de C.Y.O. (Catholic Youth Organisation) had zijn belangstelling. Ook toen Wim Griffioen in 1963 overnam van pater Somers, bleef father John zijn veelzijdige werkzaamheden verrichten en daarnaast werken aan de geschiedschrijving.

Het resultaat van zijn missionair werk was nu overal zeer duidelijk zichtbaar: van de studenten van 1925 te Elmina werden in 1935 de eerste twee priester gewijd en een andere seminarist van Amisano werd in 1960 zijn vierde bisschop, Mgr. John Kodwo Amissah.
In augustus 1967 ging hij op vakantie naar Nederland. Hij had reeds enkele jaren heupklachten en ook andere lichamelijke ongemakken begonnen zich te manifesteren, zodat hij het advies kreeg niet terug te keren naar Ghana. Hij vond, zoals ook tijdens zijn vakanties, gastvrij onderdak bij zijn ongetrouwde zussen te Best. Daar ging hij, volgens een zelfopgelegd strict dagreglement, door met de bestudering en beschrijving van de geschiedenis van de kerk in Ghana. Hij bezocht Rome, om de archieven van het S.M.A.- generalaat te consulteren. Nog één keer ging hij voor twee maanden terug naar Ghana (dec. 1971 - febr. 1972) om de missiedagboeken te bestuderen. Hij heeft alle gegevens uitge­typt en zelfs op cassettebandjes ingespro­ken. Johan van Brakel heeft dankbaar gebruik gemaakt van deze gegevens voor zijn vierdelige studie: the 'S.M.A. Missio­nary presence in the Gold Coa­st'.

Overleden.

Wegens hardnekkige bloedarmoede moest pater van Heesewijk opgenomen worden in het Catharinaziekenhuis te Eindhoven. Meer dan 3 maanden is hij daar in 1982 verzorgd. Op 13 juli mocht hij terug naar Best. Op 3 augustus, daags vóór zijn 85ste verjaardag, moest hij opnieuw opgenomen worden. Hij was erg moe en koortsig. Op 21 augustus 1982, kort voor middernacht is hij daar gestor­ven. Op 25 augustus vond de plech­tige Eucharis­tieviering plaats in de St. Odulphus parochiekerk te Best. Hoofdcelebrant was Martin Peters, voormalig redacteur van 'the Standard'.
Pater Jan van Heesewijk werd begraven te Best op het parochie­kerk­hof in het familiegraf.

In memoriam:

't Dulfke (27.08.1982):
"Pater Jan was een wijze, goede priester, die sober en heilig leefde. Hij was de eenvoud zelf, bad veel en ging rustig zijn eigen weg."
Brief Mgr. Strebler aan J. van Brakel:
"Je viens d'apprendre avec une profonde émotion la mort de notre bien-aimé Père John van Heesewijk, qui a été pour moi un ami très fidèle depuis le petit séminaire, ensuite à Lyon et surtout au Ghana, où nous étions vicai­res tous les deux à Cape Coast depuis 1922... Je suis resté à ses côtés jusqu'en février 1938 ...
C'était un grand historien qui a beaucoup lu et écrit pour les archives de la S.M.A. au Ghana.
Il connaissait bien Mr. Kwame Nkrumah, qui était parmi nos premiers maîtres de l'Ecole Normale".
Onze Krant (nr. 53, sept. 1982):
"Kleine, broze, verstorven, belangeloze boodschapper van God's belangeloze liefde; dikwijls in zeer moeilijke tijden. Talentvol wist hij op te bouwen, met veel in­zicht, steeds weer gedragen door gebed en meditatie".

Bronnen:
- Archief Nederl. provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- J. van Brakel: S.M.A. Missionary presence in the Gold Coast (vol. II, pg. 138.; vol. III, pg. 40; vol. IV, pg. 84, 118, 223, 252
- J. v.d. Kooij in Afrika Ontwaakt 1960, blz. 154
- Groeiend Best, 8 juli 1980
- H. Maas pr. in 't Dulfke, contactblad van de St. Odulp­husparochie te Best, 11 juli 1980.
- Onze Krant nr. 53, sept. 1982.


Société des Missions Africaines - Province de Hollande
Le Père Jan van HEESEWIJK
né le 4 août 1897 à Best
dans le diocèse de 's-Hertogenbosch, Hollande
membre de la SMA le 27 octobre 1917
prêtre le 11 juin 1920
décédé le 21 août 1982
Père Jan van Heesewijk

1920-1922 Cadier en Keer, professeur
1922-1925 Cape Coast, Ghana, vicaire
1925-1932 Elmina (Cape Coast), curé
1932-1938 Amisano, petit séminaire, supérieur
1939-1940 Aalbeek, grand séminaire, directeur spirituel
1940-1946 Aalbeek, supérieur
1947-1967 archidiocèse de Cape Coast
(Secondi, Elmina, Amisano, Saltpond)
1967-1982 Best, Hollande, retiré

décédé à Eindhoven, Hollande, le 21 août 1982
à l’âge de 85 ans


Pater Jan HEESEWIJK (1897 - 1982)

Afkomst.

Johannes Cornelius van Heesewijk, zoon van Henricus van Heese¬wijk (+ 1949) en Cornelia van der Linden (1869 - 1936), werd geboren te Best op 4 augustus 1897 als zesde in een gezin van tien kinderen. Hij werd gedoopt in de kerk van de St. Odulp-huspa¬rochie, waar de familie van Heesewijk nogal banden mee had. Zijn vader was aannemer en de kinderen zetten later dit fami¬liebedrijf voort onder de naam N.V. Internatio¬nale Bouw Com¬pagnie v/h Fa. H. van Heesewijk (IBC).

Opleiding.

Na de lagere school te Best, van 1903 tot 1909, kwam Jan naar het missiehuis te Cadier en Keer. Kort na aankomst werd hij daar door de algemene overste Mgr. Pellet in november 1909 gevormd. In 1915 ging hij naar Lyon voor zijn studie van de philosophie en theologie. Op 27 oktober 1917 werd hij door eedaflegging lid van de Sociëteit. Op 11 juli 1920 werd hij, op 22-jarige leeftijd, te Lyon door Mgr. Moury s.m.a. priester gewijd.

Missionaris.

Na zijn priesterwijding werd pater van Heesewijk benoemd tot leraar aan het missie-college te Cadier en Keer. De algemene vergadering in 1919 had besloten om dit missie-colle¬ge meer nederlands te oriënteren. Paulissen werd overste, Mouren directeur en Jan van Heesewijk werd leraar voor de laagste klas.

In 1922 werd pater van Heesewijk benoemd voor Afrika. Hij vertrok begin okto¬ber naar Lyon en vandaar naar Marseille. Wegens havensta¬king daar moesten de vertrekkende paters van Heesewijk en van Ooijen terugkeren naar Nederland en vertrek¬ken met de m.s. 'Jaarstroom' op haar eerste reis op 2 november 1922 naar Afrika. Pater Jan van Heesewijk werd, na aankomst op 6 december, benoemd voor de missiepost van Cape Coast waar de elzasser pater Antoine Acker pastoor was en pater Joseph Strebler, waarmee pater van Heese¬wijk zijn hele leven lang bevriend zou blijven, reeds een jaar eerder aangekomen was. 'Father John' werd nu zijn naam. Hij werd belast met de bui-tenstaties en dat gebied ging tot aan de Prah-rivier: Twifu-Praso en Assin-Foso waren nog geen hoofd¬staties en behoorden tot het Cape Coast district.

Veranderingen volgden elkaar in snel tempo op. In maart 1924 stierf bisschop Mgr. Hummel; pater Stauffer kwam van Axim naar Cape Coast om tijdelijk de leiding van het vicariaat over te nemen tot de komst van de nieuwe bisschop Mgr. Hauger, in november 1925.
In juni 1925 kwam een meer ingrijpende plotselinge en onvoor¬ziene verandering voor hem persoonlijk. Henri de Jong te Elmina was plotseling ziek geworden en ge¬storven. Hij was belast met de onlangs begonnen priesteroplei¬ding voor afrika¬nen te Elmina. Father John werd nu benoemd om dit van hem over te nemen. Père Joseph Vogel was overste van de Elmina-missie.
Op 3 juni 1926 lanceerde Mgr. Hauger een tijdschrift, instruc¬tief van opzet en apologetisch van aard, genaamd "the Catholic Voice". De redacteur van dit katholiek maand¬blad: Father John van Heesewijk.

Toen père Vogel in mei 1927 op vakantie ging, nam father John tevens over als overste van Elmina. Na 7 jaar, in het najaar van 1929, ging hij einde¬lijk zelf voor de eerste keer op vakantie. Na terugkeer in 1930 hervatte hij zijn werk als overste van Elmina. Intus¬sen was te Amisano de bouw van een seminarie, annex kweek¬school, begon¬nen. Na opening hiervan verhuisden de seminaristen van de Elmina-missie naar dit nieuwe gebouw. Op uitdrukkelijke wens van Mgr. Hauger bleef Fr. John in Elmina, al ging hij regelma¬tig naar Amisano om les te geven, zowel in de kweekschool- als seminarieafdeling. Hij werd in april 1932 tevens benoemd tot SMA-visitator van de Goud¬kust-missie.

Toen Mgr. Hauger eind 1932 onverwachts de Goudkust verliet, moest pater Stre¬bler, overste van het semi¬narie en tevens pro-vicaris, het bestuur van het bisdom overne¬men. In februari 1933 werd pater van Heesewijk benoemd om van Joseph Strebler over te nemen als overste van Amisano. In latere jaren was het commentaar van pater Piet Sanders:
"Stel je voor: toen ik aankwam droegen de paters Strebler en van Heesewijk met z'n beiden het hele vicariaat in hun handen. Ze waren pas rond 12 jaar priester".
Pater van Heesewijk bouwde ook de kapel van het seminarie met aanzienlijke hulp van het familie-bouwbedrijf.

In 1933 kreeg pater van Heesewijk zijn derde bisschop: na de dood van Mgr. Hummel en het vertrek van Mgr. Hauger, beiden elzassers, werd nu de engels¬man Mgr. W. Th. Porter benoemd. In mei 1935 ging father John, volkomen uitgeput, naar Nederland. Hij werd opgenomen in het St. Fran¬ciscus Gasthuis te Rotter¬dam. Het medisch rapport luidde:
"De pater verkeert in een zeer goede lichamelijke toe¬stand, doordat geen enkel der organen ziek is. Daarente¬gen verkeert hij in een toestand van een zekere lichame-lijke, maar meer nog van geestelijke uitputting. De man die, als ik het goed zie, het leven erg ernstig opvat en in de tropen een zeer verantwoordelijke post heeft be-kleed, is 'au bout de son latin'. Hij kan niet meer. Deze toestand, mede een gevolg van het tropisch klimaat (de Goudkust is lang geen Paradijs), kennen wij maar al te goed".
Het advies was dan ook om hem zeker een driekwart jaar in Europa te houden. Hij was geboekt om op 28 juli 1936 met de m.s.'Amstelkerk' te vertrekken. Dezelfde dag stierf zijn moeder. Niettemin vertrok hij met deze boot naar Afrika en miste hierdoor zijn moeder's begrafenis.

Terug in Amisano ging hij weer volop aan het werk. Vrij spoe¬dig hierna begon Mgr. Porter zich opnieuw zorgen te maken over zijn gezondheid en informeerde hierover de SMA-provinciaal. In juni 1938 nam pater Matthieu Wouters van hem over als SMA-visi¬tator en overste van het seminarie te Amisano, doch father John bleef op het seminarie als leraar. In juli 1939 ging hij eindelijk op vakantie. Later schreef hij over deze tijd¬:
"Gedurende mijn laatste tour in de missie van 1936 - 1939 heb ik niet voor 100% kunnen werken".
En dit zou een 'understatement' kunnen zijn!

In oktober 1939 schreef provinciaal ten Have aan pater van Heese¬wijk, dat ze erin geslaagd waren een geschikt alternatief te vinden voor het in beslag genomen seminarie te Hastings en dat hij daar, met ingang van 1 november 1939, benoemd was tot geestelijk leider. Een jaar later wisselde hij van functie met overste Jochem Boumans. We lezen in het dagboek van het semi¬narie te Aalbeek, in het ty¬pisch handschrift van pater J. van Heesewijk:
"24 Nov. At 9.50 V. R. Fr. Provincial calls the Seminary staff into the reception hall to communicate the changes of appoint¬ment: Superior and Spiri¬tual Di¬rec¬tor.:
'Op uitdrukkelijke wens van Pater J. Boumans is hij ontheven uit zijn functie van overste met dank voor zijn bewezen diensten; in zijn plaats is be¬noemd Pater J. van Heesewijk dir. spir.; de post van gees¬tel. leider zal waargenomen worden door Pater J. Boumans. Deze benoeming treedt op dit ogenblik in werking'."
Op eigen wijze en zeer minutieus heeft hij deze functie uitge¬oefend, doch niet tot ieders voldoening: zijn tijdgebonden ascese en opvattingen over spiritualiteit en gehoorzaamheid werden niet door iedereen onderschreven. Dit leidde nogal eens tot botsingen met de studenten en zelfs uitstel van wijdingen.

Na de provinciale vergadering van 1946 kon pater van Heesewijk opnieuw vertrekken naar de missie. Mgr. Porter smeekte om missionarissen met ervaring om, als oversten van gevestigde staties, jonge missionarissen in te werken. Pater John werd, na aankomst in maart 1947, benoemd tot overste van Sekondi. In augustus werd hij naar Cape Coast geroepen om, tijdens de vakantieperiode van père James Fischer, over te nemen als pro-vicar en procurator. Van augustus 1947 tot eind 1949 is hij op bestuursniveau actief geweest te Cape Coast. Het waren bewogen tijden: politieke onrust, stakingen overal, ook in het St. Augustine's college, tegenoffensief van 'Catholic Action', organisatie van Scouting en Legion of Mary, rallies, politieke en binnenkerkelijke vraagstukken: 'the Watson report', 'the Coussey Committee', maar ook de 'Mboa Kuw' met de discussies over haar constituties en kerkelijke gebondenheid. Bij al deze zaken was 'father John' op één of andere manier betrokken. Intussen was Mgr. Porter wegens gezondheid naar Engeland vertrokken, zodat Fr. John tijdelijk de bestuurlijke verant¬woordelijkheid droeg. In februari 1949 schreef Mgr. Porter naar pater van Heesewijk:
"I had a very pleasant fortnight in Holland where I saw all the S.M.A. Houses and many old missionaries. I had the pleasure of calling on your family and of seeing your father who, though in bed, is a wonderful old man for his age. He was very happy to have news of you and so were your sisters and brother whom we met during our visit".
Zijn zusters waren nogal bezorgd over de gezondheid van hun broer. Mgr. Porter beloofde hen, dat hij op vakantie zou komen, zodra hij weer terug was in de missie (hij moest eerst nog voor zaken naar Amerika). Op 5 november 1949 kwam pater van Heesewijk met de m.s. 'Maas¬kerk' te Amsterdam aan. Op 27 december stierf zijn 90-jarige vader.

Tijdens zijn verblijf in Nederland was in de Goudkust de hiërarchie ingesteld. Na terugkeer werd pater van Heesewijk benoemd tot over¬ste van de Elmina-missie. Daar werd hij op 1 juli 1951 offi¬cieel door aartsbisschop W. Th. Porter geïnstal¬leerd als pastoor van Elmina en deken van het dekenaat Salt¬pond. Hij was geen onbekende in deze parochie, waar hij 25 jaar geleden ook al werkte. Hij werd dan ook vrij algemeen 'Father John of Elmina' genoemd. In 1954 volgde opnieuw zijn benoeming voor het seminarie te Amisano als geestelijk leider. In juli 1955 ging hij op vakantie en werd in januari 1956 benoemd tot pastoor/ deken van Saltpond.

In september 1958 werd hij benoemd tot waarnemend overste van Sekondi tijdens de vakantie van pastoor Huub Somers. Ook Sekondi was voor hem geen onbekende parochie. Na terugkeer van pater Somers bleef Fr. John te Sekondi als assistent met daarbij als specia¬le op¬dracht van aartsbisschop Porter: het schrijven van de ge¬schiede¬nis van de katho¬lieke kerk in Ghana.
Father John bleef actief op allerlei gebied: hij was chaplain of the Knights of Marshall, een ijverig promotor van het katholieke weekblad 'the Standard', zeer actief in de 'Legion of Mary'. Vooral de jeugd en met name de C.Y.O. (Catholic Youth Organisation) had zijn belangstelling. Ook toen Wim Griffioen in 1963 overnam van pater Somers, bleef father John zijn veelzijdige werkzaamheden verrichten en daarnaast werken aan de geschiedschrijving.

Het resultaat van zijn missionair werk was nu overal zeer duidelijk zichtbaar: van de studenten van 1925 te Elmina werden in 1935 de eerste twee priester gewijd en een andere seminarist van Amisano werd in 1960 zijn vierde bisschop, Mgr. John Kodwo Amissah.
In augustus 1967 ging hij op vakantie naar Nederland. Hij had reeds enkele jaren heupklachten en ook andere lichamelijke ongemakken begonnen zich te manifesteren, zodat hij het advies kreeg niet terug te keren naar Ghana. Hij vond, zoals ook tijdens zijn vakanties, gastvrij onderdak bij zijn ongetrouwde zussen te Best. Daar ging hij, volgens een zelfopgelegd strict dagreglement, door met de bestudering en beschrijving van de geschiedenis van de kerk in Ghana. Hij bezocht Rome, om de archieven van het S.M.A.- generalaat te consulteren. Nog één keer ging hij voor twee maanden terug naar Ghana (dec. 1971 - febr. 1972) om de missiedagboeken te bestuderen. Hij heeft alle gegevens uitge¬typt en zelfs op cassettebandjes ingespro¬ken. Johan van Brakel heeft dankbaar gebruik gemaakt van deze gegevens voor zijn vierdelige studie: the 'S.M.A. Missio¬nary presence in the Gold Coa¬st'.

Overleden.

Wegens hardnekkige bloedarmoede moest pater van Heesewijk opgenomen worden in het Catharinaziekenhuis te Eindhoven. Meer dan 3 maanden is hij daar in 1982 verzorgd. Op 13 juli mocht hij terug naar Best. Op 3 augustus, daags vóór zijn 85ste verjaardag, moest hij opnieuw opgenomen worden. Hij was erg moe en koortsig. Op 21 augustus 1982, kort voor middernacht is hij daar gestor¬ven. Op 25 augustus vond de plech¬tige Eucharis-tieviering plaats in de St. Odulphus parochiekerk te Best. Hoofdcelebrant was Martin Peters, voormalig redacteur van 'the Standard'.
Pater Jan van Heesewijk werd begraven te Best op het parochie¬kerk¬hof in het familiegraf.

In memoriam:

't Dulfke (27.08.1982):
"Pater Jan was een wijze, goede priester, die sober en heilig leefde. Hij was de eenvoud zelf, bad veel en ging rustig zijn eigen weg."
Brief Mgr. Strebler aan J. van Brakel:
"Je viens d'apprendre avec une profonde émotion la mort de notre bien-aimé Père John van Heesewijk, qui a été pour moi un ami très fidèle depuis le petit séminaire, ensuite à Lyon et surtout au Ghana, où nous étions vicai¬res tous les deux à Cape Coast depuis 1922... Je suis resté à ses côtés jusqu'en février 1938 ...
C'était un grand historien qui a beaucoup lu et écrit pour les archives de la S.M.A. au Ghana.
Il connaissait bien Mr. Kwame Nkrumah, qui était parmi nos premiers maîtres de l'Ecole Normale".
Onze Krant (nr. 53, sept. 1982):
"Kleine, broze, verstorven, belangeloze boodschapper van God's belangeloze liefde; dikwijls in zeer moeilijke tijden. Talentvol wist hij op te bouwen, met veel in-zicht, steeds weer gedragen door gebed en meditatie".

Bronnen:
- Archief Nederl. provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- J. van Brakel: S.M.A. Missionary presence in the Gold Coast (vol. II, pg. 138.; vol. III, pg. 40; vol. IV, pg. 84, 118, 223, 252
- J. v.d. Kooij in Afrika Ontwaakt 1960, blz. 154
- Groeiend Best, 8 juli 1980
- H. Maas pr. in 't Dulfke, contactblad van de St. Odulp¬husparochie te Best, 11 juli 1980.
- Onze Krant nr. 53, sept. 1982.