Imprimer

Société des Missions Africaines - Province de Hollande
Le Père Adrian SCHOONEN

   né le 5 août 1897 à Roosendaal
dans le diocèse de Breda, Hollande
membre de la SMA le 12 octobre 1918
prêtre le 10 juin 1921
décédé le 5 décembre 1958
 

1921-1924 Cadier en Keer, professeur
1924-1926 Bemelen, grand séminaire, supérieur
1926-1931 Ghana
1932-1946 Cadier en Keer, professeur
1946-1952 secrétaire provincial
1952-1958 Rome, conseiller général

décédé à Oosterbeek, Hollande, le 5 décembre 1958
à l’âge de 61 ans

(biographie en hollandais à la suite)

Le père Adriaan SCHOONEN (1897 - 1958)

A Oosterbeek (Hollande), le 5 décembre 1958, retour à Dieu du père Adriaan Schoonen, à l'âge de 61 ans.

Adriaan Schoonen, né en 1897 à Roosendal, au diocèse de Breda, fit ses études dans les maisons de la Société. Il fit son serment en 1918 et fut ordonné prêtre en 1921. D'abord professeur à Keer, le père Schoonen devenait en 1924 supérieur du grand séminaire de Bemelen.

Après un séjour au vicariat apostolique de la Côte-de-l'Or (1926-1931), le père revenait comme professeur à Keer. Archiviste provincial en 1946, il est élu conseiller général en 1952. Pendant les six ans qu'il a passés à Rome, le père Schoonen s'est attelé à un véritable "travail de bénédictin". Il faut l'avoir vu pour se rendre compte de la somme énorme de travail que le père a fourni. Il a réalisé un magnifique travail en classant selon un ordre méthodique et rigoureux toutes les archives de la Société. Il a ainsi grandement facilité le travail des chercheurs et des historiens. Nos archives peuvent maintenant être ouvertes non seulement aux membres de la Société, mais à tous les chercheurs, lesquels ne manquent pas. Un jeune anglican, étudiant à Cambridge, qui avait l'expérience d'un certain nombre d'archives, n'hésitait pas à dire que, parmi les archives privées, il n'en avait pas rencontré d'aussi méthodiquement et complètement classées que celles des Missions Africaines.

Il venait de rejoindre Oosterbeek pour y reprendre son poste d'archiviste provincial quand il mourut subitement.


Pater Adriaan SCHOONEN (1897 - 1958)

Afkomst.

Adrianus Joannes Jacobus Schoonen, zoon van Adrianus Schoonen en Maria Potters, werd geboren te Roosendaal op 5 augustus 1897. Adriaan had één zus en enkele broers.
Zijn moeder, een tante van pater Kees Potters, is enkele maanden voor de priesterwijding van haar zoon overleden op 22 maart 1921.

Opleiding.

Na de lagere school in Roosendaal, ging Adriaan in 1910 naar Cadier en Keer. Na de zesjarige gymnasiale opleiding (1910 - 1916) ging hij naar Lyon voor twee jaar philosophie (1916 - 1918) en drie jaar theologie (1918 - 1921).
Op 12 oktober 1918 werd hij lid van de Sociëteit. Op 10 juli 1921 is hij te Lyon door Mgr. Moury priester gewijd.

Missionaris.

De overschakeling van frans naar nederlands was in die tijd juist begonnen. Pater Schoonen werd benoemd tot leraar neder¬lands aan het missie-seminarie te Cadier en Keer.

Intussen was in 1923 de nederlandse provincie van de S.M.A. opgericht en werd te Bemelen een groot-seminarie geopend voor de theologiestudenten van deze provincie. In december 1924 werd pater Schoonen benoemd om van provinciaal Paulissen over te nemen als overste van dit seminarie. Tevens was hij leraar dogmatiek. Doch zoals in meerdere gevallen in de begin¬jaren van de provincie, was deze benoeming geen succes. Het leef¬tijds¬verschil van de benoemde oversten met de studenten was te klein: ze waren te jong en onervaren om een natuur¬lijk gezag te kunnen uitoe¬fenen. In augustus 1926 werd pater Schoo¬nen dan ook benoemd voor de Goudkust missie en te Bemelen vervangen door de luxemburgse pater Charles Louxen, die lid was geworden van de nederlandse provincie.

Goudkust.

In september 1926 vertrok pater Schoonen naar Afrika. In de Goudkust werd hij benoemd tot pastoor van Axim, als opvolger van de overste, pater R. Hoeppner, die reeds meer dan een half jaar op ziekteverlof was. Pater Albert Haas, eveneens uit de Elzas, was reeds enige tijd in Axim, belast met het district. Een jaar later werd hij vervangen door de nieuwgewijde pater Gradus Pot, die pater Schoonen reeds als overste had gehad in Bemelen en nu, met gemengde gevoelens, zijn missionaire loop¬baan begon met dezelfde overste. Ze hadden twee totaal ver¬schil¬lende karakters!

Pater Schoonen werd in november 1928 overgeplaatst van Axim naar Accra als opvolger van de overste, pater Stauffer. Pater Schoonen ontmoette daar pater Jan van den Hout, die in 1926 met pater Stauffer deze parochie in de hoofd¬stad geopend had. Deze benoeming was zeker mede te danken aan het goede werk van pater Schoonen in Axim. De mensen daar waren dankbaar voor het werk wat hij gedaan had aan het schoolgebouw, school meubi¬lair, en uit¬breiding van de kapel met een nieuw transept.

Ook in Accra was pater Schoonen zeer actief, organiseerde de H. Hart parochie en bouwde, met assistentie van zijn vriend ingenieur McDonald, een nieuw missiehuis op Derby Avenue met bovenverdieping, brede veranda en bijgebouwen voor het perso¬neel, voor £ 1350.

Doch het onvermijdelijke gebeurde: pater Schoonen, mogelijk door eigen ondoordacht en onvoorzichtig of impulsief optreden, raakte in moei¬lijkheden met zijn bisschop. Hij was hiermee niet de eerste in het Vicariaat tijdens Mgr. Hauger's episco¬paat. Dit leidde wel tot bisschoppelijke maatregelen: over¬plaatsing in januari 1931: van overste Accra naar assistent in Sekondi bij de paters Muller/Meelberg.

In Sekondi werd hij belast met de buitenstaties van het Ahanta district. Op 31 mei 1931 werd pater Schoonen, op bezoek in buitenstatie Kansaradu, ziek en ging terug naar Sekondi, ver¬bleef daar een week of vier in het ziekenhuis en de dokter advi¬seerde repatriëring naar Nederland. Doch brieven en tele¬gram¬men van doktoren en overste H. van de Ven (die intussen over¬genomen had als overste te Sekondi van pater Meelberg) aan de bisschop Mgr. Hauger, bleven onbeantwoord.

Wat was het geval? In 1931 waren S.M.A. verkiezingen. Volgens S.M.A. con¬stituties hadden enkele nederlandse S.M.A. missiona¬rissen in het Cape Coast vicariaat een memorandum van 7 punten ('deside¬rata') opgesteld, die ze graag zouden besproken zien tijdens de pro¬vinciale vergadering. Dit was Mgr. Hauger ter ore gekomen en hij zag dit als een neder¬landse rebellie tegen zijn gezag. Volgens Mgr. Hauger zouden alle onderteke¬naars het vicariaat moeten verla¬ten. (Dit was één van de rede¬nen waarom de herkozen pro¬vinciaal Paulissen in 1931 op offi¬ciële visita¬tie naar de Goudkust ging).
Pater Schoonen werd door Mgr. Hauger als de hoofdverantwoorde¬lijke gezien en per s.s. 'Canada' van 3 september 1931 terug¬gestuurd naar Nederland.

Na het ontslag van Mgr. Hauger schreef pater J. Strebler, pro-vicaris en klasgenoot van pater Schoonen, reeds op 6 december 1932, dat hij pater Schoonen graag terug zou zien in het vicariaat. Na de benoeming van Mgr. Porter heeft het provinci¬aal bestuur overwogen om pater Schoonen opnieuw te benoemen voor de missie. Hierop heeft hij, in zijn stijl, geantwoord:
" ... dat ondergetekende, om redenen inherent aan bevin¬dingen van zijn vijfjarig verblijf in de Missie en in bijzonderheden waarvan hij liever afziet hier te gewagen, er de voorkeur aangeeft voorlopig in Europa werkzaam te blijven".


Leraar.

In januari 1932 werd pater Adriaan (Janus) Schoonen benoemd tot leraar in Cadier en Keer. Twintig jaar heeft hij daar les gegeven in taal en literatuur: latijn, frans en vooral neder¬lands. Hij was een erkend Vondelkenner en behandelde deze dichter uitgebreid in zijn klassen. Gestencilde cursussen door A.J.J. Schoonen over de gedoceerde onderwerpen, gaven hem onder de studenten spoedig de bijnaam 'pater A.J.J.' Hij was hardwerkend, doch scherp en soms kri¬tisch sar¬cas¬tisch in zijn bemer¬kingen. Zijn spreken deed wat geaffecteerd aan.

Zijn inzet was veelzij¬dig. Naast leraar nederlands en litera¬tuur, was hij modera¬tor van de studenten-acade¬mie en hield de jongens voor: "Qui ascendit sine labore, descendit sine hono¬re" : je komt zonder eer van het podium af als je niet hard werkt ... en hij gaf zelf het voorbeeld! Hij was verder de bezie¬len¬de begelei¬der van de culturele jeugdmiddagen voor middelba¬re scholieren in Maas¬tricht en glorieerde zelf in hun successen bij vraagstukken en voordrachten; hij was moderator van de Vereni¬ging Oud Studenten (V.O¬.S), provin¬ciaal biblio¬thecaris (Sin¬terklaas zei in 1949, dat Keer een 's(S)choonen' bibliotheek had), en verantwoordelijk voor het toneel en de studentenwerk¬zaamheden in de tuin.

Studenten met literaire aanleg waren duidelijk bij hem favo¬riet en voor verschillenden van hen was hij ook zeer inspire¬rend en bemoedigend (b.v. de latere schrijver Arie van de Lugt). Doch anderen, die minder (literair) begaafd waren, hadden moeite met zijn scherpe bemerkingen.

Algemeen raadslid.

Op zaterdag 28 juni 1952 werd hij volkomen overrompeld door een telegram uit Rome met de mededeling dat hij benoemd was om in het algemeen bestuur van de Sociëteit in Rome de nederland¬se provincie te vertegenwoordigen. Twee dagen later informeer¬de hij de provin¬ciaal dat hij, na rijp beraad en in overleg met de overste, deze benoeming aannam.
"Het enige wat me wezenlijk in een beslissing weerhield, was de vraag of mijn labiele gezondheid enig nut in deze nieuwe werkkring zou veroorloven. Al was het me, dank zij allerlei kunstmiddelen en ontzeggingen vanaf november tot voor veertien dagen, gelukt de bloeddruk beneden de 200 te houden, de laatste opmeting toonde aan hoe weinig stabiliteit er nog bereikt is: het was weer een eind boven de 200. Ik weet echter, dat ik niet gerechtigd ben daaraan meer importantie te hechten dan mijn Overheid, die voldoende mijn toestand kent, en beter op de hoogte is van mijn toekomstige werkzaamheden dan ik, die hiervan geen flauw idee heb".

Naast raadslid van de algemeen overste, heeft hij in Rome het archief van de Sociëteit deskundig georganiseerd. Zijn foto hangt daarom ook nog steeds in het archief van het S.M.A. generalaat in Rome.

Tevens heeft hij een studie gemaakt van de geschiedenis van de S.M.A. constituties.

Gestorven.

Na het beëindigen van zijn zesjarig mandaat als bestuurslid, keerde pater Schoonen terug naar Nederland. Hij werd hier benoemd tot provinciaal archivaris in Huize Tafelberg te Oosterbeek vanaf 1 augustus 1958.
Hij kreeg nauwelijks de tijd aan zijn taak te beginnen. Hij was nog maar enkele dagen in Oosterbeek, toen hij op sinter¬klaas¬avond 5 december 1958 plotseling overleed.

Op dinsdag 9 december 1958 is hij, na een plechtige uitvaart¬dienst in de kapel van het missiehuis te Cadier en Keer, begraven in de grafkapel bij de grot. Zijn 88-jarige vader begeleidde hem naar zijn laatste rust¬plaats. Pater Adriaan Schoonen werd 61 jaar.

Bronnen:
- Archief Nederl. Provincie S.M.A., Cadier en Keer.
- N. Douau: Biographies Missions Africaines 05.12.1958.
- J. v.d. Kooij in 'Afrika Ontwaakt' 1959, pg. 13.
- J. v. Brakel: S.M.A. Missionary Presence in the Gold Coast, vol. III (vooral pg. 68, 118, 160.