Imprimer

Société des Missions Africaines - Province de Hollande

LENNERTZ Sjef né le 7 février 1917 à Maastricht
dans le diocèse de Roermond, Hollande
membre de la SMA le 15 juillet 1941
prêtre le 16 juillet 1945
décédé le 23 septembre 2001

1946-1970 archidiocèse de Cape Coast, Ghana
Winneba, Agona-Swedru, Besease
Helf-Assini, Sefwi-Asafo
1970-1971 Oosterbeek, vice supérieur
1971-1974 Kirchhoven, Allemagne, prêtre assistant
1974-1982 Gerderhahn, Allemagne, curé
1982-2001 Cadier en Keer, retiré

décédé à Cadier en Keer, Hollande, le 23 septembre 2001
à l’âge de 84 ans


Pater Sjef LENNERTZ (1917 - 2001)

Afkomst.

Wilhelmus Hubertus Josephus Lennertz, zoon van Petrus Hubertus Joseph Lennertz (+ 1938) en Johanna Pieters (+ 1943), werd geboren te Maastricht op 7 februari 1917. Hij was enigst kind. Zijn vader, geboren op 2 juni 1870 te Orsbach-Laurensberg, is , blijkens een ‘Entlassungsurkunde d.d. 29 juni 1888, afgegeven door de Königlichr Preussische Regierung te Aachen, uit het Duitse Staatsverband ontslagen.
Tijdens de tweede wereldoorlog werd daarom de juridische status van Sjef zorgelijk. Het hoofd van de Rijksinspectie van de Bevolkingsregisters in den Haag heeft op 20 maart 1942 bepaald dat
“ Lennertz, Jozef Wilhelmus, geboren te Maastricht op 7 februari 1917, een in het Rijk geboren, gewettigd, kind is, waarvan tijdens de geboorte de moeder den Staat van Nederlander bezat en de vader zonder nationaliteit was en dat derhalve aan Lennertz Jozef Wilhelmus een Persoonsbewijs voor een Nederlander moet worden afgegeven.”
Zonder persoonsbewijs kon je onder de oorlog geen bonkaarten krijgen voor voedsel en kleding.

Opleiding.

Na de lagere school ging Sjef, zoals hij genoemd werd, naar de St. Aloysius M.U.L.O.-school van de Broeders. In 1933 kwam hij naar het missiehuis te Cadier en Keer. Hij doorliep, als middelmatig student, de klassen van het kleinseminarie. In 1938 stierf zijn vader.
Wegens het uitbreken van de oorlog konden hij en zijn klasgenoten hun studies niet voortzetten te Hastings in Engeland. Er werd een alternatief gevonden en Sjef kon zijn philosophie beginnen te Aalbeek in een gehuurd klooster van de Jezuïeten in november 1939. Op 15 juli 1941 legde hij zijn eerste eed af en werd, drie jaar later permanent lid van de Sociëteit. Het deed hem veel pijn, dat hij, in 1943, ook zijn ziekelijke moeder moest verliezen. Twee van de tien seminaristen van zijn klas, afkomstig uit zuid-Limburg, konden na de bevrijding , spoedig hun studies hervatten. Sjef was een van hen en kon daarom reeds op 16 juli 1945 te Aalbeek door Mgr. Lemmens priester gewijd worden. De andere acht klasgenoten werden in maart 1946 priester gewijd.

Missionaris.

Op 13 mei 1946 vertrok pater Sjef Lennertz naar Afrika en werd benoemd voor het vicariaat van Cape Coast in de Goudkust. Winneba werd zijn eerste missiepost, waar hij assistent werd van pater Jan ter Linden. In dit uitgebreide district bevonden zich belangrijke buitenstaties zoals Apam, Dawurampong, Agona Swedru, Nyakrom en Awutu Beraku. Begin 1951 nam de Sociëteit voor Afrikaanse Missiën de parchie Winneba met missiehuis en een paar buitenstaties over, om daar het hoofdkwartier van de S.M.A. en hun tyrocium en rusthuis te gaan bouwen. In ruil daarvoor liet de S.M.A. een missiehuisje bouwen te Agona Swedru, dat in Januari 1951 geopend werd als hoofdstatie. Ook het uitgestrekte Agona- en Awutu district kwam nu onder deze nieuwe hoofdstatie. Op 20 januari 1951 vertrokken de paters ter Linden en Lennertz naar hun nieuwe parochie. Enkele maanden hierna ging Sjef voor zijn eerste vakantie naar Europa.

Na terugkeer ging hij eerst even naar Besease en werd, in februari 1952, benoemd voor Half Assini, waar hij vier en een half jaar lang de buitenstaties heeft bezocht met het openbaar vervoer, i.e. de lorrie (een voor personenvervoer aangepaste vrachtwagen), per boot of kano, of per voet. Denis Florack was de eerste paar jaar zijn pastoor en daarna de eveneens pijprokende Gradus Pot.

Na terugkeer van vakantie in Juni 1957 trof hij een bijna identieke situatie aan in een andere uithoek van het bisdom, het Sefwi-Asafo district, waarover Jan Koenders pastoor was en Sjef opnieuw een nog nauwelijks ontsloten district kreeg. Er waren enkele min of meer berijdbare wegen vanwege de houtindustrie, doch de meeste plaatsen waren slechts te voet te bereiken over bospaadjes. De streek was dun bevolkt en de dorpjes lagen op behoorlijke afstand van elkaar. Het gangbare systeem was, dat je op trek steeds een dorp voorbijging, om daaraan, op de terugweg een bezoek te brengen.
Regelmatig en getrouw bezocht pater Sjef Lennertz zijn buitenstaties, altijd volgens plan. Hij was ‘geprogrammeerd’, zou je kunnen zeggen. Aan het begin van elk kwartaal maakte hij zijn reisschema voor zijn bezoeken aan de buitenstaties en daar hield hij zich aan. Daar zou hij niet gemakkelijk verandering in aan brengen. Alles liep trouwens bij hem volgens een vast patroon, lang tevoren gepland! Zo had hij ook zijn vaste leefwijze, zijn eigen levensstijl. Hij was een man van weinig woorden, van vaste uitdrukkingen en gezegden. Hij rookte zijn pijp, at, dronk en werkte, volgens vast patroon. Ik zie hem nog staan op de veranda van het missiehuis te Half Assini,- als hij niet op trek was -, urenlang, rookte zijn pijp, en groette de mensen van of naar het land, die het missiehuis midden in het dorp passeerden. Hij groette iedereen met een joviaal ‘Ayikoo!’ en informeerde, zoals gebruikelijk, naar hun gezondheid. Dit werd door de mensen gewaardeerd: deze rustige missionaris, die, in tegenstelling tot de meeste blanken, eens geen haast scheen te hebben.

Na gewerkt te hebben in de uithoeken van het aartsbisdom, van Winneba en Swedru tot in Half Assini en Asafo, en zich met zijn beperkt vocabulair verstaanbaar probeerde te maken in het Fanti, Nzema en Sefwi, werd hij benoemd tot pastoor van Besease. Hier werd onder zijn pastoraat begonnen met de bouw van een nieuwe kerk.

In 1970 vierde hij zijn zilveren priesterfeest tijdens zijn vakantie in Nederland. Hij begon tevens, geprogrammeerd, uit te zien naar een pastoraat elders, terwijl hij intussen wat mee hielp in de administratie van de fondswerving in huize Tafelberg te Oosterbeek. Het werd Duitsland. Na een paar jaar assistent te Kirchhoven in het bisdom Aken, werd hij in 1974 benoemd voor de parochie van de H. Drievuldigheid te Erkelenz-Gerderhahn. In 1982 werd hij 65 jaar en opnieuw, geprogrammeerd, trok hij zich terug uit het actieve apostolaat en vestigde zich in het missiehuis te Cadier en Keer. Zolang zijn gezondheid dit toeliet, bezocht hij de SMA-huizen en collega’s, wereldwijd, en vierde, in 1986, met de andere negen klasgenoten, zijn en hun veertigjarig priesterjubileum.

Gestorven.

Tijdens zijn gouden priesterjubileum in 1995, kwam een koor uit de parochie Gerderhahn zingen tijdens de H. Eucharistie. Dit koor was opgericht tijdens het pastoraat van ‘Pfarrer Josef Lennertz’.
Hierna ging het gestadig achteruit met zijn gezondheid. Het lopen werd moeilijker en er traden verschijnselen van spierverlamming op. Maar hij was groots in zijn laatste, moeilijke en pijnlijke levensjaren. Hij aanvaardde zijn levenslot in gelatenheid, maar scheepte anderen niet met zijn leed op. De dames van de verpleging en verzorging had den diep respect voor de voorbeeldige wijze waarop hij omging met zijn leed en pijn, berustend en tevreden, nooit klagend. Een huisvriendin schreef na overlijden:
“We blijven ons pater Sjef herinneren, zittend in de stoel met z’n pijp, en uitkijkend op Maastricht, zijn geboortestad”.
Op zondag 23 september 2001 om 16.06 uur is hij vredig gestorven in het bijzijn van enkele confraters. Hij werd 84 jaar oud.
De uitvaartdienst vond plaats op 27 september en werd geleid door Arjen Rijpkema in concelebratie, waaraan ook zijn twee klasgenoten Engberink en Priems deelnamen. Provinciaal Jos Pijpers ging voor in de absoute en de tocht naar zijn laatste rustplaats.

Bronnen:
- Archief nederlandse provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- J. van Brakel in Onze Krant nr. 125, december 2001.