Imprimer

Société des Missions Africaines –Province de Hollande

van der weijden gerard né le 28 novembre 1910 à Woensel
dans le diocèse de s'Hertogenbosch, Hollande
membre de la SMA le 30 juillet 1931
prêtre le 22 décembre 1934
décédé le 14 janvier 1998

1935-1938 Cadier et Nieuw Herlear, professeur

1938-1949 missionnaire en Basse Volta
Dzodze, Jasikan, Dzelukope
Hohoe, Keta
1950-1951 Aalst, aumônier de religieuses
1951-1954 Herlaer puis Aalbeek, économe
1954-1971 retour au Ghana
Dzelukope, Kpandu
1972-1981 Woensel
1990-1998 Eindhoven

décédé à Eindhoven, Hollande, le 14 janvier 1998,
à l'âge de 87 ans


Pater Gerard Van der WEIJDEN (1910 - 1998)

Afkomst.

Gerardus Judocus van der Weijden, zoon van Franciscus van der Weijden en Petronella Vermeulen (+ 1966), werd geboren te Woen¬sel-Eindho¬ven op 28 november 1910. Zijn oudere broer Jan was ook student geweest te Cadier en Keer, evenals de na hem komende broer Antoon, die een jaar na Gerrit gewijd werd.

Opleiding.

Na de lagere school te Woensel volgde Gerrit zijn oudere broer Jan naar het missiehuis te Cadier en Keer, waar hij zijn studies begon in 1923 en met succes zijn middelbare opleiding deed. In 1929 ging hij naar Chanly in België voor de philosop¬hie, die hij echter een paar maanden wegens gezondheid moest onderbreken. Op 30 juli 1931 werd hij door eedaflegging lid van de Sociëteit en begon daarna zijn theologische opleiding in het seminarie 'Ore Place' te Hastings in Engeland. Tijdens het vierde jaar werd hij in de kapel van het seminarie op 22 december 1934 door Mgr. P. Amigo tot priester gewijd.

Missionaris.

Pater Gerrit van der Weijden werd benoemd voor het vicariaat van de Goudkust van Mgr. Porter. In juli 1935 schreef de provin¬ciaal aan Gerrit:
"Z.H. Exc. Mgr. Porter schreef ons onlangs dat hem ter oore was gekomen dat uwe gezondheid niet van de sterksten is en dat verschillende Paters in de missie van de Goud¬kust op dit punt niet zonder vrees waren. Z.H. Exc. drukte daarom den wensch uit, dat u niet naar de missie zou komen dan na een grondig onderzoek door een met de tropen bekenden geneesheer of wel na nog eenigen tijd ter versterking van uwe gezondheid in Europa te hebben door¬gebracht. Dit laatste lijkt ons bij verre het beste".
Gerrit ging in september 1935 als leraar naar Cadier en Keer en in januari 1936 naar Nieuw Herlaer. Na anderhalf jaar ging hij terug naar Cadier en Keer, waar hij opnieuw een jaar leraar is geweest.

Op 1 november 1938 vertrok hij naar de missie, doch nu naar het vicariaat van de Beneden Volta. Hij werd daar benoemd tot assistent in de missiestatie van Dzodze, waar Bertus Bernts overste was. Door de plotselinge dood van René van Goethem in septem¬ber 1939, werd Bertus zijn opvolger in Denu en bleef Gerrit alleen achter te Dzodze. Tot 1944 heeft hij de zorg gehad voor deze plaats met het bijbehorende district. Wegens benoeming van pater Konings tot 'general manager of schools' in het vicariaat, werd Gerrit in oktober 1944 overgeplaatst naar Jasikan om daar tijdelijk zijn plaats in te nemen. Van maart 1945 tot mei 1946 was hij pastoor te Dzelukope en ging daarna nog enkele maan¬den naar Hohoe tot de terugkeer van Kees Breukel. Toen ging hij zelf op vakantie naar Nederland.
Na terugkeer ging hij eerst de pastoor van Keta tijdens diens vakantie vervangen en werd toen benoemd tot pastoor van Hohoe. In april 1949 moest hij wegens ziekte, recidiverende dysente¬rie en leverklachten, terugkeren naar Nederland. In het zie¬kenhuis te Rotterdam bleek, dat hij een amoebe-infectie had die ook de lever had aangetast. Dr. J.A.G. ten Berg schreef in september 1949:
"Hij maakt het beter en is zijn pijnen kwijt. Onderzoek wees uit dat zijn lever nog niet geheel hersteld is. Voorlopig moet hij dan ook een rustig leven leiden, liefst ergens buiten, terwijl ook enige lichamelijke oefening (heilgymnastiek) zeer goed voor hem zou zijn".
In maart 1950 werd Gerrit opgenomen in het zusterklooster te Aalst. Na hem zouden nog meerdere van onze paters wegens overspannenheid of ziekte gebruik maken van de gastvrijheid van deze zusters Franciscanessen (van Veghel) te Aalst, met enige lichte bezigheid, om te herstellen. In januari 1951 werd Gerrit van der Weijden benoemd als huise¬co¬noom in huize Nieuw Herlaer en een jaar later in dezelfde functie overgeplaatst naar het grootseminarie te Aalbeek.

In juni 1954 schreef de juist gewijde Mgr. Konings als de nieuwe bisschop van de Beneden Volta, en klasgenoot van Ger¬rit, aan de provinciaal:
"Verder, Hein, zou ik je nog even willen herinneren aan Gerrit v/d Weijden. Ik geloof, dat Gerrit voor mij zeer nuttig zou kunnen zijn als secretaris. Ik zal veel moeten reizen en de lopende zaken moeten toch afgehandeld wor¬den; daarvoor is Gerrit juist het type, want hij is loyaal, snugger, en zal zich niet te veel aanmatigen of dingen doen op zijn eigen houtje. Voor dat baantje kan ik geen jonge pater nemen, want die zou zijn houding niet kunnen bepalen, en de ouderen, die ik zou kunnen nemen, zouden zich te veel gaan aanmatigen en mij met de herrie en de stukken laten zitten. Ik ken Gerrit en hij kent mij en ik geloof dat hij een succes zal zijn in dit baantje".
Het resultaat van de keuring in Rotterdam was, dat er geen ernstige bezwaren meer bestonden tegen heruitzending.
"Het feit echter, dat de pater een ernstig ziekteproces heeft doorgemaakt, gepaard met zijn niet al te krachtige constitutie, maakt het wel wenselijk dat hij geen echt bush-werk meer doet en dat hij zeker de eerste tijd op een missiepost komt, waar meerdere missionarissen werk¬zaam zijn".

Zeventien jaar is Gerrit secretaris van de bisschop ge¬weest, eerst in Dzeluko¬pe en sinds 1960 te Kpandu, waar de bisschop een bungalow had laten bouwen op de campus van het 'Bishop Herman College'. In 1965 waren er geruchten dat de bisschop hem wegens gezondheid naar huis zou sturen. Hij liep al een tijd lang ziekelijk rond, net niet genoeg om bedlegerig te zijn, maar ongenietbaar en nauwe¬lijks in staat enig werk te verrichten. De bisschop zond hem wegens ernstige ziekte van zijn moeder terug naar Nederland met de opdracht om ook zich¬zelf goed te laten onderzoeken. Hij bracht een maand in het ziekenhuis te Rotterdam door vanwege ontsteking aan het maag¬slijmvlies. Daarna bracht hij nog meerdere maanden door bij zijn ouders voor verder herstel. In die tijd overleed zijn moeder. Daarna heeft Gerrit nog een jaar of vijf in Afrika gewerkt. Door de verdere ontwikkeling hadden naast de scholen nu ook de ziekenhuizen hun eigen 'medical administrator'. Gerrit meende dat hij eigenlijk niet genoeg meer te doen had. Kleine parochies zonder buitenstaties waren er nauwelijks en de twee, die er waren, hadden hun priester. Dus besloot hij, na overleg met de bisschop, er een punt achter te zetten.
In juli 1971 keerde hij definitief terug naar Nederland.

Na een goede vakantie, die wat langer duurde dan hijzelf gewild had, kreeg hij per 5 november 1972 een bisschoppelijke aanstelling. Door samenvoeging van meerdere parochies werd de nieuwe parochie van Woensel-Zuid opgericht en Gerrit werd benoemd tot lid van het pastorale team met bijzondere zorg voor de bewoners van het bejaardencentrum St. Petrus-Park te Eindhoven. Er werd bijgebouwd en door verdere ontwikkelingen ontstonden de bejaar¬dencentra Kloosterdreef en Kronehoef. Pater van der Weijden kreeg de be¬schikking over een kleine be¬jaarden¬woning in de buurt.

In 1981 kreeg Gerrit last van angina pectoris en daarbij kreeg hij last van een pijnlijke rechterknie. Een terugkerend Mill Hill missionaris, Father van Agt, was bereid het werk, en met name ook het geregeld bezoek van deze bejaarden in de ver¬schillende ziekenhuizen in Eindhoven, over te nemen. Met ingang van 15 november 1981 kreeg Gerrit, op zijn verzoek, van Mgr. Bluyssen eervol ontslag als pastor en lid van het pasto¬rale team van de parochie Woensel-Zuid te Eindhoven voor de servi¬ce- verzorgingscentra "De Horst" en Kronehoef". Hij bleef wonen in zijn bejaardenwoning en was nog beschikbaar voor vrijwilligerswerk. Hij werd echter steeds meer gehandicapt. Het gehoor begon zeer slecht te worden. Je bleef soms voor de deur staan omdat hij de deurbel niet gehoord had. Op 1 maart 1990 nam hij zijn intrek in het verzorgingscentrum "De Horst", waarin ook zijn oudste broer Jan en nog een zus van hem woon¬den.

Gestorven.

Nog acht jaar heeft hij hier gewoond. Zijn wereldje werd, mede door zijn gebrekkig gehoor, steeds kleiner en normaal communi¬ceren met hem werd praktisch onmogelijk. Trouwens bijna zijn hele leven lang heeft hij rustig en teruggetrokken geleefd. Als secretaris van Mgr. Konings kwam hij nauwelijks Kpandu uit en ook in Eindhoven had hij weinig contact met zijn con¬fraters in de Sociëteit en zag je hem nooit in Oosterbeek of Cadier en Keer, ofschoon je bij hem aan huis altijd harte¬lijk welkom was. Hij hield de ontwikkelingen in de Sociëteit en de missie bij en bleef deze ook financieel ondersteunen.
Zijn gezondheid ging steeds meer achteruit. Hij moest de laatste jaren veel verwerken en zijn leven werd steeds proble¬matischer. Hij werd bedlegerig en na een moeizame strijd is hij op 14 janua¬ri 1998, 's morgens om 9.15 uur, als laatste van zijn klas overleden op 87-jarige leef¬tijd.

De plechtige uitvaartdienst vond plaats op zaterdag 17 januari 1998 in de kapel van het missiehuis te Cadier en Keer. Overste Wim van Frankenhuijsen schilderde hem als een goed missiona¬ris, rustig en kalm en met toewijding. Van tijd tot tijd kon hij je verrassen met een rake en scherpe opmerking.
Pater Gerrit van der Weijden werd begraven op het missio¬naris¬senkerkhof nabij het missiehuis.

Bronnen:
- Archief nederl. provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- Onze Krant nr. 114, april 1998.