Imprimer

Société des Missions Africaines –Province de Hollande

JOOSTEN Gerard né le 6 mai 1917 à Huissen
dans le diocèse d'Utrecht, Hollande
membre de la SMA le 15 juillet 1941
prêtre le 24 mars 1946
décédé le 17 octobre 1992

1946-1948 propagandiste
1948-1951 Aalbeek, aide économe
1951-1954 Herlear, économe
1951-1963 missionnaire au Ghana
Takoradi, Winneba, Tekyiman
Jamasi, Mil-Ahafo
1963-1979 Cadier en Keer, Afrika Centrum
1979-1991 Cadier en Keer, retiré
1991-1992 Warmond, retiré

décédé à Leiden, Hollande, le 17 octobre 1992,
à l'âge de 75 ans


Pater Gerard JOOSTEN (1917 - 1992)

Afkomst.

Gerardus Anthonius Joosten, zoon van Wilhelmus Joosten (1864 - 1932) en Bernardina Schopman (1875 - 1960), werd geboren te Huissen op 6 mei 1917 als een nakomertje, vier jaar na zijn jongste zusje, in een kinderrijk gezin, waarvan er vier als kind overleden, doch vijf jongens en twee meisjes de volwassen leeftijd bereikten.

Opleiding.

Op zestienjarige leeftijd ging Gerard in 1933 op studie naar Nieuw Herlaer te St. Michielsgestel. Het jaar ervoor was zijn vader overleden. Na drie jaar studie ging hij naar Cadier en Keer voor de laatste drie jaar van zijn middelbare opleiding. Hij stond klaar om naar Engeland te gaan voor zijn hogere studies, toen de oorlog uitbrak in 1939. In november kon de studie van de philosophie beginnen in het voormalig Jezuïeten¬klooster te Aalbeek. Op 15 juli 1941 werd Gerard door eedaf¬legging tijdelijk lid van de Sociëteit. Hoewel wat onafhanke¬lijk, was men toch goed over hem tevreden en werd hij blijvend lid door aflegging van de eeuwige eed op 15 juli 1944. Daags erna werd hij door Mgr. van Roosmalen CssR subdiaken gewijd, doch hij moest daarna, vanwege het oorlogsgeweld, de studie bijna een jaar onderbre¬ken. Gedurende de maanden oktober -november 1944 heeft hij regelmatig onder granaatvuur gelegen en de 'shell-shock' opgedaan. Mogelijk heeft dit zijn hele verdere leven beïnvloed. Hij had veel last van slapeloos¬heid en kwam onder behandeling van psychiater Dr. de Jong in Heer¬len. Hij werd, op 24 maart 1946, in de paro-chiekerk van Huls¬berg door Mgr. Lemmens tot priester gewijd. De semina¬riestaf had zich echter al afgevraagd of hij meteen na de wijding al naar de missie zou kunnen. Blijkbaar heeft het bestuur daar rekening mee gehouden.

Missionaris.

Pater Gerard Joosten werd benoemd tot propagandist. Na twee jaar volgde zijn benoeming tot assistent econoom te Aalbeek om pater Jan Vaes, die de overste/econoom van het seminarie was, bij te staan. Deze samenwerking werd geen onverdeeld succes, omdat Gerrit toch wat te zelfstandig en onafhankelijk handel¬de. Na terugkeer uit Lourdes in augustus 1951, ontving hij zijn benoeming voor de missie, doch volgens zijn schrijven aan de provinciaal, ried psychiater de Jong, waarbij hij nog in behandeling was, hem dit sterk af.

Kort hierna, in september 1951, raakte hij betrokken bij een ongeval met dode¬lijke af¬loop. Na zijn terugkeer uit Lourdes had hij een wagen gehuurd en was met pater Dodenbier en een paar ken¬nissen naar Huissen geweest. Op de terugweg had hij in Mook een fietser aangere¬den, die een dag later aan de gevolgen hiervan was overleden. Gerard had geprobeerd dit ongeval voor zijn confraters stil te houden, maar dit was toch tot Aalbeek doorgedrongen. Hierop volgde zijn over¬plaat¬sing naar Nieuw Herlaer, waar hij bleef tot de sluiting van deze opleiding in 1954. Toen ontving hij opnieuw een benoeming voor Afrika!

In maart 1955 kwam hij in Ghana aan en begon als assistent in de parochie van Takoradi bij pastoor Denis Florack. Doch Gerard begon al vrij snel hierna te sukkelen met zijn gezond¬heid. In november 1955 heeft regionaal overste Ben Gootzen hem naar Winneba gehaald, doch vond terugkeer naar Nederland niet noodzakelijk. Pater Gootzen was daar bezig met het bouwen van het tyro¬cinium, dat tevens zou dienen als rust- en hersteloord voor vermoeide en zieke missionarissen. Gerard was een facto¬tum, een 'knutselaar' zoals de overste van Aalbeek dat had geduid, iemand die handig was met zijn handen en daarmee ook graag bezig was. Hierin vond Gerard ook in Winneba de nodige afleiding en voldoening.

In februari 1956 was hij zover hersteld dat hij opnieuw wilde proberen een start te maken. Hij werd aangenomen door Mgr. van den Bronk in het bisdom Kumasi, waar een vacature was ontstaan te Techiman. Lambert Meurders werd benoemd als leraar te Amisano en in zijn plaats werd Gerard Joosten nu asslstent bij Willie Huisman. In november 1957 volgde zijn benoeming voor Jamasi, waar Pieter Bootsma overste was en tevens belast met het 'preparatory seminary'. Van hieruit heeft hij het district bewerkt en ook de parochie overgenomen tijdens de vakantie van Pieter Bootsma in 1959, om daarna zelf op vakantie te gaan.
Het missiehuisje in de buitenstatie Fawoade, waar Thaus van den Berg in 1998 zijn intrek nam, werd indertijd daar door pater Joosten gebouwd. In september 1962 volgde zijn benoeming tot pastoor van Mim. In april 1963 keerde hij terug naar Nederland. Physiek (bronchitis), doch vooral psychisch scheen Afrika toch niet de juiste plaats voor hem te zijn.

Terug in Nederland werd hij benoemd tot medewerker van het Afrika Centrum te Cadier en Keer. Hier heeft hij jarenlang goed samengewerkt met Jan Gooren. Als 'chef de Bureau' heeft hij, vooral ten tijde van de verkoop- en ruilbeurs, zich ingezet om de zaken te regelen. Hier kon hij werken met een grote mate van zelfstandigheid. Zijn technische vaardigheid kwam hem hier goed van pas. Ook de huisgenoten mochten, indien gewenst, hiervan profiteren. Wel begon hij steeds meer zijn eigen leven te leiden, onafhankelijk van de communiteit.

Met de reorganisatie van het Afrika Centrum en SIVOS, kwam er een eind aan de medewerking van Gerard aan het Centrum. Jan Gooren was reeds uit het Centrum vertrokken naar 'Missio' in Aken. Op 1 januari 1979 werd pater Joosten officieel rustend. Vanwege de erfenis van zijn ongetrouwde broer kon hij zich veroorloven de trotse bezit¬ter te zijn van een volkswagentje met het regis¬tratienummer NL-40-00, waarover hij vaak rijmde: vier met 3 nullen, daarover niet l.....; met liefde en plezier heeft hij aan dit wagentje ge¬sleuteld en hiermee door het land getoerd naar dikwijls onbekende bestemmingen.

Overleden.

Zijn leven werd er niet gemakkelijker op. Hij scheen de regie ervan steeds meer kwijt te raken. Hij werd een probleem.... voor hemzelf en voor anderen. Tenslotte moest het bestuur een beroep doen op deskundige hulp. Sinds december 1991 werd hij liefdevol verzorgd in het kloosterbejaardenoord 'Mar¬iëngaer¬de/ Mariënweide' te Warmond, met een eigen verpleegafdeling.
Op 10 oktober 1992 belde de directeur van dit verpleeghuis te Warmond, dat pater Joosten was opgenomen in het diakonessen¬ziekenhuis te Leiden. Zijn toestand was niet direct alarme¬rend. Op de 14de belde hij opnieuw, dat pater Joosten ook longontsteking had gekregen, en dat hij niet reageerde op de toegediende penicilline en dat ze hem daarom uit voorzorg de ziekenzalving hadden toegediend. Wiel van Eijk heeft hem de 16de nog in het ziekenhuis in Leiden bezocht. De volgende morgen, 17 oktober 1992, is pater Gerard Joosten 's morgens om 7.00 uur, rustig overleden. Hij werd 75 jaar. Wiel van Eijk, die nog in het westen van het land was, is meteen teruggegaan naar Warmond en Leiden om de uitvaart en begrafenis te rege¬len.

De uitvaartdienst vond plaats in de kapel van het missiehuis te Cadier en Keer. Pater Wim Ruikes ging voor in concelebra¬tie. Het werd geen drukke begrafenis. Alle broers en zusters van Gerard waren intussen overleden. Een tiental neven en nichten uit Huissen en omgeving kwamen voor zijn uitvaart naar het zuiden. Provinciaal Ton Storcken ging voor in de absoute, waarna Gerard begraven werd naast zijn goede vriend Jan Goor¬en, waarmee hij heel wat zaken, lief en leed, besproken en gedeeld heeft.

Bronnen:
- Archief nederl. provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- Onze Krant nr. 94, december 1992.