Imprimer

Société des Missions Africaines – Province de hollande

 erkens  Le Père Lambert ERKENS
né le 19 décembre 1887 à Maastricht
dans le diocèse de Roermond, Hollande
membre de la SMA le 17 octobre 1909
prêtre le 9 juillet 1911
décédé le 29 décembre 1972
 1911-1919 missionnaire au Nigeria
1919-1926 animation missionnaire et recherche de fonds
1923-1934 conseiller provincial
1926-1970 animation missionnaire et
aumôneries aux USA
1970-1972 Cadier en Keer, retiré 
décédé à Maastricht, Hollande, 
le 29 décembre 1972,à l’âge de 85 ans

Pater Lambert ERKENS (1887 - 1972)

Afkomst.

Lambertus Johannes Michael Erkens werd op 19 december 1887 geboren te Maastricht, waar zijn vader gouvernementsambtenaar was ('fonctionnaire á la Préfecture'). De familie was niet onbemiddeld. Lambert had drie zus¬ters, die later in het villa¬park te Sittard woon¬den, en twee broers: Joseph, die pastoor te Graty in België werd, en Nico, die reser¬ve-officier was en vocht als kapitein te Rot¬terdam in 1940. Hij werd tijdens de oorlog lid van de onder¬grondse, evenals de ver¬loofde van zijn oudste zus Eugè¬nie: ze zijn beiden door de duit¬sers gefusil¬leerd. In Sittard werden de dames Erkens opgepakt door de Gestapo en ze werden drie maanden vastgezet.

Eugènie is nooit ge¬trou¬wd. Later is ze in Maas¬tricht gaan wonen waar ze contact hield met de vrouw van haar ge¬sneu¬velde broer en hun twee kinderen te Luik. Ook onderhield ze, tot op hoge leef¬tijd, contact met de S.M.A., mede door het verblijf van haar broer Lambert in het missiehuis te Cadier en Keer.

Opleiding.

Na in zijn geboortestad Maastricht de scholen van de Broeders van de Onbevlekte Ontvangenis bezocht te hebben, begon Lamber¬t zijn gymnasiale studies te Sittard in het bisschoppelijk college, toen nog onder leiding van de paters Jezuïeten, doch hij kwam al spoedig naar het missie-college te Cadier en Keer.
In 1906 ging hij naar Lyon voor de studie van de philosophie en de theologie. Op 19 oktober 1909 werd hij lid van de Socië¬teit en op 9 juli 1911 werd hij te Lyon door de algemeen overste Mgr. P. Pellet tot priester gewijd. Een week later, op 16 juli 1911, deed neomist Erkens in de St. Servaas te Maas¬tricht zijn eerste plechtige H. Mis.

Missionaris.

Hierna volgde zijn benoeming voor de Benin missie in Nigeria.
Na een verblijf in de staties van Obonwon, Oyo en Ibadan, waar hij zich inwijdde in de inlandse taal en in de methoden van het apostolaat, stichtte hij in 1915 de missie van Oshogbo en begon van daaruit, als eerste missionaris, verkenningstochten in het land van de Ekiti's. Daar opende hij de missiestatie van Ekiti Ushi.

In 1964, bij het gouden jubileum van de Ondo missie, schreef pater Erkens in zijn felicitatiebrief:
"Fifty years ago, the writer of this felicitation, had already been a missionary in Ijebu, at Oyo and Ibadan, in which three places he had labored in old stations and started new ones.
Now, he was the choice of Bishop (Ferdinand) Terrien and his counsel to be the first incumbent pastor of Oshogbo, Ilesha, the pioneer of Ushi and Ekiti townships, the builder of churches and schools there and along the railway".

In januari 1919 kwam hij uitgeput terug naar Europa. Na een korte tijd leraar in Keer geweest te zijn, werd hij benoemd voor propagandawerk in Nederland. Hij begon, samen met neomist Jan Sevriens, te Cadier en Keer met de recrutering en oplei¬ding van broe-ders. Op 21 juni 1921 kon hij 18 kandidaten naar het aange¬kocht kasteeltje te Blitterwijck brengen.
In 1923, bij de oprichting van de nederlandse provincie van de Sociëteit, werd pater Erkens benoemd tot één van de raadsleden van de provinciaal. Hij bleef propagandist.

Eind 1925 ging hij naar Amerika voor promotiewerk. Pater Erkens heeft 29 jaar lang in New York gewerkt. Hij onderhield contacten met bisschop¬pelijke directeuren van de pauselijke mis¬siewerken (Diocesan Directors of the Propagation of the Faith Socie¬ties), vooral voor het verkrij¬gen van mis¬stipendia voor Neder¬land en later ook voor de missiegebieden van de nederlandse provincie in de Goudkust / Ghana. Hij was tevens rector van het "Novitiate of Our Lady of Providence, Helpers of the Holy Souls" at Chappaqua, New York.

Tijdens de eerste provinciale vergadering in 1931 werd pater Erkens herkozen als provinciaal raadslid, doch in 1934 werd hij vervangen door Jan Sevriens. In 1936 heeft hij het Ameri¬kaans staatsburgerschap aangenomen. Door de oorlog werd prak¬tisch alle contact verbroken. Na de bevrijding vernam Lambert van pater ten Have, goed bevriend met de familie (zusters) van pater Erkens te Sittard, het tragisch lot van zijn broer Nico. Op 11 september 1945 ant¬woordde hij zijn provinciaal:
"Mij werd medegedeeld dat mijn broer ziek uit Duitsland naar Luik was teruggezonden en elf maanden lang gewerd mij het bericht: ziek, erger ziek, het einde nadert, gestorven! Ik veronderstel dat men niet kon schrijven: gevangen enz.... Het enig bericht uit Sittard, sinds de bevrijding ontvangen, vertelt niets van zulke lotgevallen zoals uw schrijven bevat. Het zou nu toch eens tijd worden dat men mij ten volle beschrijft alles wat er gebeurd is! De waarheid nog langer vermoffelen zal ik niet op prijs stellen".

Er waren andere serieuze zaken aan de gang. Na de oorlog bleek ook dat de financiële beslissingen, die pater Erkens eigenhan¬dig genomen had, niet altijd even verstandig geweest waren. Hij had voor grote bedragen eeuwigdurende fundaties aangenomen en dit geld belegd in riskante ondernemingen (film 'Upon this Rock' over het leven van Christus) en leningen. Ook raakte hij betrokken bij grondspeculaties en rechtszaken. Een gespannen verhouding met zijn provinciaal bestuur was daarvan het ge¬volg. Ook het generalaat en de ameri¬kaanse provincie raakten erbij betrok¬ken.

Pater Erkens had flair en veel contacten. Hij wist overal zijn weg te vinden. Dit had voordelen en gaf dikwijls ook klinkend resul¬taat. Doch het had ook wel eens nadelen. Door teveel aan de weg te timmeren met het risico om op het terrein van ande¬ren te komen, kun je wel eens vijanden maken en tegenspel krijgen. Zo moest hij in 1954, na 29 jaar, Chappaqua verlaten. Pater Erkens vond een nieuw onderkomen als "chaplain in the Novitia¬te of the Pallottine Sisters of the St. Mary's Convent" te Huntington in West Virginia. Hij bleef brieven schrijven, vrienden ontmoeten, en bedelen om misintenties. Ook onderhield hij goede contacten met Mgr. Paulissen, familievriend en zijn vroegere buurman te Abeokuta in Nigeria, nu rustend emeritus-bisschop van Kumasi. Toen diens neef Mathieu Florack, de meer nuchter en zakelijk ingestelde Hein Mondé, als provinciaal opvolgde, verbeterde de relatie van pater Erkens met het provinciaal bestuur. In 1961 kwam hij over naar Sittard om daar 'en famil¬le' zijn gouden priesterjubileum te vieren.

Tot oktober 1967 is pater Erkens rector bij de zusters Pallot¬tijnen te Huntington geweest. Wegens verplaatsing van het noviciaat naar een ander bisdom, werd hij door het bisdom bedankt voor bewezen diensten: hij was intussen bijna tachtig jaar! Hij bleef nog wat rondtrekken in de U.S.A., was tijde¬lijk rector van St. Mary's Hospital te Reno, Nevada, ter vervanging van zijn Maastrichtse vriend Dr. Willy Price, broer van Prof. Dr. Prick en logeerde bij vrienden te New York of Phoenix, Arizona.

In oktober 1970 kwam hij definitief terug naar Nederland en nam zijn intrek in het missiehuis te Cadier en Keer, sinds kort geslo¬ten als semina¬rie voor priesteroplei¬dingen, doch nog geen officieel erkend bejaardenhuis. Voorzie¬ningen hiervoor waren er dan ook nog niet. Er was b.v. geen lift in het ge¬bouw. Pater Erkens had contacten in de U.S.A. met de Brennink¬meyers en, trouw aan zichzelf, ging een brief met verzoek naar hen toe. In een vriendelijke brief kreeg hij een zakelijk antwoord:
"Wij begrijpen dat het voor u en uw confraters van groot belang is dat het klooster te Cadier en Keer bewoonbaar blijft ook als men wat moeilijker ter been wordt en wij willen dan ook gaarne medewerken om voor het klooster een gepaste oplossing te vinden.
Intussen hebben we ons hierover reeds in verbinding gesteld met pater G. Bles S.M.A., Provinciaal van uw orde, die heeft toegezegd om verdere informaties te zullen verschaffen".
Via hun stichtingen 'Benevo¬lentia', 'Clementer et Auguste' en nog een paar andere werd dit verder zakelijk afgehandeld en betaalden ze f. 60.000 voor de aanschaf van de eerste lift van het missiehuis. Dank zij pater Erkens!

Overleden.

Nog eenmaal is hij teruggeweest naar Amerika, in de zomer van 1972. Hij had een medische verklaring (waar het bestuur op geïnsisteerd had) van Prof. Dr. J. Prick, zenuwarts te Nijme¬gen, en broer van zijn Maastrichtse vriend Father Dr. W. Price.

Na terugkeer ging het snel achteruit. Op 8 december werd hij opgenomen in het Annadal zieken¬huis te Maastricht. Daar is hij, tien dagen na zijn 85ste verjaardag, overleden op 29 december 1972.

Tijdens de plechtige eucharistieviering in de kapel van het missiehuis op 3 januari 1973 citeerde provinciaal Bles in zijn homilie Bonhoef¬fer's gedicht van 1943, geschreven in de gevan¬genis: "Wie ben ik?"

"Wie was hij?
- Door zijn leeftijd was hij de meesten ver vooruit.
- Door zijn werkterrein leefde hij buiten het ge¬zichtsveld van de meesten van ons.
Wie was hij?
- Men zegt: hij was charmant... maakte gemakkelijk vrien¬den...
- Men zegt: .... ; men zegt ....; men zegt .....
Was hij werkelijk wat anderen van hem zeiden?
Wie was hij? De een of de ander? Was hij nu de een en morgen de ander? Was hij beiden tegelijk?
Och, is het eigenlijk van belang , dat WIJ hier een antwoord op weten?
Wie ik ook ben ... Gij kent mij ... IK BEN VAN U, MIJN GOD!".
Hierna werd pater Lambert Erkens, in tegenwoordigheid van confraters en familie, op het kerkhof van het missiehuis te ruste gelegd.

Bronnen:
- Archief Nederlandse Provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- Afrikaansch Missieklokje jrg. 1936, pg. 186.
- J. Vogel: Red and White Roses in Black Soil, pg. 107-109, 124 and 285;
- J. ter Linden in Onze Krant, april 1973.