Imprimer

Société des Missions Africaines –Province de Hollande

Hombergen Gerard né le 30 janvier 1912 à Wijchen
dans le diocèse de 's-Hertogenbosch, Hollande
membre de la SMA le 15 juillet 1933
prêtre le 19 décembre 1936
décédé le 13 février 1976

1937-1955 missionnaire en Gold Coast
Kpandu, Denu, Ho, Hohoe
1956-1957 animation missionnaire
1958-1962 Aalbeek, directeur spirituel
1962-1968 animation missionnaire
1968-1972 Druten, prêtre assistant
1972-1976 Oosterbeek, responsable des étudiants africains

décédé à Nijmegen, Hollande, le 13 février 1976,
à l'âge de 64 ans

Pater Gerrit HOMBERGEN (1912 - 1976)

Afkomst.

Gerardus Franciscus Hombergen, zoon van Wilhelmus Hombergen en Christina Laurant, werd geboren te Wijchen op 30 januari 1912.
De familie Hombergen, met 3 jongens en 3 meisjes, is later verhuisd naar Berg en Dal, Nijmegen, waar de familie een pensi¬on had. 'Moeke' Hombergen heeft altijd een belangrijke rol ge¬speeld, niet alleen in haar familie, doch ook in contac¬ten met leden van de S.M.A.: in de oorlog met de bewoners van het huis aan de Oranjesingel te Nijmegen en daarna met de colle¬ga's van Gerrit uit de Volta.

Opleiding.

Na de lagere school te Oeffelt ging Gerrit, zoals hij thuis genoemd werd, in 1924 naar het seminarie van de Kruisheren te Uden. Het jaar erna kwam hij naar Cadier en Keer, waar hij zijn middelbare opleiding genoot. Met een positieve beoorde¬ling over godsvrucht, gedrag, aanleg voor studie, geheugen, oordeel en vlijt kon hij aan zijn noviciaat en philosophie beginnen. Bij karakter werd vermeld: eigenwijs - gehecht aan eigen oordeel. Van 1931 tot 1933 was hij te Beme¬len, waar hij op 15 juli 1933 de eed van lidmaatschap S.M.A. aflegde. Daarna ging hij naar Hastings in Engeland voor de studie van de theologie. In het vierde jaar, op 19 december 1936, werd hij door Mgr. Amigo in de kapel van het seminarie priester gewijd en op de tweede Kerstdag droeg hij, in de H. Cani¬siuskerk te Nijme¬gen, zijn eerste plechtige H. Mis op.

Missionaris.

Na beëindiging van zijn studie in juli 1937, kon Gerrit zich voorbereiden op zijn vertrek naar Afrika. Hij werd benoemd voor de Goudkust (Ghana) voor het Vicariaat van de Beneden Volta en vertrok per boot op 30 oktober 1937. Na aankomst werd hij benoemd voor de missie van Kpandu, waar hij werd ingewerkt door pastoor Jochem Boumans, die een goed jaar later werd vervangen door Theo Veldboer. Met Ben Gootzen was dit drietal, gedurende het grootste gedeelte van de oorlog, de vaste bezet¬ting van Kpandu en eveneens verantwoordelijk voor de buiten¬staties van de omliggende districten.

In juni 1943 werd 'Hom', zoals hij in het vicariaat bekend stond en door collega's werd aangesproken, benoemd tot pastoor te Denu en was, sinds de dood van de bisschop in 1945, tevens procurator. In juni 1946 ging hij als pastoor terug naar Kpandu om van daaruit in 1947 zelf op vakantie te gaan. Negen en een half jaar was hij onafgebroken in Afrika geweest.

Na terugkeer was hij achtereenvolgens pastoor te Ho en Hohoe en vertegenwoordigde de Volta in de raad van de Regionale S.M.A.-overste van 1949 tot 1955. Hij was een actieve missio¬naris met aandacht voor God, gelovigen en geld. Hij was een goede orga¬nisator¬ en charmante con¬frater.
Bij de voorbereiding van het Eucharistisch Congres, dat in 1951 te Kumasi gehouden zou worden, zat hij namens het bisdom Keta in de voorberei¬dingskommissie en later in het centraal organiserend comité.
"Fr. Hombergen had been assigned the task of clearing the grounds and erecting the huge altar".

Tijdens zijn tweede verlofperiode 1953/54 werd hij meerdere keren ter observatie opgenomen in het St. Francis¬cus-zieken¬huis te Rotterdam. Na verkregen medische goedkeuring keerde hij in het voorjaar van 1954 terug naar Afrika en werd opnieuw benoemd voor Kpandu. Doch reeds in juni 1955 kreeg hij weer last van zijn oude kwaal: darmslijmvliesontsteking en keerde voor behandeling terug naar Nederland.

In Nederland werd hij tijdelijk te werk gesteld bij een afde¬ling van de propa¬ganda. Dr. ten Berg rapporteerde in juli 1957 aan de provinciaal:
"Omdat climatologische invloeden blijkbaar een grote rol spelen lijkt het me beter dat hij voorlopig in zijn huidige werkkring werkzaam blijft".
In 1958 werd tevens suiker geconstateerd. Dr. ten Berg rappor¬teerde:
"Wat een eventuele uitzending betreft, hebben we hier een dubbel moeilijk probleem nl.: de recidiverende proctitis en de diabetes...... Er zijn aan een eventuele uitzen¬ding nogal voorwaarden verbonden. Ik geloof dat hiertoe alleen moet worden overgegaan indien dit voor de missie zeer noodzakelijk is en men goed van de risico's en consequenties is doordrongen".

Pater Hombergen werd benoemd tot geestelijke leider in het seminarie te Aalbeek. Hij organiseerde ook de priesterwijding van de klas van 12 kandidaten van 1962 in de kapel van het ziekenhuis te Heerlen door de afrikaanse aartsbisschop van Cape Coast, Mgr. John Kodwo Amissah.
In Aalbeek ook vierde hij zijn zilveren priester¬jubileum met een feest¬preek tijdens de plechtige hoogmis door zijn neef pater Lau¬rant O.F.M. De studenten voerden een stukje op onder de titel: "Biografietje van de Jubilaris" en geïnspi¬reerd op de ontmoeting van Mariken van Nimwegen en de Moenen, de dui¬vel:
"Vroeger thuis, naderhand in Herlaer, Keer, Bemelen, Hastings, Ghana, en nu heel Nederland: overal wordt hij geacht om zijn prettig karakter en zonnig humeur. Maar één trek overheerst z'n hele persoon. Als Gerard, als Gerrit, als Hom en als pater Hombergen, altijd was hij op de eerste plaats missionaris...
In de missie is hij gekend en bemind door blank en zwart. En ook al is hij dan hier, hij blijft bij z'n mensen, bij al diegenen die hem zo na aan het hart liggen.

Zijn werk van nu ligt in dezelfde lijn. Missionarissen vormen en steeds blijven vechten, zij het dan - voor hem helaas - indirect, door propaganda en materiële steun, al zijn activiteiten gekruid met die kleine geestelijke puntjes, die mogelijk het verschil tussen Moenen en onze jubilaris accentueren. Want het kan zo gek niet lopen of hij krijgt klaar wat zijn vrienden, vooral die in Ghana, van hem vragen. En alles op zijn eigen persoonlijke, beminnelijke manier, zelfs zo, dat van hem de definitie gegeven wordt:
Als hij bij je komt, draait hij je een poot uit, en als hij weggaat, bedank je hem nog!"

Van 1962 tot 1968 was hij weer full-time propagandist en verzorgde namens de Sociëteit de S.M.A. stand bij de 'AMATE' missietentoonstellingen. Hij vertegenwoordigde de Sociëteit bij de bijeenkomsten van de Verenigde Missionarissen en trad op als propagandist voor de Memisa. Met Afrikaanse bisschop¬pen, priesters, zusters en hoogwaardigheidsbekleders, op bezoek in Nederland, trok hij rond door het land en zij profi¬teerden van zijn welbespraaktheid, charme en talloze vrien¬den. De ghanese ambassadeur in Den Haag, Dr. Eric Djamson, die tevens hier in Nederland afstu¬deerde, en zijn familie waren zijn persoonlijke vrienden.

In oktober 1968 ging hij als kapelaan naar de dekenale paro¬chie van de H.H. Ewalden te Druten, waar hij tevens gods¬dienst¬lessen aan de Mavo gaf. Hij bleef propagan¬dist voor de Memisa. Op eigen verzoek kreeg hij, op 1 augustus 1972, eervol ontslag als kapelaan van Druten. Hij kwam naar de Tafelberg in Oosterbeek om in Nederland contacten te onderhouden met afri¬kaanse studenten, met name uit Ghana en Nigeria. Dit sloot, zoals altijd in het verleden, veel nevenacti¬viteiten en diver¬se andere contacten niet uit. Hij was, onder andere, ook moderator van de ver¬eniging oud-studen¬ten (V.O.S.) van Cadier en Keer.

Gestorven.

Hij bruiste van werklust en activiteit ten dienste van de afrikanen. Hij was zich aan het voorbereiden nogmaals een bezoekje te brengen aan dit land dat hem zo na aan het hart lag. Hij ging naar Nijmegen voor de nodige inentingen en injecties en logeerde bij zijn zusjes op de Berg en Dalseweg. Sinds enkele dagen voelde hij zich niet lekker en kreeg hoge koorts. Het was niet duidelijk of dit het gevolg was van de inentingen. Hij werd opgenomen in het Rad¬boud-zie¬kenhuis en stierf daar, vrij plotseling en onver¬wa¬cht, op 13 februari 1976, 64 jaar oud. Hij had dat jaar zijn veer¬tig¬jarig pries¬terjubi¬leum willen vieren.

Op maandag 16 februari herdacht de communiteit van de Tafel¬berg Gerrit Hombergen in een avondmis, waarin overste Rijpkema een treffend woord van afscheid sprak. De volgende avond werd voor zijn zielerust een H. Mis opgedragen in de kerk van Maria Geboorte aan de Berg en Dalseweg te Nijmegen. De plechtige uitvaart¬dienst vond plaats op woensdag 18 februari 1976 te Cadier en Keer in de kapel van het missiehuis. Naast familie en confra¬ters waren er veel vrienden en kennissen om afscheid te nemen, waaronder zijn vriend Dr. Eric Djamson, ghanese ambassadeur in Neder¬land. Ook veel leden van de VOS, de ver¬eniging van oud-studen¬ten waren naar de uitvaart en begrafenis van hun moderator gekomen.

Bronnen:
- Archief Nederl. Provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- J. van Brakel in 'S.M.A. Missionary Presence in the Gold Coast (Ghana)', vol. IV, pg. 280.
- Parochieblad 'Waalkanter', 22 februari 1976.
- J. ter Linden in 'Onze Krant', maart 1976.