Imprimer

Société des Missions Africaines –Province de Hollande

FISCHER Piet né le 24 novembre 1904 à Soekholzerheide
dans le diocèse de Roermond, Hollande
membre de la SMA le 29 juillet 1925
prêtre le 16 mars 1929
décédé le 7 août 1975

1929-1934 missionnaire en Basse Volta
Kpandu, Kete Krachi
1935-1950 Cadier en Keer, professeur d’anglais
1950-1952 Nieuw Herlear, professeur d’anglais
et préfet des études
1952-1958 Cadier en Keer, professeur d’anglais
et préfet des études
1958-1959 Aalbeek
1959-1968 Oosterbeek, administration
1968-1975 Cadier en Keer, retiré
décédé en avion, en revenant du Canada
où il était allé visiter sa sœur.

décédé en avion, le 7 août 1975,
à l'âge de 71 ans


Pater Pierre FISCHER (1904 - 1975)

Afkomst.

Petrus Josephus Fischer, zoon van Pieter Jos. Fischer en Elisabeth Römgens (+ 28.12.1936), werd geboren te Spekholzer¬heide op 24 november 1904 en daags erna gedoopt in de H. Martinuskerk. De familie woonde in de Drievogelstraat, waar ze een slagerswinkel had. Een broer van Pierre is ook enkele jaren student geweest te Cadier en Keer.

Opleiding.

Na de lagere school, die Pierre van 1910 tot 1917 in zijn ge¬boorteplaats doorliep, ging hij naar het missie-college te Cadier en Keer, waar hij zijn humaniora deed van 1917 tot 1923. Te Chanly in België deed hij zijn noviciaat en philosop¬hie en sloot dit af met de eedaflegging als lid van de Socië¬teit voor Afrikaanse Missiën op 29 juli 1925. Daarna studeerde hij theologie in het seminarie van de S.M.A. te Bemelen. Op 16 maart 1929 werden hij en zijn klasgenoten in de kapel van het seminarie te Roermond tot priester gewijd door Mgr. Schrijnen.
In het bijzijn van ouders, broers en zusters celebreerde hij hierna op 1 april (tweede paasdag) te Spekholzerheide zijn eerste plechtige H. Mis.

Missionaris.

Op 14 oktober van datzelfde jaar vertrok pater Fischer naar West Afrika. Hij was benoemd voor het vicariaat van de Bene¬den-Volta. Na aankomst ging hij eerst enkele maanden naar Kpandu om zich wat in te werken en werd daarna benoemd voor de statie van Kete Krachi, de meest noordelijk gelegen missiepost van het vicariaat, ver van de dichtstbijzijnde missies van Hohoe en Kpandu en bovendien moei¬lijk te bereiken. In februari 1930 bracht Mgr. Herman persoonlijk Piet naar deze nieuwe statie, dat het jaar ervoor geopend was door pater Frans Hert¬sig. De bedoeling van de bisschop was dat, na een inwerk¬perio¬de, pater Fischer in Kete Krachi zou blijven en Frans Hertsig een kleine 200 kilo¬meter noordelijker een missiepost zou gaan openen te Yendi. Dit is er nooit van gekomen.

Een klein half jaar zijn ze samen geweest te Kete Krachi. In juni 1930 werd Frans Hertsig overgeplaatst naar Hohoe en de jonge pater Fi¬scher was, eenzaam en alleen, overste van deze ver afgelegen missie. Dit was nog in de tijd van vóór de Akosombo-dam en het hierdoor ontstane Volta-meer. Meer dan een jaar heeft pater Fischer hier alleen gewerkt in een missiege¬bied dat toentertijd aan de noordzijde geen afgeba¬kende grens had.

In november 1931 kreeg Pierre assistentie van de juist gearri¬veerde neomist Toon Smetsers. Deze had de opdracht hun missie¬gebied naar het noorden uit te breiden. Tussen Kete Krachi en Yendi, dat reeds eerder ter sprake was geweest voor een moge¬lijke opening, lag Bimbila. Daarop vooral richtte Toon Smet¬sers zich. Daar ook heeft hij op 12 augustus 1933 zijn laatste Heilige Mis gelezen. Met hoge koorts kwam hij 's avonds op een vrachtwagen ziek terug naar Kete Krachi. Pater Fischer en de zwitserse handelsagent M. Hutter hebben de daarop volgen¬de dagen voor hem gezorgd en bij hem gewaakt. Op vrijdag 18 augustus heeft Pierre Fischer zijn colle¬ga bediend. Daags erna is pater Smetsers gestor¬ven. Pater J. Beckers schreef hier¬over:
"Vrij plotseling kwam de hevige crisis die men ver¬wacht had. Vier sterke mannen konden hem niet in bed houden, en iedereen dankte de hemel, toen hij kwart voor vier rustiger werd en weldra insliep.
Reeds 30 lange uren van spanning had pater Fischer aan het ziekbed gestaan van zijn zieke medebroeder. In de laatste 4 dagen had hij tesamen niet meer dan 12 uren rust gehad. Andere paters konden niet gewaarschuwd wor¬den; de dichtsbij zijnde waren nog 135 km. van Kete Krachi verwijderd en de weg erheen was on¬bruikbaar vanwe¬ge het hoge water. On¬danks al zijn vermoeidheid wilde pater Fischer zijn collega toch geen ogenblik verlaten en ging dicht bij de zieke zitten om wat te rusten. Ook Mr. Hutter ging enige uurtjes rust nemen; het was toen half zes. Om half negen was hij weer present en informeerde naar pater Antoon. "Ik denk dat hij nog slaapt," zei pater Fischer, "of¬schoon zijn kleur mij niet aanstaat". Daarop ging M. Hutter zelf kijken en terwijl hij de pols voelde, schrok hij terug.- "mijn God, hij is dood!" - Hij was in zijn slaap gebleven: kalm en zacht, zonder dood¬strijd".
Met de heer Hutter heeft pater Fischer het lijk verzorgd.

In november 1933 werd Theo Veldboer naar Kete Krachi gestuurd. In augustus 1934 nam hij over als overste van Pierre Fischer. Als een gebroken mens ging deze naar huis. Het waren traumati¬sche ervaringen geweest: dit verblijf in Kete Krachi! Laaiend enthousiast was Pierre in februari 1930 vanaf de Oti rivier bij Otisu reeds op zijn fiets vooruit gereden, terwijl de bisschop met de bagage wachtte totdat de District Commissioner met zijn wagen hen zou komen afhalen. Doch dit temperament bleek niet bestand tegen de tropenzon, de omstandigheden, de eenzaamheid, de traumatische dood van Toon Smetsers en het alleenzijn en de verwerking van de gebeurtenissen hierna. Piet was geknakt! Persoonlijk heb ik de indruk, dat dit een stempel heeft ge¬drukt op zijn hele verdere leven.

Leraar / administrateur.

De overheid had begrip voor de situatie. Na een goede vakantie werd pater Fischer benoemd tot leraar engels te Cadier en Keer, waar hij begin 1935 begonnen is. Onopvallend doch se¬rieus en plichtsgetrouw heeft hij dat jaren lang gedaan, eerst te Cadier en Keer, daarna nog twee jaar te Nieuw-Herlaer van 1950 tot 1952, waarbij hij tevens studie-prefect was, en vervolgens weer te Cadier en Keer, waar Piet, zoals hij door collega's dikwijls genoemd werd, sinds 1947 tevens belast was met de discipline.
Op 16 maart 1954 was pater Fischer 25 jaar priester, doch daags ervoor brandde het seminarie af. Later heeft hij dit zilveren priesterjubileum met staf, studenten en familie gevierd in het tijdelijk verblijf bij de Trappisten van Lil¬bosch te Echt.
In 1955 werd het herbouwde missiehuis weer in gebruik genomen. Maar met Piet Fischer ging het steeds zorgwekkender. In 1957 schreef de dokter vier maanden rust voor. Piet begon een grote hekel te krijgen aan les geven. Tijdens het school¬jaar 1958 - 1959 gaf hij nog wat engels aan het seminarie te Aalbeek.

In september 1959 werd hij benoemd tot assistent van de administratie te Oosterbeek. Van daaruit is hij in de zomer van 1960 nog naar New York geweest voor assistentiewerk in een parochie.

Eind 1968 is Pierre officieel gestopt met het werk op de admini¬stratie en verhuisd van Oosterbeek naar het missiehuis te Cadier en Keer. Daar heeft hij kort erna zijn 40 jarig priesterjubileum ge¬vierd. Ook bood hij zich aan voor vrijwil¬ligerswerk in het Afrika Centrum.

Overleden.

In 1975 reisde hij met zijn zus, mevrouw Janssen, naar Canada om een broer van hen, die daar woonde, te bezoeken. Daar kreeg hij ernstige ademhalingsmoeilijkheden en werd naar de "emer¬gency of the Jewish General Hospital" te Montréal gebracht op 31 juli 1975. Dr. Andrew Szilágyi, de behandelende arts, rapporteerde:
"He was found to be in pulmonary edema. He was treated accordingly and was then sent up to the ward."

Volgens wensen van de patiënt en de familie, slaagde een reis¬agentschap erin, met een medische verklaring, plaatsen gere¬ser¬veerd te krijgen op de 'Canadian Pacific Airlines', vlucht CP - 208 van Montr¬éal naar Amsterdam. Volgens akte van over¬lijden is Pierre op de vlucht gestorven op 7 augustus 1975 om 04.17 uur.

Provinciaal Bles was op Schiphol aanwezig om de patiënt af te halen. Daar hoorde hij later, dat kort voor de landing een stewardess pater Fischer's zus mee naar achte¬ren riep. Daar kreeg ze te horen, dat haar broer, zittend naast haar, niet sliep doch gestorven was.

Het lijk werd, na de nodige formaliteiten, overgebracht naar Cadier en Keer. Daar is Pierre, op maandag 11 augustus 1975, na een gezongen uitvaartdienst, begraven op het kerkhof van het missiehuis.

Bronnen:
- Archief Nederl. Provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- J. Beckers in Afrikaansch Missieklokje 1933.
- J. ter Linden in Onze Krant, sept. 1975.