Imprimer

Société des Missions Africaines – Province de Hollande

HOMMA Andre né le 11 septembre 1905 à Follega
dans le diocèse de Groningen (Hollande)
membre de la SMA le 16 octobre 1930
serment perpétuel le 16 octobre 1936
décédé le 2 novembre 1962

1930-1935 Cadier en Keer, ferme, jardin
1935-1937 Hastings, ferme, jardin
1937-1941 Cadier en Keer, ferme, jardin
1941-1946 Venray
1946-1947 Cadier en Keer
1947-1950 Boekel
1950-1962 Cadier en Keer
1962 Oosterbeek

décédé à Oosterbeek, Hollande, le 2 novembre 1962,
à l’âge de 57 ans


Le frère André HOMMA (1905 - 1962)

A Oosterbeek (Hollande), le 2 novembre 1962, retour à Dieu du cher frère André Homma, à l'âge de 57 ans.

André Homma naquit à Follega, dans le diocèse de Groningen, en Hollande, en 1905. Entré aux Missions Africaines, il fit le serment en 1928. A part une courte période passa à Hastings, le frère André Homma se dévoua en la maison de Cadier en Keer.

Il y travailla au jardin et à l'administration. D'une santé déficiente, il travailla cependant beaucoup et avec une grande simplicité au service de la Société. Ses dernières années furent remplies par la maladie, mais il supporta tout dans le silence. Seul le Seigneur sait ce qu'il a souffert. Il passa les dernières années de sa vie à Oosterbeek.

Il mourut subitement, vers midi, après avoir le matin assisté au service des morts et avoir travaillé au jardin jusqu'à 11 heures.


Broeder André HOMMA (1905 - 1962)

Afkomst.

Andreas (Andries) Homma, zoon van Martinus Homma en Hielkje Bergsma, werd geboren te Follega op 11 september 1905 en is daags erna, 12 september, gedoopt in de parochiekerk van de H. Fredericus te Sloten. Andries had één broer en twee zussen. Zijn vader is reeds in november 1922 aan longontsteking over¬leden.

Opleiding.

Na de lagere school werd André boerenknecht te Marsen onder Dronrijp, waar hij een jaar of drie gewerkt heeft, en daarna te Scharster¬brug onder Joure. Daar heeft hij Ate Monkel, toen nog student, leren kennen. De laatste betrekking van Andries als boe¬ren¬knecht was bij D. Haringsma te Rauwerd onder Irn¬sum. Van daaruit is hij op 21 mei 1928 naar de broederoplei¬ding van de Soci¬teit te Blitters¬wijck gegaan. Op 16 oktober 1928, het feest van de H. Gerardus, patroonheilige van het broederhuis te Blitterswijck, begon hij zijn noviciaat, en precies twee jaar later, op 16 oktober 1930, legde hij als broeder André zijn eerste eed af.

Missionaris.

Zijn benoeming was voor het missiehuis te Cadier en Keer, waar de boederij van het missie-college een belangrijke bijdrage leverde aan het dagelijks levensonderhoud van de bewoners. In 1935 werd hij overgeplaatst naar het seminarie 'Ore Place' te Hastings, waar een grote tuin een belangrijke bijdrage leverde in de dagelijkse exploitatie van het seminarie. Groentes en bloemen werden, naast eigen gebruik, ook naar buiten ver¬kocht.

In 'Ore Place' ontmoette hij opnieuw Ate Monkel, nu overste van het semi¬narie. Op 16 oktober 1936 was hij het die hem de eeuwige eed afnam.

Spoedig hierna begonnen zich de eerste moeilijkheden voor te doen: onenigheid in samenwerkingsverband, vooral met broeder James Triepels. In juni 1937 ging André terug naar de boerde¬rij van het missiehuis te Cadier en Keer. Achteraf bekeken kunnen we nu zeggen dat zich toen reeds de eerste symptomen openbaar¬den van zijn ziekte, waaraan hij de rest van zijn leven lij¬dende zou zijn.

Zijn lijdensweg.

Na een grondig onderzoek in het ziekenhuis te Heerlen in juni 1941, luidde het medisch attest:
"Broeder Homma is ongetwijfeld een schizofrene persoon¬lijkheid. Hij is totaal niet verantwoordelijk voor zijn daden en hoort thuis in een Gesticht, ter voorkoming van ongelukken".
Hierna volgde opname in het St. Servatiusgesticht te Venray in juli 1941. Met deze gemeenschap is hij in 1944, vanwege drei¬gend oorlogsgevaar, mee geëvacueerd naar Tilburg. Na de be¬vrij¬ding is hij teruggegaan naar Venray. In juli 1946 heeft hij eigener beweging het St. Servatiusgesticht te Venray verlaten en is te voet teruggekeerd naar Cadier en Keer.

Toch heeft men hem daar kunnen overtuigen om opnieuw in behan¬deling te gaan. Hij wilde absoluut niet terug naar Venray. In mei 1947 is hij daarom opgenomen in de psychiatri¬sche inrich¬ting Huize Padua te Boekel. Vanuit Venray en Boekel schreef hij regelmatig naar de provinciaal. Inhoud en toon waren nogal afhankelijk van zijn stemming op dat moment. Het herhaaldelijk terugkerend verzoek om antwoord of een bezoekje werd echter door het bestuur minimaal gehonoreerd. Het laatste jaar van zijn verblijf in Boekel heeft hij als therapie gewerkt in een doktersgezin. Deze dokter schreef naar de provinciaal:
"Sedert einde augustus is hij werkzaam bij ons. Hij verricht tuinwerk en huishoudelijk werk, zeer naar genoe¬gen. Hij is een prettige huisgenoot, die ook met onze kinderen goed overweg kan".

In 1950 is broeder Homma terugge¬komen naar Cadier en Keer, waar hij weer graag de tuin in wilde. Broeder Theo Hollander heeft daar plaats voor hem gemaakt en is gaan werken in de wijnkelder. Doch broeder Homma bleef een probleem voor zijn medebroeders en de communi¬teit, vooral als hij weer een ag¬gressieve bui had. Sedert zijn verblijf in Boekel was hij wel veel rustiger en milder geworden. Hij werkte als een paard in de tuin, ging op zijn brommertje naar Friesland om te collec¬teren voor een tuintrac¬tor, en vond plezier in zijn konijnen.

In 1959 kwam daarbij nog een andere lijdensweg. Hij was geope¬reerd aan zijn heup, doch ontzag zichzelf niet genoeg en bleef het zware werk doen. Een val van de mestkar kwam hem te staan op een langdurig verblijf in het ziekenhuis te Maastricht en eveneens een lange tijd in gips¬ver¬band. Zij die dit van nabij meegemaakt hebben, hadden bewondering voor zijn geduld en gelatenheid in deze periode: geen gemopper en geklaag. Na zijn herstel kon hij zich slechts met behulp van een stok voort¬bewe¬gen.

Gestorven.

Op 1 oktober 1962 werd broeder Homma overgeplaatst naar Huize Tafelberg te Oosterbeek. Het tuinwerk was voor hem physiek niet meer moge¬lijk. Hij is daar ook weer begonnen met konijnen en begon zichtbaar te genieten van de aandacht die hij en zijn konijnen, daar in de tuin, van de andere bewoners kregen. Hij is echter maar zeer kort op de Tafelberg geweest. Een maand na aan¬komst, op allerzielendag 2 november 1962, verscheen hij 's middags niet aan tafel, hoewel hij om elf uur nog in de tuin bij zijn konijnen gezien was. Een collega, pater Kees van Oers, ging hem roepen doch trof hem dood op bed aan. Terugren¬nend naar de eetzaal, riep hij vanaf halfweg de trap met een zwaar brabants accent: "hij is dóóóód!", wat de nodige hilari¬teit en consternatie veroorzaakte.
Broeder Andreas Homma was 57 jaar, toen hij uit zijn lijden werd verlost. De uitvaart en begrafenis vonden plaats te Cadier en Keer op 6 november 1962.

Bronnen:
- Archief Nederl. Provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- N. Douau: Biographies Missions Africaines 02.11.1962.
- J. ter Linden in 'Onze Krant', dec. 1962 en in 'Afrika Ontwaakt' 1963, pg. 15.