Imprimer

Société des Missions Africaines – Province de Hollande

MEELBERG Willem né le 28 octobre 1895 à Delft
dans le diocèse de Haarlem, Hollande
membre de la SMA le 30 octobre 1920
prêtre le 29 juin 1923
décédé le 27 août 1960

1923-1955 missionnaire à la Côte de l’Or
Elmina, Sekondi, Kumasi
1955-1960 Oosterbeek, retiré

décédé à Oosterbeek, Hollande, le 27 août 1960,
à l’âge de 65 ans


Le père Willem MEELBERG (1895 - 1960)

A Oosterbeek (Hollande), le 27 août 1960, retour à Dieu du père William Meelberg, à l'âge de 65 ans.

Willem Meelberg naquit à Delft, dans le diocèse de Haarlem (aujourd'hui diocèse de Rotterdam) en 1895. Il fit ses études à Keer et à Lyon. Il fit le serment en 1920 et fut ordonné prêtre en juin 1923. Peu après, le père Meelberg partait pour le vicariat de la Côte-de-l'Or. Il passa plusieurs années à Sekondi.

Il fut un missionnaire zélé, dévoué et travailleur. D'une intelligence plus pratique que théorique, le père Meelberg se montra un "débrouillard". Il réussit pour toutes ses affaires. "Obligeant et sociable", il eut une grande influence par son amabilité. Il était aimé des Noirs qu'il aimait de tout son cœur de prêtre.

E; 1932, lors de l'érection du vicariat de Kumasi, le père Meelberg était chargé de Bekwai, tout en résidant à Kumasi. Il fit donc partie du personnel du nouveau vicariat. A son arrivée, Mgr Paulissen fit du père Meelberg son vicaire délégué et, après l'érection du vicariat en diocèse (1950), il le garda comme vicaire général. Malgré une santé en apparence fragile, il fit un magnifique travail. On ne pouvait le fréquenter sans devenir son ami, tant il était affable et bon.

Ses responsabilités ne l'accablaient pas; il possédait le secret de conserver en toute chose sa bonne humeur et de jeter sur la vie un regard optimiste. Il était toujours égal à lui-même. Tombé gravement malade en 1953, le père Meelberg dut rentrer définitivement en Europe. Il se retira à Oosterbeek en 1955. Ce fut pendant cinq ans un affaiblissement continuel.

Le père conservait son optimisme, ne se plaignant jamais et s'efforçant d'être, malgré ses infirmités, en tout temps et pour tout le monde, un confrère accueillant et aimable. C'est avec une grande sérénité qu'il se prépara à la mort. Une grande force de caractère ancrée en Dieu était la base et la source de cette vraie charité fraternelle.


Pater Willem MEELBERG (1895 - 1960)

Afkomst.

Wilhelmus Franciscus Joseph Meelberg, zoon van Joannes Wilhel¬mus Meelberg en Gertruda Nadorp, werd geboren te Delft op 28 oktober 1895. De moeder van Willem overleed reeds in 1900 en zijn vader in 1905. Hij en zijn zus Rosina werden eerst bij familie onder¬gebracht. Vanaf 1909 tot 1912 verbleef Willem in het weeshuis van de fraters in Delft.
Twee neven zijn hem later gevolgd in de S.M.A.: de gebroeders Nadorp. Ook Simon Sanders, een prominent lid van de Vereni¬ging-Oud-Studenten (VOS), was een neef van Willem Meelberg en de gebroeders Nadorp.

Opleiding.

Op bijna 17 jarige leeftijd ging Willem naar Cadier en Keer, waar hij van 1912 tot 1918 het klein-seminarie doorliep en daarna, vanwege de oorlogstoestand in Europa, nog een jaar philosophie deed. In 1919 ging hij naar Lyon voor het tweede jaar philosophie en de 3 jaar the¬ologie. Door eedaflegging werd hij op 30 oktober 1920 lid van de S.M.A. Op 29 juni 1923 werd hij te Lyon door kardinaal-aarts¬bisschop Maurin van Lyon priester gewijd: met Pierre Knops en Frans Rothoff de eersten sinds de oprichting van de neder¬landse provincie.

Missionaris.

Willem Meelberg werd benoemd voor de missie en kwam in oktober 1923 aan in de Goudkust (Ghana). Hij bracht eerst een half jaar door op de missie te Elmina bij de Elzasser pater Vogel, om zich in te werken en de inlandse taal te leren. In april 1924 kreeg hij zijn benoeming als assistent in de parochie te Sekondi bij de Elzasser pater Joseph Muller. Pater Meelberg werd vooral belast met het Ahanta district; hij verrichtte ook gewillig en met goede zin veel hand- en spandiensten voor de missiona¬rissen uit het achterland van de Nzema, wanneer zij naar de stad kwamen om boodschappen te doen,

Pater Meelberg had inderdaad spoedig hier in Sekondi zijn draai gevonden. Hij schafte zich een autootje aan en schreef in 1926 in het 'Afrikaansch Mis¬sieklokje':
"De eerste missie-auto op de Goudkust werd door onderge¬teekende aangekocht in Januari 1925. 't Is een echte Engelsche Harper Bean (en geen Fordje, zoals het Missie-k¬lokje mijn 'car' onwaardig betiteld heeft)" ( pg. 177).
Hiermee ging hij naar de buitenstaties, die tenminste met de auto bereikbaar waren. Ook stond hij steeds klaar voor zijn kollega's als hij hun ten dienste kon zijn. Zelfs de bisschop deed wel eens een beroep op zijn vervoer.
In mei 1930 ging hij op vakantie naar Nederland. Op 28 februa¬ri 1931 vertrok hij weer naar Afrika met de s.s. 'Amstel¬kerk'.


Problemen.

De bisschop was van plan hem te benoemen voor Bekwai, waar kort achtereen de paters Dodenbier en Robbens ziek waren gewor¬den. Bij aankomst in Sekondi, in maart 1931, trof pater Meel¬berg daar zijn pastoor Joseph Muller ziek aan en nam meteen de leiding over in de parochie Sekondi. Eind april vertrok de zieke pastoor naar de Elzas. In mei werd Harrie van de Ven benoemd tot overste van Sekondi en Meelberg kreeg opdracht om vanuit Kumasi de zorg voor Bekwai en dis¬trict op zich te nemen.

Pater Meelberg vertrok naar Ashanti. In juni werd hij ziek en werd opgenomen in het ziekenhuis te Kumasi. Op 15 juli 1931 kwam Willem, op dokter's ad¬vies, voor een maand rust naar Sekondi. Op 7 augustus gaf Mgr. Hauger opdracht aan de paters Schoonen en Meelberg om op 3 september 1931 met de s.s. 'Cana¬da' te vertrekken naar Europa. Wat was er gebeurd?

In een brief aan pater van de Ven, gedateerd 7 augustus 1931 en met de opdracht deze door te sturen naar de Provinciaal, be¬schreef Mgr. Hauger de situa¬tie:
"I am fed up with the game that is being played since two months. It must end and, therefore, I am sending away Fr. Meel¬berg and Fr. Schoonen with the consent of the Visitor and Fr. Schoen, my council¬lors.
You see the game: Fr. Meelberg arrives in Africa. He finds his previous superior ill, and having received an ap¬pointment (to Bekwai) he does not like, he settles down under the pretext that he is absolutely needed because of financial matters ......
Fr. Muller is invalided home: there is a coveted vacancy. Fr. Meelberg wanted it by all means. He would agree so well with Fr. Schoonen and become the center of agitation against the Bishop and the Visi¬tor. There is a plot: in seditious and moreover slanderous letters the confreres are invited to combine against the authority, e.g. Fr. Schoonen accusing the Bishop of being the cause of the loss of 6 or 7 missionaries by his fault, and so on .....
In short, the plot fails and the Bishop learns all the de¬tails. Sekondi station cannot be taken and one of them does not want to remain under Fr. van de Ven as superior, not to be assistant at Kumasi and Bek¬wai; then remains only the hospital and obliging doctors ....
I am sending both of them away with the first avail¬able French steamer so that they have to pass through Lyons, i.e. per s.s. 'Canada' on September 3, 1931 ...
To the one, I am prepared to give a chance of reha¬bilita¬tion, the other one intended to revolutionize the Vicari¬ate and do only as it pleased himself. Let him go and offer his services elsewhere".

De werkelijke oorzaak van het wegsturen van deze missionaris¬sen was de brief met 'desiderata' aan de provinciale vergade¬ring (zie onder 'Schoo¬nen'), die Meelberg mede ondertekend had, waardoor hij de gram van de bisschop over zich afriep. Mgr. Hauger zag hierin ondermijning van zijn gezag, een soort staatsgreep. Voor Willem Meelberg waren dit moeilijke weken, waarin hij tevens het bericht kreeg dat zijn pastoor Joseph Muller, waar hij jarenlang mee samengewerkt en geleefd had, thuis was overleden op 18 juli.

In overleg met Visitator pater Strebler heeft Willem Meelberg op 23 augustus 1931 schriftelijk de ondertekening van de 'desiderata' herroepen, zijn excu¬ses aan de bisschop aangebo¬den, en de benoeming in Ashanti aan¬vaard. Hij ontving hiervoor een zeer lovende brief van provin¬ciaal Paulissen, die hem een paar jaar later zelfs benoemde tot zijn Vicaris.

Pro-vicaris / Vicaris-generaal.

Vanaf september 1931 was pater Willem Meelberg effectief belast met de parochie Bekwai. In 1932 nam Mgr. Hauger ontslag en werd Ashanti afgescheiden van Cape Coast. Provinciaal Paulissen werd benoemd tot bisschop van Kumasi. In maart 1934 werd pater Meelberg overgeplaatst van Bekwai naar Kumasi om tijdelijk de kathedrale parochie over te nemen van J. Vogel, die op vakantie ging. Na terugkeer van pater Vogel, heeft Mgr. Paulissen pater Meelberg benoemd tot 'Vicar Delegate'. Tijdens de hele bestuursperiode van Mgr. Paulissen is pater Meelberg in Kumasi gebleven als rechterhand van de bisschop en tijdens zijn afwezigheid als zijn plaatsvervanger. Tevens hield hij de financiële administratie van het vicariaat bij. Daarnaast deed hij in Kumasi nog regelmatig pastorale taken. "Ome Willem", zoals hij door de confraters in Ashanti gewoonlijk genoemd werd, genoot van het leven en was zeer gastvrij.

Pater Meelberg voelde zich in een moeilijke situatie toen Mgr. Paulissen, tijdens zijn ziekteverlof in Nederland, zijn ont¬slagaanvrage in Rome indiende en deze werd aanvaard. Rond de opvolging waren in Kumasi nogal onlusten en agitaties gaande. Pater Meelberg, rechterhand van Mgr. Paulissen, was duidelijk niet de man die voldoende vertrouwen en gezag had om in deze situatie leiding te geven. Na de benoeming van Mgr. van den Bronk ging 'Ome Willem' eerst op vakan¬tie naar Nederland. Na zijn terugkeer in 1953 werd hij benoemd tot pastoor in Konon¬go.

Gestorven.

Twee jaar later moest hij wegens ziekte definitief terugkeren naar Nederland, waar hij meteen na aankomst op 12 oktober 1955 met een hoge bloeddruk, slechte hartwerking en een slechte nierfunctie werd opgenomen in het St. Franciscus-ziekenhuis te Rotterdam. Internist Dr. J ten Berg schreef:
"Of de pater in de toekomst nog naar de missie terug zal kunnen is zeer de vraag. Ik heb hem hier echter niet over gesproken daar hij nog vol idealen zit en hoopt terug te kunnen gaan".

Dit heeft niet zo mogen zijn. Het Arnhem's Dagblad rapporteer¬de op 30 juni 1960:
"Hij werd voor een kankergezwel behandeld in de Anthonie van Leeuwenhoek-kliniek in Amsterdam. Deze behandeling was succesvol, maar enkele jaren geleden werd pater Meelberg, die sindsdien vertoefde op De Tafelberg in Oosterbeek, getroffen door een beroerte, waardoor hij gedeeltelijk werd verlamd. De laatste jaren van zijn leven heeft pater Meelberg op zijn kamer doorgebracht".
De Tafelberg was in die tijd nog geen erkend bejaardenhuis. Pater Pierre Kessels heeft pater Meelberg enkele jaren zo goed mogelijk verzorgd, waarvoor deze zieke missionaris Pierre zeer erkentelijk en dankbaar was.

Op 27 augustus 1960 is hij gestorven, nog geen 65 jaar oud. Op 31 augustus is hij op het Bernulphus-parochiekerkhof naast zijn collega's begraven.

Idealen, blijmoedigheid, optimisme: zo wordt pater Willem Meelberg beschreven. In een K.N.P. bericht in het dagblad 'Tijd-Maasbode' van 30 aug. 1960 (waar hij per abuis als 'oud-bisschop van Kumasi' wordt aangeduid) lezen we:
"De laatste vijf jaar van zijn priesterleven heeft hij in Oosterbeek doorgebracht, waar zijn ziekte een einde heeft gemaakt aan een vruchtbaar en werkzaam missionarisleven. Hij was een blij mens met een groot kinderlijk geloof en een onverwoestbaar godsvertrouwen".

Bronnen:
- Archief Nederl. Provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- N. Douau: Biographies Missions Africaines 27.08.1960.
- Tijdschrift 'Afrika Ontwaakt' 1960,
- J. van Brakel: S.M.A. Missionary presence in the Gold Coast (Ghana), vol.III, pag. 158 - 163).