Imprimer

Société des Missions Africaines –Province de Hollande

MOONEN Sef né le 12 mars 1927 à Nuth
dans le diocèse de Roermond, Hollande
membre de la SMA le 15 juillet 1950
prêtre le 16 juillet 1956
décédé le 6 octobre 1990

1956-1958 Université à Rome, théologie dogmatique
1958-1968 Aalbeek, professeur au grand séminaire
1968-1973 Cadier en Keer, professeur
1973-1985 Heerlen, professeur
1958-1985 Hulsberg, en paroisse pendant les week-ends
1985-1986 année sabbatique au Ghana
1986-1988 Kumasi, Frères Maristes
1988-1990 Cape Coast

décédé à Assin Foso, Ghana, le 6 octobre 1990,
à l'âge de 63 ans


Pater Jef MOONEN (1927 - 1990)

Afkomst.

Servatius Gerardus Jozef Moonen, zoon van Johannes Moonen (+ 1968) en Maria Helena Gardeniers (+ 1986), werd geboren te Hunnecum op 12 maart 1927 als oudste in een gezin van 6 kinde¬ren, waarvan 2 meis¬jes. Het gezin verhuisde naar Nuth, slechts enkele kilometers verderop. Vader was werktuigkundi¬ge aan de staat¬smijn Emma. Later werd hij daar hoofd van persone¬le zaken en was tevens enkele jaren lid van de gemeen¬teraad van Nuth.

Opleiding.

Sef, Jef, of Sjef, zoals hij zelf altijd zijn brieven onderte¬kende, ging na de lagere school, in navolging van zijn oom Louis, naar het seminarie te Cadier en Keer in september 1940. Reeds na een jaar moest hij vanwege gezondheid zijn studies een jaar onder¬breken en verloor opnieuw een studiejaar vanwe¬ge oorlogsom¬standigheden in 1944¬/45. In 1948 ging hij naar Aalbeek voor de studie van philos¬ophie en theologie. Op 15 juli 1950 werd hij door eedaflegging lid van de Socië¬teit. Hij ontmoette opnieuw tegenslag, toen aan het eind van zijn eerste jaar theologie bij een van de seminaristen (nl. Arjen van Balen, die jaren later zou voorgaan bij de herdenkingsdienst van Sjef) tuberculosis gecon¬stateerd werd. Iedereen werd hierop naar het consultatiebureau gestuurd, waar Sjef eruit gepikt werd met een 'caverne in de rechter boven¬long'. Hij werd opgenomen in het sanatorium Hornerheide en, na meer dan een jaar 'kuren' uiteindelijk geopereerd. Na een omnderbreking van twee jaar kon hij zijn studies weer voort zetten.
Op 16 juli 1956 zijn hij en zijn klasgenoten door Mgr. Paulis¬sen priester gewijd in de parochiekerk van Nuth, op speciaal verzoek van de pastoor van Nuth vanwege Sjef.

Missionaris.

Vertrek naar Afrika zat er niet in. Sjef was een goed student met speciale belangstelling voor technische vakken. Doorstude¬ren zou dus wel zijn benoeming worden. Wiskunde hoorde zeker tot de mogelijkheden. Het werd dogmatische theo¬logie. Hiuj ging naar Rome waar hij aan de Angelicum universiteit op 23 juni 1958 zijn licentiaat in theologie 'magna cum laude' haalde. Hierna volgde zijn benoeming tot professor in de dogmatiek en liturgie aan het seminarie te Aalbeek. Tevens werd hij week-end assistent in de parochie Hulsberg en is dat steeds blijven doen tot zijn vertrek naar Afrika.

Sjef heeft een zeer bewogen leven meegemaakt. De kerk raakte in beweging. Het vaticaans concilie vond plaats. De geloofs¬leer werd opnieuw doordacht en geformuleerd. Dus was er werk aan de winkel voor de theologen. In Nederland werd een pasto¬raal concilie gehouden te Noordwijkerhout. Velen raakten begeesterd en zagen een nieuwe toekomst. Er groeide een ander kerkbeeld. Doch er kwam ook verzet. Velen zagen het niet zitten en wilden geen verandering. Polarisatie nam toe en men begon elkaar te beschuldigen, soms zelfs verketteren. Pries¬ters traden uit en seminaries liepen leeg. Midden in dit tumult stond de jonge enthousiaste theoloog. Aalbeek kwam in een samenwerkingsverband met Valkenburg (sscc) en Wittem (CssR). Met het bisdom Roermond vormden ze een Hogeschool voor Theologie en Pastoraat te Heerlen. Sjef werd daar docent dogmatiek.

Intussen had hij al heel wat ervaring opgedaan, ook internati¬onaal. In 1962 was hij uitgenodigd door Duquesne University te Pittsburg in de Verenigde Staten om daar gastcolleges te geven. Van juli tot sept. 1965 was hij in Ghana waar hij in meerdere bisdommen de priesterretraites heeft gepreekt.
Het jaar 1968 werd een belangrijk jaar. Gerard Bles werd gekozen als nieuwe provinciaal overste en Jef kwam in het bestuur als een van de bestuursleden. Het seminarie te Aalbeek werd gesloten en Sjef verhuisde naar het missiehuis te Cadier en Keer, vanwaar hij geregeld naar Heerlen ging om te doceren en naar Hulsberg en Aalbeek om te assisteren of voor te gaan in de zondagsdienst in de kapel van het seminarie, die gewoon doorging, ook toen het seminarie verhuurd was aan de Stichting Gastarbeiders Maastricht. Dit heeft mede bijgedragen aan de acceptatie en integratie van deze gastarbeiders in de dorpsge¬meenschap van Aalbeek. Sjef heeft trouwens steeds een actieve rol gespeeld in de dorpsgemeenschap, werd geestelijk adviseur van de voetbalclub Aalbeker Boys ("Wat dat in hilt, weit ich ouch neet. Ze höbbe mich gevroag en toen höb ich jao gezag"), en was betrokken bij het tot stand komen van het gemeenschaps¬huis. Het seminarie is intussen afgebroken, doch ter gerinne¬ring staat bij de oude hoofdingang nog steeds het zuiltje met opschrift: "Aalbeek - centrum orbis". Na het overlijden van pater Moonen schreef oud-s.m.a.-student en Aalbekenaar Huub Keulen in 'Geulrand' nr . 33 van januari 1991 een 'In memoriam Sef Moonen s.m.a.', die hij kopte met de slotzin van het bidprentje: 'Zijn inspiratie, enthousiasme en visie zullen we missen'.

De hoofdtaak van pater Sjef Moonen was het doceren van de dogmatische theologie aan de HTP te Heerlen, doch tevens om als S.M.A.-bestuurslid expressie te geven aan het beleid aangaande de Hogeschool. Vanaf het begin heeft de S.M.A. gesteld, dat de missionaire dimensie uitdrukkelijk vorm en inhoud moet krijgen in de HTP. Daar heeft Sjef zich voor ingezet. Steeds trok hij ten strijde als missionaire idealen, zoals hij die zag, in het geding kwamen. Hij probeerde voort¬durend de tekenen van de tijd te verstaan, de leer te spiege¬len aan de bevrijdende boodschap van de Man uit Nazareth, die hij dan ook onverbloemd en soms wat vierkant formuleerde. Met dezelfde inzet en overtuiging, vuur en begeestering, vastbera¬denheid en vasthoudend als zijn heeroom Louis zette Sjef zich in voor zaken, die hem heilig waren. Er zijn nauwelijks ver¬schillen tussen deze twee aan te duiden, behalve dan een genera¬tie¬kloof met de veelal daarbij behorende visies op geloof en kerk.

In 1973 nam pater Sjef Moonen deel aan de algemene vergadering in Rome en werd hij tijdens de provinciale vergadering, waar hij sinds 1968 steeds aan heeft deelgenomen, herkozen in het S.M.A. provinciaal bestuur. In Heerlen werd een pand aange¬kocht in de Klompstraat, waar Sjef ging wonen met de missio¬naire geïnteresseerde studenten: Hans van de Ven, Jacques Smeele, Ton Storcken en anderen. Van hieruit werden allerlei initiatieven ondernomen.
Sjef raakte steeds meer, en op allerlei wijze, betrokken bij het missionaire gebeuren in Nederland en bij de Kerk in Lim¬burg. Zonder compleet te willen zijn, noemen we: het Missio¬nair Centrum, het Afrika Centrum, Pastorale School Mijnstreek, missionaire stages van de UTP, Overleg Mondiale Vorming in Limburg, Buro Internationale Solidariteit (BIS), Open Kerk, Nederlandse Missieraad met vooral het Bureau voor Personele Assistentie. De meeste leden van deze instellingen hadden een andere kerkvisie dan het officiële beleid in het bisdom Roer¬mond onder bisschop Gijsen. Ook Sjef Moonen raakte hier¬door onvermijdelijk verwikkeld in deze problematiek en de daaruit voortkomende polarisatie.

Ook ijverde pater Moonen voor de parti¬cipatie van leken in het missio¬nair gebeuren. Hiervoor werd een pand in de Kruis¬straat te Heerlen aangekocht en later het Hesselleplein, waar de zoge¬naamde 'Pleingroep' heel wat bij¬eenkomsten heeft gehou¬den. Het CMPA is een verdere uitwer¬king van dit idee.
"Sjef was een uitstekend docent, maar geen professor. Zijn feitelijke hart lag bij het missionaire werk en de missionaire opleiding. Het ging hem om de inzet van mensen en de theologische reflectie daarop, niet om reflectie omwile van de reflectie".
In dezelfde gedachtenisdienst op de UTP zei Professor Rogier van Rossum cssr (oud-rector en hoofd van de vakgroep missio¬logie):
"Hij kon ontzettend op studenten vertrouwen, dwz. ook hén het nodige vertrouwen geven. Zijn Klomstraathuis en zoijn Kruisstrathuis zijn ettelijke jaren echte leerscholen geweest, waar het ook best weleens fout mocht gaan, omdat het engagement van de bewoners binnen de Heerlense ver¬houdingen onovertroffen was".
Sjef wist op overtuigende wijze het leven en de leer te ver¬binden door het te belichten tegen de kern van Jezus' bood¬schap. Doch hij leed aan de Kerk, heel erg, en in de tachtiger jaren werd hij het strijden moe: hij leek te zijn uitgeblust.

In 1985 kreeg hij een kans zich in Afrika te gaan oriënteren en tevens weer wat retraites te preken voor priesters en het steeds toenemend aantal religieuzen. Van de UTP kreeg hij een sabbatical en van hret S.M.A.-bestuur de uit¬drukke¬lijk op¬dracht om na een jaar terug te komen en dan pas een beslis¬sing te nemen. Hij vertrok in september 1985 naar Ghana. Het werden bewogen maanden. Een mogelijke functie als opvolger van Jo Leferink op het Pasto¬raal Centrum ging niet door, waaraan het 'imago' van de neder¬landse theolo¬gen niet geheel vreemd zal zijn geweest. Ook kreeg hij bericht van het overlij¬den van zijn moe¬der, waar hij altijd zeer veel voor betekend had. In juni 1986 kwam hij terug in Nederland ..... om terug te gaan! Er ont¬stond een nieuw élan, een nieuwe uitda¬ging. Bij Mgr. Sarpong in het bisdom Kumasi was hij van harte welkom. Hij vond onderdak bij de Broe¬ders Maristen (Nigeria¬nen) te Sabin-Akrofrom (Tre¬de) bij Kumasi, die daar hun novi¬ciaat hadden. Naast chaplain van deze communiteit werd hij secreta¬ris van de 'Conference of Major Superiors in Gha¬na'. Hierover was al dikwijls gesproken door de hogere over¬sten van de religieuzen in Ghana, doch door gebrek aan een geschikte kandidaat, die hiervoor beschikbaar was, was het er nog niet van gekomen. Vol ijver is Joe, zoals hij in Ghana door niet-nederlanders ge¬noemd werd, hier¬aan begonnen, eerst alleen voor de mannelijke en spoe¬dig hierna ook voor de vrouwelijke religieuzen. Daar¬naast was hij steeds actief bezig. Armen en zieken hadden zijn speciale aandacht. Vooral voor kreupelen en slechtzienden heeft hij veel gedaan. Als hobby had hij het verzamelen van spreuken, gezegden en wijsheden, zoals die in Ghana dikwijls op lorries en auto's geschilderd werden: een uiting van de zielsberoerselen van de mensen.

Begin oktober 1988 ver¬huisde hij van Ashan¬ti naar Cape Coast, waar de S.M.A. in Adisadel de be¬schikking kreeg over het huis van Mrs Hawe, weduwe van een britse tro-penarts. Intussen hadden de bisschoppen hem ook leren kennen en waarde¬ren en werd hij uitgenodigd om tevens te gaan doceren aan het nabij¬ge¬legen grootseminarie te Pedu.

In 1989 kwam hij op vakantie naar Nederland en tevens om deel te nemen aan de provinciale vergadering. Hij werd een stuwende kracht in de voorbereiding hiervan en hield in de openingsses¬sie een toespraak, die een beleidsbepalende invloed op de vergadering zou hebben. Hij was gelukkig met de keuze van zijn pupil tot provinciaal overste. Zelf werd hij, na zes jaar afwe¬zigheid, ook opnieuw gekozen als bestuurslid en lid van het Dagelijks Bestuur in Ghana (DBG).

Overleden.

Het werd een korte periode. Vol plannen ging hij terug naar Ghana. Hij werd benoemd tot lid van de S.M.A. theological Commission, die in april 1990 te Rome vergaderden. In juli kwamen zijn twee zussen en zwager bij Sjef op bezoek in Ghana. Vol enthousiasme heeft hij hen rondgeleid. In september 1990 ging hij naar Winneba voor de jaarlijkse S.M.A. bestuursverga¬de¬ring. Daar schreef hij, op 16 september, een brief naar Brother Michael, dat hij aan het eind van de maand in Kumasi zou zijn. Ook vermeldde hij, dat daags ervoor aartsbisschop Amissah hem gevraagd had als voorzitter van de voorbereidings¬kommissie in het bisdom voor de Afrikaanse Synode. Het zou heel anders verlopen.

Tijdens de vergadering werd Sjef ernstig ziek. Wim Jansman bracht hem naar het ziekenhuis te Assin-Foso. Na aanvankelijke hoop is hij daar op 6 oktober 1990 op 63-jarige leeftijd overleden. Father J. Magnus Attah had hem tevoren de ziekenzal¬ving toegediend. De arts van het ziekenhuis Dr. Ton van Haas¬tert schreef op 11 oktober naar de Regionaal overste te Winne¬ba:
"Op zaterdagmorgen 6 oktober is Sjef plotseling enorm achter¬uitgegaan. Ditmaal was niet het falen van de lever de oorzaak, maar zijn hart. Hij raakte in diepe shock omdat zijn hart het bloed niet meer goed kon rondpompen. Weliswaar werd hij weer aanspreekbaar toen hartspierfunc¬tieversterkende medicijnen werden toegediend, maar om 11.55 uur a.m. overleed hij toch uiteindelijk, klaarblij¬kelijk vanwege een hartinfarct. Zr. Angeles en ik zijn die ochtend niet van zijn zijde geweken".

Op 12 oktober 1990 vond de plechtige uitvaartdienst plaats in de kathedrale kerk te Cape Coast. In zijn preek memoreerde provinciaal Storcken de hoofdpunten van zijn leven en bena¬¬drukte Sjef's missie-ideaal:
"Father Joe Moonen's idea about mission was, above all, to respect and to live, as equals in the same way, our Catholicity. He strongly believed that the missionary, in the year 2000, is the man or woman who knows, above all, how to learn from and to listen to our brothers and sisters abroad, and is not in the first place the man or woman, the priest or religious, who knows everything, and is talking, instructing, directing and giving orders. Missi¬on, he said, is not a ONE WAY traffic".
Hierna werd de kist door zijn collega's de kerk uitgedragen en vervoerd naar de be-graafplaats Assagyano nabij Brimso.

Gelijktijdig vond in de overvolle kapel van het missiehuis te Cadier en Keer, in het bijzijn van zijn broers en zusters en verdere familie, talloze collega's, vertegen¬woordi¬gers van de UTP, de missionaire wereld in Nederland, kortom van alle kerke¬lijke en maatschappelijke groeperingen waar Sjef mee te maken had gehad, een indrukwekkende herden¬kingsdienst plaats. Vanwege afwezigheid van de provinciaal, die nog in Ghana was, ging zijn goede vriend Arjen van Balen voor in de dien¬st. Zijn homilie sluit hierbij aan.
Diezelfde avond herdachten ook de parochianen van de H. Cle¬mens te Hulsberg hun trouwe assistent, voor meer dan 25 jaren. Ook de UTP-ers herdachten hun oud-professor. Talrijk waren de con¬doléances, die bij het S.M.A.- bestuur binnenkwamen.

Bronnen:
- Archief nederl. provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- De Limburger, o.a. 29.03.1985; 17.08.1989;
- Huub Keulen in Geulrand nr. 33, januari 1991
- P. Nelen in ComMuniCatie C.M.C. nr. 117, nov. 1990.