Imprimer

Société des Missions Africaines - Province de Hollande

BRUINSMA Andreas né le 8 mai 1918 à Winschoten
dans le diocèse de Groningen, Hollande
membre de la SMA le 15 juillet 1941
prêtre le 24 mars 1946
décédé le 20 octobre 1993

1946-1949 Rome, études en droit canonique
1949-1964 Aalbeek, grand séminaire, professeur
1952-1958 Conseiller provincial
1964-1970 Valkenburg, Theologicum
professeur de droit canonique
1970-1980 Cadier en Keer, prédicateur de retraites et
directeur spirituel chez des Sœurs
1980-1993 Cadier en Keer, retiré

décédé à Cadier en Keer, Hollande, le 20 octobre 1993
à l’âge de 75 ans


Pater Andries BRUINSMA (1918 - 1993)

Afkomst.

Andreas Bruinsma, zoon van Johannes Bruinsma (1873 - 1945) en Hendrina Dijkstra (1875 - 1960) werd geboren te Winschoten op 8 mei 1918 en daags erna gedoopt in de parochiekerk van St. Vitus. Andries was de jongste in een gezin van acht kinderen.
Als kind is hij, met de familie, verhuisd naar Roodhuis bij Sneek.

Opleiding.

Na de lagere school te Roodhuis doorlopen te hebben van 1924 - 1932, ging Andries in 1932 naar het kleinsemi¬narie Nieuw Herlaer te St. Michielsgestel. Daar heeft hij op 25 februa¬ri 1933 het sacrament van het H. Vormsel ontvangen. Dit werd hem toegediend door de veertien dagen eerder gewijde bisschop Mgr. Paulissen, tijdens diens eerste officiële bezoek aan Nieuw Herlaer. Andries had een langzame start en moest, mede vanwege achterstand in de vooropleiding, een jaar double¬ren. In 1936 ging hij naar het missiehuis te Cadier en Keer voor de laatste drie jaren van zijn middelbare opleiding.

Hij zou in september 1939 naar Hastings gaan voor de hogere studies van philos¬ophie en theologie, doch het uitbreken van de wereldoorlog verhinderde dat. In november 1939 kon hij zijn studies voortzetten in het gehuurde gebouw van de paters Jezuïeten te Aalbeek bij Hulsberg. Op 15 juli in 1941 en 1944 legde hij resp. de tijdelijke en eeuwige eed af, waardoor hij lid van de Sociëteit werd. Na zijn subdiakonaatswijding te Aalbeek op 16 juli 1944 door Mgr. van Roosmalen CssR, ging hij op vakantie naar Friesland, doch dit zou daar een overwinte¬ring worden. Het zuiden van het land werd bevrijd en terugkeer was onmogelijk. Pas na Pasen 1945, toen ook noord-Nederland bevrijd was, kon de studie voortgezet worden. Op 24 maart 1946 werd hij in de parochiekerk te Hulsberg door Mgr. Lemmens tot priester gewijd, samen met zeven andere klasgenoten.

Missionaris.

Op het seminarie was men zeer positief in het oordeel over deze seminarist: ernstig en devoot, bescheiden en zeer voorko¬mend en gemanierd. Voordat hij de eeuwige eed afleg¬de, had overste van Heesewijk gerap¬porteerd:
"Hij heeft een helder verstand en is geschikt om later door te studeren, doch philosophie of theologie lijkt me beter voor hem dan 'humaniora'. Hij studeert hard en werkt methodisch. Hij is praktisch van oordeel, scherp en helder, goed in alle vakken vooral in Kerkelijk Recht".

Wel werd genoteerd, dat hij zwaarmoedig was en gesloten van karakter. De staf vond hem wat geaffecteerd in optre¬den met een lach die gemaakt leek. Naar hun oordeel was hij wel een persoonlijkheid, principieel, punctueel en met doorzettings¬vermogen. Zijn benoeming luidde dan ook: studie kerkelijk recht te Rome.

Van november 1946 tot juni 1949 heeft pater Bruinsma in Rome aan de 'Pontificium Athenaeum Lateranense' kerkelijk recht gestu¬deerd. In juli 1947 haalde hij het baccalaureaat en in juni 1948 het laureaat. Zijn proefschrift heeft hij niet af kunnen maken, want reeds in juni 1949 ontving hij een schrij¬ven van de provinciaal:
"Daar u dit schooljaar uw studies in Rome zult beëindi¬gen, deel ik u mede dat u voor het volgend schooljaar, i.e. september 1949, beschikbaar wordt gesteld aan de staf van ons seminarie te Aalbeek. Voor de vakken die te doceren zijn, gelieve u in verbinding te stellen met de studieprefect van Aalbeek, pater W. van Hout".
Tijdens de zomervakantie van 1947 was hij een paar weken voor onderzoek in het ziekenhuis te Leeu¬warden geweest, waar phy¬siek geen aanwijsbare ziektes konden worden geconstateerd, doch hem wel uitdrukkelijk werd geadvi¬seerd het wat kalmer aan te doen.

Zijn opdracht in Aalbeek was Toon van der Weijden, die benoemd was voor het seminarie in Ghana, te vervangen als leraar kerkelijk recht. Met het vertrek van Wim van de Laar naar Afrika in 1960 kwam hierbij ook nog een gedeelte van de mo¬raal, m.n. ethica. Hij was een harde werker en een goede compilator, doch blijkbaar te bang of voorzichtig om met eigen inzichten of standpunten voor de dag te komen. Steeds werden aan de seminaristen citaten van bekende auteurs gedicteerd.

In 1951 - 1952 was Dries, zoals hij gewoonlijk door collega's werd genoemd, lid van de commissie ter voorberei¬ding van de nieuwe S.M.A.- Constituties. De canonisten en experts van de Sociëteit werden hiervoor zelfs een veertien dagen naar Rome geroe¬pen. De Constituties, die tot die tijd altijd in het frans waren ge¬weest, werden nu voor het eerst in het latijn samenge¬steld.

Tijdens de provinciale vergadering van 1952 werd hij gekozen tot lid van het pro¬vinciale raad. Zijn kennis van het recht is hierbij mogelijk ook van invloed geweest. In 1958 moest hij echter hierin plaats maken voor Wim van Hout. Men wilde wel een academicus in de raad, doch Dries was blijkbaar toch te punctueel en rechtlijnig in denken en handelen. Vanaf 1960 kreeg hij wel de hele moraal te doceren.

Toen in 1964 het samenwerkingsverband tussen de seminaries van de paters van de Afrikaanse Missiën (Aalbeek), H.H. Harten (Valkenburg) en Redemptoristen (Wittem) tot stand kwam in het consortium AVW, werd pater Andries Bruinsma benoemd als pro¬fessor kerkelijk recht. Dit consortium ontwikkelde zich tot de Hogeschool voor Theologie en Pastoraat (HTP) te Heerlen. Tevens was hij, na eerst enkele maanden Magister Spiritus geweest te zijn, van september 1964 tot juli 1967, huiseconoom van het seminarie te Aalbeek.

De situatie in de priesteropleiding was snel aan het verande¬ren. De aandacht en interesse van pater Bruinsma werd de laatste jaren steeds meer in beslag genomen door de zielzorg voor vrouwelijke religieuzen en het geven van retraites aan hen. Ook werd hij steeds vaker gezocht als geeste¬lijke leider van zowel reli¬gieuze communi¬teiten als van individuele zus-ters. Dries meende te moeten kiezen: òfwel het retraitewerk voor verreweg het grootste gedeelte los te laten, òfwel zijn taak aan de HTP op te geven. Hij schreef naar het bestuur van de HTP:
"Aangezien de ontwikkeling op de Hogeschool in een rich¬ting gaat, waarin vakmatige behandeling van het Recht steeds moeilijker geplaatst kan worden en tevens de thematische behandeling - naar ik meen - ook door een dogmaticus, ethicus en/of socioloog gegeven kan worden, heb ik, na alles ernstig overdacht en met Rector Dr. J. Bosch doorgepraat te hebben, besloten mijn ontslag als docent in het kerkelijk recht en in de inleiding burger¬lijk recht van de genoemde Hogeschool aan te bieden".

Aalbeek werd intussen gesloten en in oktober 1970 verhuisde pater Bruinsma naar het missiehuis te Cadier en Keer, van waaruit hij zijn retraitewerk voortzette. Sinds zijn terugkeer uit Rome had hij ook een 'vas¬te' biechtstoel in de St. Pancra¬tius¬kerk te Heerlen, waar hij iedere zaterdag¬middag ging biechtho¬ren, om op deze manier theorie te kunnen baseren op praktijkervaringen. Dit werd een veel bezochte biechtstoel!
Op medisch advies moest hij echter zijn werkzaamheden inkrim¬pen. Sinds 1976 begon hij met de afbouw en in 1979 nam hij, na dertig jaar, afscheid van 'zijn biecht¬stoel' in Heerlen. In 1980 moest hij stoppen met alle activi¬teiten.

Gestorven.

Moeilijke jaren wachtten hem nog. Physiek bleef hij in goede conditie, maar hij begon steeds meer te lijden aan geheugen¬stoornis. Hij was nog aanwezig bij de reünie van de voltallige klas bij gelegenheid van hun veertigjarig pries¬ter¬feest in 1986. Daarna ging het snel bergafwaarts. Hij werd steeds meer afhan¬kelijk van anderen. Een uitgebreid hersenon¬derzoek wees uit dat delen ervan waren aangetast door een aantal kleine herseninfarcten en daarom niet meer functio¬neerden. Een medi¬sche correctieve behandeling was niet mogelijk evenmin als preventie van mogelijke herhaling van kleine herseninfarcten. Opvang en verzorging werden ook een steeds grotere opgave voor het verzorgend personeel.

Op 18 oktober 1993 kreeg Dries opnieuw een hersenbloeding en werd bedlegerig. De volgende dag werd reeds duidelijk dat het eind in zicht leek en hebben collega's die nacht bij hem gewaakt. Op 20 oktober 1993, om half drie in de namiddag is pater Andries Bruinsma overleden. Hij werd 75 jaar.

Op 25 oktober 1993 vond in de kapel van het missiehuis te Cadier en Keer de plechtige uitvaartdienst plaats. Wiel van Eijk ging voor in concelebratie. Provinciaal Ton Storcken verrichtte de absoute. Verschillende zustercongregaties waren bij deze uitvaartdienst vertegenwoordigd en ook talrijke zusters waren individueel aanwezig om een laatste groet te brengen aan hun retraitepater en/of geestelijke leider.

Bronnen:
- Archief nederl. provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- Onze Krant nr. 98, december 1993.