Imprimer

Société des Missions Africaines –Province de Hollande

LEFERINK Jo né le 1er mai 1917 à Simpelveld
dans le diocèse de Roermond
membre de la SMA le 15 juillet 1938
prêtre le 8 mars 1942
décédé le 10 août 1990

1942-1946 Nimègue et Maastricht
étude de théologie dogmatique
1946-1958 Aalbeek, professeur de dogme
1958-1963 Aalbeek, supérieur du séminaire
1963-1964 Aalbeek, directeur spirituel
1964-1968 Aalbeek, supérieur
1968-1989 missionnaire au Ghana
Winneba (vice régional de 1969-1973)
Accra (centre pastoral puis paroisse)
1989-1990 Oosterbeek, retiré

décédé à Oosterbeek, Hollande, le 10 août 1990,
à l'âge de 73 ans


Pater Jo LEFERINK (1917 - 1990)

Afkomst.

Joannes Rodulphus Leferink, zoon van Roelof Jan Leferink (+ 1955) en Hendrica van Leent (+ 18.03.1949), werd geboren te Simpelveld op 1 mei 1917 en daags erna gedoopt in de parochie van de H. Remigius. Vader kwam oorspronkelijk uit Twente (Haaksber¬gen) en was van beroep kleermaker. Er waren 9 kinde¬ren in dit gezin, doch 6 ervan zijn in hun eerste levensjaren gestorven, vermoedelijk aan kinderverlamming. Jo en zijn twee zussen groeiden op in goede gezondheid. Het medisch rapport van Jo bij aanname als Sociëteitslid in 1938 vermeldde reeds, dat vader sinds enkele jaren in ziekelijke toestand verkeerde: 'hij heeft het aan het hart en lijdt aan asthma'.

Opleiding.

Na de lagere school in Simpelveld, kwam Jo, in 1930, naar huize Nieuw Herlaer te St. Michielsgestel voor de eerste twee jaar van zijn middelbare opleiding, die hij verder deed in het missie-seminarie te Cadier en Keer. In 1936 ging hij naar Hastings in Engeland voor zijn philosophie en theologie. Op 15 juli 1938 werd hij door eedaflegging lid van de Sociëteit. Tijdens de zomervakantie na zijn eerste jaar theologie brak de tweede wereldoorlog uit en werd werd het seminarie te Hastings gevorderd door het leger. Te Aalbeek in de gemeente Hulsberg werd de studie voortgezet. Op 8 maart 1942 werden Jo en zijn klasgenoten in de parochiekerk van Hulsberg door Mgr. Lemmens tot priester gewijd.

Missionaris.

Wegens oorlog was vertrek naar Afrika onmogelijk. Zoals meer¬deren werd ook Jo benoemd voor Nijmegen, doch niet om de missiekursus voor de missionarissen, die niet konden vertrek¬ken, te volgen. Hij was benoemd om dogmatische theologie te gaan studeren.

Reeds tijdens zijn eerste jaar in Nijmegen, op 2 juli 1943, viel de SD (Sicherheitsdienst) de Nijmeegse SMA-communiteit aan de Canisiussingel 20 binnen, omdat een collega verdacht werd een Jood geholpen te hebben in zijn vluchtpoging. Hier werd anti-duitse propaganda ontdekt, wat leidde tot verhoor van de inwoners op 15 juli 1943 en tot gevangenneming van sommigen van hen. Dit incident leidde ook tot sluiting slui¬ting van het huis door de bezetter. Jo zette zijn studie van dogmatiek voort bij de paters Jezuïeten te Maas¬tricht en rondde in februari 1946 zijn licen¬tiaatstudie af met een examen. Pater Smulders S.J. schreef aan de provinci¬aal:
"Uit dit examen heb ik de indruk, die ik u vroeger reeds meedeelde, bevestigd gekregen dat P. Leferink een heel goed verstand heeft, zodat ik wel verwacht dat hij de studie in Rome met succes zal kunnen doen om later een goede professor te worden".

Pater Leferink was echter geen Jezuïet. Hij ging niet naar Rome, doch werd benoemd om in september 1946 te beginnen in het seminarie te Aalbeek als professor dogmatische theologie. Mogelijk is het eerste jaar toch te inspannend voor hem ge¬weest. In augustus 1947 kreeg hij een hartinfarct. Doch in oktober kon hij het werk weer hervatten.
Plichtsgetrouw heeft Jo jarenlang gedoceerd in het seminarie te Aalbeek. Zijn lessen waren goed voorbereid, goed doordacht, doch ietwat eentonig van voordracht. Ondanks interessante gedachtenontwikkelingen en redeneringen met betrekking tot de heilsmysteries, hadden sommigen, met name in de namiddaglessen (na sport), nogal moeilijkheden met het oplettend wakker blijven.

Wonderen hadden zijn speciale aandacht. Van zijn hand ver¬scheen hierover ook een artikel, getiteld 'Wonder en gezag' in het R.K. Artsenblad van november 1954. Een zeer goede lezing over de Onbevlekte Ontvangenis voor de staf en studenten van het seminarie in verband met het Mariajaar in 1954, maakte grote indruk.

Naast docent dogmatiek was Jo de bibliothecaris. Daar heeft hij ook met hart en ziel aan gewerkt. Hij volgde een kursus als bibliothecaris en werd actief lid van de VSKB, de Vereni¬ging van Seminarie- en Kloosterbibliotheken.
In 1958 werd Jo gekozen als lid van het SMA-provinciaal be¬stuur. Tevens werd hij benoemd tot overste van het grootsemi¬narie te Aalbeek. Hij heeft hierin een enorme, onstuimige ontwikkeling moeten meemaken. Er kwamen gesprekken over samen¬werking tussen de S.M.A. (Aalbeek), de Picpussen (Valkenburg) en de Redempto¬ris¬ten (Wittem), kortweg AVW genoemd. In 1963 werd een terug¬kerende missionaris benoemd tot overste van het seminarie, en werd Jo Leferink benoemd tot geestelijk leider. Na een jaar echter moest hij opnieuw overnemen als overste.

Ontwikkelingen gingen in versneld tempo door. Seminaristen gingen er op uit om in de omgeving jeugdwerk te gaan doen, fietsen werden geïntroduceerd en de strijd tussen vrijheid en strak reglement en discipline waren aan de orde van de dag. Het was aan de overste om leiding te geven aan een communiteit met verschillende opvattingen en meningen. Jo slaagde erin om vertrouwen te wekken bij de studenten. Hij was vooruitstre-vend, doch doordacht en zonder veel ophef, in woord en daad.

Er ontstonden verdergaande samenwerkingsverbanden, waarbij ook het bisdom Roermond betrokken was. Dit leidde tot de oprich¬ting van de Hoge School voor Theologie en Pastoraat (HTP), waar ook de S.M.A. als participant deelnam. Overal in Neder¬land werden de kleinseminaries gesloten.

Tijdens de provinciale vergadering van 1968 was te voorzien, dat Aalbeek als seminarie een aflopende zaak was. De studenten gingen zich in Heerlen vestigen. Vanuit Ghana werd zijn naam steeds vaker genoemd als een ideaal persoon voor het regionaal bestuur daar, met name voor de 'ongoing formation' programma's en voor de opvang van de jonge priesters.

Hoewel de vijftig gepasseerd, ging Jo in maart 1969 naar Ghana. Twintig jaar heeft hij daar nog met liefde en ple¬zier gewerkt. De eerste paar jaren verbleef hij te Winneba, waar hij naast Harrie van Hoof de vice-regionaal over¬ste werd. Jo was zeer waardevol, niet alleen vanwege zijn inzicht en ad¬vies, doch ook vanwege zijn systematisch werken en zijn inten-sieve en vlotte correspondentie. Daarnaast werkte hij part-time in het pastoraal centrum te Accra. Na de be¬stuurs¬pe¬riode, in 1973, vertrok hij naar Accra om volledig in het nationaal pasto¬raal centrum te gaan werken. Daar werd hij benoemd tot studie-secretaris. Jo begon met de publicatie van een 'new¬sletter' en 'Information Servi¬ce', een soort pastorale gids. Al spoedig werd hij belast met het 'department of ecumenical & interreligious relations'. Dit leidde, in 1982, tot zijn benoeming tot adviseur van het secretariaat voor de niet-gelovigen in Rome. Hij was ook een goede fondswerver voor het pastoraal centrum. In 1982 werd hij, wegens vertrek van de Libanese priester, tevens Rector van de St. Maroun's Church in Accra. Naast al zijn activiteiten, genoot Jo van zijn sociale contacten die hij daar had.

In 1985 moest hij echter een keus maken, want hij kon al die activiteiten niet meer aan. Fr. Anthony Balee ('Secretary General of the National Catholic Secretariat') prees de ver-diensten van pater Leferink. Nog vier jaar bleef Jo als rector van St. Maroun's. Tijdens zijn vakantie in 1986 raakte hij zijn stem kwijt en moesten zijn stembanden gestript worden. Ook een tweede ingreep was in Heerlen was niet succesvol, zodat hij met spoed naar het Antoniusziekenhuis in Utrecht vervoerd werd. Jo herstelde en keerde terug naar Ghana, zoge¬naamd om af te bouwen, doch kwam pas op 11 april 1989 ziek terug naar huis.

Overleden.

Pater Leferink vestigde zich in huize Tafelberg. Hij hoopte nog naar Ghana terug te keren. Maar hij was op 4 juni 1989 niet in staat mee te gaan naar Eys-Wittem, waar zijn zus begraven werd. Het werd voor Jo een lange lijdensweg. De kanker greep steeds meer om zich heen en doorligging en bot¬breuk waren reële gevaren. Toch genoot hij, als het hoofd van de verzorging hem, na een ziekenhuisbezoek in Arnhem, even meenam naar haar huis voor een kopje koffie: hun geheimpje!
Jo heeft als patiënt in Oosterbeek een geweldige indruk ge¬maakt op het verzorgend en verplegend personeel.

Op 27 mei is hem de ziekenzalving toegediend. Reeds drie dagen stervende is hij op 10 augustus 1990, kort na middernacht, in het bijzijn van de paters Brockhoff en van Brakel, heel vredig ingeslapen. Hij werd 73 jaar oud. Op 14 augustus werd afscheid van hem genomen tijdens een plechtige eucharis¬tieviering in de kapel van het missiehuis te Cadier en Keer. De overste van Oosterbeek, Arjen Rijpkema, ging voor in de viering met 8 concelebranten, waarvan 4 klasgenoten van Jo. Thema van dienst en preek was: 'dat allen één mogen zijn'. Veel collega's van de S.M.A. en de HTP waren aanwezig, alsook menig oud-student. Pater Leferink werd begraven op het nabijgelegen kerkhof.

Bronnen / publicaties:
- Archief nederl. provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- J. Leferink: 'Independent Churches in Ghana' , Pro Mundi Vita: Africa Dossier 32, 1/1985;
- J. Leferink: 'Asien Religionen kommen nach Afrika' in 'Die katholischen Missionen', (uitg. SVD nov/¬dec. 1983).
- Bisdomblad Den Bosch 26.02.1982.