Imprimer

Société des Missions Africaines –Province de Hollande

né le 7 janvier 1896 à Echt
dans le diocèse de Roermond, Hollande
membre de la SMA le 22 décembre 1916
prêtre le 13 juillet 1919
décédé le 24 août 1964

1920-1931 missionnaire au Nigeria
1931-1933 Hastings, supérieur
1933-1939 Bemelen, supérieur, puis recruteur
1939-1946 Aalbeek, économe
1946-1952 Nieuw-Herlaer, supérieur-économe
1952-1958 Oosterbeek, supérieur
1958-1963 Limmel, recteur
1963-1964 Echt, retiré en famille

décédé à Echt, Hollande, le 24 août 1964,
à l'âge de 68 ans

 

Pater Jan SEVRIENS (1896 - 1964)

Afkomst.

Johannes Hubertus Sevriens, zoon van Leonardus Hubertus Se¬vriens (+ 7.12.1947) en Cornelia Hubertina Vos (+ 14.07.1936), werd geboren te Echt op 7 januari 1896 en daar gedoopt in de parochiekerk van de H. Landricus. Jan noemden ze hem. Het gezin Sevriens had een klein boerderijtje en daarbij werkte vader op een molenaarsbe¬drijf. De jongste dochter, getrouwd met Rooijackers, is op het ouderlijk huis gebleven, waarin ook de oudste ongetrouwde dochter woonde. Jan had verder nog vier b¬roers, van wie zijn broer Harrie hem zou volgen naar het seminarie. Ook voor hen was in het ouderlijk huis een kamer gereserveerd. Een andere broer is jarenlang koster geweest van de St. Landricuskerk te Echt.

Opleiding.

Na de lagere school te Echt ging Jan als twaalfjarig jongetje naar het missie-seminarie te Cadier en Keer in 1908. Zijn hogere studies, t.w. twee jaar philosophie en drie jaar theo-logie deed hij te Lyon. Daar werd hij op 22 december 1916 door eedaflegging lid van de Sociëteit voor Afrikaanse Missiën. Op 13 juli 1919 werd hij door de toenmalige algemeen overste Mgr. Duret te Lyon priester gewijd.

Missionaris.

Na zijn priesterwijding werd pater Jan Sevriens benoemd voor Cadier en Keer om pater Erkens te assisteren als leraar in de broeder van de broe¬ders, die men daar begonnen was. Op 21 juni 1920 werd de eerste groep van 9 postulanten gekleed. Op 24 juni 1920 vond de verhuizing van deze opleiding plaats naar het kasteeltje te Blitterswijck, gekocht van de Zusters Trap¬pistinnen van Laval. In juli 1920 werd Jan Se¬vriens benoemd voor de missie van Benin (Nigeria) en hij werd te Blitters¬wijck vervangen door de nieuwgewijde pater Rudolf van Ooijen.

Op 30 oktober 1920 vertrok hij als jonge missionaris naar Nigeria. Met een onderbreking in 1927 voor een vakantie in Nederland, heeft hij daar gewerkt tot juni 1931. Hij begon als assistent in Ibadan, doch werd reeds in 1921 pastoor te Ibon¬won. In 1924 werd hij benoemd tot procurator te Lagos tot zijn vakantie in begin 1927. Na terugkeer werd hij pastoor te Oshogbo en in 1929 volgde de overplaatsing om overste/ pastoor te worden te Ibadan. In juni 1931 keerde hij terug naar Neder¬land om als afgevaardigde deel te nemen aan de eerste provin¬ciale vergade¬ring van de nederlandse provincie.

Na deze vergadering werd hij, met ingang van 8 sept. 1931, ben¬oemd tot overste van het klein-seminarie van de 'Anglo-Dutch Province of the S.M.A.' te Hastings in Engeland. Met ingang van 12 maart 1933 werd hij benoemd tot overste van het philosophicum te Bemelen als opvolger van pater Ruud van Ooijen, die met Mgr. Paulissen terugging naar Afrika, naar het vicariaat van Kumasi.

Enkele bewogen jaren heeft Jan Sevriens te Bemelen meegemaakt. In bepaalde kringen was nogal kritiek op zijn benoeming tot provinciaal bestuurslid in 1934 ter vervanging van pater Erkens die in Amerika verbleef. Eind 1935 werd Blitterswijck gesloten en de broederopleiding met drukkerij etc. kwam naar Bemelen in plaats van de philosophie, die werd overgebracht naar Has¬tings. Dit gaf nieuwe problemen voor overste Sevriens. Met name diegenen, die overge¬ko¬men waren uit Blitterswijck, ergerden zich over zijn manier van optreden, vooral over zijn omgang met de broeders, zijn grootdoenerij en zijn ondeskundi¬ge bemoeienis met de admini¬stratie. Dit leidde tot conflicten. Harrie Rothoff, die reeds een geschil had met het bestuur over de leiding in de provincie, stuurde met Harry Vughts als verantwoordelijke voor de broeders en Janus Keijsers van de administratie, een protestbrief over pater Sevriens naar het provinciaal bestuur. Uiteindelijk leidde het totaal van dit conflict tot drastisch ingrijpen van het bestuur en meerdere overplaatsingen (zie H. Rothoff + 11.11.1942).

Na de provinciale vergadering van 1937 werd Frans Rothoff benoemd als overste van Bemelen. Jan Sevriens werd benoemd voor de propaganda. Twee jaar later, toen het groot-seminarie ondergebracht werd te Aalbeek in november 1939, werd Jan benoemd tot procurator van dit seminarie. Een moei¬lijke tijd om tijdens de oorlogsjaren te zorgen dat er steeds voldoende voedsel op tafel was voor een huis vol jonge man¬nen, om van de andere problemen als kleding, huisvesting, vervoer, verduiste¬ring etc. maar niet te spreken. Met zijn DKW-tje, zijn trotse bezit in die jaren, doorkruiste hij Zuid-Limburg om het brood-nodige, in letterlijke en figuurlijke zin, bij elkaar te krijgen.

Na de provinciale vergadering van 1946 ging hij, met zijn DKW, naar het seminarie Nieuw-Herlaer te St. Michielsgestel, waar¬voor hij benoemd was als overste/ econoom. Daarna is hij nog zes jaar overste geweest in Huize Tafelberg te Oosterbeek van 1952 tot 1958.

Pater Jan Sevriens behoorde tot de oude garde en was reeds enkele jaren priester vóór de oprichting van de nederlandse provincie. Het bestuurskader was in de beginjaren van de provincie vrij beperkt in kwantiteit en kwaliteit. Vanaf 1931 tot 1958 is hij, met onderbreking van de oorlogsjaren te Aal¬beek, bijna altijd overste geweest: te Hastings (juvenaat), Bemelen (philosophie en daarna administratie/ broeders), Her¬laer (klein-seminarie) en Oosterbeek (rusthuis/ administra¬tie). Pater J. v.d. Kooij tekende hem als volgt:
"Hij was een ijverige missionaris, een goede overste, een priester die alles aanpakte, ook alles aandurfde en voor wie nooit iets te veel en te moeilijk was. Hij was boven¬al een goed mens, die altijd voor iedereen klaar stond en die vooral om zijn onverwoestbaar optimisme een voorbeeld voor ons allen was".
De geuite kritiek door zijn collega's in Bemelen was echter ook niet geheel ongegrond en soms kon in zijn handelwijze enige naïviteit en grootdoenerij in bepaalde situaties, niet ontkend worden.

Na zijn reguliere periode als overste in Huize Tafelberg te Oosterbeek, werd hij in 1958 aangesteld als rector van "Ma¬riënwaard" te Limmel bij Maastricht. Daar bleef hij tot eind 1963.

Gestorven.

Hij voelde zich niet lekker en nam een rustkuur bij zijn familie, met wie hij hechte banden had. Op 24 augustus 1964 had hij 's morgens nog een huwelijk ingezegend te Maastricht. Hij was er heen gegaan met zijn geliefde DKW, die hem, naar zijn zeggen, nooit in de steek liet. Deze keer wel! De motor wei¬gerde te starten en Jan heeft die verwoed moeten aanslinge¬ren, voordat hij hem weer aan het lopen kreeg. Was dit de oorzaak, dat hij op deze namiddag, vrij snel na aankomst te Echt, een hartinfarct kreeg en kort erop stierf? Hij werd 68 jaar oud.

Op 28 augustus is hij in zijn geboorteplaats Echt begraven door de deken van Echt met assistentie van provinciaal Florack en de Echter SMA paters Jac Geurts en Herman v.d. Laar. Van¬zelfsprekend was ook zijn broer Harrie, toentertijd rector te Simpelveld, hierbij aanwezig.

Bronnen:
- Archief Nederl. Provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- J. v.d. Kooij in 'Afrika Ontwaakt' jrg. 1964, pg. 182
- J. ter Linden in 'Onze Krant', dec. 1964.