Imprimer

Société des Missions Africaines –Province de Hollande

ROOIJ Jan de né le 6 février 1906 à Haarlem
dans le diocèse de Haarlem, Hollande
membre de la SMA le 27 juillet 1927
prêtre le 20 décembre 1930
décédé le 30 août 1980

1931-1965 missionnaire en Gold Coast
Tarkwa, Elmina, Winneba, Saltpond
Cape Coast, Half-Assini
1965-1973 en Allemagne, vicaire à
Rheijdt, Kierst, et Schleiden
1973-1976 curé à Dahlem-Baasem
1976-1978 Oosterbeek, retiré
1978-1980 Veenendaal, retiré

décédé à Veenendaal, Hollande, le 30 août 1980,
à l'âge de 74 ans


Pater Jan de ROOIJ (1906 - 1980)

Afkomst.

Joannes Gerardus de Rooij, zoon van Wilhelmus Leonardus de Rooij en Joanna van Leeuwen, werd geboren te Haarlem op 6 februari 1906 en is dezelfde dag gedoopt in de parochiekerk van 'O.L. Vrouw van den H. Rozenkrans'. De vader van Jan werkte bij de drukkerij/uitgeverij 'de Spaarnestad'. Moeder was een zus van pater Bernard van Leeuwen. Uit deze religieuze familie trad de oudste dochter als Zr. Electa in bij de Ursu-linen. Twee jongere broers volgden hun oudste broer Jan naar de missi¬onarisopleiding te Cadier en Keer, evenals hun neef Cor Scheltinga.

Opleiding.

Na de lagere St. Bavoschool te Haarlem ging Jan in 1918, als twaalf¬ja¬rige jongen, naar het missiecollege van Mill Hill te Til¬burg. In 1921 kwam hij naar Cadier en Keer. Zijn noviciaat en phi¬losophie begon hij te Chanly in België op 1 oktober 1925, en hij werd op 27 juli 1927 door eedaflegging lid van de Sociëteit voor Afrikaanse Missiën. Van zijn studie theologie deed hij de eerste twee jaar te Bemelen en daarna nog twee jaar te Hastings in Engeland. Tijdens zijn laatste studiejaar werden hij en zijn klasgenoten op 20 december 1930 door Mgr. Amigo tot priester gewijd.

Missionaris.

Pater Jan de Rooij werd benoemd voor de missie van de Goudkust en vertrok op 3 november 1931 met de s.s. 'Amstelkerk'. Na aankomst werd hij benoemd voor de missie van Tarkwa bij de elzasser overste père Baumann. Jan, door colle¬ga's ook dik¬wijls Jochie (Joh. G.) genoemd, liet zijn baard groeien, studeerde de taal en wijdde zich vol overgave aan het missio¬nariswerk in de buitenstaties van dit mijnstadje, want door het abrupte vertrek van zijn voorganger pater Anno Reekers, was dit district al ruim een jaar niet meer regelmatig be¬zocht.

De missie was in die jaren zeer alert op communistische in¬vloeden in de Goudkust. De apostolisch delegaat mgr. Hinsley liet vanuit Mombasa aan père Strebler weten:
"Your further report in bringing all traces of Moscow propaganda to light will be most appreciated at this Delegation".
In de Goudkust werd de 'Negro Worker' onder redactie van George Padmore door de regering verboden.
"Father J.de Rooy at Tarkwa had been instrumental in the prohibition of the 'Negro Worker'. On October 25, 1932, he wrote to Cape Coast that a few months before, he got a copy of the 'Negro Worker' into his hands. He informed the District Commis¬sioner who said that the government did not know of this magazine. The Police Commissioner called him for further information. A few weeks later, the 'Government Gazet¬te' published that the 'Negro Wor¬ker' was forbidden" (J. v. Brakel in 'SMA Missionary presence, vol. IV, pg. 21).
Jan de Rooij schreef aan pater Strebler:
"A Wesley¬an teacher who regularly received some 20 copies for distribu¬tion, even to our Catholic schoolboys, has been dis¬missed since three weeks".

Kort hierna, op 23 december 1932, werd Jan de Rooij overge¬plaatst naar Elmina. Mgr. Hauger had ontslag aangevraagd en gekregen, zodat pater Strebler tijdelijk de leiding van het vicariaat op zich moest nemen en John van Heesewijk, pastoor van Elmina, zijn plaats moest innemen als overste en direc¬teur van het seminarie en de kweekschool te Amisano. Jan de Rooij werd waarnemend pastoor van Elmina, onder het toeziend oog van de nabij wonende 'Father John', zijn voorganger en nu de nieuwe overste van Amisano. Een half jaar later bekrachtig¬de de nieuwe bisschop deze benoeming. In deze oudste missie¬statie van de katholieke kerk in Ghana met het oudste offici¬ële kerkgebouw, werd Jan één van de jongste pastoors.
Tijdens zijn verblijf te Elmina liet Jan een toren aan het kerkgebouw toevoegen, zodat Elmina niet achter hoefde te blijven bij de buurtparo¬chies Cape Coast en Saltpond. In april 1937 ging hij op vakantie naar Neder¬land.

Na terugkeer in januari 1938 werd Jan benoemd voor de recent opgerichte missie van Winneba, waartoe in die jaren ook de dis¬tricten van Agona Swedru, Dawurampong en Apam behoorden. Doch eerst moest voor een permanente woongelegenheid gezorgd wor-den, want hij woonde evenals zijn voorgangers gehuurd op kamers. Jan bouwde daar een missiehuis / pastorie, dat nog steeds in gebruik is. Eerst moest hij alles alleen doen, doch in 1940 kreeg hij een assis¬tent, die blijkbaar zwak van ge¬zondheid was en daarom meestal op de hoofd¬statie bleef. De pastoor ging dan zelf op trek naar de buiten¬staties. Jan was sterk van gestel en heeft zeer veel getrokken door het dis¬trict, jarenlang. In april 1944 werd hij overgeplaatst naar Saltpond. Daar is hij maar anderhalf jaar pastoor geweest. Juist zoals hij, kort na aankomst op de kust en nog zeer jong, vanwege omstandigheden al pastoor werd, kreeg hij nu, opnieuw vanwege omstandigheden, een voor hem aantrek¬kelijke benoeming: plebaan van de kathe¬drale kerk van Cape Coast.

Père Schoen, de elzasser overste van deze kathedrale paro¬chie, stierf en Jan werd benoemd tot zijn opvolger. Dit lag hem wel. Jan had een goed voorkomen en een goede stem. Hij was repre¬senta¬tief! Hij kon goed zingen en gaf daar graag blijk van door bv. bij gelegen¬heden een 'Ave Maria' (van Gounod) ten gehore te bren¬gen. Hij genoot van het voorgaan in de kathedra¬le kerk: hoog¬missen, begrafe¬nissen, huwelijken en doopsels, en van het assiste¬ren bij pontificale diensten. Vooral glorieerde hij bij 'Soci¬ety marriages', en publieke ceremonies, waar hij bij de notabelen van de stad hoorde. Hij werkte hard, had altijd grote groepen doopleerlingen en kandidaten voor het vormsel, bezocht de vele scholen van Cape Coast, was lid van de 'prison board' en nationaal directeur van de 'Propaga¬tion of the Fait¬h'. Hij onderhield contacten met zowel europe¬se als afri¬kaanse stafle¬den van de colleges in de stad, werd dikwijls uitgeno¬digd en was een graag geziene gast bij 'par¬ties' en publieke gelegen¬heden. Hij liet de kathedrale kerk uitbreiden en renoveren. Hij was actief in de stad Cape Coast, en had een geweldige steun aan Piet Sanders, die jaren¬lang eerste paro¬chie-assis¬tent aan de kathedrale parochie is ge¬weest. Jan gaf een grote mate van vrijheid aan zijn paro¬chie-assis¬tenten en liet ook de hele schooladministratie van de buiten¬staties en de uitbeta¬ling van de salarissen aan de leerkrach¬ten van deze scholen over aan de buitenstatiepater. Veertien jaar lang heeft Jan de Rooij in Cape Coast gewerkt. Hij genoot als zijn beide priesterbroers, eveneens missiona¬rissen in Ghana, enkele dagen op bezoek kwamen.

Zijn grootste probleem was van interne aard. Plebaan van de kathe¬drale kerk te zijn was geen probleem, doch overste te zijn van 8 à 9 missionarissen, meerderen in functie en werkend voor de bis¬schoppelijke curia, econoom, schoolinspecteur, drukker, redac¬teur, allemaal grootheden op eigen gebied, was een heel ander verhaal. Ze woonden op deze missie en zaten aan dezelfde tafel. Dikwijls leek het of iedereen alles wist en het zelfs beter wist. De onderlinge verhoudingen waren niet optimaal en mogelijk speelde afgunst hierbij ook een rol. Geleidelijk begon zich een vicieuze cirkel te vormen en om deze dikwijls minder prettige sfeer op de pastorie te ontwij¬ken, werd Jan steeds uithuiziger, ging op huisbezoek of naar vrienden in de stad, terwijl de andere bewoners begonnen te klagen over de veel¬vuldige afwezigheid van hun overste. Klach¬ten bereikten het bisschopshuis, de aartsbisschop ging er zich mee bemoeien en riep alle bewoners bij zich om hen te vragen naar hun ervaring en mening in deze situatie.

Het gevolg was dat Jan na zijn vakantie, in mei 1960, een onverwachte overplaat¬sing kreeg. Hij werd benoemd tot opvolger van pater Pot als pastoor van Half Assini en deken van het Axim dekenaat. Dat was voor hem een grote teleur¬stelling. Half Assini lag in een uithoek van het bisdom en daar waren in die tijd maar weinig 'scholars', d.w.z. mensen, die naar school waren ge¬weest en redelijk engels konden spre¬ken. Ook was Jan onbekend met het Nzema taalgebied, hoewel verschillende vol¬wassenen ook Fanti of Twi spraken. Ofschoon teleurgesteld, heeft Jan, zonder klacht of protest, deze benoeming aanvaard en daar nog een volle toer gewerkt. In februari 1965 ging hij definitief terug naar Nederland.

Hoewel bijna 60 jaar, nam hij toch nog een nieuwe uitdaging aan en ging naar Duitsland, waar de S.M.A. werkzaam was in het bisdom Aken. Pater Toon van Hout, hem wel bekend als vicaris generaal in Cape Coast, behartigde daar de S.M.A.-belangen. Jan ging reeds op 5 juni 1965 naar het stadsziekenhuis te Rheydt en vandaar, in oktober 1966, als kapelaan naar de St. Martin parochie te Kierst. In september 1970 werd hij assis¬tent te Schleiden en in 1974 pastoor te Dahlem-Baas¬em, een kleine parochie van nog geen 600 zielen in de Eifel.

Spoedig hierna begon zijn gezondheidstoestand achteruit te gaan en begon hij te lijden aan geheugenverlies. In 1976 werd het provinciaal bestuur geïnformeerd dat Jan soms de consecra¬tie vergat, en dat het eigenlijk niet meer verantwoord was hem daar alleen te laten. Provinciaal Bles bracht hem een bezoek in april 1976, sprak met hem en het parochiebestuur. Ze kwamen overeen dat Jan op 1 juni naar huize Tafelberg te Oosterbeek zou komen. De betreffende instanties werden hiervan in kennis gesteld. De 'Regionaldekan' antwoordde:
"Vielen dank für Ihre Nachricht von 28 April 1976. Auf grund des angegriffenen Gesundheitszustandes und des hohen Alters von Herrn Pater de Rooij war ja seit länge¬rem eine solche Entscheidung abzusehen. Sie stellt sicher für Herrn Pater de Rooij die beste Lösung dar, wenn gleich die seelsorgliche Situation in diesem Raume durch das Fehlen eines weiteren Priesters zusätzlich erschwert wird".

Gestorven.

In Oosterbeek ging zijn toestand verder achteruit. Van de energieke, waardige, zelfverzekerde en spraakzame pater de Rooij was weinig herkenbaars meer over. Hij werd een stil¬le, teruggetrokken, zielige en van anderen afhankelijke patië¬nt. De aderverkalking met de bijkomende dementiever¬schijnselen werd steeds erger. Hij begon rond te dwalen "op weg naar een buitenstatie". Urgente opname in een verpleeg¬huis werd noodza¬ke¬lijk. Na de nodige inspanning werd een opna¬memo¬ge¬lijkheid gevon¬den in verpleeghuis 'De Meent' te Veenen¬daal, waar hij 14 september 1978 werd opgenomen en waar hij buiten-gewoon goed verzorgd werd, ofschoon de familie hem liever, samen met zijn zus Zr. Electa, opgenomen had gezien in een katholieke instel¬ling.

In Veenendaal is hij ook gestorven. Het was een proces van lang¬zame achteruitgang. Op voorstel van de verpleging is hem op 14 augustus de ziekenzalving toegediend, omdat hij toen nog redelijk goed aanspreekbaar was. Op 29 augustus werd longont¬steking geconstateerd. Op 30 augustus 1980, om 1 uur in de morgen is hij gestorven, 74 jaar oud en slechts enkele maanden vóór zijn gouden priester¬jubileum. Zijn broers Willem en Martin, met zijn vrouw Coba, waren bij het sterfbed aanwezig.

De vicarissen van Cape Coast en Aken spraken per brief namens hun bis¬schppen hun meeleven en dank uit:
"The whole Archdiocese of Cape Coast, which has been the benificiary of the Late Father de Rooy's 34 years of untiring missionary labours in Africa, joins His Grace in expressing his condolence to the bereaved family and the S.M.A. Society".

"Seine Hingabe an die Kirche Christi, seine Treue, Be¬scheidenheit und Demut werden allen unvergessen bleiben, die ihn gekannt haben. Es war ihm leider nicht mehr vergönnt, sein goldenes Priesterjubiläum zu erleben".

Op donderdag 4 september 1980 werd plechtig afscheid van hem genomen in de kapel van het missiehuis te Cadier en Keer. Zijn twee broers gingen voor, in concelebratie met zes andere collega's, waaronder klasgenoot Wout Samuels en Piet Sanders, waarmee hij 14 jaar lang in Cape Coast samengewerkt had. Het was een keurige dienst, met een prachtig gezongen prefatie door zijn broer Wim. Daarna vond de begrafenis plaats op het kerkhof van de missio¬narissen.

Bronnen:
- Archief Nederl. Provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- 'Onze Krant' nr. 45, sept. 1980.